VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Driekoningen (3)

.
Driekoningen: alle artikelen
.

TEVERGEEFS DE BLIK OMHOOG

‘Waar is de koning der Joden, die geboren is? Want wij hebben zijn ster in het oosten ge­zien en wij zijn gekomen om Hem hulde te bewijzen’.
.. en zie, de ster die zij hadden gezien in het oosten ging hun voor totdat zij kwamen en stond boven de plaats waar het kind was. Toen zij de ster zagen verheugden zij zich met zeer grote vreugde’.
Zo bericht ons Mattheüs over de geboorte van het Kind.

Wie zijn het die de gebeurtenissen aan de hemel aflezen die voorbereidend zijn voor het keerpunt van de mensheidsgeschiedenis? Traditioneel worden ze aangeduid met ‘Ko­ningen’. Maar moeten we daarbij denken aan koningen in de staatkundige betekenis van het woord? Ze worden ook wel priester­koningen genoemd of magiërs: wijzen die het sterrenschrift konden lezen.

Over die ster is veel geschreven: Wat zou­den de Koningen gezien hebben? Een komeet, een Nova (nieuwe ster), een bijzondere samenstand van planeten?
De vraag welk ver­schijnsel aan de hemel te zien was op het moment van de geboorte van het Jezuskind is belangwekkend.
In het kader van dit artikel is het niet aan de orde ons in de sfeer van het astrologische rekenen te begeven. Het reke­nend benaderen van de hemelverschijnselen past bij de nadagen van de astrologie, als het direct imaginatieve lezen van het sterren­schrift niet meer mogelijk is. De Priester-Koningen hebben niet gerekend: ze hebben gezien en ze wisten wat ze zagen: ‘Zijn ster’.

Het ligt voor de hand aan te nemen dat de wijzen een bijzondere verhouding tot de ster­renhemel hadden. Mogen of moeten we hen astrologen noemen? Het lijkt me niet. Dat is een te gekleurd begrip geworden: het zou niet terecht zijn de Koningen te verbinden met een begrip dat in onze tijd emotioneel gekleurd is, in die zin dat men zich op ver­schillende gronden voor of tegen de werkwij­ze en de uitgangspunten van de astrologie kan uitspreken. Het zou niet juist zijn dat dit oordeel ook de Priester-Koningen waarvan Mattheüs spreekt zou treffen. Rudolf Steiner heeft erop gewezen dat we hier te maken hebben met de allerlaatste ver­tegenwoordigers van een oude sterrenwijs­heid; zij namen imaginatief de beelden waar die grote gebeurtenissen op aarde aankondig­den. Voor het bewustzijn van de wijzen werd het Kind uit de kosmos geboren en verbond zich op een bepaalde plaats met een aardelïchaam.

Wat kunnen wij in deze tijd beginnen met zulke beelden uit een ver verleden? Een schouwen dat de kosmische achtergrond van dit Jezuskind kon waarnemen, maar dat ei­gelijk toen al, 2000 jaar geleden, een ver­mogen uit het verleden was.

Misschien kan dit verhaal ons helpen om ons te realiseren dat de geboorte van elk mensen­kind een achtergrond heeft waarvan we ons vaak niet meer vanzelfsprekend bewust zijn. Als wij de geboorteverhalen uit de evangeliën lezen, zien we dat de gebeurtenissen zich ei­genlijk in een soort grensgebied, drempelgebied afspelen. We vinden een precieze aardse lokatie, maar tegelijkertijd krijgen we er een onaards gevoel bij; een niet aardse, geestelij­ke wereld is de eigenlijke omgeving, de spiri­tuele omhulling en achtergrond van deze grootse geboorte. De aardse kant van het ge­boorte-verhaal uit Mattheüs is ons welbe­kend. Die aardse kant ervaren we heel duide­lijk bij elke geboorte in onze omgeving. Het is ook het aardse aspect van het menszijn dat we steeds aan onszelf en aan de ander het meest ervaren. Het verhaal van de ster maakt het beeld van de mens compleet: we kunnen ons proberen voor te stellen dat elke geboor­te ook een sterrengebeurtenis is, dat achter elk mensenbestaan een lichtende ster staat. Maar hoe neem je die waar? Waar aan de hemel moet je kijken? Ik denk dat je je blik tevergeefs omhoog richt. Het zicht op de wereld achter de ster­renhemel – als beeld – is ons niet meer moge­lijk. We staren in de duisternis tussen de ster­ren.
De grote opgave waarvoor we staan is omgekeerd aan die van de Koningen. Zij her­kenden het Kind aan zijn ster, wij moeten le­ren door de ander heen zijn ster te zien. Daar­voor moeten we niet vanaf hoge verlaten plaatsen de hemel afzoeken.

De kosmische werkelijkheid is in de mens tot aardewerkelijkheid geworden, of, misschien beter gezegd, is er in ondergedoken. Achter de nu zichtbare aardse werkelijkheid van de mens staat een voorgeboortelijke sterrenwerkelijkheid. Als we ons hiervan bewust zijn, weten we ook dat we datgene wat als gebeur­tenissen naar een mens toekomt of wat als daden van hem uitgaat, tegen een andere achtergrond moeten zien dan alleen tegen het decor van de aardewerkelijkheid.

Geboren worden uit sterrenwerelden wil zeg­gen, zich verbinden met de aarde, vanuit de wereld van de geest. Dat is het ‘Ex Deo Nascimur’ van de oude Rozekruiserswijsheid. Het is het bewustzijn uit goddelijke hoogten in de aardezwaarte neergedaald te zijn. Het vieren van het kerstfeest in deze zin kan een hulp zijn het bewustzijn van de geest­werkelijkheid van de mens, elk jaar opnieuw in ons geboren te laten worden.
.

Rinke Visser, Jonas 8/9 19-12-1980

.

Driekoningenalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

Vrijeschool in beeldDriekoningen

.

412-386

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

Advertenties

Een Reactie op “VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Driekoningen (3)

  1. Pingback: VRIJESCHOOL – JAARFEESTEN – Driekoningen – alle artikelen | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.