Tagarchief: test

VRIJESCHOOL – Toets

.
Met grote regelmaat staan er opiniestukjes in de krant over het toetsen op de basisschool.
Er zijn voor- en tegenstanders, hoewel de laatsten meer van zich laten horen.
Zie bv. Opspattend grind    opspattend grind   opspattend grind    opspattend grind.
Uit de vrijescholen hoor je niet zoveel. Hoewel er natuurlijk ook meningen, zoals die van vrijeschoolleerkracht Ingrid Busink in Trouw.
De conclusie van haar zoon is m.i. raak: “Dus, mama, als ik het goed begrijp, gaan ze in een paar uur toetsen wat ik de afgelopen zes jaar heb gedaan, én wat ik de komende zes jaar ga doen?”

Maar een duidelijk: Kijk, zo doen wij dat en daarom! verneem je nauwelijks.

In 1980 al verkondigde  ‘vrijeschoolvrouw’ Joes Gerretsen de mening van de vrijeschool.
.

Joes Gerretsen, Jonas 7, 28 november 1980
.

Wat toetst men hier?

Iedereen kan in de kranten lezen hoe de plannen voor vernieuwing van onderwijs zich nog steeds opstapelen; de ene wijziging volgt op de andere. De onderwijsraad, adviesorgaan voor de minister, publiceerde eens een foto van haar vergaderruimten waar, tot aan het plafond toe!, de stapels paperassen lagen te wachten op bestudering. Beseft men dat een eerste poging tot vernieuwing van het onderwijs in de lagere school dateert van ruim 15 jaar geleden [1965]- Voorontwerp van wet van Grosheide – en dat we thans, via van Kemenade’s contourennota’s en wetsontwerpen, gekomen zijn bij Pais zijn wijzigingen en wéér wijzigingen, dan ziet men hoeveel studie wordt gevraagd van de mensen die zich hierover moeten uitspreken.

De onderwijsfracties in de Tweede Kamer besteden slapeloze nachten hieraan, de pers schrijft kolommen vol commentaren erover, de onderwijsvakbonden zetten hun kritiek erbij en de man of vrouw voor de klas wordt niet op de vingers getikt als op het oude stramien wordt voortgeborduurd. Er ligt immers nog niets vast! En hoe staat het met het kind voor wiens bestwil toch al deze vernieuwingen bedacht worden?

Het kind vraagt niet om pedagogie op papier, begrijpt niets van ‘longitudinale leerplanning’, het wil alleen maar begrepen worden.

Vindt men nu temidden van al dat geschrijf en gepraat een visie op het kind, op de mens in het algemeen? Misschien verschillende visies, maar dan toch een visie? Het antwoord moet dan zijn: ja en nee. Van een bewust doordacht idee omtrent de mens is niets te bespeuren, maar, onbewust voor de plannenmaker, werkt het beeld van de mens dóór dat hij heeft opgebouwd of meegekregen; het spiegelt zich in zijn werk.

Tijdens besprekingen – in een Vrije School – over vernieuwing van onderwijs voor 12-16 jarigen in een zogenaamde middenschool, kwam veelvuldig de opmerking van de toegevoegde begeleiders: ‘Jullie willen je eigen visie op de mens doordrukken in je voorstellen tot vernieuwing’. De enig juiste tegenwerping volgde dan: ‘Jullie ook, maar dan een andere! ’ Men kan er niet omheen: iedereen heeft een min of meer omlijnd beeld van de mens, of men zich daarvan bewust is of niet. De huidige opvattingen omtrent de mens en zijn ontwikkeling kan men tot drie hoofdthema’s terugbrengen:

1. de mens komt als een ‘onbeschreven blad’ ter wereld. De opvoeder/onderwijzer vult in wat hem goeddunkt; met andere woorden, de omgeving, het milieu is bepalend voor de ontwikkeling.

2. de mens is bepaald door erfelijkheid, dat wil zeggen de genen als erfelijkheidsdragers bepalen zijn mogelijkheden. De opvoeder/onderwijzer kan er niet meer uithalen dan er in zit.

3. de mens heeft weliswaar zijn beperkingen door invloeden van milieu en erfelijkheid, maar kan daaraan wat doen! De persoon, de individualiteit bepaalt hier of de grenzen doorbroken worden. In vrijheid kan de keuze gedaan worden: zich lijdzaam schikken of opkomen tegen weerstanden van omgeving en lichamelijke organisatie. Die vrijheid laten de beide andere opvattingen niet open.

Het lijkt me zinvoller ingrijpende veranderingen in de wetsontwerpen te toetsen aan deze drie opvattingen dan in te gaan op de steeds wisselende teksten. Een paar voorbeelden:

Vervroeging van de leerplicht

Voorstel: vanaf vijf jaar allemaal verplicht naar school. Bekijkt men het kind als een emmer die volgegoten moet worden, dan gaat men zo snel mogelijk daarmee beginnen. Kinderen uit sociaal zwakke milieus moeten al gauw daaruit weggehaald worden om achterstand tijdig in te lopen. De mens als product van zijn omgeving – de stimulus/respons-theorie van leren – kan door die omgeving voorgeprogrammeerd worden om tot bepaald gewenst gedrag te komen. Via proeven met het dier heeft men ervaren dat dit mogelijk is. En daar de mens niet meer is dan een hoger ontwikkeld dier, kan ook hij door belonen van gewenst gedrag en/of bestraffen van afwijkende uitingen, geconditioneerd worden zich te schikken in het gewenste patroon. In koopmanstermen heet dat: wat erin gestopt is moet er ook weer uitkomen, de input moet de output dekken.

Maar…wie maakt uit welk gedrag gewenst is, wie maakt de programma’s? En wie kijkt er na 10 of 25 jaar nog steeds naar het kind van toen – is het een gelukkig mens geworden? Men herkent hierin de pleiters voor steeds vroeger naar school sturen, de pleiters voor ‘aanvankelijk leren’ in de kleuterklas, voor speel/leerplannen (van spelen leert men niets!), voor dressuur op testen en toetsjes, ook in de kleuterklas! Direct hierbij sluit dan ook aan:

Het hanteren van toetsen en testen

Bijvoorbeeld de meerkeuzetoets, multiple choice. Als eersten hadden de professoren teveel studenten om alle tentamens na te kijken: de toets werd uitgevonden. Daarna waren de leraren die eindexamenopgaven nakeken te subjectief in hun oordeel; de opgaven moesten door een objectief apparaat bekeken worden: meerkeuzevragen door de computer af te checken.

Daarna kwam de CITO-toets in de zesde klas lagere school als ‘zeef’ voor doorstroming.

Het kind kan voorbereid worden op deze manier van vragen door training. Sommige kinderen gaat het beantwoorden makkelijk af, anderen, heus niet minder intelligent, hebben er moeite mee. Toch de ongelijkheid terug? Wat toetst men hier? Niet hoe het kind de te testen leerstof heeft opgenomen en verwerkt, niet of het in de praktijk het geleerde kan toepassen. Alleen het oordeel wordt gevraagd omtrent wat iets niet is: twee maal niet. Eén maal wel blijft dan over. Minister van Kemenade is zo’n ‘kindertemmer’, hij heeft niet voor niets sociologie gestudeerd. Hoor wat hij zegt (in een gedenkboek ter ere van Prof. Idenburg):
‘De methoden en resultaten van deze wetenschap (de sociologie) zullen steeds meer gaan leiden tot het ontstaan van sociale technieken (de dressuurproefjes! JG) waarmee de mens bewust het eigen handelen en dat van de anderen kan reguleren, ontwikkelen en omvormen’.
Hier komt werkelijk de mens als dresseerbaar dier om de hoek kijken!

Zoeken we naar voorbeelden waarachter opvatting twee zich verschuilt, de mens bepaald door overerving en daardoor beperkt in zijn mogelijkheden.
In die opvatting is het onbegonnen werk die grenzen te willen verleggen. Leren, ontwikkeling, loopt dan uit op keuze van vakken – bijvoorbeeld in het eindexamenpakket – binnen die mogelijkheden. Er is geen uitdaging om het ontbrekende aan te vullen. Resultaat: de gereduceerde mens. Beide stromingen zijn terug te vinden in de uitwerking van onderwijsartikelen. Zij doen de totale mens tekort. Juist de mens heeft, in tegenstelling tot het dier, het vermogen door eigen inzet en wilskracht zich te ontworstelen aan beperkingen van milieu en erfelijkheid. Verdiept men zich in de levensloop van beroemdheden, dan valt op hoe vaak deze een beroerde jeugd gehad hebben en hoe ze zich, niet door kiezen van wat makkelijk afging of door berusten in een lichamelijke handicap, aan die weerstanden ontwikkeld hebben. Ze zijn er meer mens door geworden!

In dit kort bestek kan niet ingegaan worden op de pedagogie en methodiek toegepast in de Vrije Scholen gebaseerd op de antroposofie, door Rudolf Steiner geïnaugureerd. In deze Vrije Scholen wordt geprobeerd de hele mens aan te spreken naar lichaam, ziel en geest. Opvoedkunde wordt daar tot een ‘opvoedkunst’ die het kind leert als individualiteit zijn ‘instrument’, het lichaam, te bespelen opdat uit het innerlijk, de ziel, de schoonste tonen gaan opklinken.

.

Menskunde en pedagogie: alle artikelen

Vrijeschool in beeld: alle artikelen

.

1791

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties