VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner – Algemene menskunde – voordracht 5 (5-2-1)

.

Enkele gedachten bij blz. 84/85 in de vertaling van 1993.

ALGEMENE MENSKUNDE ALS BASIS VOOR DE PEDAGOGIE

luidt de titel van de vertaling van GA* 293 [1].

De voordrachten die Steiner hield hadden tot doel uiteen te zetten wat vrijeschoolpedagogie omvat.
Van 21 augustus tot en met 6 september 1919 volgden de leerkrachten voor de te beginnen school deze cursus die, naast de in de morgen gehouden voordrachten GA 293, ook nog bestond uit de over de rest van de dag verdeelde cursussen  (GA 294) [2] en (GA295) [3]

Wij kunnen aan onszelf ervaren dat de sympathie- en antipathiekrachten werkelijk in ons aanwezig zijn. Steiner heeft ons met zijn gezichtspunten over deze zielskwaliteiten een sleutel in handen gegeven waarmee we niet alleen onszelf beter kunnen begrijpen, maar ook onze medemens en wat voor de pedagoog het allerbelangrijkste is: het kind. 

Het gegeven feit dat we ons als individu alleen kunnen manifesteren door een sterkere antipathiekracht, kan ons laten begrijpen waarom een klein kind in een ‘nee-zegfase’ komt. 

In de 2e voordracht [GA 294] die na de 2e voordracht over ‘algemene menskunde’ op diezelfde ochtend volgde, beschouwt Steiner het spreken vanuit het standpunt sympathie-antipathie, als uiting van het gevoel, van onze stemmingen. Hij brengt het verschil klinker-medeklinker ter sprake in samenhang met sympathie en antipathie.
Ik heb dat hier nader uitgewerkt.

De klinkers stromen a.h.w. vanuit onszelf naar de wereld toe, zonder enige belemmering van de ademstroom. De medeklinkerstroom onderbreken we voortdurend, we sluiten die af, geven die meer of minder nadruk, maken die scherper of minder scherp, harder of zachter. En wie goed waarneemt, zichzelf en anderen, zal m.n. aan de medeklinkers merken hoe die met de antipathie samenhangen. Wanneer die bij ons is tegenomen, bv. in een discussie met iemand waarbij we overtuigend ons gelijk willen halen, zullen de medeklinkers meer nadruk krijgen, scherper worden. Ook in ruzies hoor je dat veelvuldig. De stem wordt metaalachtiger, harder, kouder, verliest in ieder geval de warmte die er bv. bestaat bij de in verwondering ge-uite A-klank. 

In het ‘normale’ spraakgebruik blijft het bewustzijn van de mate van sympathie en antipathie buiten de bewuste beleving. 

En dat is ook zo bij andere handelingen die we verrichten.

Op blz. 85 noemt Steiner dat ‘wijs ingericht in de wereld’. Want zouden we ons voortdurend alle sympathie en antipathie van ons voelen bewust zijn, dan zouden we ons bewustzijn enerzijds van een behoorlijke dosis antipathie waarmee onze handelingen gepaard gaan begeleiden, anderzijds zouden we in volle sympathie – zoals die alleen beleefd wordt bij ‘de toch niet zeer talrijke handelingen die we niet slechts uit rationele overwegingen verrichten, maar in werkelijke geestdrift, in overgave, in liefde -(blz. 84) a.h.w. wegvloeien in de wereld, zouden er alles instinctief doen, vanuit wat in ons opkomt vanuit sympathie. 
De antipathie moet a.h.w. de sympathie begeleiden. Daardoor komt er ‘weten’ in ons handelen en daarmee kunnen we ons voegen in iets wat de wereld objectief van ons vraagt. Of m.a.w. dat de wil zich openbaart als iets objectiefs dat ons met de wereld om ons heen verbindt.
De sympathie moet a.h.w. de antipathie begeleiden. Zou ons alles in hoge mate vanuit de antipathie bewust zijn, dan ‘zou dan verschrikkelijk zijn!’ (blz. 85) De mens zou zich in de wereld voortdurend omgeven voelen door antipathie.
Dat zou, volgens Steiner, verwoestingen aanrichten in de menselijke ziel. 

De wijsheid is dat beide krachten nodig zijn, maar dat ze onder de drempel van het bewustzijn blijven in het dagelijks leven. 

Blz. 85  vert. 84

Geradeso wie uns nur ausnahmsweise, nicht immer, unsere Antipathie mit der Umwelt ins Bewußtsein kommen darf im Erkennen, so darf uns unsere immer vorbandene Sympathie mit der Umwelt nur in Ausnahmefällen, in Fällen der Begeisterung, der hingebenden Liebe, zum Bewußtsein kommen. Sonst würden wir alles instinktiv ausführen. Wir würden uns niemals in das, was objektiv, zum Beispiel im so- zialen Leben, die Welt von uns fordert, eingliedern können. Wir müssen gerade das Wollen denkend durchdringen, damit dieses Wollen uns eingliedert in die Gesamtmenschheit und in den Weltenprozeß als solchen.
Sie werden sich das, was dabei geschieht, vielleicht klarmachen können, wenn Sie bedenken, welche Verheerungen es in der menschlichen Seele eigentlich anrichten würde, wenn im

Net zoals onze antipathie ten opzichte van de buitenwereld bij het kennen slechts bij uitzondering en niet voortdurend tot bewustzijn mag komen, zo mag onze steeds aanwezige sympathie voor de buitenwereld ook slechts bij uitzondering tot bewustzijn komen, namelijk wanneer er sprake is van geestdrift, van toegewijde liefde. Anders zouden we alles instinctief doen. We zouden ons nooit kunnen voegen in iets wat de wereld objectief van ons vraagt, bijvoorbeeld in het sociale leven. We moeten met ons denken doordringen in de wil, juist opdat dit willen ons een plaats geeft in de gehele mensheid en in het kosmisch proces als zodanig. Wat daarbij gebeurt, wordt u misschien duidelijk wanneer u bedenkt welke verwoestingen het in de menselijke ziel zou aanrichten, wanneer alles

blz 86   vert. 85

gewöhnlichen Leben diese ganze Sache, von der ich jetzt gesprochen habe, bewußt wäre. Wenn diese Sache im gewöhnlichen Leben fortwährend in der menschlichen Seele bewußt wäre, dann wäre dem Menschen ein gut Stück Antipathie bewußt, das bei allen seinen Handlungen begleitend wäre. Das wäre furchtbar! Der Mensch ginge dann durch die Welt und fühlte sich fortwährend in einer Atmosphäre von Antipathie. Das ist weise eingerichtet in der Welt, daß diese Antipathie als eine Kraft zwar notwendig ist zu unserem Handeln, daß wir uns ihrer aber nicht bewußt werden, daß sie unter der Schwelle des Bewußtseins bleibt.

waar ik nu over sprak u in het gewone leven bewust zou zijn. Zou ons dat bewust zijn, dan zou de mens zich bewust zijn van een behoorlijke dosis antipathie waarmee zijn handelingen gepaard gaan. Dat zou verschrikkelijk zijn! Dan zou de mens zich in de wereld voortdurend omgeven voelen door een sfeer van antipathie. Het is wijs ingericht in de wereld dat deze antipathiekracht – die als kracht weliswaar nodig is voor ons handelen – ons niet bewust wordt, maar onder de drempel van het bewustzijn blijft.
GA 293/85-86
Vertaald: 84-85
.

*GA= Gesamt Ausgabe, de boeken en voordrachten van Steiner

[1] GA 293
Algemene menskunde als basis voor de pedagogie
[2] 
GA 294
Opvoedkunst. Methodisch-didactische aanwijzingen
[
3] GA 295
Praktijk van het lesgeven
.

Algemene menskunde: voordracht 5: alle artikelen

Algemene menskundealle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

.

1912

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.