.
DE ADEMHALING VAN DE AARDE
Ten gevolge van de catastrofale gebeurtenissen en toestanden van de laatste tijd* -Tschernobyl, ozongat, enz.- is er een besef ontwaakt ten opzichte van de hele aarde.
Met grote verbazing bestuderen tegenwoordig journalisten, hoe dit nieuwe bewustzijn bij de grote politieke leiders heel snel ontstond en zich verder ontwikkelt. Dit inzicht werkt door tot in de politieke doelstellingen. Men weet tegenwoordig dat men als totale mensheid in één en dezelfde boot zit en dat het tegenover de verouderde ideologieën van “de vijand” veel zinrijker is één lijn te trekken om de ecologische toestand van de totale aardbol in leven bevorderende banen te leiden.
Dennis Meadows publiceerde in 1972 een studie in opdracht van de Club van Rome met de titel “De grenzen van de groei”. Die publicatie baarde enig opzien, maar slechts weinigen gingen er serieus op in. Tegenwoordig echter spreken allerlei regeringsleiders alsof ze onder ‘t gehoor van Meadows waren geweest. Hijzelf zegt hierover: “Ik heb lang genoeg als een soort evangelist gepreekt en daarbij geleerd, dat ik de wereld niet kan veranderen. Bovendien gedraagt de mensheid zich als een zelfmoordenaar en het heeft geen zin meer met iemand te discussiëren als hij al uit het raam is gesprongen.”
De etherische vormkrachten
Hoewel het dus eigenlijk al te laat is voor nieuwe argumenten, willen wij toch met nadruk wijzen op publicaties die reeds twee generaties vóór de huidige catastrofale toestanden zijn verschenen.
Zo is er het boek van Guenther Wachsmuth “Erde und Mensch”, dat in 1945 verscheen, maar in wezen uit de studie “Die ätherischen Bildekrafte” (1924) ontsproot. De 4e oplage van 1980 van “Erde und Mensch” is in de boekhandel nog verkrijgbaar!
Wachsmuth gaat in dit werk uit van de opvatting van Rudolf Steiner, dat het niet alleen natuurkundig-chemische – d.w.z. materiële-processen zijn die de grondslag van de verschijnselen in de levende natuur zijn, maar dat er etherische vormkrachten zijn die deze verschijnselen uiteindelijk teweeg brengen.
Hij zegt hierover: “Aldus zullen ook onderzoekingen naarmate zij meer op het biologische zijn gericht, steeds meer nieuwe krachtvelden ontdekken. Vooral gebieden, die niet zoals de radio-activiteit e.d. uit afbraak en verval bestaan maar die met opbouw en vormgeving te maken hebben… Wij begrijpen de aarde als totaliteit niet als wij haar slechts als een levenloos, mechanisch bewogen, fysiek-stoffelijk lichaam zien, maar pas als wij ook haar levende vormkrachtenlichaam gaan ontdekken. Hiermee is een hoger organisme bedoeld waarin de tot dusver eenzijdig onderzochte, stoffelijk chemisch-natuurkundig interpreteerbare processen zijn geïntegreerd. Vanuit dit hogere organisme ontvangen zij verschijning en geleding, dynamiek en ritmiek en in alle levensprocessen en metamorfosen de voor elk organisme specifieke impulsen en wetmatigheden van hun ontwikkeling.”
Ademhalingssfeer en dagritme
Het was Kepler, die de aarde als een animaal, levend wezen beschreef. Maar wat is het kenmerkende van een levend wezen? Heel simpel: het ademt. Hoe echter voltrekt zich de ademhaling van de gehele aarde? Wij kunnen dit aflezen aan een gedeelte van de atmosferische processen, de bewegingen van de lucht:
Wezenlijk in dit gebeuren is, dat het totale proces kennelijk wordt veroorzaakt door de fasen van het zonneritme. Men zou verwachten, dat er een maximum rond 12 uur en een minimum rond 24 uur is. Maar praktisch constant blijken de keerpunten van 15 en 3 uur in alle fasen van het atmosferisch proces. Hieruit blijkt duidelijk, dat het organisme van de aarde t.o.v. de buitenaardse invloeden een zekere mate van vrijheid heeft; een vrijheid waar richting aan wordt gegeven door de vormkrachten van de aarde. Het zijn niet alleen de bewegingen van de lucht, die aan zo’n ritme zijn onderworpen. Er is ook een hele reeks factoren, die dit ritme eveneens volgen: bijvoorbeeld het elektrische veld van de aarde, de hoogtestraling, de radio-activiteit van de bodem, het aardmagnetisme, de hoeveelheid neerslag, vele processen van de plantenfysiologie, te beginnen bij de glucoseproductie via de assimilatie, de ademhalingsfrequentie, de nectaruitscheiding, de zetmeelvorming, de concentratie van groeistoffen tot en met de sapstroom.
Al deze verschijnselen volgen het hierboven beschreven geo-fasische dagritme tussen 3 uur ‘s-nachts en 15 uur ‘s-middags. Voor het totale verschijnsel, dat opkomt, zich uitbreidt en weer samentrekt, geldt de benaming “ademhalingssfeer”. Deze strekt zich van het binnenste van de aarde tot een hoogte van 23 km (stratosfeer) en ook nog tot ver boven de 46 km uit.
“Door al die lagen van de binnenste atmosfeer (mesosfeer) voltrekt zich dit ademhalingsproces in aansluiting van de verschuiving der fasen in de van plaats veranderde “ademhalingssfeer van de totale aarde”, aldus Wachsmuth.
Deze grote dagelijkse gang van expansie en concentratie van de ademhalingssfeer der aarde heeft talloze parallellen in de menselijke fysiologie.
Er bestaat bijvoorbeeld een dagelijks op en neer van het hart-ademhalingsritme, van de galvorming en -uitscheiding, de bloedsuiker, de opslag van glucose, de nierfuncties en vochtuitscheiding. Al deze functies zijn ingebed in het dagelijkse grondritme dat tussen 3 en 15 uur werkt. Hier is een totaal nieuw gebied van onderzoek ontstaan dat de adembewegingen van de geo-fasische ritmiek en in ’t bijzonder van het menselijk organisme bestudeert.
Het ademhalingsritme in het jaarverloop
Het beschreven dagelijkse ademhalingsproces, dat het aardoppervlak van het oosten naar het westen omgeeft, vertoont nog een wijder proces, dat een jaarritme heeft en dat gedurende een half jaar in het noorden en een halfjaar in het zuiden zichtbaar wordt: het ritme van 12 maanden gedurende één jaar. Bij dit proces blijkt een heel ander ritme, dat niet van het oosten naar het westen trekt, maar meer tussen noord en zuid pendelt – een middenzone in het gebied van de evenaar tussen 231/2° noorder- en zuiderbreedte.
Bij dit ritme in het jaarverloop is er veel anders. De periodiciteit van de dag bleek in hoge mate door eigen ritmen van de aarde tot stand gebracht. Daarentegen is het ademhalingsritme in het jaarverloop veel meer door de relatie van de aarde met de kosmos bepaald, leder kent de verschijnselen in de natuur in het jaarverloop: het ontkiemen en ontluiken rondom Pasen, processen die zich hoofdzakelijk op het aardoppervlak afspelen. Vervolgens in het midden van de zomer het opstijgen van de ademhalingsatmosfeer tot in de ozonsfeer, stuifmeel komt duizenden meters hoog tot in de stratosfeer terecht. In de herfst is het vitale proces gelijk aan dat van omstreeks Pasen en in de winter is er een uiterste concentratie van de vitale processen in het gebied van de wortelvorming onder het sneeuwdek en in de grond, waar echter begin december de sappen al gaan stijgen.
De aarde – een levend wezen
De aarde ademt. Haar atmosfeer is uiteindelijk geen uitsluitend chemisch-natuurkundig aggregaat. Meteorologen thans zeggen hieromtrent: “Er bestaan publikaties of ook hele boeken, die de atmosfeer slechts als een warmtemachine, een stralingssysteem, een vloeistof, maar ook als een bewegend gasvormig omhulsel, een vast roterend lichaam of wel een colloïde zien. Die veelzijdigheid biedt allerlei mogelijkheden. De atmosfeer heeft in zeker opzicht altijd de mogelijkheid uit te wijken voor een van buiten komende energetische invloed, hem te veranderen, te verdelen of ook te concentreren. Door dit vermogen lijkt de atmosfeer in zeker opzicht op een organisme”.
“De aarde is een levend wezen”, zei Kepler.
Het is van belang om die gedachte, die Rudolf Steiner en diens leerling Guenther Wachsmuth hebben opgenomen en verder ontwikkeld, steeds voor ogen te houden.
(Heinz Herbert Schöffler, arts, Weledaberichten nr.152, *dec.1990)
.
Ritme: alle artikelen
Menskunde en pedagogie: alle artikelen
.
447-416
.


