VRIJESCHOOL – Opspattend grind (45)

.


OPEN DEUR, MAAR TOCH FIJN DAT DIE INGETRAPT WORDT!

Of  Kinderpsychiater Binu Singh (UPC KU Leuven) een ‘geesteskind’ is van Dick Swaab, weet ik niet, maar haar opmerkingen doen wel sterk denken aan de producten uit zijn breinfabriek: het kind is toch vooral ‘brein’ dat ontwikkeld moet worden door, jawel, het brein dat de leerkracht is.
Als je door dat materialistisch jargon heenkijkt, doet de psychiater mooie uitspraken – voor kenners van de vrijeschoolpedagogie daarentegen niets bijzonders, wel verheugend dat ze vanuit die psychiatrische hoek ook worden gezien.

“Een kind uit het eerste leerjaar is nog geen lagereschoolkind”, waarschuwt kinderpsychiater Binu Singh. Is naar school gaan dan geen feest voor een 6-jarige? “Jawel”, zegt Singh, “maar zijn brein is nog niet klaar voor lange opdrachten. Kort lesdagen en -uren in, maak tijd om te spelen en schaf punten af.”

Hoe belangrijk spel in de vrijeschoolpedagogie is, vind je  hier
Steiner noemde het geven van cijfers onzin!

Zijn leerlingen in het eerste leerjaar in hun hoofd nog kleuters?
Vraagt de interviewer

De psychiater schets de kleuter zoals ook de vrijeschoolpedagogie dit kind ziet: “Een kind uit het eerste leerjaar is niet van de ene dag op de andere een lagereschoolkind. Het moet nog vaardigheden ontwikkelen die het nodig heeft in het lager onderwijs. Elk kind doet dat op zijn eigen tempo. Ze forceren helpt niet. Kinderen van 5, 6 jaar hebben nog veel behoefte aan spelen en bewegen, denken nog redelijk concreet en visueel.”
Zie vooral ook wat de psychiater verder zegt in het artikel

Wanneer het gaat om wat Steiner ‘de geliefde autoriteit’ noemt, wordt mevrouw Binu Singh wel weer erg Swaabs: “Nee. Een kinderbrein heeft de input en begeleiding van een volwassen brein nodig om te leren. En even verder: “In het eerste leerjaar is de leraar God, hè. Kinderen zijn heel loyaal. Ze zijn heel erg op zoek naar je begeleiding en je volwassen brein. Ze zoeken een sterke connectie op jouw wifisignaal”

Moeten leraren meer inzicht hebben in hoe hersenen werken?
Binu Singh: “Een leraar moet begrijpen hoe het brein van een leerling functioneert, hoe de kinderhersenen zich ontwikkelen. Dan kan hij/zij zelf oplossingen bedenken om alle kinderen mee te hebben. Daarom verbaast het me dat er in de lerarenopleiding niet méér lessen ontwikkelingspsychologie zitten.”

Een groot deel van Steiners pedagogische voordrachten is gewijd aan de ontwikkeling van kind – van kleuter tot bijna volwasse. Hoe zou een leraar het brein van een kind moeten begrijpen, als daarover nauwelijks iets meer bekend is dan bijv. dat de activiteit van de ledematen vormend op de hersenontwikkeling werkt of dat aandacht zeer belangrijk is. 
Rudolf Steiner gaf al aardig wat voorbeelden van hoe je via de ledematen de intelligentie wekt!

De breinpolka wordt nog verder gedanst:

Beïnvloed je de kinderbreinen in je klas ook onbewust met je gedrag?
Mevr.Singh:
“Ja. Je hebt veel invloed op die kinderbreinen in je klas. Daarom pleit ik voor een goede zelfzorg bij leraren. Als je vertrouwen en rust uitstraalt, dan pikken kinderen dat op en leren ze makkelijker. Als je gefrustreerd bent of gespannen, dan slaat dat over op je leerlingen, zijn ze onrustiger en leren ze minder makkelijk. Kinderen doorprikken het ook als je gedrag en wat je zegt niet overeenstemmen. Als je zegt: ‘Met mij gaat alles goed’, en dat is niet zo, dan breng je de kinderen in de war.”

Hier spreekt de psychiater over wat Steiner ‘het imponderabele’ noemde en hoe belangrijk dat is, want ‘een kind  ‘begrijpt niet van oor tot oor – misschien moeten we voortaan zeggen: ‘van brein tot brein’, maar van ziel tot ziel’
Rudolf Steiner wegwijzer (o.a. 5, 32, 33)

Mevr. Singh komt tot een conclusie die in de vrijescholen al sinds jaar en dag praktijk is: het overleg tussen kleuterleisdster en leerkracht 1e klas, wanneer deze de kleuters als 1e-klassers krijgt, is heel belangrijk.

Tussen de regels door pleit zij – lijkt het – voor het principe van ‘meegaan met je klas’: 
“De meeste leraren hebben enkele maanden nodig om hun leerlingen grondig te leren kennen. Maar het is heel snel eind juni. En dan moet je al die opgebouwde expertise weer weggooien en aan een nieuw stel breinen beginnen.

Dat ‘NIEUW STEL BREINEN’ noemt de vrijeschoolleerkracht: ‘het nieuwe raadsel’ dat hij moet zien op te lossen: ‘de nieuwe, nog onbekende individualiteit’ die hij moet zien te ontmoeten.

Dan doet mevr. Singh nog een aantal suggesties waar je als vrijeschool al lang niet meer van opkijkt, maar wat je wel zeer kan waarderen als opmerkingen:

“Leg kinderen niet te veel prestatiedruk op en zoek hun ontdekkingsenthousiasme op.
Maak dus tijd voor ontspanning, spel en creativiteit in je lessen. Humor ook: dat verbindt en ontspant en dan leren kinderen gemakkelijker.”

“En het puntensysteem mag je gerust afschaffen. Evalueer continu. Cijfers zeggen niet of een kind iets geleerd heeft. Scoort een kind laag op een toets, dan zie je niet zijn progressie en harde werk. Maar zo’n kind koppelt ten onrechte wel zijn zelfbeeld aan dat zwakke cijfer.”

“Zonder toetsen en verbeterwerk komen er uren vrij voor leraren. Een opgroeiend kinderbrein heeft enthousiaste, uitgeruste en betrokken volwassen breinen nodig. Heel veel leraren hebben superideeën die kinderhersenen gretig doen draaien, maar werken die niet uit omdat ze onvoldoende tijd hebben of geen steun vinden in het schoolteam. Dat is jammer.”
.

Klasse.be

.

Opspattend grind: alle artikelen

.

1352
.

 

 

 

Advertenties

Een Reactie op “VRIJESCHOOL – Opspattend grind (45)

  1. Pingback: VRIJESCHOOL – Opspattend grind – alle artikelen | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s