Tagarchief: kou

VRIJESCHOOL – Opvoedingsvragen (12-2-5)

.

In deze rubriek verschenen artikelen over warmte.
Ook over kou en m.n. verkoudheid bij kinderen en wat je zou kunnen doen.

Onderstaand artikel belicht ‘verkouden’ in algemenere zin.

Weledaberichten nr 95, auteur onbekend, dec. 1972

.

HOE VOORKOMEN WE VERKOUDHEID?

Onder het begrip verkoudheidziekten verstaan we over ’t algemeen de catarre-achtige ontstekingen van de bovenste luchtwegen van de mens. We zouden — als een grove onderscheiding daartussen — kunnen spreken over neusverkoudheid, keelontsteking van de luchtpijp enz. Er kunnen daarbij allerlei complicaties optreden, zoals oorontsteking, ontsteking van de amandelen, bronchitis enz., maar we willen hier niet nader op deze complicaties ingaan.

Iedereen weet, hoe een verkoudheid ontstaat. De laatste fase in het proces van het ontstaan is de sterke afkoeling. We hebben hierbij tot op zekere hoogte te maken met een verzwakt warmte-organisme. Andere factoren die de dispositie vormen zijn bv. een vanuit de constitutie optredend gebrek aan weerstand en kracht van de slijmvliezen van de bovenste luchtwegen en vochtig koud weer, vooral in de winter. Het „aansteken” is in dit verband een vraag van secundaire betekenis. De virussen vermeerderen zich pas, wanneer de bodem voor hen bereid is.

Hoe is mogelijk, zal men zich afvragen, dat koude ziekte tot stand kan brengen? Het is zo, dat het menselijke warmte-organisme op een korte afkoeling reageert met een relatief snelle verwarming van de afgekoelde plaatsen.

Wanneer het organisme nu geen gelegenheid heeft tot zo’n reactie, bv. wanneer men — door het dragen van ondoelmatige kleding langer aan de koude is blootgesteld, dan blijft een positieve warmte-ontwikkeling achterwege en is een langduriger afkoeling het gevolg. Het totale organisme tracht nu, gedurende ongeveer drie dagen, door een stijging van de warmte de afkoeling van de betreffende gebieden weer te overwinnen. En daarmee is het uitgangspunt geschapen voor ontstekingen eventueel voor koorts.

Wat kunnen we doen om ons tegen deze ver-koudheidziekten te beschermen? Het beste middel daarvoor bestaat in de verzorging en versterking van ons warmte-organisme. We kunnen dit op den duur alleen, wanneer wij het dagelijks voorzichtig stimuleren, d.w.z. oefenen. Dat kan gebeuren door korte afwas-singen met koel (niet te koud) water, waaraan men wat „Weleda” Rosmarijn Bad” toevoegt. Daardoor wordt de daaropvolgende doorstraling van de warmte versterkt. Bovendien zou degene die ten gevolge van te geringe lichamelijke beweging te weinig eigen warmte produceert, zich door voldoende warme kleding moeten beschermen tegen een overmatig afgeven van warmte. Dit spreekt wel van zelf, maar we willen er voortdurend weer op wijzen, omdat vele mensen het „meedoen aan de mode” belangrijker vinden dan hun gezondheid. Andere menen zich op die manier te kunnen ,,harden”. Wol, in zijn verschillende kwaliteiten, biedt ons gedurende het koude jaargetijde de beste beschutting.

Wanneer iemand zich al in een toestand van chronische afkoeling bevindt, dan zou hij door de juiste maatregelen de lichaamswarmte zo moeten activeren, dat ze weer alle organen doordringt. Maatregelen daarvoor zijn warme baden, twee- of driemaal per week, onder toevoeging van rozemarijn (bv. in de vorm van een eetlepel „Weleda” Rosmarijn Bad). Ze verwarmen niet alleen de temperatuur van het water, maar activeren door de etherische rozemarijnolie het hele warmte-organisme. Naar zo’n warm bad is het — om de warmte in het lichaam te houden — nodig om met een heel korte afwassing (douchen van armen en benen) met koud water te eindigen. Na een stevig wrijven is aan te raden, de huid met een doorwarmende olie, bv. Weleda massage-olie met arnica, dun in te wrijven, om haar door de in deze olie aanwezige zuivere, plantenolie een verwarmende laag te verschaffen en om haar door de erin aanwezige etherische rozemarijnolie te stimuleren tot een verdere warmtevorming. Mensen die last hebben van gebrek aan warmte, zouden niet mogen vergeten door dagelijkse voldoende lichamelijke beweging de eigen warmte te stimuleren. Bovendien zou men de huisarts moeten vragen of niet een diepere oorzaak, bv. bloedarmoede, oorzaak zou kunnen zijn van het voortdurend last hebben van koude. Om koude ledematen weer warm te krijgen is ook het dagelijkse droog borstelen, eveneens met aansluitend inwrijven met massageolie zeer aan te bevelen.

Een warmte-organisme dat met dergelijke maatregelen versterkt is geworden, zal door zijn snel en intensieve reactievermogen minder aanleiding geven tot verkoudheidziekten.

‘warmteplant’ rozemarijn

Weleda’s rozemarijn

Weleda’s massage-olie

Over de rozemarijn

over de arnica

Andere verkoudheidsmiddelen

(Dat ik hier reclame maak voor Weleda is niet omdat ik door het bedrijf gesponsord word, maar alleen omdat ik in mijn leven veel baat heb gehad bij de genoemde middelen.
Bovendien is het al zo’n 100 jaar een van de meest milieuvriendelijke bedrijven!)

.

Menskunde- en pedagogie:  [11] warmte

Verder  warmte

Opvoedingsvragen: [12] verkouden

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3491-3279

.

.

.

 

VRIJESCHOOL – Opvoedingsvragen (12-2-4)

.

Ineke van der Duijn Schouten en George Maissan, huisarts, Weledaberichten nr. 171 winter 1996

.

Kouwelijkheid

.
Nu de buitentemperatuur daalt en we weer afhankelijk worden van de temperatuur binnenshuis, worden ook onze individuele behoeftes meer zichtbaar. ‘Kan de verwarming een beetje hoger? Het is hier koud!’, zegt de een. ‘Wat?’ roept de ander. ‘Stel je niet aan, het is hier juist warm. Kijk maar, hij staat op twintig graden.’
Aan die objectieve maatstaf zal een notoire koulijder meestal weinig hebben. Zijn handen en voeten vormen zijn graadmeter. Die zeggen hem dat hij het koud heeft, hoe lastig hij dat zelf ook vindt.

Hoe komt het eigenlijk dat sommige mensen zo kouwelijk zijn, terwijl andere nergens last van schijnen te hebben?

Bescherming

Bij kouwelijkheid kun je naar verschillende aspecten kijken. Kou heeft alles te maken met de mate waarin je je beschermt tegen een lage temperatuur.
Dat klinkt logisch, maar als je kijkt hoe weinig het gemiddelde modebeeld inspeelt op winterse kou, ziet het er anders uit.
‘Ben ik eigenlijk warm genoeg gekleed?’ is dus de eerste vraag die je kunt stellen. Niet alleen de hoeveelheid kleding, ook de kwaliteit ervan speelt een grote rol. Synthetisch materiaal bijvoorbeeld neemt de lichaamswarmte niet op, terwijl wol de warmte juist vasthoudt.

Warmteritmes

Van een heel andere orde is de manier waarop ons lichaam buiten ons toedoen en onafhankelijk van buitentemperatuur en klimaat omgaat met warmte. In ons lichaam werkt een innerlijke klok die heel secuur en ritmisch het opwarmen en afkoelen regelt. Vanaf ongeveer drie uur ’s nachts begint het binnenste van het lichaam warmer te worden, terwijl de buitenkant, de huid, steeds koeler wordt. Vanaf drie uur ’s middags vindt er het omgekeerde plaats: dan wordt het centrum van het lichaam koeler, terwijl de huid juist warmer wordt en warmte afgeeft aan de omgeving. Als je kouwelijk bent heb je het ’s morgens vaak het moeilijkst omdat dan de opwarmfase nog niet is voltooid. Ben je net uit bed dan heb je daar nog niet zo’n last van omdat de ‘nestwarmte’ je nog omhult.

Al gauw echter kan er een onbestemd, onbehaaglijk gevoel ontstaan dat je in eerste instantie niet waarneemt als kou. Je voelt je niet lekker in je vel zonder precies te kunnen zeggen wat eraan schort. Zou je op dat moment warme handen hebben (wat waarschijnlijk niet het geval is) dan zou je kunnen voelen dat er allerlei plekken zijn waar het akelig koud is. De beschikbare warmte gaat om te beginnen naar het centrum, het stofwisselingsgebied, en er blijft dan maar weinig warmte over voor de overige regionen, met name voor de uiteinden.

Levenszin en warmtezin

Veel mensen hebben chronisch last van kou zonder dat ze dat in de gaten hebben. Ze zouden zichzelf niet als kouwelijk beschrijven. Wel hebben ze soms te maken met steeds terugkerende oor- of blaasontstekingen of verkoudheden, maar de link met kou wordt niet gelegd. Vaak is het de huisarts of de fysiotherapeut die constateert dat onderrug, buik of voeten wel erg aan de koude kant zijn. Pas als er van alles aan wordt gedaan om de warmtehuishouding op gang te brengen, wordt enig verschil merkbaar. Het begint met een heel subtiel gevoel van behaaglijkheid, van je een beetje thuisvoelen in je eigen lichaam. Het is net alsof je er een nieuw zintuig bij hebt gekregen waarmee je heel voorzichtig verkent hoe het met je gesteld is. Dit zintuig, dat net als het gehoors- en gezichtszintuig een echt zintuig is, wordt ook wel de ‘levenszin’ genoemd. Met dat zintuig neem je ook waar of je trek hebt, moe bent, dorst hebt, of je je op je gemak voelt of juist niet. Bij de een is de levenszin heel goed ontwikkeld, bij een ander is het nog onontgonnen terrein. De opvoeding speelt daar vaak een belangrijke rol in. Als je eigen waarnemingen of iets prettig of niet prettig voelt, al vroeg door anderen werden ontkend, zul je later waarschijnlijk eerder de neiging hebben om niet naar je lichamelijke signalen te luisteren.

Met de levenszin neem je dus waar of je je goed voelt, maar niet de fysieke warmte op zich. Daarvoor heb je een ander zintuig nodig: de warmtezin. Het woord warmtezin klinkt wat geheimzinnig, maar het ligt minder ver van ons af.

Maatregelen tegen kou

Wat kun je doen tegen kouwelijkheid? Afgezien van warme kleding (vooral onderkleding als tweede huid is belangrijk) is lichaamsbeweging (gymnastiek, hardlopen, fietsen) een uitstekende remedie tegen kou. Daarnaast kunnen wissel-voetbaden, lichaamsverzorgingsproducten, verschillende medicamenten (zie hiervoor de huisapotheek)* en eventueel een warme kruik op de koude plekken de warmtehuishouding op gang brengen. Ook met voeding valt het een en ander te doen. Elke dag een beetje rauwkost eten stimuleert de spijsvertering. Niet te veel, want van veel rauwkost krijg je het juist koud omdat er dan te veel warmte naar het stofwisselingsgebied moet om dit te verteren. Daarnaast kun je kruiden gebruiken die warmte opwekken zoals anijs, kummel, venkel en tijm.

Bij het overwinnen van kou gaat het vooral om het activeren van de levenszin en de warmtezin of anders gezegd: naar jezelf leren luisteren en je eigen waarnemingen serieus nemen. Wie zichzelf kent als een koukleum mag zich dus een beetje gelukkig prijzen, want hij heeft het zintuig dat menigeen moet herontdekken al ontwikkeld.

*

Middelen om warm van te worden

Altijd last hebben van kou is vervelend, maar er is iets aan te doen. Door middel van (wissel)baden en inwrijvingen help je de warmtehuishouding op gang te komen.

Inwrijvingen

Wrijf je lichaam elke morgen in met Arnica Massageolie, met name buik en bovenbenen. Van lieverlee voel je je omgeven door een warmte-mantel die beschermend werkt tegen de kou. Met masserende bewegingen wordt de bloedsomloop nog beter geactiveerd. Masseer altijd in de richting van het hart om de veneuze bloedsomloop te stimuleren.

Wrijf de voetzolen daarnaast ’s morgens in met Weleda koperzalf (Cuprum metallicum praeparatum 0,4% Unguentum). Koper heeft de eigenschap de warmte te geleiden. In plaats van koperzalf kan ook Weleda koperolie worden genomen (Cuprum metallicum praeparatum 0,4% Oleum). Doe dit een maand lang, pauzeer twee weken en zet de inwrijvingen weer een maand voort. Wrijf ’s avonds de koude plekken dun in met Venadoron Gel. Deze vetvrije gel bevat ook koper. Venadoron werkt behalve verwarmend ook bindweefsel versterkend.

Wisselbaden

Zeer stimulerend op de bloedsomloop werken wissel-voetbaden. Hiervoor zijn twee bakken of emmers nodig en een badthermometer. Vul de ene bak met warm water van 38 graden, de andere met koud water. Voeg aan het warme water al naar gelang het tijdstip van de dag een halve dop Rozemarijn Bad of Lavendel Bad toe. Rozemarijn werkt verfrissend en opwekkend en is geschikt voor de ochtend, ’s Avonds is Lavendel Bad aan te bevelen omdat dit ontspant en de slaap bevordert. Doe je voeten vijf minuten in het warme water en tien tellen in de koude bak. Vervolgens weer vijf minuten warm, nu verhoogd tot 40 graden, en tien tellen koud. Herhaal dit nog een keer en eindig met koud. Doe wollen sokken aan en loop even rond, zodat de doorstroming goed op gang komt.

Baden

Neem twee keer per week een bad met Kastanje Bad. Dat brengt het bloed en de lymfestroom in beweging en versterkt het bindweefsel. Gebruikt twee dopjes per bad die worden toegevoegd terwijl het bad volloopt.

Zie artikel Vat op kou   (ook waarom hier Weledaproducten staan)
.

Menskunde- en pedagogie:  [11] warmte

Antroposofisch leven: warmte

Opvoedingsvragen: [12] verkouden

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

2851-2674

.

.

.

.