Tagarchief: 5e klas geschiedenis Egypte

VRIJESCHOOL – 5e klas – geschiedenis (2-3/2)

In de 5e klas horen de kinderen ook ‘iets’ over Egypte. Wat je zou kunnen laten horen en zien, staat beschreven in de artikelen die je hier onder [2-3] kan vinden.

Als leerkracht is het ook goed om je te verdiepen in ‘wat Egypte was’.  De ‘Osiris-mythe’ die je zeker zal vertellen, wordt hier bijv. nader toegelicht.
Vandaar dit achtergrondartikel voor de leerkracht.
.

J. Zee, Jonas jaarging 10 nr. 2
.

De wedergeboorte van de zon in Egypte

In de hal van het Egypte-museum van Cairo hebben verschillenden van ons het moeilijk, worden door een duizeling bevangen.

Komt het door de inspanningen van de 16 uur durende treinreis uit Assoean (volgens officiële opgave in het Egyptische spoorboekje moet de reis 12 uur duren: maar 4 uur verschil!) die we juist achter de rug hebben? Het is onze laatste dag hier in Egypte en in het museum resten ons nog slechts enkele uren voor het sluitingstijd is.

Of is het de werking van al die goden en farao’s die misschien nog hechten aan de hier verzamelde resten en brokstukken van die glansperiode uit de mensheidsgeschiedenis?

Een feit is dat het geheel met de uit het halfduister opdoemende steengestalten veel weg heeft van grootvaders rommelzolder, maar dan van deprimerend gigantische afmetingen. Een bonte opeenstapeling van duizenden jaren beschaving ligt daar bijeengeraapt, weggehakt en geplunderd uit de heiligste ruimtes van priesters en koningen, van eertijds niet-toegankelijke tempels en graven.

Tot de grote attracties (apart bijbetalen) behoort de mummiezaal: hier ligt de geconserveerde mens geconserveerd en in glazen kisten tentoongesteld; het kerkhof van een legertje koningen en koninginnen geconcentreerd in één museumzaaltje. Mijn oog valt op een apart glazen kistje, met daarin een aandoenlijk opgezet hoofd. Ook zie ik hier Seti I, de vader van Ramses II. We hebben zijn graf in de Vallei der Koningen in Thebe, met de prachtig in kleur bewaard gebleven afbeeldingen van het hiernamaals helaas afgesloten gevonden, misschien wel voor altijd. Het gevaar dat de ruimtes zullen instorten, is het lot dat waarschijnlijk alle graven hier staat te wachten (er zijn er in totaal 64, waarvan er tot voor kort 17 zijn te bezoeken).

Het is de tol die de mensheid moet betalen voor de zegeningen van de Assoeandam: heel Egypte drijft! Misschien behoorden wij al tot de laatsten die de diverse graven nog hebben kunnen zien.

Het is overigens een merkwaardig verschijnsel dat Egypte zo’n geheimzinnige aantrekkingskracht uitoefent op de mens van deze tijd. Gedurende de kleine tweeduizend jaar die achter ons liggen is de Egyptische cultuur de mist in gegaan. Kort na de jaartelling is er niemand meer die de hiëroglyfen kan lezen. Egypte is herontdekt moeten worden, in een tijd die we de onze mogen noemen: sinds de Franse Revolutie, door Napoleon, door Champollion en door de vele onderzoekers in de vorige en in onze eeuw. En nu verdringen de mensen zich en staan mannetje aan mannetje om van hun belangstelling blijk te geven, niet alleen op de Egypte-tentoonstelling, die over de wereld gaat en nog kortgeleden Rotterdam heeft ‘aangedaan’, maar net zo goed in Egypte zelf. In de piramides, de rotsgraven, de tempels, de musea, steeds weer moesten we de ruimte delen met hele busladingen toeristen.

Veel is er inmiddels over het zo mysterieuze oude Egypte bekend geraakt en er is een gigantische arbeid verricht om de verklarende hiëroglyfenteksten vertaald te krijgen. Het neemt niet weg dat het geheim van Egypte zichzelf bewaart, en dat die monumentale uit steen gehouwen wereld over zijn verborgen betekenis zwijgt als het graf. Wat beweegt dan de mens van tegenwoordig om er in groten getale op af te komen? Wat is het dat we in Egypte zoeken?

Met deze vraag in gedachte is het misschien goed ons eens in te leven in wat in de Egyptische mysteriën op bijzondere wijze wordt ervaren: de zonsopkomst.

Uit talrijke teksten en afbeeldingen blijkt dat iedere zonsopkomst beschouwd wordt als een opstanding uit het niets, als de overwinning van het zonnewezen op de chaos, op de dood. Op afbeelding 1. kunnen we zien hoe de zonneschijf overdag zijn weg vervolgt langs het lichaam van Noet, de hemelgodin. ’s Avonds gaat hij in haar mond naar binnen, ’s ochtends wordt de zonneschijf tussen haar benen geboren.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is egypte-2.jpg

Men vergist zich echter als men zou denken dat de zonneschijf in de nacht alleen maar bedekt wordt door het lichaam van Noet of door de aarde, en ’s ochtends weer vanuit zijn verscholen positie te voorschijn komt. Uit diverse afbeeldingen, maar meer nog uit de teksten, blijkt de voorstelling te zijn geweest (vanuit het imaginatieve schouwen van de ingewijde Egyptenaar), dat de zonneschijf bij zonsopgang niet alleen voor het oog, maar ook letterlijk uit de wereld verdwijnt. Het zonnewezen neemt een andere gedaante aan. Ten slotte is het de zonnegod Toem-Chepera, voorgesteld als de scarabee, de kever, die het wonder verricht zichzelf uit het niets voort te brengen.

(Zoals de mestkever in de natuur een balletje mest – waarin hij zijn eitjes legt – voor zich uitduwt, zo zien we op de afbeeldingen de goddelijke scarabee de uit zichzelf voortgebrachte zonneschijf voor zich uit bewegen.) Het is niets minder dan een herhaling van de oerschepping, waarbij de schepper oprijst uit de wateren van Noen en chaos door kosmos vervangt. De demonen van de duisternis en van de dood worden overwonnen, het is de schepping van de eerste opstanding van het leven. Deze oerschepping herhaalt zich elk jaar, elke maand, elke zonsopgang, bij iedere troonsbestijging. Het is de openbaring van het spontane leven, even onverklaarbaar als de schepping in het oerbegin.

Hoe nuchter is daarmee vergeleken ónze visie van het dag- en nachtverloop van de zon! In onze voorstelling beschrijven zon en aarde wetmatig hun banen langs de hemel en ten opzichte van elkaar, onverschillig of de kleine mens haar vanuit zijn plaats op de aarde nu wel of niet met het oog kan vervolgen. En uiteraard kan er geen sprake van zijn dat de zonneschijf verloren gaat enkel en alleen omdat hij uit mijn gezichtsveld verdwijnt.

Maar laten we desalniettemin beginnen met de Egyptenaar serieus te nemen. Op zijn minst kunnen we dan vaststellen dat hij het bestaan van het zonnewezen in de wereld op het wonder van zijn eigen existentie betrekt! Het doet mij denken aan wat Nietzsche zijn Zarathoestra laat zeggen, terwijl deze de zon tegemoet treedt: ‘Gij groot gesternte! Wat zou uw geluk waard zijn, wanneer ge niet hen had, die gij verlicht?’ (in: ‘Aldus sprak Zarathoestra’.)

Is het niet eigenlijk primitief van óns om te denken dat de planeten zomaar tot in eeuwigheid van dagen, als een zinloos mechaniek, om elkaar heen draaien? De Egyptenaar heeft nog die uit de directe aanschouwing verkregen grootse visie, dat het zonnestelsel de uitdrukking is van wezens die in de mens tot hun bewustzijn komen! En als u en als ik ze niet zouden zien en gadeslaan, die planeten en sterren als hun bestaan niet in u en in mij tot bewustzijn zouden komen, dan zouden ze daar niet hun rondjes draaien aan de hemel.

Het centrum van ons zonnestelsel, onze zon, mag uiterlijk als gesternte, schenker zijn van alle leven dat op aarde voorkomt, maar innerlijk – zo ongeveer zegt de Egyptenaar – is het een onzichtbare bron die iedere mens van bewustzijnslicht voorziet als een door de goden aangereikte hemelse substantie. (Bij de gratie daarvan vallen de sterren ons eerst op en zijn wij ons bewust van hun eeuwige en wetmatige kringlopen.) De geboorte daarvan, namelijk van het licht van ons zelfbewustzijn iedere ochtend weer, is een door zelfschepping verkregen echte wedergeboorte, ongelijk aan de vorige en volgende keren!

Horus het kind, of Re-Hor-Achte, is een zich steeds vernieuwend wezen, dat wordt geschapen aan de horizon. Evenzo vindt aan de dageraad van ons bewustzijn de geboorte plaats van ons eigen wezen, dat uit zichzelf in ons wordt voortgebracht.

Wat zich dus buiten in de kosmos in het groot voltrekt, herhaalt zich in de mens op dezelfde wijze. De Egyptische mysteriën zijn, zoals Rudolf Steiner beschrijft in zijn ‘Egyptische Mythen und Mysteriën’, [vertaald] geboortemysteriën. Men kan zich daarbij meteen afvragen van wat voor soort geboorte daar sprake moet zijn als het een wedergeboorte is. In de legende die ten grondslag ligt aan de hele Egyptische cultuur is bij nader inzien sprake van twee geboortes, maar beide wezenlijk verschillend, en men kan deze zogenoemde ‘Osiris-mythe’ daarom met een zeker recht ook een geboorteverhaal noemen. Hierin spelen drie figuren een fundamentele rol. Het is de god Osiris, die de oorspronkelijke koning van Egypte is, zijn zuster en gemalin Isis, die het goede ten aanzien van Osiris nastreeft, en zijn broeder Seth die ten aanzien van Osiris alleen maar het kwade wil. (In het Grieks Typhoon, de god van de stormwind.) De legende vertelt dat Seth op een feest een prachtige kist in mensengestalte ten geschenke geeft aan diegene die er in past. Op het moment dat Osiris in de hem als gegoten zittende kist gaat liggen, slaan Seth en zijn 72 handlangers het deksel dicht en gooien hem in de Nijl.
De treurende Isis zoekt en vindt uiteindelijk de dode Osiris en verstopt hem in het riet van de Nijldelta. Uit een goddelijke lichtstraal wordt Isis door Osiris bevrucht en zij baart Horus het kind.
Seth weet de verborgen Osiris te ontdekken en hij scheurt het lijk in veertien stukken. Isis slaagt erin de stukken te vinden die zij alle begraaft. Voortaan ligt Osiris, de hemelse mens, in stukken uiteen, verspreid over Egypte. Naar de legende is er op ieder van de stukken een tempel gebouwd. De nageboren Horus wreekt zijn vader door Seth in een langdurige strijd te verslaan.

Het is een merkwaardig geboorteverhaal. Want op het moment dat de hemelse mens zich begeeft in zijn op maat gemaakte kist (de geboorte!) sterft hij. De lucht, die bij de eerste ademhaling, als een vlaag van ‘hartstocht’, in de romp wordt gezogen, betekent een overwinning voor de windgod, de boze Seth-Typhoon. Hij is de god die de wateren van het leven door heftige begeerten kan doen kolken en tot razernij kan opzwepen.

Ook Homerus spreekt van de wijnrode zee (het bloed) die de mens op zijn tochten (Odysseus) zo moeilijk tot bedaren kan krijgen. Die strijd is het die Horus voert met Seth, van de ochtend tot de avond. Want de Seth-Typhoon-krachten stijgen uit het onbewuste in de mens omhoog en de bevrediging van die verlangens schenken de mens de hoogste gelukzaligheid, maar tevens zijn het die krachten die de mens in stukken scheuren.

Voor de oude Egyptenaar is Egypte aan het menselijk lichaam gelijk (en van dit menselijk lichaam is Osiris de soevereine vorst!): de benen strekken zich uit naar het zuiden, de veel koelere Nijldelta is het hoofd. In dit hoofd, in het vegetatieve leven van de delta, houdt Isis Osiris verborgen, en hier is het dat de nieuwe geboorte van de onsterfelijke Horus plaatsvindt.
De Egyptenaar lokaliseert Horus dus in het hoofd, de delta van de Nijl, en stelt daartegenover het uit het onbewuste, opstijgende boze, ook voorgesteld als Sebek, de uit het zuiden van de Nijl opdringende krokodil (het beeld van St.-Joris die de draak moet verslaan!). Het strijdtoneel ligt in het midden: bij de Grieken de wijnrode ‘Middelland’-se Zee.

In het hoofd, waarin ons het bewust-zijnslicht geschonken wordt, moeten wij de wapens vinden waarmee wij de duistere machten van het onbewuste moeten verslaan.

De originele filosoof-Egyptoloog Schwaller de Lubicz vestigt op weer andere wijze de aandacht op; het hoofd. Hij wijst ons op de grote overeenkomst tussen het typische kever-schild van de scarabee en het nadenpatroon van de menselijke schedel (zie afb. 2).

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is egypte-3.jpg

Heel anders beluisteren we nu de Egyptische teksten, die vermelden dat de scarabee als zonnegod in de vroege ochtend de zonneschijf schept uit zichzelf!

Bij de strijd die Horus aanbindt met de boze Seth om zijn vader te wreken, speelt de vrouw van Seth, Nefthys, een beslissende rol. In deze godin kan de moderne mens zichzelf herkennen. Zij behoort met Osiris, Isis, Seth en Horus tot de vijf belangrijkste goden van de Egyptische mysteriën. Voor de ontwikkeling van de moderne mens neemt zij echter de allerbelangrijkste plaats in. Omdat de geboorte van de mens het begin van het einde betekent, waardoor het lichaam hard wordt en de dood in het lichaam trekt (het skelet) heet de vrouw van Seth ‘huis van het harde lichaam’. Maar zij wordt tegelijkertijd ’het huis van de Phoenix’ genoemd. De Phoenix (in het Egyptisch: de vogel Bennu) is de vogel die uit zijn as herrijst.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is egypte-1.jpg

De Egyptische mythologie lijkt daarmee wel voor de toekomst te zijn geschreven, en die toekomst lijkt in hoge mate betrekking te hebben op de tijd waarin wij leven. Want de mens is nog nooit zo ver van zijn hemelse oorsprong afgedwaald als nu. Wat ervaart de mens van vandaag anders dan dat de geest eruit is en dat de wereld van onze tijd aan stukken ligt?

Voor de moderne mens geldt dat hij geconfronteerd wordt met de dood. Zeker ook met de uiterlijke dood, met de dood van het lichaam, maar veel meer nog met de innerlijke dood, met de ervaring in de ziel dood te zullen gaan terwijl we toch gewoon blijven leven.

We willen de valium goedkoper krijgen omdat de omzet in de astronomische cijfers gaat lopen en dat moet allemaal nodig zijn om de angsten, de fobieën en de hyperventilaties te helpen onderdrukken. In de mens die aan hyperventilatie lijdt, breekt de onverhulde angst door te zullen sterven, in een zwart gat weggezogen te zullen worden. In de innerlijk verdeelde, vaak nog jonge mens treedt een benauwdheid op en een beklemming die hem noopt snel adem te halen, tot er een bezwijming (een schijndood) met verkrampte ledematen op kan volgen, tenzij de patiënt kalmeert of gaat blazen in het bekende plastic zakje. Wat deze zieke mens doormaakt is niets minder dan een drempelervaring.

In Rotterdam aan de haven staat het beroemde beeld van Zadkine, van de verscheurde mens, de armen krampachtig naar de hemel geheven en op de plaats van het hart een zwart gat.

Het is de confrontatie van de mens met de godin Nefthys. Zij vertegenwoordigt de kracht die de stervende graankorrel doet ontkiemen, maar tevens de kracht, die de ontkiemende graankorrel doet sterven.

Uit de Egyptische dodenteksten weten we dat er geen farao de troon bestijgt of hij moet zijn ingewijd en dat er geen inwijding plaats heeft zonder de vaste begeleiding van Isis én Nefthys, afgebeeld aan hoofd- en voeteneind van de in te wijden mens die in de toestand van schijndood is gebracht. (Dikwijls weergegeven als mummie.) Wat lang geleden gold voor enkelingen, die hun tijd ver vooruit moesten zijn om hun volk te kunnen leiden, dat is nu aangelegenheid van de hele mensheid geworden (in zoverre de mensen tot de moderne tijd behoren). Het mag in ziektebeelden als de hyperventilatie op tragische en karikaturale wijze naar voren komen, maar in wezen houdt het ieder van ons bezig of we willen of niet, namelijk het innerlijk te boven moeten komen dat we le-levend bezig zijn te sterven of stervend bezig zijn te leven. Over het feit dat we in een beklemmende tijd leven is het onnodig uit te weiden. Hoe we er echter weer uitkomen, hoe we dit innerlijk moeten overwinnen, hoe we na leven en dood tot opstanding moeten komen is een andere vraag. Het is het leren omgaan met Nefthys, die de vergankelijke mens wil leren wat er onsterfelijk aan hem is.

De Egyptische cultuur toont zich in feite als een spiegelbeeldige versie van de onze, geeft dus het omgekeerde beeld te zien van onze materialistische tijd. Zij richten zich vanuit hun hogere bewustzijn naar de materie (hun uit steenblokken opgetrokken gigantische bouwwerken, hun mummie-cultuur, enz. getuigen daarvan), terwijl wij als verstokte materialisten ons beginnen te realiseren dat er misschien toch iets ‘nieuws’ is onder de zon. Er begint bij ons iets te dagen aan de horizon, aan de Horus-zon, aan Re-Hor-Achte. Zou het oude Egypte bij ons daarom zo in trek komen?

Ik moet denken aan het mopje van die Amerikaan in het Egypte-museum van Cairo, die wijzend op een mummie, roept: ‘Hé! Perhaps it was yóu.’ Wie strijdt er niet zoals Horus of zoekt zoals Isis, of ‘gaat langs de tempels’ als hij de kans krijgt, en verzamelt de brokstukken op zoek naar zichzelf?

  . 

5e klas geschiedenis: alle artikelen         

5e klas: alle artikelen   

Geschiedenis: alle artikelen                                

Vrijeschool in beeld: 5e klas geschiedenis

.

2287

.