Tagarchief: klas 5

VRIJESCHOOL – 5e klas – uit het leerplan

.

De kopjes zijn door mij aangebracht.

LEERPLAN VAN DE VIJFDE KLAS

De 5e-klasser
Een grootse adem gaat door het leerplan van de vijfde klas.
De belangstelling voor de buitenwereld wordt mondiaal in de aardrijkskunde en geschiedenis. Maar ook wordt denkend een poging tot benadering van het innerlijk gedaan.
De eerste interesse. voor ontwikkeling, samenhang van binnen- en buitenwereld, begrip voor oorzaak en gevolg, en verschijnselen van het menselijke zieleleven, vragen van leven en dood en andere diepgaande problemen, gaat ontstaan.

Na de psychologische crisis van de vierde klas, samenhangend met het beleven van “Ik en Wereld”, in hun tegengesteldheid, wordt door de vijfdeklasser meestal een zeker evenwicht hervonden. Het kind wordt harmonischer, het voelt een nieuwe zekerheid komen door de begripsmatige benadering van de wereld, die langzaamaan binnen zijn bereik gaat komen. Deze zekerheid geeft innerlijke kracht, zodat het kind weer wat van zichzelf losraakt en het vermogen kan ontwikkelen om waar te nemen, oog te hebben voor “de ander” en “het andere”. Dit wordt dan beleefd als een positieve factor in de eigen ontwikkeling.

Nu, het leerplan biedt veel kansen om oog voor de wereld te hebben.

aardrijkskunde
Ruimtelijk in de aardrijkskunde, die van het economische moet uitgaan. Hoeveel mensen werken voor je om je thee, koffie, brood, boter en suiker op de ontbijttafel. te krijgen?
Landbouwers, veetelers, vervoerders, groot- en kleinhandelaren, het is een kringloop van belangen, die te denken geeft.

Of men wil of niet, men werkt voor elkaarI Het kind, dat zegt “we betalen er toch voor?”, wordt dadelijk gecorrigeerd; als het dan niet door de andere kinderen is, dan toch door het Griekse verhaal van Midas, die moest verhongeren omdat hij de gave had gekregen alles in goud te veranderen, wat hij aanraakte. Deze koning Midas kreeg dan ook ezelsoren!

De “ontbijttafel” leidt al naar Brazilië, Cuba, China, India.
Waar en onder welke omstandigheden groeien koffie, thee, suikerriet, pindanoten? Waarvandaan komt ons graan?

Enfin, machtig interessante dingen! De intelligentie van de vijfdeklasser ontwaakt voor uiterlijke dingen. Wat is geld waard? Wat menselijke arbeid? Wat producten of productiemiddelen? Het kind kan erover denken. Maar nog op
onegoïste wijze.

Nederlandse taal
In de taallessen is het belangrijk te oefenen in spreken en schrijven, hoe je uitdrukt, dat jijzelf iets denkt of zegt, of een ander! Ook is het heel belangrijk mee te leven in de uitdrukkingswijzen van “doen” en “ondergaan”. Het is een heel verschil om mee te leven met de slager of met de koe. Het oefenen van actieve en passieve vormen, van directe en indirecte rede is bijzonder vruchtbaar voor een steeds genuanceerder taalgebruik.

geschiedenis
Ook de geschiedenis begint in de vijfde klas. Evenals de aardrijkskunde is deze geschiedenis mondiaal.
Wereldgeschiedenis dus.
Tienduizend jaar terug gaan in de tijd is niet gering. De IJstijdcatastrofe leidde tot een nieuwe reeks cultuurperioden, waarin ook wij onze plaats hebben. Er worden beelden geschetst van deze culturen: India, Perzië, Egypte en Babylon, Israël, Griekenland en Rome.

Hoe waren die volken? Waar liggen hun landen? Wat heeft hun cultuur bijgedragen tot de ontwikkeling van de mensheid? Welke zijlijnen kunnen getrokken worden naar onze eigen tijd?
Het thema van de ontwikkelingsgedachte, reeds aangeslagen in de derde klas, bij de verhalen uit het Oude Testament, komt nu met zijn causale aspecten onder de aandacht. Geschiedenis heeft een ontwikkelingsrichting.

In de vijfde klas komt in hoofdzaak de mythologie van de Grieken aan de orde.

Maar ook de verhalen van de Hindoes staan ia de belangstelling. Beide mythologiën zijn filosofisch getint.

biologie
In de biologie wordt van dierkunde de overgang gezocht naar plantkunde. De plant heeft een dubbele wetmatigheid; die van een grond-idee, die in de materie gerealiseerd wordt en zich handhaaft, en die van een variabel karakter, dat geheel wordt bepaald door de krachten van de omgeving. De plant in zijn wetmatigheden, zijn metamorfosen en vormveranderingen, is voor het denkende bewustzijn een boeiend wezen, dat ook de mogelijkheid geeft de problemen van onsterfelijkheid, van idee en verschijning, van leven en dood te bespreken. De plant is een levende causaliteit. Het leerplan voor de vijfde klas is een bijzonder aantrekkelijk leerplan, zowel voor de kinderen als voor de leerkracht.

P.C. Veltman, vrijeschool Leiden, nadere gegevens ontbreken

.

5e klas: alle artikelen

.

VRIJESCHOOL in beeld: 5e klas – alle beelden

1111

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

VRIJESCHOOL – 5e klas – alle artikelen

.

Uit het leerplan

Aardrijkskunde
alle artikelen

Dierkunde
alle artikelen

Geschiedenis
alle artikelen

Handenarbeid
[1]

Nederlands
[1] o.a. grammatica – lijd.v.; directe-indirecte rede; hexameter

[2] Nederlandse taalonderwijs
Het binnenste buiten over: leer- en ontwikkelingsdoelen klas 5; vertelstof; n.a.v. literatuur uit de Oudheid; van beeld – naar abstract bewustzijn; grammatica: bedrijvend en lijdend; hexameter; voorbeelden grammatica: actief/passief, directe en indirecte rede; naamvallen; toneel, met voorbeeld (gedeelte)
taalspelletjes vanaf klas 1
Naamvallen

Niet-Nederlandse talen
Frans: leerplangezichtspunten

Plantkunde
alle artikelen

Rekenen
alle artikelen

spraakoefeningen

sterren kijken (8 – 12jr)

Vertelstof
algemeen, waaronder klas 5
idem

Vormtekenen
zie de blog

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Grohmann – leesboek voor de plantkunde (13)

.

Gerbert Grohmann

‘leesboek voor de plantkunde’

blz.44, hoofdstuk 13                                                                          alle hoofdstukken

 

EEN PADDENSTOEL DIE EEN BLOEM WILDE WORDEN

Wat er tevoorschijn komt, wanneer een paddenstoel op eigen kracht probeert een bloem te worden, kun je duidelijk zien aan de stinkzwam. Je kunt je er deels over verbazen en je kunt er half om lachen. Ja, het is een van de merkwaardigste vormen van het hele plantenrijk en je mag je er niet van laten weerhouden die te  bestuderen, omdat die stinkt. Al lang voor je hem met eigen ogen aanschouwt, word je hem al gewaar door de ‘geur’. Desondanks lukt het soms maar moeilijk hem te ontdekken. Misschien denk je ook dat ergens een dood dier ligt. Kom je dan in de buurt, dan laat je de aasvliegen verschrikt wegvliegen die daar hun voedselplaats hadden gevonden.

Zo lang de stinkzwam nog jong en onontwikkeld is, ziet hij er precies zo uit als een bovist; snijd je echter de bol door, dan zie je van binnen de aanleg van de toekomstige paddenstoel.

Tenslotte strekt de steel zich, doet het omhulsel breken en floept naar buiten. Daaruit groeit dan een echte paddenstoel met een lange, dikke schacht en een kopje. Dit heeft van boven een klein gaatje. De huid van het kopje ziet er eerst groen uit en heeft nog geen onaangename eigenschappen; pas door de tijd heen wordt het slijmerig en krijgt het de lucht die je zo tegenstaat. Op ’t laatst druppelt de geurstof naar beneden en het kopje van de stinkzwam ziet er dan wit als sneeuw uit.

Nu kunnen we een poging wagen om erachter te komen wat een stinkzwam van plan is: hij bootst op zijn bijzondere manier een bloem na. Beneden zit de dikke steel en daarbovenop het ‘bloemhoofdje’. Omdat dit echter niet door de zon gevormd is, geurt het niet zo lekker als een echte bloem; het ruikt naar vergaan. De insecten die daardoor aangetrokken worden, zijn geen vlinders en bijen, de kinderen van het licht, maar het zijn aasvliegen die zich graag aan het verrottende tegoed doen.

de stinkzwam is uit zijn omhulsel gebroken en nu worden door zijn stinkende geur de vliegen aangetrokken

En nu komt het meest verbazingwekkende aan de vergelijking: in het weerzinwekkende slijm zitten namelijk de sporen. Bij andere paddenstoelen vallen die uit de voering, hier echter blijven ze aan de vliegen kleven wanneer die daar rondlopen en zich bevuilen. Waar ze ook heenvliegen, overal verspreiden ze de sporen van de stinkzwam. Eigenlijk is het geen meel, zoals ook het stuifmeel geen echt meel is. Dus heeft de stinkzwam het voortreffelijk nagebootst. Bij de echte bloemen speelt zich dit allemaal in het zonlicht af, bij de stinkzwammen daarentegen niet en dienovereenkomstig zijn dan ook de bezoekers, die zich aangetrokken voelen.

Iedere keer wanneer je een stinkzwam ziet of wanneer je er ergens een ruikt, word je eraan herinnerd dat het er niet op aankomt om iets na te maken wat van licht vervuld is. Je moet zelf van licht vervuld zijn, want anders doe je toch maar als een stinkzwam.

terug naar de inhoudsopgave

 

Plantkunde: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: 5e klas: plantkunde

17-15

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.