VRIJESCHOOL – 7e klas – leerplan

 

Er was een tijd dat een vrijeschool de klassen kleuters t/m  12 onder één dak had. Deze scholen stonden alle in grote steden.

Toen het aantal basisscholen – vanaf 1975 – fors groeide in kleinere plaatsen, waren de leerlingen voor de middelbare afdeling aangewezen op bestaande scholen in de grotere stad.

De basisschool bestond toen uit kleuters t/m klas 7.

Maar ook klas 7 – die de wet niet kent – werd op zeker ogenblik bij de basisschool weggehaald en als een soort middenklas (samen met klas 8) opgenomen door de bovenbouw (de klassen 9 t/m 12).

Hoe zag het leerplan van de 7e klas eruit toen het nog een basisschoolklas was. 
Dat is hieronder te zien. 
Het wil niet zeggen dat de 7e klas anno 2016 dit leerplan heeft.

Waarom ik het dan toch hier weergeef?

Zie hiervoor:  ‘Verslag Informatiebijeenkomst Anders Verantwoorden 20 januari 2016 door Yvonne van Oorsouw en Saar Frieling’ in ‘Antroposofie in de pers’ 

voor scholen die na periodes van inspectiestress hun eigen concept willen terugveroveren

 

LEERPLAN KLAS VII

NEDERLANDSE TAAL

a. Vertelstof:
Land- en volkenkunde,
Middeleeuwse riddersagen,
het Finse Kalevala-epos
Geschiedenis van de 15e en 16e eeuw

b.Spreken:
Spraakoefeningen,
klassengesprek,
spreekbeurt,
temperamentsoefeningen,
reciteren van gedichten,
voordragen van prozastukken.

c.Schrijven:
Zuiver schrijven,
goed gestelde zakenbrieven,

d.Lezen:
Moeilijker stukken door stillezen opnemen en inhoud in vragende vorm weergeven

e. Spelling en interpunctie:
Moeilijke dictees.
Vervolmaking interpunctie,

f.Grammatica:
Behandeling van de samengestelde zin.
Nauwkeuriger behandeling van voornaamwoorden en voegwoorden.
Het kind moet door de taal de goede uitdrukkingen kunnen hanteren, die een wens, een verwondering, een gevoel van verbazing, ook van bewondering, kortom een hele configuratie van gevoelens uitdrukken. Vergelijken van een wenszin met een bewonderzin om de plastiek van de taal te beleven.

g. Opstellen:
Onderwerpen uit natuurkunde en biologie nauwkeurig weergegeven

h. Stijloefeningen:
In vier temperamentstijlen kunnen spreken en schrijven. In de Nederlandse literatuur voorbeelden bestuderen.

Middelen: Papier in verschillende soorten, schriften, periodeschriften, pennen, kleurkrijt, kleurpotloden, leesboeken, toneelattributen, toneel-kleding, hout, klei.

Werkvorm: Individueel, groep, temperamentsgroep, klassikaal.

FRANS OF DUITS EN ENGELS

Grammaticale regels worden uit het hoofd geleerd.
Grotere gedichten en balladen worden behandeld.
Brieven en korte opstellen gemaakt.
Globale vertalingen geoefend.
De onderwerpen komen uit land- en volkenkunde.

Middelen: Papier, schriften, leesboeken.

Werkvorm: Klassikaal, groep, temperamentsgroepen, individueel.

REKENEN/ ALGEBRA

Aan de orde komen:
Machtsverheffen,
worteltrekken,
de negatieve getallen,
vergelijkingen,
algebra in de vier hoofdbewerkingen.
Ook inhouds- en oppervlaktematen en vreemd geld.
E.e.a. aan de hand van praktische vraagstukken.

MEETKUNDE

De meetkunde wordt voortgezet tot en met de stelling van Pythagoras.

Dit is een van de kernstukken van de zevende klas.

Verder nog: Vermenigvuldigen van figuren,
gelijkvormigheid en congruentie.
Verhouding en evenredigheid van lijnstukken.
Eenvoudige bewijzen i.v.m. congruentie en gelijkvormige driehoeken.

Middelen:Papier, potloden, karton,passers,driehoeken, gradenbogen,klei.

Werkvorm: Klassikaal en individueel

VORMTEKENEN

Do meetkundige constructies met passer, liniaal en driehoek worden voortgezet.

Middelen: Papier, potloden, krijt.

Werkvorm: Klassikaal, in temperamentsgroepen, individueel.

SCHILDEREN EN TEKENEN

Voortzetting en herhaling van onderwerpen uit de vorige klassen.
Spiegeling (in water);
stemmingen in chemische processen (kristalliseren, verbranden e.d.); architectuur; coulissen. [1]

Middelen: Papier, waterverf, sponzen, penselen, waskrijt, kleurkrijt, kleurpotloden, karton, houtskool, waterbakjes.

werkvorm: Klassikaal, in temperamentsgroepen, individueel.

HANDENARBEID

De zevende klas staat in het teken van het beweeglijke speelgoed.

Het maken daarvan loopt parallel met de intrede van het vak mechanica, waarin de takels, de weegschaal, het hellende vlak, etc. worden behandeld.

Dat is op de leeftijd van 12 a 13 jaar, waarin het lichaam hoekiger gaat worden en de aanhechting van de spieren met het skelet vaster wordt (mechanischer) .

Rijdende en waggelende eenden verschijnen, voorzien van ingebouwde krukassen, apen die langs een stok klimmen, houthakkers die tot activiteit kunnen komen etc.

Nu moet de fantasie omgezet worden in denkend voorstellen en daarna met de realiteit laten wedijveren.

Het wordt een zeer bedrijvig jaar, vooral voor de leraar, die mede gestalte moet geven aan al die uitvindingen, waarvan de toepassingen veel denkkracht vereisen.

HANDWERKEN

De leerlingen naaien en versieren eenvoudige kledingstukken voor zichzelf

Middelen:Verschillende soorten natuurlijk materiaal.

Werkvorm: Klassikaal, in temperamentsgroepen, individueel

EURITIIMIE

In aansluiting’ op het taalonderwijs worden de uitdrukkingsvormen van wensen, bewonderen, zich verwonderen, e.d. door het gehele lichaam in bewegingen gedaan.

Er worden moeilijker geometrische vormen gelopen, begeleid door muziek.

De oefeningen, die de leerlingen helpen hun groeiende ledematen te beheersen, worden voortgezet. Bij de tooneuritmie treedt het mineurelement weer op de voorgrond. Er worden nu muziekstukken ingestudeerd, waarbij enkele kinderen uit deze klas op hun instrumenten spelen en de rest van de klas daarbij euritmiseert.

MUZIEK

Het behandelen van het octaaf krijgt een aparte betekenis door het begin van de stemwisseling van de jongens. Hun stem zakt nl. een octaaf, zodat in het bijzonder de negro-spirituals hun volle klank krijgen.

Laat men aan de ene kant de muziek der grote meesters horen, het is voor opgroeiende kinderen aantrekkelijk en op deze leeftijd zelfs noodzakelijk de grondbegrippen van de jazzmuziek te leren kennen. Daarbij vooral biografieën behandelen. Een eigen bandje naast het schoolorkest valt te overdenken.

BIOLOGIE/TUINBOUW

Gebaseerd op de plantkunde, dierkunde en mineralogie, wordt nu de menskunde behandeld i.v.m. voedings- en gezondheidsleer. Verschillende gezichtspunten worden besproken. Ook de stofwisseling, spijsvertering en ademhaling komen aan de orde.

In de tuinbouwlessen komt de kwaliteitsvraag naar voren: Hoe verzorg je de grond, de plant en hoe bewaart men en bereidt men hem. Dit wordt alles zoveel mogelijk in praktijk gebracht.

Middelen:Boeken, werkboeken en tuingereedschap.

Werkvorm: Klassikaal, in temperamentgroepen, individueel.

VOEDINGSLEER

Op deze jonge leeftijd kan het kind op niet-egoïstische wijze begrip krijgen voor voeding en gezondheid. Behalve theoretisch zijn de leerlingen ook praktisch bezig. Ook komt aan de orde hoe de voedingswijze in de loop der tijden is veranderd.

Middelen: Werkboekjes, kookgerei, boeken.

Werkvorm: Klassikaal, in temperamentsgroepen, individueel.

 

GESCHIEDENIS/VOLKENKUNDE

De periode in de zevende klas concentreert zich op de 14e, 15e en 16e eeuw. Van groot belang kan het worden geacht, dat de kinderen die nu in een zo andere ontwikkelingsfase van hun wezen komen, in aanraking worden gebracht met die ontwikkelingsfase van de West-Europese mens die wij Renaissance noemen. Evenals bij onze ongeveer 13-jarigen kenmerkt zich deze tijd door het zoeken naar een ontplooiing van het individu.

Het denken gaat een zelfstandige plaats eisen, en maakt zich daarbij vrij van oude waarden. Aan de hand van biografieën kunnen in kleurrijke beelden de levens geschilderd worden van de grote vernieuwers uit die tijd; de ontdekkingsreizen n.a.v.Hendrik de Zeevaarder, Columbus e.a.; de veranderde ideeën op het gebied van de godsdienst n.a.v. Johannes Hus, Maarten Luther e.a.

Schilders, beeldhouwers, uitvinders kunnen behandeld worden. Het ontstaan van nieuwe staatkundige ideeën vanuit de oude gildemaatschappij en de feodale overheersers wordt meebeleefd.

Centraal staat steeds dat de leerlingen innerlijk déél kunnen nemen aan het denken en worstelen van de mensen, die aan het begin van een nieuwe bewustzijnsstroom stonden, die uitmondt in onze huidige technocratische maatschappij waar kinderen nu met hun eigen, zich ontplooiende bewustzijn, in staan.

Middelen: Schriften, Boeken en Werkboeken.

Werkvorm: Klassikaal, in temperamentsgroepen, individueel.

AARDRIJKSKUNDE/STERRENKUNDE

De werelddelen en oceanen worden behandeld. Metalen en hun economische betekenis voor de mensen. Belangrijke volkeren en hun culturen worden behandeld voor wat betreft hun samenhang met materiële, economische en spirituele factoren.

Voorts worden de astronomische verschijnselen aan de hemel besproken: zon, maan, de zeven planeten en de twaalf sterrenbeelden van de dierenriem .

Middelen: Schriften, papier, atlassen, wandkaarten, sterrenkaart, telescoop.

Werkvorm: Klassikaal, in temperamentgroepen, individueel.

NATUURKUNDE

Geluidsleer, licht- en kleurenleer, warmteleer, magnetisme en elektriciteit worden uitgebreid; de belangrijkste mechanische elementen komen erbij: hefboom, katrol, takel, hellend vlak, schroef e.d.

Middelen: Materiaal voor het nemen van proeven, schriften, werkboeken.

SCHEIKUNDE

Uitgaande van de verbranding leren de kinderen de eenvoudigste chemische voorstellingen kennen: Zuren, basen, zouten in hun onderlinge verhouding en karakter, in hun gebruik en voorkomen in het dagelijkse leven en de techniek, worden aan de hand van de belangrijkste voorbeelden geleerd.

Middelen: Schriften, werkboekjes, materiaal voor het nemen van proeven.

GYMNASTIEK

Voor kinderen in de zevende klas geeft het ervaren van de zwaartekracht en de eigen kracht daar tegenin veel voldoening.

De vrije val in de ruimte wordt gepraktiseerd( vallen en opstaan): het springen over allerlei hindernissen.
Verschillende teamspelen.

VERKEER

Het verkeersonderwijs moet zo worden ingericht, dat het kind zich dusdanig leert gedragen, dat hij uit eigen verantwoordelijkheidsgevoel en uit eerbied voor het leven in de omgang met anderen speciaal in het verkeer zo weinig mogelijk zijn medemens en zichzelf in gevaar brengt. Het verkeersonderwijs omvat de volgende aspecten:

1. De praktische oefening van de verkeersregels.
2. De oefening in het waarnemen, oriënteren, concentreren en reageren.
3. Goede gewoontevorming t.a.v. de gestelde gedragsregels. Het gaat daarbij ook vooral om het aanleren van goede “verkeersregels” in en om de school.

In de midden- en hogere klassen komen de verkeersregels aan de orde, die bestemd zijn voor de fietser en voor de automobilist, voorzover deze tevens betrekking hebben op de fietser.

In de klassen kan worden gewezen op de verscheidenheid aan vervoersmiddelen en de daarmee samenhangende problemen.

nadere gegevens ontbreken

[1] (eind) 7e klas: zwart/wit arceren 

zie ook: Opspattend grind (21)

Van veel onderwerpen is op deze blog achtergrondinformatie gegeven; ook voorbeelden uit de praktijk.

7e klas: alle artikelen

 

VRIJESCHOOL  in beeld:  7e klas: alle beelden

 

996

 

 

 

 

Advertenties

Een Reactie op “VRIJESCHOOL – 7e klas – leerplan

  1. Pingback: VRIJESCHOOL – 7e klas – alle artikelen | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s