VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over pedagogie(k) GA 192 – 3 voordrachten over volkspedagogie- inhoudsopgave

.

Enige maanden voor de opening van de eerste vrijeschool ter wereld, in Stuttgart, september 1919, hield Steiner verschillende voordrachten over pedagogie(k), vaak in samenhang met vrijheid van het geestesleven als een van de autonome gebieden van zijn sociale driegeledingsgedachte.

Onder de titel ‘Geesteswetenschappelijke beschouwingen over sociaal-pedagogsche vraagstukken’ , GA 192 [1] zijn de 17 voordrachten gebundeld die hij van 21 april t/m 28 september hield in Stuttgart.

3 daarvan zijn bekend onder naam:

Drie voordrachten over volkspedagogie

de voordrachten 4, 5 en 6 van resp. 11, 18 mei en 1 juni.

Het gaat in deze drie voordrachten veel meer om de sociale omgeving waarin het gangbare onderwijs zich bevindt, dan om vrijeschoolpedagogie.
Door veel in te gaan op de omstandigheden van de tijd rond de 1e Wereldoorlog en daarvoor, is veel van de inhoud gedateerd, maar Steiner maakt steeds wel weer een opmerking die bijv, als wegwijzer zou kunnen dienen en die zich daarmee onttrekt aan de actualiteit van die tijd en erboven uitgaat. 

Hier volgt een kleine inhoudsopgave van elk van de drie voordrachten. Bij de voordracht zelf wordt naar de bladzij verwezen waar deze kernwoorden op slaan. (nu nog niet klaar)

Inhoudsopgave: voordracht 4, 11 mei 1919

Beispiele für die Unzulänglichkeit der naturwissenschaftlichen Weltorientierung gegenüber den sozialen Problemen der Gegenwart.
Zu zwei Aufsätzen von Jakob von Uexküll und Friedrich Niebergall.
Mangelnde Denkaktivität und die Tendenz zur Rückkehr in die katholische Kirche.
Das Verderbliche des Zusammenstoßens von technischer Kultur und Privatkapitalismus.
Die Notwendigkeit einer Erneuerung der Volkspädagogik und der Volksschule
auf der Grundlage einer Erkenntnis der menschlichen Natur und ihrer Entwicklungsgesetze.
Die notwendige Umgestaltung der Lehramtsprüfungen.
Die Ausbildung des Denkens, des Gemüts- und Gedächtnislebens und des
Willens im zweiten Lebensjahrsiebt.
Die Einführung in das heutige Leben während des dritten Jahrsiebts.
Die Nutzlosigkeit des Studiums von Latein und Griechisch für unsere Zeit und die Unzulänglichkeit der Übersetzungen von griechischen Dramen durch Wilamowitz.
Gleiche Grundbildung für die Menschen aller Klassen.
Die Bedeutung der Ökonomie im Unterricht, dargestellt am Beispiel der Geometrie.

Voorbeelden van het tekort schieten van de natuurwetenschappelijke wereldoriëntatie m.b.t. de sociale problemen van de huidige tijd.
N.a.v. twee opstellen van Jakob von Uexküll en Friedrich Niebergall.
Tekort schietende denkactivieit en de tendens terug te kerren naar de katholieke kerk.
Het verderfelijke van het samengaan van technische cultuur en privaarkapitaal.
De noodzakelijkheid van vernieuwing van de volkspedagogie en het onderwijs op basis van de menselijke natuur en de ontwikkelingwetmatigheden daarvan.
De noodzakelijke veranderingen van de onderwijzers- en lerarenexamens
De ontwikkeling van denken, voelen en geheugen en van de wil in de tweede zevenjaarsfase.
Het bekend maken met het moderne leven in de derde zevenjaarsfase.
Het nutteloze van een studie Latijn of Grieks voor onze tijd en het tekort schieten van vertalingen van Griekse drama’s door Wilamowitz.
Dezelfde basisontwikkeling voor de mensen van alle klassen.
De betekenis van economisch lesgeven aan de hand van wiskunde.

Inhoudsopgave: voordracht 5, 18 mei 1919 

Die Zukunftsaufgabe der Lehrerausbildung: Gewinnung eines unmittelbaren
Zusammenhanges mit dem Leben.
Die Einführung der Experimentalpsychologie 
in die Schule als Symptom für die Lebensfremdheit unserer Zeit.
Die Notwendigkeit anthropologischer Menschenerkenntnis zur Überwindung
dreier Zwangsimpulse: maskierter Priesterzwang, politischer Zwang und
wirtschaftlicher Zwang.
Die Notwendigkeit für den Pädagogen, die großen 
Entwicklungslinien der Menschheitsgeschichte zu erkennen: zum Beispiel den
Übergang vom natürlichen Recht zum historischen Recht oder das Einmünden
des neueren Geisteslebens in ein Parasitentum.
Die Hilflosigkeit heutiger 
Politiker wie Helfferich, Kapp und Bethmann Hollweg gegenüber den Erfordernissen unserer Zeit.
Ein Ziel der Schule: Das Hinführen zum Lernenkönnen 
vom Leben.
Im Westen: Wirtschaftsstreben ohne Brüderlichkeit; im Osten:

Brüderlichkeit ohne Wirtschaftsleben; in Mitteleuropa die Möglichkeit zur
Zusammenfassung der beiden.
Das notwendige Herauskommen aus dem 
Kleinlichen des Fachspezialistentums.

De toekomstopgave van de lerarenopleiding:een directe verbinding met het leven zien te krijgen.
De invoering van de experimentenpsychologie in de school als symptoom voor de de vervreemding van het leven in onze tijd.
De noodzakelijkheid van antropologische menskunde om drie dwangimpulsen te overwinnen: gemaskeerde dwang priester te worden; politieke dwang, economische dwang.
De noodzaak voor de pedagoog de grote ontwikkelingsimpulsen in de mensheidsgeschiedenis te kennen, bijv. de overgang van het natuurrecht in het historische recht; of het uitmonden van het modernere geestesleven in parasitisme.
De hulpeloosheid van huidige politici zoals Helfferich, Kapp und Bethmann Hollweg wat de eisen van onze tijd betreft.
Een doel van de school: zo ver brengen dat vanhet leven geleerd kan worden.
In het Westen: economisch streven zonder broederlijkheid; in het Oosten broederlijkheid zonder economie; in Midden-Europa de mogelijkheid tot een samengaan van beide.
De noodzaak om weg te komen van het kleinschalige van vakspecialisatie

Inhoudsopgave: voordracht 6, 1 juni 1919

Die Lebensfremdheit heutiger Erziehungsmethoden.
Der Epochen-Unterricht und seine Bedeutung für die Ausbildung eines gesunden Denkens.
Notwendigkeit einer philosophischen Propadeutik in den höheren Schulen und
der Einführung in die Probleme von Ackerbau, Gewerbe und Handel.
Erziehung zu wirklichkeitsgemäßem Beurteilen der Weltlage.
Die notwendige Verbindung von Kunst und Leben, von Kunst und Erziehung. Die Tendenz des Ostens nach wirklichkeitsfremder Mystik, des Westens nach Überbordung des materiellen Lebens, und das Abwehren dieser Schädigungen durch die Dreigliederung des sozialen Organismus.
Die Unmöglichkeit, diese Dreigliederung in privaten Gruppen zu realisieren.

De vervreemding van het leven van huidige opvoedingsmethoden.
Het periode-onderwijs en de betekenis ervan voor de ontwikkeling van een gezond denken.
De noodzaak van een filosofische propedeuse in de universiteiten en de inleiding tot de problemen van akkerbouw, industrie en handel.
Opvoeding en het beoordelen van de toestand in de wereld door een in de realiteit wortelend denken.
De noodzakelijke verbinding tussen kunst en leven, tussen kunst en opvoeding.
De hang van het Oosten naar wereldvreemde mystiek, van het Westen naar een overwaardering van het materiële leven en het afhouden van deze schadelijke invloeden door de driegeleding van het sociale organisme.
De onmogelijkheid om deze driegeleding  groepen ‘onder ons’ te realiseren.

.

[1] GA 192 voordracht 4 56  (Duits)

Rudolf Steiner over pedagogie(k): alle artikelen

Rudolf Steiner: alle artikelen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.