Tagarchief: Ik-kracht

VRIJESCHOOL – Over het Ik

.

Jesse Mulder, Antroposofisch Magazine nr. 14, juni 2019
.

Ik   Ik-kracht

Wat bedoelt een antroposoof als hij het over zijn ik-kracht heeft? Dat begrip is een stuk ongrijpbaarder dan spierkracht, wilskracht of overtuigingskracht. Je kunt het eigenlijk nog het best uitleggen door te omschrijven wat het niet is.

Mensen kunnen op allerlei manieren ‘krachtig’ zijn. Dat begint al op puur fysiek niveau: sommige mensen hebben veel spierkracht, van anderen zeggen we dat ze sterke botten hebben, of een krachtige bouw. En als je weer eens zo’n potje augurken moet opendraaien blijkt of je ook specifiek kracht in je handen hebt. Op een wat minder grof-stoffelijk niveau kun je ook spreken van mensen met veel levenskracht: die worden niet meteen ziek als ze eens een paar nachten te weinig slaap krijgen, slecht eten, of veel aan hun hoofd (of op hun bordje, of op hun lever] hebben. Levenskracht heeft met gezondheid en vitaliteit te maken.

Ook op innerlijk gebied kun je sterk of krachtig zijn, en dat kan op allerlei manieren zichtbaar worden. Je hebt bijvoorbeeld mensen die gewoonweg altijd krachtig aanwezig zijn. En je hebt mensen die juist helemaal niet opvallen. Dat kun je ook in de spraak bemerken: sommige mensen trekken meteen de aandacht als ze hun mond opendoen, terwijl bij anderen het stemgeluid lijkt op te gaan in het achtergrondgeruis.

Maar innerlijke kracht kan ook heel divers zijn. Sommige mensen hebben een heel sterk gevoelsleven, en dan bedoel ik niet dat ze emotioneel of labiel zijn, maar dat ze wat er zoal gebeurt heel intens, met de meest diverse gevoelsstemmingen, kunnen meebeleven. Anderen worden juist niet zo gemakkelijk ‘bewogen’. Op meer intellectueel gebied hebben sommigen heel sterke meningen, of een grote overredingskracht, terwijl anderen steeds twijfelen en snel van hun standpunt zijn af te brengen. En ook op het gebied van het handelen kun je krachtige mensen vinden, die altijd in actie komen als er iets gedaan moet worden, terwijl anderen eerder passief zijn. Of, om een andere vorm van wils-sterkte te noemen: er zijn mensen die altijd afmaken wat ze aan het doen zijn, terwijl anderen het een na het andere beginnen zonder ooit iets af te ronden.

Binnen dit hele landschap van manieren waarop je als mens krachtig en sterk kunt zijn spreken antroposofen dan ook nog van een ‘Ik-kracht’. Wat wordt daarmee bedoeld?

Vertel eens iets over jezelf

Ik herinner me ooit eens verrast te zijn door een scène in de (verder redelijk oppervlakkige] film Anger management, waarin Jack Nicholson als therapeut op een gegeven moment aan de hoofdpersoon Dave als openingsvraag stelt: “Vertel eens iets over jezelf.” Eerst begint Dave te vertellen over wat hij in het leven doet. De therapeut onderbreekt: “Nee, niet over je beroep, vertel over jezelf!” Dave begint opnieuw, vertelt over waar hij van houdt, wat hij in zijn vrije tijd doet. “Nee, nu vertel je over je hobby’s. Vertel over jezelf!” Derde poging: Dave vertelt over zijn karakter, dat hij wel een ‘nice guy’ is. Therapeut: “Nu vertel je over je persoonlijkheid. Ik wil graag dat je ons over jezelf vertelt!”

Tja. Wat moet je dan zeggen? Je merkt daaraan dat alles wat je ‘over jezelf’ kunt zeggen beschrijvingen zijn van uitingen, aspecten, kenmerken. En alle vormen van kracht die we eerder noemden zijn vormen van kracht op dat soort gebieden. Maar met Ik-kracht bedoelt een antroposoof dus precies niet dergelijke uitingen, aspecten, of kenmerken, maar de kracht van jezelf. En als je die wilt beschrijven, lijk je dus precies in verlegenheid te komen -net als die arme Dave in de film.

Maar gelukkig is het vrij eenvoudig om die verlegenheid te ontmaskeren. De vergissing is dat ‘iets over jezelf vertellen’ zou moeten bestaan in iets anders dan het noemen van uitingen, eigenschappen, aspecten, of dat nou op het gebied van het fysieke, van de vitaliteit, van het innerlijk, of van het sociale is. Want het is precies in die uitingen, eigenschappen, aspecten dat je ‘jezelf’ kunt zijn. Of, beter gezegd, dat doe je tot op zekere hoogte, in sommige van die uitingen en kenmerken meer, in andere minder. Ik-kracht is dan dus de mate waarin je doen en laten, je gedachten en gevoelens, je karakter, gewoontes, temperament, enzovoort, niet slechts ‘gegeven’ eigenschappen zijn, zoals bijvoorbeeld je haarkleur ‘gegeven’ is.

Eigenheid

Ik-kracht kun je dus niet vastmaken aan, bijvoorbeeld, of iemand een sterke wil heeft. Als je het puur uiterlijk, oppervlakkig bekijkt hebben ook mensen met een compulsieve stoornis een ‘sterke wil’. Het onderscheid tussen een sterke wil die uitdrukking is van Ik-kracht, en een sterke wil die dat juist niet is, kun je niet op uiterlijke gronden maken. Daarvoor moet je het vermogen ontwikkelen om achter de uitingen en eigenschappen te kijken.

Als je zo achter de uitingen en eigenschappen gaat kijken, dan kun je ontdekken dat Ik-kracht helemaal niet per se met ‘uiterlijk vertoon’ gepaard hoeft te gaan. Het kan zich ook daarin uiten dat iemand in een lastige situatie zichzelf juist helemaal terughoudt, zwijgt, om ruimte te geven aan de ontwikkeling van een ander. Maar net zo goed kan Ik-kracht werkzaam zijn in het inzetten van vrolijkheid om lucht in een sociaal benarde situatie te brengen. In je innerlijk, in je gedrag, in je gewoontes en neigingen, leef je dan niet meer slechts uit hoe je nou eenmaal bent. In plaats daarvan zet je jouw eigenheid op zo’n manier in, dat dat vruchtbaar is in de situatie waarin je jezelf vindt. En dat kan behoorlijk tegen je natuurlijke neigingen en gewoontes ingaan!

Met je Ik-kracht kun je zo je hele wezen langzaamaan omvormen en ontwikkelen. In onze opeenvolgende aardelevens kunnen we daar steeds weer nieuwe stappen in zetten. 

.

Over het Ik

Ik en reïncarnatie

Algemene menskunde voordracht 1: het Ik

Algemene menskundealle artikelen

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3031-2846

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – Gezondheid, m.n. die van de leerkracht (4)

.

Houd je het vol als (vrijeschool)leerkracht?
Uit eigen ervaring weet ik dat het ‘glijden naar de vermoeidheidsput’ langzaam gaat, het ‘hellend vlak’ is aanvankelijk niet zo steil. Maar ineens is daar toch de rand van het gat en het is geen prettige toestand als je (daar) in(-)stort.
Inzichten als onderstaande en de later genoemde verwijzingen naar ‘burn out’  e.d. kunnen je voor het te laat is, inzicht verschaffen in waar jij je op de helling bevindt.

.
Ineke van der Duijn Schouten i.s.m. George Maissan, huisarts, Weledaberichten nr 167, winter 1995

.

Kiezen tegen vermoeidheid

Het thema vermoeidheid begint, wellicht dankzij de aandacht voor het chronisch vermoeidheidssyndroom , in de publieke belangstelling te komen. Moe zijn wordt niet meer alleen toegeschreven aan zeurkousen en kinderen die geen zin hebben om naar school te gaan. Veel mensen in onze tijd lijden in meer of mindere mate aan vermoeidheid. Hoe komt dat?

In onze cultuur vragen zo veel dingen de aandacht, is er zo veel te zien en te beleven, dat je al gauw tijd tekort komt om alles wat je wilt doen bij te benen. Wat dat betreft kun je onze cultuur omschrijven als een begeerte-cultuur. Met een geweldige honger naar indrukken, naar ervaringen en naar materiële zaken spoeden we ons van hot naar haar.

Bij de meeste mensen is er tot hun vijfendertigste niets aan de hand. De jeugdige kracht is tot die tijd op een vanzelfsprekende manier aanwezig, zij het in afnemende mate. Een drukke baan met veel verantwoordelijkheid, kleine kinderen die het nodige vergen, de voetbal- of tennisclub, het bestuur van de school, invallen voor een zieke collega, je ouders verzorgen, het huis opknappen, het kan allemaal.

Tot de eerste vermoeidheidssymptomen zich aandienen: hoofdpijn, vermoeide ogen, concentratiestoornissen, snel geïrriteerd raken, problemen met inslapen. Het is al heel wat als je dan onderkent dat je in een toestand van constante vermoeidheid bent beland. Vaak gebeurt dat niet en doet zich het eigenaardige verschijnsel voor dat je in plaats van minder, steeds meer hooi op je vork neemt: meer werk, meer hobby’s, meer functies in de vrijetijdssfeer. Zolang je immers maar bezig blijft, voel je niet hoe moe je bent.

Ook komt er dagelijks een grote hoeveelheid prikkels op ons af via de televisie, de computer, de video, maar ook op de weg in de vorm van verkeersborden, reclame-uitingen, lichten en het gedrag van andere weggebruikers. Als je een dag aan de computer hebt gezeten of op de snelweg hebt doorgebracht, heb je eerder de neiging om ’s avonds naar een spannende film te kijken (wat nieuwe prikkels geeft) dan naar een boek te grijpen. Dat komt doordat het ik, de sturende kracht van de mens, de veelheid van indrukken niet meer aankan en zich terugtrekt. Als je oververmoeid bent, neemt het vermogen tot kiezen af. Je ondergaat dan alleen nog maar wat op je afkomt en je bent minder bestand tegen verleidingen. Het is de overprikkeling die een mens allereerst moe, en ten slotte ziek maakt. Dat geldt ook voor mensen onder de vijfendertig. Je kunt het aan kinderen vaak zien als ze de vorige dag een aantal uren tv hebben gekeken of veel computerspelletjes achter de kiezen hebben.

Moeten we dan dus maar alles wat kan opjagen en vermoeien uit ons leven bannen? Weg tv, computer, auto, krant en werk? Nee, want die elementen zijn een onderdeel van ons dagelijks leven. Waar het om gaat, is daarin naar een zekere mate van harmonie te streven, zodat je niet uit het lood raakt.

Harmonie is met je ik het midden vinden tussen twee uitersten. Harmonie zoeken betekent voortdurend keuzes maken tussen het een en het ander. Zelf sta je als oordelende, keuzemakende instantie (als ik) tussen de dingen waaruit je kiest. Wil je de vermoeidheid te lijf gaan, dan zul je dus heel bewust, vanuit je ik, keuzes moeten maken.

Wat betekent dat concreet? Bij fysieke vermoeidheid geldt allereerst: opbouwen door slaap, rust en goed eten. Wie moe is, gaat zich vaak te buiten aan grote hoeveelheden zoetigheid of koffie, omdat dat tijdelijk helpt. Later volgt dan een ‘dip’. Ook bij psychische overbelasting is rust het allerbelangrijkste. Verder helpt het als je streeft naar ritme in de dag- en weekindeling. Wie door de week vroeg opstaat en zaterdags lang uitslaapt om eens goed bij te komen, kan er tot zijn verbazing een katterig, duf gevoel en een dag hoofdpijn aan overhouden. Rust nemen op zondag is belangrijk als je op maandag met gebundelde kracht aan de slag wilt.
Wat ook goed werkt is terugkijken op de week die achter je ligt. Waaraan heb ik mijn tijd besteed? Waar lagen de moeilijke momenten? Welke rustmomenten heb ik ingebouwd?
Op de week die voor je ligt kun je je voorbereiden, zodat de dingen je minder overkomen en je meer greep krijgt op je leven. Een te volle agenda kun je bijstellen en er kan ruimte worden gemaakt voor een ‘gezinsavond’, zodat je niet langs elkaar heen leeft.

Keuzes maken en grenzen trekken is moeilijk. Daarbij ontstaat vaak angst: angst om niet meer mee te tellen, de boot te missen, de verkeerde dingen te kiezen. In de praktijk blijkt die angst meestal ongegrond. Van het maken van eigen keuzes gaat juist een geweldige kracht uit: de beste remedie tegen overmoeidheid!

Bij dit artikel stond deze illustratie van Sonia van der Klift:

.

Gezondheid, m.n. die van de leerkrachtalle artikelen

Gezondmakend onderwijs voor de kinderenalle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

Geen vreugde en snel moe (Rudolf Steiner Citatensite, 7 september 2019)

Zie ook de artikelen over ‘sociaal gedrag‘ bij Sociale driegeleding (onder nr. 5)

.

.

2803-2631

.

.

.

.

.