Tagarchief: Ster van Bethlehem

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Driekoningen (5)

.

DE PLANETENSTAND VAN BETHLEHEM

‘Waar is de koning der Joden, die geboren is? Want wij hebben zijn ster in het oosten gezien’

‘Toen nu Jezus geboren was te Bethlehem in Judea, in de dagen van koning Herodes, zie, wijzen uit het Oosten kwamen te Jeruzalem en vroegen: ‘Waar is de koning der Joden die geboren is? Want wij hebben zijn Ster in het Oosten gezien en wij zijn gekomen om Hem hulde te bewijzen’.
Toen koning Herodes dit hoorde maakte hij zich zorgen en heel Jeruzalem met hem. (-) Toen riep Herodes de wijzen in het geheim en deed bij hen nauwkeurig navraag naar de tijd, dat de Ster geschenen had. En hij liet hen naar Bethlehem gaan (-). Zij hoorden de koning aan en reisden weg en zie, de Ster die zij hadden gezien in het Oosten, ging hun voor, totdat zij kwam en stond boven de plaats, waar het kind was.’

De evangelist Mattheüs is de enige van de vier evangelisten die melding maakt van een ster, die de wijzen uit het Oosten de weg zou hebben gewezen naar de pasgebo­ren ‘koning der Joden’, ofschoon ook andere oude geschriften in dit verband spreken van een heldere ster. Wat was die ster?

We kunnen beweren dat de ster een bo­vennatuurlijk verschijnsel was. Een wonder dus. In dat geval is alle verdere discussie overbodig.

Maar er is alle aanleiding te denken aan een verklaarbaar hemelverschijnsel. De wijzen uit het Oosten waren hoogstwaar­schijnlijk afkomstig uit Babylon. Gezien hun belangstelling voor sterrenkundige ver­schijnselen moeten het welhaast priester-astrologen zijn geweest, geleerde mensen die de hemel nacht na nacht bestudeerden om daarin tekenen te zien die van invloed konden zijn op het bestaan van de mens op aarde. In die tijd waren astronomie (weten­schap) en astrologie (bijgeloof) nog sterk met elkaar verweven.

Mogelijkheden
Er zijn in principe drie serieuze sterrenkundige mogelijkheden:

□   De ster was een ster die plotseling zeer opvallend werd;

□   De ster was een komeet, ook wel ‘staart­ster’ genoemd; en

□   De ster was een uitzonderlijke samenstand van planeten.

Om te kunnen onderzoeken of een van deze verschijnselen zich rond Christus’ ge­boorte heeft voorgedaan, moeten we eerst weten wanneer Christus werd geboren.

De Bijbel geeft daar geen uitsluitsel over. Mattheüs zegt dat Christus werd geboren ten tijde van Herodes’ heerschappij. Maar wanneer precies?

Onze huidige christelijke tijdrekening werd ingevoerd door Dionysius Exiguus, een monnik die in de zesde eeuw in Rome werkte. Tot die tijd werden jaren geteld vanaf 17 september 284 (volgens onze hui­dige kalender), toen Diocletian us door zijn troepen tot keizer van Rome werd uitgeroe­pen.

In 525 brak Dionysius met deze gewoonte toen hij nieuwe paastabellen samenstelde. Hij begon het jaar 1, uitgaande van 25 de­cember- (wat toen al de datum van kerstmis was), zes dagen later: 1 januari van het jaar 1 AD (Anno Domini).

Uit de Bijbel weten wij dat Herodes stierf tussen een maansverduistering en de vol­gende (joodse) Pasen. Het lijkt het meest waarschijnlijk dat het hier gaat om de maansverduistering in de nacht van 9 op 10 januari van het jaar 1. Negentig dagen later vond het joodse Paasfeest in dat jaar plaats.

Supernova
Dit alles betekent dat Christus voor het jaar 1 geboren moet zijn. Het meest waar­schijnlijk lijkt – op basis van de huidige in­formatie – 3 of 2 voor Christus (al klinkt dat wat vreemd in dit verband).

We weten nu dus, dat we goede gronden hebben te zoeken naar bijzondere hemel­verschijnselen die zich voltrokken twee of drie jaar voor het begin van onze jaartel­ling.
Was de Ster van Bethehem een ‘nieuwe’ ster die plotseling opvlamde en zo een op­vallend verschijnsel aan de hemel werd? In dit geval spreken we van een nova of super­nova (latijn: nova is nieuw).

In werkelijkheid gaat het niet om een nieuwe ster, maar juist om een ster die een heel leven van miljoenen of miljarden jaren achter zich heeft en met een reusachtige ex­plosie aan haar einde komt.

Het lijkt onwaarschijnlijk dat de ster een nova geweest is, Er zijn namelijk geen su­pernovae van rond het begin van de jaartelling bekend. Maar er is nog een reden waarom een supernova onwaarschijnlijk is als verklaring voor de Ster van Bethlehem: de ster was niet door Herodes gezien. Het ging dus mogelijk om een verschijnsel dat alleen voor ingewijden duidelijk was.

In 1302 schilderde de Italiaanse kunste­naar Giotto di Bondone een fresco in de Are­nakapel te Padua: de Aanbidding der Wij­zen. Op dat schilderij is de Ster van Bethle­hem te zien als staartster.

Giotto was geïnspireerd door de verschij­ning van de komeet van Halley een jaar eer­der, dezelfde komeet die ons in 1986 met een bezoek vereerde. (De komeet werd overi­gens pas eeuwen later genoemd naar de En­gelse astronoom die ontdekte dat het hier om een periodiek verschijnsel ging).
Kan de Ster van Bethlehem een komeet geweest zijn?
Kometen, brokken van stof en ijs, draaien om de zon – net als de aarde en de andere planeten. Maar een komeet heeft meestal een zeer langgerekte baan die hem tot ver buiten het rijk van de negen planeten voert. De meeste kometen hebben zelfs zulke lange banen dat ze als eenmalig worden be­schouwd.
De komeet van Halley vereert ons elke 76 jaar met een bezoek. Hij wordt dan ook al sinds voor het begin van onze jaartelling gevolgd.

Opgeblazen
Gezien het feit dat kometen ons toch nog altijd op miljoenen kilometers afstand pas­seren, zouden we ze nooit zien, ware het niet dat ze zich geweldig opblazen als ze in de buurt van de zon komen. De komeetkern wordt daar opgewarmd, het ijs verdampt tot gas en de kop omringt zich met een uiterst dunne maar zeer uitgebreide gassluier. Die weerkaatst het licht van de zon en zo kunnen we de komeet zien, terwijl hij zich richting zon spoedt.
Door de druk van deeltjes die van de zon af vliegen (de zogenaamde zonnewind) wordt het gasomhulsel naar achteren uitge­rekt. Daarom is de staart van een komeet altijd van de zon afgericht.

Zijn er kometen zichtbaar geweest rond 2 voor Christus? Daar zijn geen
overtui­gende aanwijzingen voor. De heldere ko­meet van Halley verscheen in augustus van het jaar 12 voor Christus. Maar dat is veel te vroeg om in het kader van dit verhaal van betekenis te kunnen zijn.
En er is nog een belangrijke reden waarom de Ster van Bethlehem zeer
waar­schijnlijk géén komeet is geweest: kometen werden door verschillende culturen altijd gezien als onheilsbrengers. Ze verkondigden de dood van vorsten of de komst van ram­pen, en dus niet de geboorte van koningen.

Samenstand
Blijft over de laatste mogelijkheid: een bijzondere samenstand van (heldere) planeten.
Astrologen in het tweestromenland die beroepshalve de bewegingen van de plane­ten nauwkeurig in de gaten hielden, zou dat zeker zijn opgevallen. Is er derhalve rond het begin van onze jaartelling een samenstand geweest waaraan een bijzondere be­tekenis kon worden gehecht?
Samenstanden treden regelmatig op, maar ze zijn lang niet altijd spectaculair. Ze worden veroorzaakt door het feit dat de planeten om de zon lopen, weliswaar in dezelfde richting, maar met verschillende snelheden.
Omdat ook de aarde zelf om de zon draait, lijken voor ons de bewegingen van de planeten aan de hemel tamelijk grillig. Soms bewegen ze in oostelijke richting om dan plotseling stil te gaan staan en weer naar het westen te bewegen. De situatie is dan te vergelijken met die van raceauto’s op concentrische banen.
Wanneer de aarde (op de binnenbaan) een planeet als Mars of Jupiter (op een bui­tenbaan) passeert, lijkt het alsof Mars en Jupiter niet meer naar voren, maar naar achteren bewegen ten opzichte van de achtergrond (de vaste sterren).

Planetarium
Vroeger, toen men nog dacht dat de aarde het onwrikbare middelpunt van het heelal was, had men geen goede verklaring voor dit merkwaardige gedrag van de pla­neten, hetgeen hun eigengereide ‘goddelij­ke’ karakter alleen maar leek te onderstre­pen.

Was er een bijzondere samenstand van planeten rond Christus’ geboorte? Met be­hulp van de wetten van de hemelmechanica kunnen we terugrekenen naar die tijd. Com­puters doen dat razendsnel. En tegenwoor­dig beschikken we ook nog over een unieke tijdmachine: het planetarium.
In een planetarium (zoals het Zeiss Pla­netarium Artis in Amsterdam) kunnen we niet alleen de sterrenhemel, maar ook de bewegingen van zon, maan en planeten nauwkeurig nabootsen. En dat, in principe, voor elk willekeurig tijdstip.

We kunnen onze ‘tijdmachine’ dus laten terugdraaien naar het jaar 2 voor Christus en dan zien we inderdaad een heel opval­lende samenloop van planeten optreden. In feite gaat het om een reeks samenstanden, zo uniek dat die zich in onze twintigste eeuw niet een keer voordoen.

Koningsplaneet
Wat gebeurde er precies?
Ons verhaal begint op 12 augustus van het jaar 3 voor Christus. Toen kwamen de hel­dere planeten Jupiter en Venus zeer dicht elkaar aan de hemel: op maar eenzevende van de schijnbare middellijn van de maan.
Gezien vanuit Babylon stonden de plane­ten zij aan zij, laag in het oosten, voor zons­opkomst. Zo’n samenstand is zo bijzonder dat de priester-astrologen in Babylon zich ongetwijfeld onmiddellijk gingen afvragen wat dit te betekenen had.

Daar kwam nog bij dat de samenstand plaatsvond in het sterrenbeeld de Leeuw en de leeuw was het symbool van Juda. Jupiter en Venus stonden vlakbij de helderste ster van de Leeuw, Regulus, de Koningsster. En Jupiter werd door de Babyloniërs als de Koningsplaneet beschouwd.  Maar de symboliek werd nog dramatischer, toen Jupiter in de volgende weken richting Regulus ging bewegen: de Konings­planeet naderde de Koningsster. Later passeerde Jupiter Regulus en bewoog lang­zaam verder naar het oosten. Maar toen het winter was geworden leek Jupiter zich te bedenken en begon weer westwaarts te be­wegen richting Regulus. Op 17 februari van het jaar 2 voor Christus vond opnieuw een passage op korte afstand plaats.
De wijzen moeten perplex zijn geweest bij het zien van deze voor hen volslagen on­verklaarde hemelse manoeuvres. Een paar weken later draaide Jupiter opnieuw om.
De wijzen wisten al dat er een derde samenstand op komst was en die gebeurde op 8 mei 2 voor Christus.
Zo’n drievoudige Jupiter-Regulussamenstand is een tamelijk uitzonderlijk iets. In onze tijd vond er een plaats in 1979/80, maar de volgende zullen we pas weer in 2039 kun­nen zien.

Rakelings
Maar het beste moest nog komen. Nadat Jupiter dus al drie keer rakelings langs Regulus was gegaan, kwam in juni Venus ach­ter de zon te voorschijn om langzaam richting Jupiter te gaan bewegen.
De wijzen moeten zich in een sfeer van gespannen verwachting hebben afgevraagd hoe dicht de planeten elkaar zouden naderen.
Ze werden niet teleurgesteld. Op 17 juni kwamen Jupiter en Venus zo dicht bij elkaar dat ze vanuit Babylon niet meer als afzonderlijke hemellichamen konden worden gezien.
Ze waren het dichtst bij elkaar om 20.51 uur, toen het al donker was en de indruk­kende combinatie als een stralend licht bo­ven de westelijke horizon schitterde. Tot een uur later – toen ze ondergingen – ston­den de planeten als een hemelse briljant aan het uitspansel, richting Jeruzalem van­uit Babylon gezien.

Al met al was het een even opvallend als zeldzaam hemelverschijnsel dat in de ogen van de wijzen wel iets zeer bijzonders moest betekenen. In onze tijd kwam de laat­ste bedekking van twee planeten voor in 1818 en pas in 2065 zullen onze nazaten weer zoiets kunnen zien. De priester-astrologen waren waarschijnlijk op de hoogte met de joodse profetieën, gezien het feit dat de jo­den tijdens hun ballingschap in Babylon ver­keerd hadden.

De wijzen trokken daarop naar het acht­honderd kilometer verderop gelegen Jeru­zalem om navraag te doen en door Herodus te worden doorgestuurd naar Bethlehem (tien kilometer ten zuiden van Jeruzalem), de plaats die in de
profetieën was genoemd.

Hypothese
Als de hypothese correct is ligt de waar­schijnlijke datum van Christus’ geboorte in de zomer van het jaar 2 voor Christus.
Sinds de Duitse astronoom Johannes Kepler zich in de zeventiende eeuw afvroeg wat de Ster van Bethlehem was, hebben legio astronomen dat na hem gedaan. En onze generatie zal waarschijnlijk niet de laatste zijn die zich over deze kwestie het hoofd breekt.
Maar wat de Ster ook in natuurkundige zin is geweest: zij blijft een teken van licht en hoop in een duistere wereld.

Altijd maar weer.

Jaar in jaar uit.

giotto di bondone123471-004-51DDA81F

De aanbidding van de wijzen – Giotto di Bondone

(Piet Smolders, De Gelderlander, 16-12-1989)

.

Driekoningenalle artikelen

Kerstspelenalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

Vrijeschool in beeldDriekoningen

 

.

415-389

 

 

 

 

 

 

 

.


VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Driekoningen (3)

.
Driekoningen: alle artikelen
.

TEVERGEEFS DE BLIK OMHOOG

‘Waar is de koning der Joden, die geboren is? Want wij hebben zijn ster in het oosten ge­zien en wij zijn gekomen om Hem hulde te bewijzen’.
.. en zie, de ster die zij hadden gezien in het oosten ging hun voor totdat zij kwamen en stond boven de plaats waar het kind was. Toen zij de ster zagen verheugden zij zich met zeer grote vreugde’.
Zo bericht ons Mattheüs over de geboorte van het Kind.

Wie zijn het die de gebeurtenissen aan de hemel aflezen die voorbereidend zijn voor het keerpunt van de mensheidsgeschiedenis? Traditioneel worden ze aangeduid met ‘Ko­ningen’. Maar moeten we daarbij denken aan koningen in de staatkundige betekenis van het woord? Ze worden ook wel priester­koningen genoemd of magiërs: wijzen die het sterrenschrift konden lezen.

Over die ster is veel geschreven: Wat zou­den de Koningen gezien hebben? Een komeet, een Nova (nieuwe ster), een bijzondere samenstand van planeten?
De vraag welk ver­schijnsel aan de hemel te zien was op het moment van de geboorte van het Jezuskind is belangwekkend.
In het kader van dit artikel is het niet aan de orde ons in de sfeer van het astrologische rekenen te begeven. Het reke­nend benaderen van de hemelverschijnselen past bij de nadagen van de astrologie, als het direct imaginatieve lezen van het sterren­schrift niet meer mogelijk is. De Priester-Koningen hebben niet gerekend: ze hebben gezien en ze wisten wat ze zagen: ‘Zijn ster’.

Het ligt voor de hand aan te nemen dat de wijzen een bijzondere verhouding tot de ster­renhemel hadden. Mogen of moeten we hen astrologen noemen? Het lijkt me niet. Dat is een te gekleurd begrip geworden: het zou niet terecht zijn de Koningen te verbinden met een begrip dat in onze tijd emotioneel gekleurd is, in die zin dat men zich op ver­schillende gronden voor of tegen de werkwij­ze en de uitgangspunten van de astrologie kan uitspreken. Het zou niet juist zijn dat dit oordeel ook de Priester-Koningen waarvan Mattheüs spreekt zou treffen. Rudolf Steiner heeft erop gewezen dat we hier te maken hebben met de allerlaatste ver­tegenwoordigers van een oude sterrenwijs­heid; zij namen imaginatief de beelden waar die grote gebeurtenissen op aarde aankondig­den. Voor het bewustzijn van de wijzen werd het Kind uit de kosmos geboren en verbond zich op een bepaalde plaats met een aardelïchaam.

Wat kunnen wij in deze tijd beginnen met zulke beelden uit een ver verleden? Een schouwen dat de kosmische achtergrond van dit Jezuskind kon waarnemen, maar dat ei­gelijk toen al, 2000 jaar geleden, een ver­mogen uit het verleden was.

Misschien kan dit verhaal ons helpen om ons te realiseren dat de geboorte van elk mensen­kind een achtergrond heeft waarvan we ons vaak niet meer vanzelfsprekend bewust zijn. Als wij de geboorteverhalen uit de evangeliën lezen, zien we dat de gebeurtenissen zich ei­genlijk in een soort grensgebied, drempelgebied afspelen. We vinden een precieze aardse lokatie, maar tegelijkertijd krijgen we er een onaards gevoel bij; een niet aardse, geestelij­ke wereld is de eigenlijke omgeving, de spiri­tuele omhulling en achtergrond van deze grootse geboorte. De aardse kant van het ge­boorte-verhaal uit Mattheüs is ons welbe­kend. Die aardse kant ervaren we heel duide­lijk bij elke geboorte in onze omgeving. Het is ook het aardse aspect van het menszijn dat we steeds aan onszelf en aan de ander het meest ervaren. Het verhaal van de ster maakt het beeld van de mens compleet: we kunnen ons proberen voor te stellen dat elke geboor­te ook een sterrengebeurtenis is, dat achter elk mensenbestaan een lichtende ster staat. Maar hoe neem je die waar? Waar aan de hemel moet je kijken? Ik denk dat je je blik tevergeefs omhoog richt. Het zicht op de wereld achter de ster­renhemel – als beeld – is ons niet meer moge­lijk. We staren in de duisternis tussen de ster­ren.
De grote opgave waarvoor we staan is omgekeerd aan die van de Koningen. Zij her­kenden het Kind aan zijn ster, wij moeten le­ren door de ander heen zijn ster te zien. Daar­voor moeten we niet vanaf hoge verlaten plaatsen de hemel afzoeken.

De kosmische werkelijkheid is in de mens tot aardewerkelijkheid geworden, of, misschien beter gezegd, is er in ondergedoken. Achter de nu zichtbare aardse werkelijkheid van de mens staat een voorgeboortelijke sterrenwerkelijkheid. Als we ons hiervan bewust zijn, weten we ook dat we datgene wat als gebeur­tenissen naar een mens toekomt of wat als daden van hem uitgaat, tegen een andere achtergrond moeten zien dan alleen tegen het decor van de aardewerkelijkheid.

Geboren worden uit sterrenwerelden wil zeg­gen, zich verbinden met de aarde, vanuit de wereld van de geest. Dat is het ‘Ex Deo Nascimur’ van de oude Rozekruiserswijsheid. Het is het bewustzijn uit goddelijke hoogten in de aardezwaarte neergedaald te zijn. Het vieren van het kerstfeest in deze zin kan een hulp zijn het bewustzijn van de geest­werkelijkheid van de mens, elk jaar opnieuw in ons geboren te laten worden.
.

Rinke Visser, Jonas 8/9 19-12-1980

.

Driekoningenalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

Vrijeschool in beeldDriekoningen

.

412-386

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.