VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner – Algemene menskunde voordracht 8 (8-4-9)

.

Artikel in opbouw

Enige opmerkingen bij blz. 130 vert.

.
DE TWAALF ZINTUIGEN

9. EVENWICHTSZIN

Blz. . 133  vert. 130

Dann den Gleichgewichtssinn. Wir haben ein sinnlich geartetes Bewußtsein davon, daß wir im Gleichgewicht sind. Ein solches Bewußtsein haben wir. Wir wissen durch ein gewisses innerliches sinnliches Wahrnehmen, wie wir uns zu rechts und links, zu vorn und rückwärts verhalten, wie wir uns im Gleichgewicht verhalten, damit wir nicht umfallen. Und wenn das Organ unseres Gleichgewichtsinnes zerstört wird, fallen wir um; dann können wir uns nicht ins Gleichgewicht setzen, wie wir uns zu den Farben nicht in Beziehung bringen können, wenn das Auge zerstört ist. 

En de evenwichtszin. We hebben een op de zintuigen gebaseerd bewustzijn dat we in evenwicht zijn. Zo’n bewustzijn hebben we. We weten door een zekere innerlijke zintuiglijke waarneming hoe onze positie is ten opzichte van rechts en links, voor en achter, hoe we ons evenwicht bewaren opdat we niet omvallen. Wanneer het orgaan van onze evenwichtszin niet meer functioneert, vallen we om. Dan kunnen we niet het evenwicht opzoeken, zoals we zonder functionerende ogen geen kleurbeleving kunnen hebben.

Blz. 134  vert. 130

Da haben wir zunächst vier Sinne: Tastsinn, Lebenssinn, Bewegungssinn, Gleichgewichtssinn. Diese Sinne sind hauptsächlich durchdrungen von Willenstätigkeit. Der Wille wirkt hinein in das Wahrnehmen durch diese Sinne.

De tastzin, de levenszin, de bewegingszin en de evenwichtszin worden voornamelijk doordrongen door wilsactiviteit. De wil werkt door in het waarnemen door deze zintuigen.

Der ruhende Wille wirkt auch in die Wahrnehmung Ihres Gleichgewichtes hinein.

De wil in toestand van rust werkt ook door in de waarneming van uw evenwicht.

Blz. 134  vert. 131

Gleichgewichtssinn, Bewegungssinn, Lebenssinn und Tastsinn sind Willenssinne im engeren Sinne. Beim TastSinn sieht der Mensch äußerlich, daß er zum Beispiel seine Hand bewegt, wenn er etwas betastet: daher ist es für ihn offenbar, daß dieser Sinn für ihn vorhanden ist. Beim Lebenssinn, Bewegungssinn und Gleichgewichtssinn ist es nicht so offenbar, daß diese Sinne vorhanden sind. Da sie aber im besonderen Sinne Willenssinne sind, so verschläft der Mensch diese Sinne, weil er ja im Willen schläft. 

Evenwichtszin, bewegingszin, levenszin en tastzin zijn wilszintuigen in engere zin.
Bij de tastzin ziet de mens van buitenaf dat hij bijvoorbeeld zijn hand beweegt wanneer hij iets betast. Daardoor blijkt duidelijk dat dit zintuig bestaat. Bij de levenszin, de bewegingszin en de evenwichtszin treedt dat niet zo duidelijk aan de dag. Omdat ze namelijk in het bijzonder wilszintuigen zijn ‘verslaapt’ de mens deze zintuigen; hij slaapt immers in de wil.
.

GA 293   vertaald

Zintuigenalle artikelen

Algemene menskunde: zintuigen [8-4]

Algemene menskunde: voordracht 8 – alle artikelen

Algemene menskundealle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

.

2087

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.