Tagarchief: blokletters

VRIJESCHOOL – Schrijven – de blokletter (3-4)

.
M.n. in 1e en 2e klassen van vrijescholen wordt de kinderen het blokschrift aangeleerd. Vanaf klas 3 leren de kinderen (meestal) aan elkaar schrijven. 
Niet alle leerkrachten van de klassen 1 en 2 gebruiken de blokletter als schrijfletter, maar streven ernaar door bv. het vormtekenen eerder en uitsluitend verbonden schrift aan te leren.
Er is veel voor te zeggen in geen enkele klas het blokschrift als manier van schrijven aan te leren.
Ook Steiner had zo zijn bezwaren tegen dit type letter als schrijfletter.

Maar ook buiten de vrijescholen zijn er verschillen in gebruikte methodes.

Nu is het altijd goed om verschillende standpunten te kennen. In onderstaand artikel komen er een paar aan bod.
.

Rob Voorwinden in Aob 02-11-2013

.

DE OPMARS VAN DE BLOKLETTER

Blokletters zijn makkelijker

Henk Schweitzer houdt een pleidooi voor het blokschrift. Hij is (oud-)leraar speciaal onderwijs, (oud-)handschriftdocent aan de pabo, motorisch remedial teacher, directeur van een basisschool en auteur van ‘Schrijven leer je zo’.

 “Als kind had ik heel veel problemen met het schrijven van verbonden schrift. En toen ik zelf eenmaal in het onderwijs zat, zag ik dat dit voor meer leerlingen gold. Er zijn echt kinderen die motorisch vastlopen op ver­bonden schrift. Bijvoorbeeld op allerlei las­tige verbindingen tussen letters: van de ‘b’ naar de ‘e’ bijvoorbeeld, of van de ‘e’ naar de r: daar ga je van een trekkende bewe­ging naar een duwende beweging. En ja, dan breken de potloodpuntjes. Toen ik voor de klas stond in het toenmalige lom-onderwijs, ontwikkelde ik een aantal vinger-, hand- en armoefeningen om kinde­ren motorisch vaardiger te maken. Dat bleek een heel positief effect te hebben op de schrijfprestaties. Als je kinderen motorisch handiger maakt – of minder onhandig – ver­betert ook hun handschrift. Dat ik destijds een koppeling legde tussen motoriek en handschrift was ongehoord. Het kwam me op harde kritiek te staan van wat ik maar even de ‘schoonschrijfgroep’ noem. Dat iemand uit het speciaal onder­wijs zich bemoeide met schrijfonderwijs. Dat kon toch echt niet. Terwijl ik zag dat het werkte. Inmiddels is in het onderwijs ook wel geaccepteerd dat bewegingsoefeningen een positief effect op het handschrift heb­ben.

In de jaren daarna heb ik mijn lesmethode voor blokletters, Schrijven leer je zo, steeds verder uitgebreid. Een van mijn bezwaren tegen verbonden schrift is dat het allerlei tierelantijnen bevat die niet nodig zijn voor een efficiënt handschrift, je moet het ver­bonden schrift in een hellingshoek schrij­ven, en de ‘t’ moet bijvoorbeeld een fractie kleiner zijn dan de ‘h’. Waarom? Omdat het mooi is, volgens de schoonschrijfgroep. Nou kan ik zelf best van een mooi handschrift genieten, maar het aanleren ervan kost een heleboel tijd en moeite. Is het dat waard? Ik denk het niet. Want blokletters leer je veel makkelijker dan verbonden let­ters, en ze leveren een leesbaar handschrift op waar je de rest van je leven mee voor­uit kunt. Nou ja, vooral in het voortgezet onderwijs, want daarna gaat de schriftelijke communicatie bijna geheel per toetsenbord. Verder lezen de kinderen, ook in het basis­onderwijs, voornamelijk drukletters: in de methodes, de werkboekjes en de leesboe­ken. En verbonden schrift wijkt sterk van die drukletters af. Dat is verwarrend. De gedruk­te ‘r’ heeft bijvoorbeeld een streepje naar rechts, terwijl bij de verbonden geschreven ‘r’ dat streepje naar links staat. En vergelijk de ‘t’ eens als drukletter en verbonden let­ter: om in de drukletter de verbonden letter te herkennen, heb je echt de toverdoos van Hans Kazan nodig. Bij blokletters lijken de letters die je schrijft tenminste op de letters die je overal leest.

Het grappige is natuurlijk dat leerlingen op dit moment ook al blokschrift leren, in de hogere klassen. Want blokschrift heb je later toch nodig, bijvoorbeeld omdat je officiële formulieren altijd in blokletters moet invul­len. En in groep 7 of 8 zijn de leerlingen dan helemaal vrij om hun eigen handschrift te gebruiken, waarbij leerlingen dan soms gewoon op blokletters overschakelen. Waar­om heb je dan al die moeite gedaan om ze eerst verbonden schrift aan te leren? Het antwoord op die laatste vraag is door­gaans: Om de fijne motoriek van de leerlin­gen te ontwikkelen. Maar in de eerste plaats heb je voor blokschrift toch ook fijne moto­riek nodig. En in de tweede plaats draait die redenering de zaak om. Want het uiteinde­lijke doel van het leren schrijven is om een vlot en leesbaar handschrift te ontwikkelen, en niet om de fijne motoriek te trainen. Als je dat wilt, zijn er voldoende andere manie­ren.

Tegenstanders zeggen ook dat het schrij­ven van blokletters ten koste gaat van de schrijfsnelheid. Dat is niet waar. Leerlingen die los leren schrijven, gaan na een tijdje zelf ook verbindingen maken. Bijvoorbeeld tus­sen twee e’s die direct naast elkaar staan. En daarmee neemt ook de snelheid toe. Het snelste handschrift is een combinatie van los en vast, met een maximale bandbreedte van vier letters.

Een van de belangrijkste voordelen van blokschrift is dat het aanleren veel minder tijd kost dan verbonden schrift. Het kan in de helft van het aantal uren. In de prak­tijk blijkt dat basisscholen dan heel veel tijd overhouden die ze aan andere nuttige zaken kunnen besteden. En dan is de keuze voor blokschrift snel gemaakt. Natuurlijk zijn er veel tegenstanders van blokletters. Want je haalt een heel vak weg, en mensen krijgen het idee dat ze het de afgelopen tientallen jaren verkeerd hebben gedaan. Maar daar gaat het niet om. Het gaat er om dat de tijden veranderen, en dat er soms nieuwe inzichten ontstaan. Toch is de kritiek vaak snoeihard. Zo zeg­gen tegenstanders dat blokletters moeilij­ker te schrijven zijn dan verbonden letters. Maar dan vraag ik me af hoe het in gods­naam mogelijk is dat alle scholen voor spe­ciaal onderwijs inmiddels zijn overgestapt op blokletters. Maar goed, je ziet ook dat de felste kritiek afkomstig is van mensen die niet zelf voor de klas staan. Ik zeg: Kom eens achter je bureau vandaan en ga eens in de praktijk kijken. Want daar bewijzen bloklet­ters zich.”

Amerika: voortaan alleen blokletters

De discussie over blokletters versus verbonden letters speelt op veel plaatsen in de wereld. In Amerika lijken blokletters gewonnen te hebben.

 Op Amerikaanse scholen leren kinderen -traditioneel – eerst schrijven met blokletters. Pas in de hogere groepen (als de leerlingen zo’n acht jaar oud zijn) staat het verbonden schrift op het lesrooster. Tenminste, tot voor kort. Want in de common core state standards – zeg maar de Amerikaanse kerndoelen -heeft het verbonden schrift nauwelijks meer een plek, zegt handschriftexpert Steve Graham, hoogleraar aan Arizona State University. “Veel scholen laten het verbonden schrift vallen uit hun curriculum. Want ze moeten ook aan andere onderwerpen aandacht gaan besteden, zoals typen. En de kinderen kunnen immers al met blokletters schrijven.” Ook in Amerika stuit de opmars van bloklet­ters op tegenstand. De kritiek varieert van serieus tot vergezocht. Met als voorbeeld van dat laatste, de stelling dat kinderen straks de Amerikaanse onafhankelijkheids­verklaring niet meer kunnen lezen, omdat die in verbonden schrift is opgesteld. Hoogleraar Graham heeft zelf niet zo’n voor­keur voor één van beide soorten schrift. “Blokletters zijn beter leesbaar, met verbon­den schrift schrijf je wat sneller. En het Ame­rikaanse verbonden schrift is redelijk een­voudig, dus je leert beide soorten letters snel aan.”

Maar Graham vindt het wel logisch dat scholen in elk geval geen twee soorten schrift meer aanbieden: één soort is vol­doende. “Er moeten nog genoeg andere belangrijke zaken worden behandeld.”

Blokletters doen afbreuk aan het handschrift

Volgens Ben Hamerling zien blokletters er eenvoudiger uit dan ze zijn. Hij is de drijvende kracht achter de Stichting Schriftontwikkeling, (zojuist gepensioneerd) schrijfdocent aan de pabo Marnix Academie in Utrecht, en auteur van de schrijfmethode ‘Schrift’.
“Ook ik signaleer dat blokletters in opkomst zijn in het basisonderwijs. Helaas, want blok­letters zien er eenvoudiger uit dan ze zijn. In de eerste plaats zijn blokletters niet ontwor­pen om te schrijven: het zijn imitatiedruk­letters. Daardoor is het niet duidelijk waar je de letter moet beginnen. Kinderen begin­nen in de praktijk de letter ‘e’ dan bijvoor­beeld rechts onderaan, en draaien vandaar uit terug naar boven. Dat is een heel lastige manier van schrijven. Bij verbonden schrift heb je dat probleem niet: een nieuwe let­ter begint automatisch waar de vorige letter ophoudt.

Verder kan je bij drukletters de letters ‘b’ en de ‘d’ makkelijk spiegelen, wat lastig is voor bijvoorbeeld dyslectische kinderen. En drukletters kunnen als pepernoten over het papier worden gestrooid, terwijl verbon­den schrift altijd een woordverband geeft: de verschillende woorden zijn duidelijk te onderscheiden. Bij het schrijven van verbon­den letters koppel je bovendien de bewe­ging van je hand aan de inhoud van het woord. Daardoor sla je dat woord beter op in je hersenen. Embodied cognition noemen we dat.

De opmars van blokletters komt ook door­dat het slecht gesteld is met het schrijfon­derwijs aan Nederlandse basisscholen. Leer­lingen mogen vanaf groep 7 bijvoorbeeld vaak een ‘persoonlijk handschrift’ ontwik­kelen. (Ik vraag als grapje wel eens of die leerlingen dan ook hun ‘persoonlijke spel­ling’ mogen ontwikkelen). En dat persoon­lijke handschrift wordt bij meiden dan vaak de ‘meidenpoot’: letters als liggende eieren, zonder letterspaties. De jongens ontwikke­len, met een voorgewende onverschillig­heid, een soort mengschrift van verbonden schrift en blokletters. Dat leidt vaak tot vol­komen onleesbare handschriften. Ook op de pabo’s is het slecht gesteld met het handschriftonderwijs. Er worden soms tekendocenten aangesteld als handschrift­docent, of docenten bewegingsonderwijs. Want schrijven is toch een soort combina­tie van tekenen en bewegen, wordt er dan geredeneerd. Maar om goed schrijfonder­wijs te geven, heb je echt gespecialiseerde kennis en vaardigheden nodig. Wat dat laatste betreft, alle blokschriftme­thodes van dit moment zijn door amateurs geschreven, en niet door mensen met een gecertificeerde handschriftopleiding. Uit­geverijen werken daaraan mee. Want als er geld te verdienen valt, is het niet belang­rijk dat dit afbreuk doet aan het handschrift. Terwijl het schrift toch de basis is van onze cultuur: alle kennis wordt door het schrift overgeleverd.”

Blokletters zorgen voor succeservaringen

Bij de start van basisschool Kornak in Uitgeest, nu negen jaar geleden, is besloten om de leerlingen alleen nog maar blokletters aan te leren. “We zagen dat de grove motoriek van veel kinderen tegenwoordig wat minder goed ontwikkeld is”, zegt leerkracht Wijmke Frens. “Onder andere door­dat kinderen meer televisie kijken dan vroeger, meer achter de computer zit­ten en minder buitenspelen’. En als die grove motoriek al hapert, levert de fijne motoriek van het schrijven nog meer problemen op. “Dan kun je beter met blokletters gaan schrijven, want dat is makkelijker dan verbon­den schrift.”

Verder ontwikkelen leerlingen in groep 7 en 8 doorgaans hun eigen handschrift. Frens: “En dan gaan ze vaak ook met blokletters schrij­ven. Maar doordat ze die blokletters niet altijd goed aangeleerd hebben, gebruiken ze verbonden schrift en blokschrift door elkaar. En wordt het onleesbaar. Dan is het wel zo makke­lijk om kinderen maar meteen – en goed – het blokschrift aan te leren.” Een groot voordeel van blokletters, vindt Frens, is dat deze dezelfde vorm hebben als de drukletters die de leer­lingen in de leesboekjes en de werk­bladen zien. “Je schrijft wat je ziet. En dat is ook heel belangrijk voor bij­voorbeeld dyslectische leerlingen.” De kinderen vinden schrijven met blokletters erg leuk, zegt Frens. “Ver­bonden schrift is, zeker bij bepaalde letters, heel lastig. Blokschrift is mak­kelijker, en levert zo snel succeserva­ringen op. Ik zie op andere scholen vaak dat leerlingen schrijven niet leuk vinden. Dat is hier wel anders.”

Aanleren verbonden schrift kost heel veel tijd

Op basisschool de Windwijzer in Den Helder leren de kinderen vanaf dit schooljaar alleen nog maar bloklet­ters. “We hebben lang over deze stap gediscussieerd”, zegt Mieke van der Werf, leerkracht van groep 4. Een paar jaar lang, zelfs: “Het onderwerp kwam steeds weer terug in vergaderingen.” Uiteindelijk heeft een werkgroep zich over de kwestie gebogen, waarbij de stem van de middenbouw de doorslag gaf. “We lopen ertegenaan dat het aanleren van verbonden schrift heel veel tijd kost. Terwijl het in de prak­tijk niet echt meer nodig is om ver­bonden te kunnen schrijven. Iedereen gebruikt later immers een tablet of computer.”

De ouders zijn niet betrokken in de discussie. “Dan had het nog veel lan­ger geduurd om tot een beslissing te komen”, zegt Van der Werf. “Want er waren binnen het team al zoveel ver­schillende meningen.” Uiteindelijk is het besluit goedgekeurd door de MR, en daarna meegedeeld op een infor­matieavond. “De ouders waren er toen positief over.”

De overstap van het aanleren van ver­bonden schrift naar het aanleren van blokletters was voor Van der Werf niet moeilijk. “Ik ben veel bezig met dys­lectische kinderen, die – met toestemming van de ouders en van de direc­tie – ook al met blokletters mochten schrijven. De afgelopen vijf jaar had ik altijd wel een of twee blokletter-leerlingen in mijn klas.” En het aanleren van blokletters is vrij simpel, vindt Van der Werf. “Er zijn drie grondvormen: een lange stok, zoals bij de letters ‘b’ en ‘k’, een korte stok, zoals bij de ‘i’ en de ‘r”, en een ronde grondvorm zoals de ‘a’ en de ‘g’.” Dat pakken kinderen snel op. “Hun handschrift wordt netter. En ze zijn er trots op dat ze nu al snel mooi kunnen schrijven.”

Uit een vrijeschoolklas

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Afbeeldingen van Pinterest, waar je veel meer 1e en 2e klas blokschrift vindt, dan schuinschrift. 

Wel of geen blokletter? [schrijven 3-2]   [3-3]

Rudolf Steiner over schrijven en lezenalle artikelen

Rudolf Steiner over…..: alle artikelen

Schrijven/lezen: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeldletterbeelden

.

3493-3281

.

.

.

 

 

 

 

VRIJESCHOOL – Leerproblemen (1-3)

.

OMGEKEERDE ORIËNTATIE

Na een lezing over rekenzwakte werd ik* aangesproken door de klassenleerkracht van onze 5e klas met het verzoek naar een van zijn leerlingen te kijken die veel van de problemen vertoonde, die ik de revue had laten passeren.

Zo leerde ik Christof kennen, een stille, teruggetrokken jongen die links is.
Ik onderzocht eerst of hij kleuren en vormen wist te onderscheiden, vormen na te tekenen c.q. achteraf neer te leggen, begrippen ‘boven’ en ‘beneden’ te vinden. Dat deed hij probleemloos.
Maar bij het nadoen van bewegingen ontstonden de eerste problemen in de opeenvolging en bij de richting waarin. Vooruittellen ging zonder moeilijkheden, terugtellen was niet mogelijk, ook de rijen van de tafels van vermenigvuldiging werden heel onzeker opgezegd.
Toen nam ik contact op met de ouders en kreeg ik te horen dat Christof niet kon klokkijken en dat hij de weekdagen en de maanden niet in de juiste volgorde kon opzeggen. De ouders begrepen de problemen van hun kind niet; totdat hij naar school ging, was hij een vrolijke, onopvallende jongen geweest. Moeder vertelde dat hij graag naar de kleuterklas ging, maar vanaf het begin was hij alleen maar in tranen naar school gegaan, klaagde over buik- en hoofdpijn; weliswaar was dat alles beter geworden, maar Christof ging nog steeds niet graag naar school.
Toen we het volgende uur weer aan het werk gingen, wilde ik te weten komen of Christof de getallen kon opschrijven die ik hem dicteerde en nu kwam zijn grote probleem aan het licht: hij schreef de cijfers van rechtsbeneden naar linksboven, de plaatsing van de tientallen en eenheden kon hij niet toepassen.
Nu liet ik hem simpelweg een paar rechte lijnen trekken en observeerde hem daarbij; horizontale lijnen trok hij van rechts naar links, verticale van onder naar boven.
Christofs moeder bevestigde mijn waarneming. Mijn diagnose was: [Duits: sinistrade Direktionalität – gegenläufiger Richtingssinn)**, d.w.z. een mens die dat heeft schrijft of maakt de rijen niet zoals in onze cultuur te doen gebruikelijk van links naar rechts en van boven naar beneden, maar in de tegenovergestelde richting en daardoor doet hij het steeds anders dan onze cultuurtechniek.

Ik moest iets zien te vinden dat in ons leven een belangrijke rol speelt en waarmee je fundamenteel je richting kan bepalen. Dat is de zon.

’s Ochtends vroeg gingen Christof en ik naar buiten om te kijken waar de zon stond. Dit ‘punt van zonsopkomst’ namen we mee naar de therapieklas en tekenden het daar overeenkomstig de richting op de grond. Christof had geen idee hoe de zon nu tot aan het punt van ondergaan verder zou draaien. Mijn opdracht aan hem was om samen met zijn ouders te kijken hoe de zon van het ene naar het andere punt gaat en dat te tekenen. Na een paar dagen kon Christof de loop van de zon met een armbeweing namaken en tekenen, beginnend bij ons beginpunt op de grond. Dat de zon een cirkel beschrijft, was voor hem vanzelfsprekend. Op de cirkel tekenden we vervolgens het punt van het middaguur en van middernacht. Nu had hij een mogelijkheid gevonden zich te oriënteren. Toen legden we een horloge zodang op de cirkel dat de twaalf precies onder het middaguur kwam te liggen; nu keken we naar hoe de wijzers liepen – die gingen net als de zon. Nu was het maar een klein stapje om op het horloge de tijd te leren lezen.
De loop van de zon is echter – wanneer je naar het zuiden kijkt – ook de richting van het schrijven en de richting voor een lijn: alles gaat van links naar rechts.
Ik schreef bij Christof cijfers op zijn rug. Aanvankelijk herkende hij ze slecht; nu schrijft hij ze tamelijk zeker op het bord. Verder legde ik ook cijfers op de grond met loodveters. Eerst liep hij deze met geopende ogen, later met de ogen dicht. Voor veel problemen zorgde de 6 (die wordt bijna steeds de omgekeerde vorm naar rechts.
We hebben veel bewegingsspelletjes gedaan die steeds iets met richting van doen hadden. Ook hebben we geteld, eerst maar met de eenheden tot 20 en terug. Toen dat ‘zat’, zijn we tot 100 gaan tellen. Tegelijkertijd heb ik Christof de plaatswaarde uitgelegd. Om af te wisselen deden we dan alle even, daarna de oneven getallen; weer later de tienen en honderden, met vier passen (1,2,3,vier), met 6 passen – of met drie of vier stappen, daarbij klappend en met huppen.
Nu begonnen we ook getallen uit 2 cijfers te schrijven. Om ervoor te zorgen dat het dictaat meteen succesvol was, schreef ik in zijn linkerhand een T, in de rechter een E, zodat hij als hij z’n handen opendeed de juiste plaats van cijferplaatsing voor getallen met twee cijfers kon zien. Nu kan hij vrij zeker de getallen schrijven, ook die boven de 1000.
Omdat ik van zijn rekenproblemen wist, moest ik ook hier op een idee komen. We zijn eerst het begin en het einde van de tafel gaan leren: 1  x  2  =  2; en 10  x  2  =  20; dan het ‘koningsgetal’, d.w.z. het midden van de tafel: 5  x  2  =  10. Nu hadden we een mogelijkheid die rij vanaf het begin naar het midden en van het midden naar boven of naar beneden, van het einde naar het midden op te bouwen en waren niet gebonden aan een strikte volgorde.

Eerst werkte ik met Christof een kwartaal, 3 weken iedere dag 45 minuten, daarna tweemaal per week 45 minuten. Christof leerde in deze tijd ook hoe je schriftelijk optelt, aftrekt en vermenigvuldigt. Na de vakantie begon ik met schriftelijk delen waarbij ik vreesde dat het voor hem door de voortdurende richtingswisseling tot problemen zou leiden. En deze angst bleek terecht vooral wat het schriftelijk delen betreft.
Lang kon Christof niet inzien dat hij bij het delen in wezen werkt met dezelfde tafels als bij het vermenigvuldigen. Dat betekent dat hij zich de rijen als deelrijen opnieuw eigen moest maken. Net als bij het vermenigvuldigen, bijv. 2 :  2  =  1; 20  :  2  =  10; 10  :  2  =  5 enz). Om hem de voortgang van het rekenen uit te leggen, werkte ik met rekenstaafjes. Toen de deelrijen ‘zaten’, konden we ook met ‘rest’ werken (11 : 2  =  5 rest 1).
Omdat Christof inmiddels de plaatswaarden goed kende, ging ik ertoe over met hem opgaven als 2 :  2  =  1; 20  :  2 = 10;  200  :  2  =  100; 2000  :  2  =  1000 enz. uit te reknen om hem een basis te geven voor het schriftelijk delen en bouwde mijn eerste opgave als volgt op:

Deze manier begreep Christof en tegelijkertijd werd de richting van de bewerking aangegeven.

Toen liet ik hem ook de snellere manier zien. Voor de zekerheid kwam er aan het begin een rood sterretje te staan en we gebruikten pijlen voor de richting; ten slotte zag het er zo uit:

Met dit schema lukten dan ook opgaven als 25790 : 2, waarbij ook telkens een rest blijft in de tussenopgaven – de som komt wel ‘uit’.

Wat het begrijpen van het rekenen betreft, heeft Christof inmiddels zijn klas ingehaald, d.w.z. hij begrijpt de rekenbewerkingen, maar heeft nog wel problemen wanneer hij verschillende rekenoperaties tegelijkertijd uit moet voeren (bij klassenwerk, rekenperioden enz.) Daar komt bij dat hij aan de ene kant veel meer tijd nodig heeft dan de klasgenootjes en aan de andere kant maakt de enorme concentratie die alle opdrachten vragen, hem snel moe. Vandaar dat hij nog lang mijn hulp nodig heeft om zijn kennis te verstevigen.
De ‘richting naar links’ (sinistrade Direktionalität) heeft ook invloed op het foutloos kunnen schrijven van Christof.
Ik heb hem nu sinds maart met twee andere leerlingen in een leesgroepje dat ook foutloos moet leren schrijven. Hier wordt mijn vermoeden bevestigd: bij de drukletters [1] en zelfs bij een paar letters uit het schrijfschrift is hij onzeker over de schrijfrichting, zodat ik hem letters met pijltjes heb gegeven om na te schrijven. Ook heb ik dat gedaan aan de rand van de schrijfbladzij:

Omdat hij zich vaak met de volgorde van de letters binnen een woord vergist, heeft hij natuurlijk ook leesproblemen.
Ik speel met deze groep ‘klanken stuiten’. Het lijkt op ‘koffer pakken’, alleen dat we klanken tot woorden maken: ik gooi de bal en zeg de klank ‘r’, het eerste kind stuit de bal naar mij terug en herhaalt ‘r’, het tweede kind krijgt de klank ‘a’ en stuit ‘ra’ terug, totdat bijv. het woord ‘raken’ verklankt is en op het bord wordt geschreven. Dat spel helpt Christof goed.
Om hem bij het vastleggen van richtingen te helpen, heb ik met hem ‘richtingspakjes’ getekend:

Bij het spelen van spelletjes om foutloos te schrijven die we in de kring met de bal spelen (de bal gaat door de kring met de zon mee, van het ene kind naar het andere) en bij de eindklank van het ene woord is de beginklank van het andere:(appel, lantaarn, neus enz. of woordkettingen uit samengestelde woorden: huisdeur, deurknop, knopspeld, enz. kan Christof plotseling midden in het spel radeloos stoppen, omdat hij of de richting van de bal verloren heeft of het begin van het woord verwisselt met het eind. [2] Ook op dit gebied is hij steeds op de liefdevolle hulp en begrip van zijn klasgenootjes aangewezen.
Ik denk dat al deze voorbeelden laten zien wat voor diepe verstoringen de tegenovergesteld gaande zin voor richting bij het leren van cultuurtechnieken en in het leven van alle dag oproepen. Maar daarvoor hoeven we niet te zwichten.

.

* Edeltraud Feller, Erziehungskunst jrg.59, 7-8/1995
**is daar een Nederlandse term voor?

PHAW: Ik ben wel verbaasd over het feit dat pas in de 5e klas wordt ontdekt dat deze jongen de dagen van de week en de maanden van het jaar niet kan opzeggen. Ook vind ik het onvoorstelbaar dat de klassenleerkracht al deze symptomen niet veel eerder heeft geconstateerd. Dat had al in de 1e klas kunnen en moeten gebeuren: wat de therapeut hier bijv. doet met een loodveter, kun je in een eerste klas doen met een dik springtouw. Je ziet dan meteen al hoe bij een kind het gevoel voor richting is.
Vormen op de rug schrijven doe je al bij het vaststellen of een kleuter schoolrijp is.
[1] Het is – niet alleen m.i. – geen goede methode om de drukletters te leren schrijven; uiteraard moeten ze wel worden geleerd om te lezen. Juist een kind als hierboven beschreven wordt ‘gepijnigd’ een schrijfstijl te leren (in klas 1) die hij het andere jaar weer als vorm van schrijven moet afleren, dan komt immers het vloeiend aan elkaar schrijven.
.

[3-21e klas – schrijven
Rosemarie Jänchen over: waarom geen drukletters schrijven

[3-3] Geen blokletters schrijven
Begeleidingsdienst van vrijescholen; Luc Cielen; Pieter Witvliet over blokletters schrijven? 

.

Rekenen: alle artikelen

leerproblemen: alle artikelen

Remedial teaching

1640-1537

.

.

.

VRIJESCHOOL – Schrijven (3-4)

.

Dit is een oud krantenartikel.
De inhoud lijkt mij nog actueel.
Hoe vaak zie je geen mensen of dat nu op tv is of in een winkel, die wanneer ze iets schrijven, op een verkeerde, ja niet zelden op een uiterst slechte, onbeholpen manier, hun pen of potlood vasthouden.
Om in vele gevallen maar te zwijgen van het handschrift zelf.
Ook op de vrijescholen!

In het artikeltje is sprake van ‘hanepoten’.
Wanneer kunnen er hanenpoten ontstaan? Wanneer er ‘los’ wordt geschreven en met blokletters. En omdat blokletters heel moeilijk aaneen geschreven kunnen worden – je krijgt dan al een vorm van lopend schrift – is de los geschreven blokletter vaak de voorbode van ‘hanenpoten’.

Hier nog net niet:

lettertype-5

Je roept het met dit type schrijven bijna op:

lettertype-1

Handschrift van een 10-jarige vrijeschoolleerling met wie vanaf (laatste trimester van) klas 1 voornamelijk op groter papier het lopend schrift werd geoefend – zonder lijntjes!
Het kind heeft geen lijntjes nodig om mooi horizontaal te blijven.

lettertype-7

LEESBAAR SCHRIJVEN: EEN VERLEERD KUNSTJE

lettertype-8

‘Het is hanepoot en baksteen’. Zo luidt een niet alledaagse uitdrukking voor een slordig handschrift. Een gezegde dat langzaam maar zeker voor steeds meer Nederlanders opgaat.
Het sterke vermoeden bestaat namelijk dat het aantal mensen met een slordig handschrift gedurende de laatste jaren snel is toegenomen; onder andere omdat in het onderwijs veel minder aandacht aan schrijven wordt besteed, maar ook door de opkomst van moderne ‘tekstverwerkers’ op kantoren en bedrijven. Onleesbare ‘hanepoten’ komen naar schatting nu al bij een op de vier Nederlanders voor.

Ouderen
Maar het slechte handschrift gaat niet op voor alle bevolkingsgroepen: ouderen bijvoorbeeld hebben in veel gevallen een netter en regelmatiger handschrift dan jongeren. Dit laatste concludeert Julius de Goede, leraar schoonschrijven [1] MO. Hij is de auteur van het onlangs verschenen boek ‘Verbeter uw handschrift’.

In het verleden werd namelijk veel meer aandacht besteed aan schoonschrijven, zo licht De Goede desgevraagd toe. Rond 1900 bijvoorbeeld werd op lagere scholen tien maal zoveel tijd aan schrijven besteed dan nu het geval is.

Volgens de auteur, die al enkele boeken samenstelde over het handschrift, wordt op veel pabo’s nog maar één achtste deel van de tijd aan schoonschrijven besteed in vergelijking met 20 jaar geleden.

Met andere woorden: de nieuwe lichting leraren heeft veel minder kennis van schrijven, en dat heeft ook zijn uitwerking op de leerlingen.

Veel dictaten
Een andere oorzaak voor slordig en onleesbaar schrijven is dat leerlingen door veel dictaten op school, te snel moeten schrijven en derhalve raakt het handschrift afgesleten. Van invloed is volgens De Goede voorts dat op de lagere school bij de leeslessen gebruik wordt gemaakt van andere letters (blokletters) dan bij de schrijflessen. Kinderen raken daardoor in de war, en gaan twee verschillende soorten letters door elkaar gebruiken.

De auteur stelt dat waarschijnlijk de helft van de schoolverlaters geen handschrift heeft zoals het eigenlijk zou moeten.

Typemachine
Mia Elenbaas uit Sevenum, onder andere docente Nederlands aan de Grubbenvorster mavo en leidster van een cursus kalligrafie (schoonschrijven), wijst er op dat ook door de opkomst van de typemachine het handschrift achteruit is gegaan: veel mensen hoeven geen handgeschreven boodschappen meer over te dragen.

Het is aannemelijk dat het leger van slordige schrijvers de komende jaren verder zal groeien door de opkomst van de tekstverwerker, het computerbeeldscherm met toetsenbord, de elektrische typemachine met ‘automatische foutcorrectie’.

Zij constateert op basis van haar cursussen een groeiende belangstelling onder jong en oud voor het schoonschrijven in verschillende stijlen en lettersoorten. Dit beeld wordt bevestigd door het aantal boeken over kalligrafie dat reeds is verschenen en op stapel staat. Daarmee lijkt schoonschrijven een soort van tegenbeweging te worden voor het slordige handschrift.

Eisen op school
Mia Elenbaas betreurt het dat docenten minder eisen zijn gaan stellen aan het handschrift van leerlingen. „Je kunt, als leerlingen de tijd hebben om rustig schrijven, verlangen dat ze het goed doen. Je ziet dan dat het handschrift wat beter wordt. Ik ben nogal streng. Hoofdletters bijvoorbeeld midden in een zin, vind ik ronduit fout. En je moet ook durven zeggen tegen een leerling: ik kan het nog wel lezen, maar schrijf het toch maar opnieuw”.

Ze ervaart in haar dagelijkse praktijk dat meisjes netter schrijven dan jongens en dat jongens gedurende de puberteit slordiger gaan schrijven.

Heeft een goed handschrift nog wel zin?
Volgens De Goede neemt het belang van een het handschrift de laatste jaren toe, bijvoorbeeld door de stijgende werkloosheid: slecht of onleesbaar schrijven speelt bij sollicitaties meestal een doorslaggevende (negatieve) rol. „Duidelijk en goed geschreven teksten daarentegen lezen prettig en voorkomen vergissingen”, aldus De Goede.

Anderzijds lijkt de eis in personeelsadvertenties voor handgeschreven sollicitatiebrieven de laatste tijd minder frequent voor te komen. Mevrouw Elenbaas vindt leesbaar schrijven een kwestie van fatsoen: aan de telefoon sta je mensen ook vriendelijk te woord.

Oefeningen
Julius de Goede geeft in zijn boek een aantal oefeningen waarmee volwassenen en jongeren goed schrijven weer onder de knie kunnen krijgen. Hij raadt voor de ‘schrijflessen’ een vulpen aan. Dat hoeft geen dure te zijn, er zijn verschillende goede schoolvulpennen voor redelijke prijzen.

Dan de ‘oude’ schrijfhouding, die weinigen nog kennen: de onderarmen liggen beide op tafel, maar de ellebogen steken uit. Door de draai van de onderarm kan een hele regel worden schreven zonder de arm te hoeven verzetten,

Iedereen die er moeite voor wil doen en er tijd en energie in wil steken, kan volgens De Goede „het kunstje” leesbaar schrijven (weer) leren: „Liever iedere dag twee kwartier, dan de hele middag in één keer”.
Net zoals met huiswerk vroeger op school.

‘Verbeter uw handschrift’, Julius de Goede, uitgeverij Luitingh, prijs 14,90 gulden.

De Gelderlander, 14-02-1985

.

[1] Rudolf Steiner: schoonschrijven

Schrijfhouding

Schrijven: alle artikelen

1248-1166

.

.