Tagarchief: 8e klas gymnastiek GA 295 3e leerpl.vdr. blz. 161 vert.

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over het leerplan van klas 8

.

Voor een goed begrip van het leerplan, de leerstof e.d. is het zeer aan te bevelen de artikelen: Rudolf Steiner over het leerplan en Rudolf Steiner over het kind, de leerkracht, ontwikkeling, lesstof en leerplan eerst te lezen.

In de pedagogische voordrachten GA 293 – 311 is relatief maar weinig meegedeeld over de leerstof op zich. Veelal wordt deze besproken in samenhang met de ontwikkeling van het kind.
Uit deze voordrachten volgt hier wat er over de leerstof van de 6e klas kan worden gevonden.

Het is raadzaam ook even terug te kijken bij wat er aan een voorafgaande klas over het vak werd gezegd; vaak is er sprake van ‘voortzetting van wat in vorige jaren is aangelegd’.
.

LEERSTOF VAN KLAS 8

Het was in Steiners tijd zo dat lang niet alle ‘onderbouw’ kinderen naar de ‘bovenbouw’ gingen. Vele moesten na de basisschool gaan werken om voor het nodige gezinsinkomen te zorgen.
Voor het eind van de 8e klas merkt Steiner voor deze kinderen op:

Diejenigen Kinder, die nicht weiterschreiten können, nicht weiter teilnehmen können an allem Schulunterricht, als bis sie geschlechtsreif sind, bis sie also die Volksschule verlassen müssen, versuchen wir durch die ganze Anlage des Unterrichtes nach zwei Richtungen hin zu einer lebensgemäßen Weltempfindung zu bringen: dadurch, daß wir auf der einen Seite allen naturkundlichen und geschichtlichen Unterricht so anlegen, daß das Kind zuletzt eine gewisse Erkenntnis der menschlichen Wesenheit hat, also ungefähr weiß, welche Stel­lung der Mensch in der Welt einnimmt. Menschenkunde ist daher dasjenige, worauf wir alles hinorientieren. So daß wir wirklich eine Art von Abschluß von Menschenkunde herbeiführen können, wenn die Kinder so in der 7., 8. Klasse, das heißt also im 13., 14. Jahr angekommen sind. Da hat das Kind also dann durch alles das, was es bis dahin gelernt hat, die Möglichkeit, sich eine Vorstellung davon zu machen, was für Gesetzmäßigkeiten, Kräfte, Stoffe an dem Men­schen selbst beteiligt sind, wie der Mensch zusammenhängt mit allem Physischen, mit allem Seelischen, mit allem Geistigen in der Welt. So daß das Kind weiß, in seiner Art natürlich, was ein Mensch ist innerhalb des ganzen Kosmos. Das ist es, was wir versuchen auf der einen Seite mit dem Kinde zu erreichen.

De kinderen die niet verder kunnen, niet verder mee kunnen doen aan het onderwijs dan tot de puberteit, tot ze de basisschool moeten verlaten, proberen wij door heel de inrichting van de school naar twee kanten een besef van de wereld bij te brengen die bij het leven past doordat we enerzijds al de natuurkunde en geschiedenis zo aanleren, dat het kind uiteindelijk een zekere kennis heeft van de mens, dus ongeveer weet welke plaats de mens in de wereld inneemt. Daarom richten we alles op de menskunde. Zodat we echt een soort afronding kunnen krijgen met menskunde, wanneer de kinderen zo min of meer in de 7e, 8e klas zitten, d.w.z. 13 à 14 jaar zijn. Dan heeft het kind door alles wat het tot dan toe geleerd heeft, de mogelijkheid zich een voorstelling te maken van de wetmatigheden, de wetten, krachten, stoffen waar de mens deel van is, hoe de mens samenhangt met al het fysieke, het gevoelsmatige en al het geestelijke in de wereld. Zodat het kind weet, op zijn niveau natuurlijk, wat een mens in heel het universum is. Dat willen we aan de ene kant proberen.
Aan de andere kant proberen we met het kind te bereiken dat we het tot een begrip brengen van het leven. 
GA 311/124
Op deze blog vertaald/124

Aardrijkskunde, geologie [1]

Euritmie

Und dann im vierten, fünften und sechsten Schuljahr kommen hinzu die Formen, also für Konkretes, Abstraktes und so weiter, wobei solche 295/177 Dinge für die Kinder ja möglich werden, weil sie in der Grammatik ja mittlerweile so weit vorwärtsgekommen sind. Dann setzen wir das fort im siebenten und achten Schuljahr für kompliziertere Formen.

En dan komen er in de vierde, vijfde en zesde klas de vormen bij voor concrete en abstracte dingen enzovoort, waarbij dat voor de kinderen ook mogelijk wordt, omdat ze in de grammatica inmiddels zo ver zijn gekomen. In de zevende en achtste klas wordt dat dan voortgezet met gecompliceerdere vormen.
GA 295/176-177
Vertaald/161

Geschiedenis

Im achten Schuljahr versuche man, mit den Kindern die Geschichte bis herauf zur Gegenwart fortzuführen, wobei man aber wirklich das Kulturgeschichtliche durch und durch berücksichtigt. Das meiste von dem, was den Inhalt der heute noch gebräuchlichen Geschichte aus­macht, erwähne man überhaupt nur nebenbei. Es ist viel wichtiger, daß das Kind erfahre, wie die Dampfmaschine, der mechanische Webstuhl und so weiter die Erde umgestaltet haben, als daß es allzufrüh solche Kuriositäten erfahre wie die Korrektur der Emser Depesche oder der­gleichen. Diejenigen Dinge, die in unseren Geschichtsbüchern stehen, sind die allerunwichtigsten für die Erziehung des Kindes. Und selbst Karl der Große und ähnliche geschichtliche Größen sollten im Grunde genommen recht vorübergehend behandelt werden. Was ich Ihnen ge­stern gesagt habe mit Bezug auf die Art, wie man sich hilft, die abstrakte Zeitvorstellung immer in Konkretes überzuführen, darin tue man recht, recht viel. Denn das ist notwendig, daß man darin recht, recht viel tue.

In de achtste klas kan men proberen om de geschiedenis tot aan de huidige tijd te behandelen, waarbij men echter zeer grondig ingaat op het cultuurhistorische aspect. Het meeste van wat nu nog tot de gebruikelijke geschiedenisstof behoort moet men slechts terloops vermelden. Het is veel belangrijker dat het kind te weten komt hoe de stoommachine, het mechanisch weefgetouw enzovoort de aarde hebben veranderd, dan dat het al te vroeg van die curiositeiten te weten komt, zoals de correctie van de Emser Depesche of iets dergelijks. De dingen die in onze geschiedenisboeken staan zijn volstrekt onbelangrijk voor de opvoeding van een kind. En zelfs Karei de Grote en dergelijke historische kopstukken moeten in feite slechts terloops behandeld worden. Wat ik u gisteren heb gezegd over de manier waarop men de abstracte voorstelling van de tijd concreet kan maken – dat soort dingen moet men heel veel doen. Want dat is nodig, dat men dergelijke dingen echt heel veel doet.
GA 295/163
Vertaald/150

Also man müßte schon im 8. Schul­jahr die ganze Weltgeschichte durchmachen in unserem Sinn.

(Het is het eerste schooljaar en de leerlingen komen uitverschillende scholen).
Dus moet je in de 8e klas de hele wereldgeschiedenis doornemen zoals wij het doen.
GA 300A/82
Niet vertaald

Die Weltgeschichte ist bis zur Gegenwart weiterzuführen.

Doorgaan met de wereldgexchiedenis tot aan de tijd van nu.
GA 
300A
/122 
Niet vertaald

Ich würde Ihnen empfehlen, mit der 8. Klasse zu lesen die ersten Kapitel von Schillers ,,Dreißigjährigem Krieg”. Darin ist sehr viel Bildendes; darin sind sehr viele Dinge, die bis zur Gegenwart gehen.

Ik raad u aan met de 8e klas de eerste hoofdstukken te lezen van ‘De dertigjarige oorlog’ van Schiller. Daarin staat veel wat beeldend is en veel wat naar de tijd van nu leidt.
GA 300A/274
Niet vertaald

Geologie [1]

Gymnastiek

Kompliziertere Geräteübungen sind erst im siebenten und achten Schuljahr zu machen, in dem die freien Übungen auch fortgesetzt wer­den. Aber die freien Übungen sollen alle mit Laufen, Klettern, Sprin­gen zusammenhängen.

Ingewikkelde oefeningen aan toestellen doet men pas in de zevende en achtste klas, waarbij ook de vrije oefeningen worden voortgezet. Maar de vrije oefeningen moeten allemaal samenhangen met rennen, klimmen en springen.
GA 295/177
Vertaald/161

Kunst(geschiedenis)

X.fragt, was in der 8. Klasse im Kunstunterricht durchgenommen werden soll.

X vraagt wat er in de 8e klas in het kunstonderwijs gedaan moet worden.

Dr. Steiner: Die Motive Albrecht  Dürers. Auch musikalisch, was 
damit verwandt ist, zum Beispiel Bach. Die Schwarz-Weiß-Malerei recht lebhaft so behandeln.

Dr. Steiner: De motieven van Albrecht Dürer. Ook muziek die daarmee verwant is, bv. Bach. Het zwart-wittekenen heel levendig geven.
GA 300B/89
Niet vertaald

Maatschappijleer

Sozialkunde

Es wird berichtet über den Unterricht in sozialer Erkenntnis.

Dr. Steiner: In der 7. und 8. Klasse könnte man das geben, was in den ,,Kernpunkten der sozialen Frage” steht.

Er wordt verslag gedaan over lessen in sociale kennis.

Dr.Steiner: In de 7e en 8e klas zou je goed kunnen behandelen wat in de ‘Kernpunten‘ staat.
GA 300A/123
Niet vertaald

Menskunde

Im achten Schuljahr werden Sie den Menschen so aufzubauen haben, daß Sie dasjenige darstellen, was von außen in ihn hineingebaut ist:
die Knochenmechanik, die Muskelmechanik, der innere Bau des Auges und so weiter.

In de achtste klas zult u als volgt een beeld van de mens moeten opbouwen. U beschrijft wat er van buitenaf in de mens is ingebouwd: de mechanica van de botten, de mechanica van de spieren, de inwendige bouw van het oog enzovoort.
GA 295/166
Vertaald/152

Muziek

Und in den beiden letzten Schuljahren, im siebenten und achten Schuljahr, bitte ich zu berücksichtigen, daß das Kind überhaupt nicht mehr das Gefühl hat, es werde «dressiert» zu irgend etwas, sondern daß das Kind schon das Gefühl hat, es treibe Musik, weil das ihm Vergnügen macht, weil es das genießen möchte, als Selbstzweck, zur Freude. Dahin hat der sogenannte Musikunterricht zu wirken. Daher kann in diesen zwei Jahren das musikalische Urteil geweckt und ausgebildet werden. Es kann schon darauf aufmerksam gemacht werden, welchen Charak­ter dieses musikalische Kunstwerk hat und welchen jenes hat. Welchen Charakter ein Beethovensches Kunstwerk hat und welchen Charakter ein Brahmssches Kunstwerk hat. In einfachen Formen also sollte man das Kind zum musikalischen Urteil bringen. Vorher muß man das mu­sikalische Urteil zurückhalten, aber jetzt muß man es pflegen.

En wilt u er in de twee laatste schooljaren, in de zevende en achtste klas, op letten dat het kind volstrekt niet meer het gevoel heeft dat het ‘gedresseerd’ wordt tot iets, maar dat het kind het gevoel heeft dat het muziek maakt omdat het er plezier in heeft, omdat het ervan wil genieten, als doel in zichzelf, om de vreugde die het geeft. Zo moeten de muzieklessen werken. Daardoor kan in deze twee jaar het muzikale oordeel gewekt en ontwikkeld worden. Men kan de kinderen er gerust op wijzen wat voor karakter het een of andere kunstwerk heeft. Welk karakter een werk van Beethoven heeft en welk karakter een werk van Brahms heeft. Met eenvoudige vormen moet men het kind dus tot een muzikaal oordeel brengen. Voor die tijd moet men terughoudend zijn met het muzikale oordeel, maar nu moet men erop ingaan.
GA 295/175-176
Vertaald/160

Natuurkunde

Im achten Schuljahr erweitern Sie wiederum wiederholentlich das­jenige, was im sechsten gepflogen worden ist, und gehen über zur Hy­draulik, also zu der Lehre von der Kraft, die durch das Wasser wirkt. Also alles dasjenige nehmen Sie vor, was zu dem Begriff, wie Seitendruck im Wasser, Auftrieb gehört: alles, was zum Archimedischen Prinzip, was also in die Hydraulik gehört.
Dann schließen Sie gewissermaßen den physikalischen Unterricht ab durch die Aeromechanik, also durch die Mechanik der Luft, wobei alles zur Sprache kommt, was zusammenhängt mit der Klimatologie, Barometer- und Witterungskunde.

In de achtste klas breiden we dat wat er in de zesde behandeld is wederom herhaaldelijk uit en komen we bij de hydraulica, de leer dus van de kracht die via het water werkt. Dus alles in de sfeer van zijwaartse druk, opwaartse druk; alles wat hoort bij de wet van Archimedes, bij de hydraulica dus. Dan sluit u de natuurkunde min of meer af met de aeromechanica, de mechanica dus van de lucht, waarbij alles ter sprake komt wat te maken heeft met klimaat, werking van de barometer, meteorologie.
GA 295/166-167
Vertaald/153

Dr. Steiner: In der 8. Klasse sollte in der Optik nur behandelt wer­den die Brechung (Linse) und das Spektrum.
In der Wärmelehre das Schmelzen (Thermometer), das Sieden und die Quellen der Wärme.
Dann der Magnetismus, ganz kurz; nur wie er sich äußert. Von der Elektrizität nur das Prinzip von Reibungs- und Berührungselektrizität.
Dann die Mechanik: Hebel und schiefe Ebene. In der Aeromechanik Auftrieb und Luftdruck..

Dr. Steiner: In de 8e klas moet in de optica alleen de lichtbreking (lens) en het spectrum behandeld worden.
In de warmteleer het smelten (thermometer), het koken en de warmtebronnen. Het magnetisme heel kort; alleen waar dit zichtbaar is. Van de elektriciteit alleen het principe van wrijving en spanning.
Dan de mechanica: hefboom en hellend vlak. In de airodynamica  opwaartse druk en luchtdruk.
GA 300A/122 
Niet vertaald

Rekenen

Da setze man dann das, was mit der Gleichungslehre zusammenhängt, im achten Schuljahr fort, soweit man die Kinder bringen kann, und füge dazu Figuren- und Flächenberechnungen und die Lehre von den geometrischen Orten, wie wir sie gestern wenigstens gestreift haben.

Alles wat dan komt kijken bij die vergelijkingen, dat zet men voort in de achtste klas, zover men kan komen, en men voegt eraan toe de berekening van figuren en oppervlakten en de leer van de geometrische plaats, die we gisteren even hebben aangestipt.
GA 295/170
Vertaald/156

Religieus onderwijs

Sie haben durchgenommen Teile des Johannes-Evangeliums. Es ist furchtbar schwer mit den Kindern, wenn man sich nicht viel damit beschäftigt, die Schöpfungsgeschichte durchzunehmen. Ein anderes Kapitel aus dem Alten Testament braucht man nicht. Ich würde meinen, daß es gut wäre, wenn mit den Kin­dern, die das Neue Testament kennen, einmal die Apostelgeschichte genommen würde. Dabei kann man auf das Lukas-Evangelium zurückgreifen.

U bebt delen van het Johannesevangelie doorgenomen. Met kinderen is het heel erg moeilijk het scheppingsverhaal te behandelen wanneer je daar niet veel mee bezig bent. Een ander hoofdstuk uit het Oude Testament is niet nodig. Ik denk dat het goed is wanneer je met de kinderen die het Nieuwe Testament kennen, eens de apostelverhalen neemt. Dan kun je teruggrijpen op het Lucasevangelie.
GA 300B/108
Niet vertaald

Scheikunde

Und Sie führen die einfachen chemischen Begriffe weiter, so daß das Kind auch begreifen lernt, wie industrielle Prozesse mit chemischen zusammenhängen. Sie versuchen, im Zusammenhang mit den chemi­schen Begriffen dasjenige zu entwickeln, was zu sagen ist in bezug auf die Stoffe, die den organischen Körper aufbauen: Stärke, Zucker, Ei­weiß, Fett.

En de eenvoudige scheikundige begrippen breidt u uit, zodat het kind ook leert begrijpen hoe industriële processen samenhangen met chemische processen. U probeert, in samenhang met de chemische begrippen, datgene te ontwikkelen wat er gezegd moet worden over de stoffen die het organische lichaam opbouwen: zetmeel, suiker, eiwit, vet.
GA 295/167
Vertaald/153

In der Chemie: das Verbrennen, das Zusammensetzen und Zerlegen von Substanzen

In de scheikunde het verbranden, samenvoegen en splitsen van stoffen.
GA 300A/122
Niet vertaald

Sterrenkunde

Es wird gefragt wegen Himmelskunde in 8a.
Dr. Steiner: Wenn es sich darum handelt, die richtige Empfindung hervorzurufen, dann kann man es doch erreichen, daß man vor allen Dingen das wirkliche Bild des Himmels nimmt, aber versucht, wie Sie es in den früheren Klassen getan haben, ein Gedächtnis des Bildes hervorzurufen. Die Kinder bekommen doch eine gewisse Ehrfurcht, wenn man sie ab und zu einmal wirklich vor den Sternenhimmel führt und da das Nötige redet. Es ist schwieriger, gegenüber unseren Karten Ehrfurcht zu erzielen, als vor dem Sternenhimmel. Die Kar­ten sind Ehrfurcht ertötend.

Er wordt iets gevraagd over sterrenkunde in klas 8A

Dr.Steiner: Wanneer het erom gaat een juiste stemming op te roepen, dan kan je dat bereiken door het reële hemelbeeld te nemen, maar probeer, zoals u dat in de vorge klassen deed, een herinnering aan dat beeld op te roepen. De kinderen krijgen toch een bepaalde eerbied, wanneer je ze af en toe daadwerkelijk de sterrenhemel toont en er het nodige over zegt. Het is moeilijker eerbied te wekken voor de kaarten dan voor de sterrenhemel. Kaarten doden de eerbied.
GA 300B/114
Niet vertaald

Taal

Im achten Schuljahr wird es sich darum handeln, daß man dem Kinde ein zusammenhängendes Verständnis beibringt für länger aus­gedehnte prosaische oder poetische Darstellungen, so daß man in dieser Zeit etwas Dramatisches, etwas Episches mit den Kindern liest. Dabei muß man immer berücksichtigen, was ich gesagt habe: Alle Erklärun­gen, alle Interpretationen vorausgehen lassen, so daß, wenn es ans Lesen kommt, dieses Lesen immer der letzte Abschluß desjenigen ist, was man mit einem gelesenen Stoff tut.
Insbesondere aber darf in diesem achten Schuljahr das Geschäftlich-Praktische gerade im Bereiche des Sprachunterrichts nicht außer acht gelassen werden.

In de achtste klas moeten we het kind overzicht over en inzicht in langere teksten – proza of poëzie — bijbrengen. Men kan in deze tijd iets van drama of epiek met de kinderen lezen. Daarbij moet men steeds rekening houden met wat ik al zei: dat alle uitleg, alle interpretaties vooraf moeten gaan, zodat het lezen van de tekst uiteindelijk de afsluiting is van alles wat men met de tekst doet. Maar met name mag in deze achtste klas het praktisch-zakelijke juist op het gebied van het taalonderwijs niet achterwege blijven.
GA 295/160
Vertaald/148

Goethe und Schiller in der 8. Klasse.

Goethe en Schiller in de 8e klas
GA 300A/118

X.    berichtet über die humanistischen Fächer in der 7. und 8. Klasse. Es ist besprochen worden die Biographie Goethes und ,,Dichtung und Wahrheit”:
Schillers ,,Ästhetische Briefe”.

Dr. Steiner:

Da wäre zu empfehlen Herders ,,Ideen zur Philosophie der Geschichte der Menschheit”. Herder stellt darin den Menschen dar als Zusammenfassung der anderen Naturreiche.

X. doet verslag over de humanistische vakken in de 7e en 8e klas. Besproken werd de biografie van Goethe en ‘Dichtung und Wahrheit’.
Schillers ,,Ästhetische Briefe”.

Dr. Steiner:

Nog aan te raden is van Herder: “Ideen zur Philosophie der Geschichte der Menschheit”. Herder zet daarin de mens neer als een synthese van de andere natuurrijken.
GA 330A/122

Hermann Grimm
GA 300B/33 

Tekenen

Zie: kunst(geschiedenis)

Zie klas 7

Vertelstof

Dann die gegenseitigen Be­ziehungen der Volksstämme, Inder, Chinesen, Amerikaner, was ihre Eigentümlichkeiten und so weiter sind, das heißt Kenntnis der Völker. Das ist eine ganz besondere Notwendigkeit aus der gegenwärtigen Zeit-epoche heraus.

Dan de onderlinge betrekkingen tussen de volkeren, tussen Indiërs, Chinezen, Amerikanen, wat hun karakteristieken zijn en dergelijke, dat wil zeggen volkenkunde. Dat is een heel bijzondere noodzaak met het oog op de huidige tijd.

8.Erkenntnis der Völker.
Volkenkunde
GA 295/19-20
Vertaald/19

[1]
Aardrijkskunde, geologie

Hier kom ik bij iets wat voor mij bevreemdend is.
In de jaren dat Steiner over de vrijeschoolpedagogie spreekt – ik neem nu 1919 – 1924 – heeft hij vele malen beweerd dat de vrijeschool geen antroposofische school dient te zijn. een school waarin geen antroposofische inhoud aan de kinderen wordt meegedeeld.

Op 20 aug. 1919 al, nog vóór de school begint, zegt hij dit.

Als de school eenmaal bezig is en de pedagogische vergaderingen worden gehouden, is Steiner daar vaak op bezoek en worden hem vragen gesteld. Daarvan zijn verslagen bewaard gebleven.

Op 25 september 1919 stelt leerkracht X – in de verslagen werden de namen van de leerkrachten om wat voor reden dan ook niet vermeld – een vraag. Het is niet zo moeilijk te achterhalen dat het om Walter Johannes Stein gaat – een van de twee leerkrachten die de 8e klas onder hun hoede hebben.

Hij vraagt:

GA 330A/85

Wie kann man für den geologischen Unterricht einen Zusammenhang her­stellen zwischen der Geologie und der Akasha-Chronik?

Hoe kun je voor het geologie-onderwijs een verbinding leggen tussen de geologie en de ‘akasha-kroniek‘?

M.i. had Steiner hier moeten zeggen dat ‘de akasha-kroniek’ een antroposofisch werk is en dus niet thuishoort in het onderwijs. (In geen enkele andere pedagogische voordracht  – er zouden er na 1919 nog vele gehouden worden – komt dit onderwerp ooit nog ter sprake.)
Maar dat doet hij niet: hij beantwoordt de vraag:

Dr. Steiner:

Da wäre es natürlich gut, wenn Sie es so machen würden, daß Sie den Kindern zunächst die Schichtenbildung zum Bewußtsein bringen, daß Sie ihnen einen Begriff beibringen, wie die Alpen ent­standen sind. Und daß Sie dann den ganzen von den Alpen ausgehenden Komplex behandeln: Pyrenäen, Alpen, Karpaten, Altai und so weiter, was ja die eine Welle ist; daß Sie diese ganze Welle den Kin­dern klarmachen. Und dann die andere Welle, die von Nordamerika über Südamerika geht. Da kriegt man also heraus diese eine Welle bis zum Altai’ bis zu den asiatischen Bergen, die geht von Westen nach Osten. Und dann haben wir im Westen Amerikas oben die nordame­rikanischen und unten die südamerikanischen Gebirge. Das ist die andere Welle, von Nord nach Süd. Die steht auf der ersten senkrecht darauf.

Dr. Rudolf Steiner:

Dan zou het natuurlijk goed zijn, wanneer u dat zo zou doen, dat u de kinderen allereerst de vorming van de lagen duidelijk maakt, dat u hun een begrip bijbrengt van hoe de Alpen zijn ontstaan. En dat u dan uitgaand van de Alpen het hele complex behandelt: Pyreneeën, Alpen, Karpaten, Altaigebergte enz., dat is de ene glooibeweging; dat u die aan de kinderen goed duidelijk maakt. En dan de andere glooiing die van Noord-Amerika naar Zuid-Amerika loopt. Dan krijg je dus de ene glooiing tot aan de Altai, tot aan de Aziatische bergen, die loopt van west naar oost. En dan heb je in het westen van Amerika in het noorden de Noordamerikaanse en in het zuiden de Zuidamerikaanse gebergten. Dat is de andere glooiing, van noord naar zuid. Die staat loodrecht op de andere:

Von dieser Schichtung und Gliederung gehen wir aus, und da reihen wir dann die Vegetation und die Fauna an. Dann versuchen wir einfach die Westküste von Europa und die Ostküste von Amerika, die Fauna und Flora und die Schichtung zu studieren. Dann gehen wir dazu über, den Begriff davon hervorzurufen, wie der Osten von Ame­rika und der Westen von Europa zusammenhängen, und daß das Becken des Atlantischen Ozeans und die Westküste von Europa ein­fach Senkungsland ist. Von diesen Begriffen aus versuchen wir dann auf naturgemäße Weise klarzumachen, daß sich das im Rhythmus auf und ab bewegt. V on dem Begriff des Rhythmus gehen wir aus. Wir zeigen, daß die britischen Inseln viermal auf und abgestiegen

We gaan uit van deze gelaagdheid en indeling en daar knopen we dan de vegetatie en de fauna aan vast. Dan proberen we eenvoudigweg de westkust van Europa en de oostkust van Amerika te bestuderen, de fauna en de flora en gelaagdheid. Dan gaan we ertoe over om begrip te wekken voor hoe het oosten van Amerika en het westen van Europa met elkaar samenhangen en dat het bekken van de Atlantische Oceaan en de westkust van Europa simpelweg gezonken land is. Met deze begrippen proberen we dan op een natuurlijke manier duidelijk te maken, dat er ritme zit in het stijgen en dalen. We gaan uit van het ritme. We laten zien dat de Britse eilande viermaal gestegen en gedaald zijn.

blz. 86

sind. Da kommen wir zurück zu dem Begriff der alten Atlantis, auf geologischem Wege.
Dann können wir übergehen indem wir versuchen, in den Kindern die Vorstellung hervorzurufen, wie es anders war, als das eine da unten war, und das andere da oben. Wir gehen davon aus, daß die britischen Inseln viermal auf- und abgestiegen sind. Das ist einfach geologisch festzustellen an den Schichten. Wir versuchen also, diese Dinge in Zusammenhang zu stellen, aber wir dürfen nicht davor zurückschrecken, bei den Kindern von dem atlantischen Land zu sprechen. Wir dürfen das nicht überspringen. Auch im geschicht­lichen Zusammenhang können wir daran anknüpfen. Nur werden Sie dann die gewöhnliche Geologie desavouieren müssen. Denn die atlantische Katastrophe muß ja im 7. bis 8. Jahrtausend angesetzt werden.
Die Eiszeit, das ist die atlantische Katastrophe. Die ältere, mittlere und neuere Eiszeit, das ist nichts anderes als das, was vorgeht in Europa, während die Atlantis untersinkt. Das ist gleichzeitig, also im 7., 8. Jahrtausend.

Dan kunnen we ertoe overgaan in de kinderen een voorstelling op te roepen hoe anders het was toen het ene zich onder bevond en het andere boven. Dat is eenvoudig vast te stellen aan de geologische lagen. We proberen dus deze dingen met elkaar in verband te brengen, maar we mogen er niet voor terugschrikken met de kinderen over Atlantis te spreken. Dan komen we terug op het begrip van het oude Atlantis, langs geologische weg. We mogen dat niet weglaten. We kunnen er ook vanuit geschiedkundige samenhangen bij aanknopen. Maar dan moet u wel de gangbare geologie ontkennen. Want de Atlantische ondergang moet zo ongeveer in het 7e, 8e millennium worden geplaatst.
De ijstijd is het ondergaan van Atlantis. De oudere, middenijstijd en de jongere zijn niet anders dan wat zich in Europa afspeelt tijdens het wegzinken van Atlantis. Dat speelt zich gelijktijdig af, in het 7e, 8e millennium.
GA 300A/85-86
Niet vertaald

Opmerkelijk is tegelijkertijd dat Steiner hier nauwelijks ‘antroposofie’ brengt. In die tijd kwam ook Wegener met ‘de schuivende platen’ en in dit artikel over het ontstaan van de Britse eilanden is diverse malen sprake van stijging en daling: zowel van de bodem als van de zeespiegel (het een is niet noodzakelijkerwijs het gevolg van het ander!) 

Er is wel meer te doen geweest over ‘Atlantis’. Om daarover een genuanceerd en gedetailleerd oordeel te kunnen vellen, raad ik de lezer aan – vóór een mening te geven – de betreffende artikelen aandachtig te bestuderen.
.

 

8e klasalle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen

Het leerplan: alle artikelen

VRIJESCHOOL  in beeld: omdat het kunstzinnig werk van klas 7 deels wordt voortgezet in klas 8: zie 7e klas

..

2000

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.