VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Driekoningen (1)

.
Driekoningen: alle artikelen

.

TUSSEN KERSTFEEST EN DRIEKONINGEN

De tijd staat even stil

Er was eens een oude vrouw die haar liefde alleen maar kon uiten in het geven van ge­schenken. Ze was niet in staat liefde of sym­pathie te uiten in woord of gebaar. Tegen­woordig zouden we haar gefrustreerd noe­men, maar dat woord was vijftig jaar geleden nog niet uitgevonden. Ze had werkelijke lief­de in haar hart maar kon dat alleen maar uiten door iemand ‘goed te doen’ in uiterlijke, za­kelijke zin. Als haar geen warmte tegemoet gebracht werd als dank, was ze steeds teleurgesteld. Zo ongeveer is de situatie van de tegenwoor­dige westerse mensheid met het kerstfeest. Diep verborgen in de harten leeft licht en liefde, maar hoe uiten we dat tegenover el­kaar? In sociale daden, liefst zo goed moge­lijk georganiseerd. En het kind in de kribbe blijft koud, ook het kind in de eigen ziel.
Tussen deze twee is een samenhang. Het kerstfeest is een herinneringsfeest, maar te­vens een feest van wat er in de wil van de enkele mens en van wat er in de mensheid gebeuren kan. Het traditionele kerstfeest ver­toont er nog duidelijk de sporen van. In kerstliederen en -verhalen zijn veel aankno­pingspunten aan het bijbelverhaal voorhan­den, maar evenzeer is er de betrokkenheid op het heden: de sneeuw en de winter, maar ook de liefde en belangstelling voor de tegen­woordige mens, die lijdt of ongelukkig is.
Men kan hier denken aan ‘De Kerstroos‘ van Selma Lagerlöf.
Reeds enige eeuwen geleden schreef Angelus Silesius: ‘Was Christus dui­zendmaal in Bethlehem geboren en niet in u, zo waart ge nog verloren’.
In deze spreuk ligt eigenlijk de kern besloten van wat ons met betrekking tot het kerstfeest bezig houden kan. Hoe verhoudt zich de herdenking van het historische tot het tegen­woordige en toekomstige?Bij de beschouwing van de adventstijd in Jo­nas 7 (27 november 1981-niet op deze blog) zagen we hoe een herdenking van een historische verwachting alleen tot langzaam groter wordende leegte leidt. Is dat bij het kerstfeest ook zo?
Om hierop een antwoord te vinden, kan het goed zijn eerst de inhoud te bezien die het kerstfeest in deze tijd kan krijgen. Historisch gezien is de geboorte van Jezus het begin van de christelijke ontwikkeling, maar in het verdere verloop wordt de opstanding het belangrijkste. Elke herdenking van de ge­boorte van Jezus krijgt zijn zin door het feit van de opstanding.
Bij de opstanding begon een nieuwe fase voor de mensheid. Het was als het ware de ombuiging van een steeds ver­der wegzakken in de materie naar een
ver­geestelijking van deze materie. En in dat proces is het kerstfeest ieder jaar weer belang­rijk.Het kerstfeest valt na de winterzonnewende. De diepste duisternis is alweer voorbij, ook al merken we daar nauwelijks iets van. In de natuur wordt de kracht van het licht lang­zaamaan weer groter. Dat heeft ongetwijfeld in het oude religieuze beleven van de winter­zonnewende een grote rol gespeeld. Maar be­langrijker was toch nog iets anders. En dat andere is ook nu nog het belangrijkste. De natuur is afgestorven, maar heeft een actief leven in de aarde, daar waar de wortels groeien. Daar wordt in het verborgene voor­bereid, wat straks ‘aan het licht zal komen’. De krachten die daar werken zijn ontstaan in de zomer. Toen werden ze zichtbaar in groei en bloei. In de herfst trokken ze zich terug en in de winter werken ze in het verborgene aan de toekomst.

Mensen maken een vergelijkbaar proces door. In de zomer kunnen de gedachten en gevoe­lens bevrucht worden door wat ons uit de overvloed in de natuur toestroomt. Maar wat ons toestroomt, komt niet uit de natuur zonder meer. Het komt uit de reële kracht die door de opstanding met Pasen aan de aarde, en daarmee aan alles wat op aarde leeft, is geschonken.

Als we naar de menselijke biografie kijken zien we dat de natuurlijke levenskrachten van de mens onherroepelijk afnemen bij het ouder worden, maar dat geestelijke krachten kunnen groeien. Deze geestelijke krachten werken ook telkens weer vernieuwend op de levenskrachten. Elk jaar maakt ieder mens dit proces door.

Wat geschonken wordt, moet verwerkt wor­den en dit geeft nieuwe krachten tot in het uiterlijke toe. Deze activiteit, die gekenmerkt wordt door de werking van Michaël, kan in de kersttijd leiden tot een reële geboorte in de ziel. Dat wat geschonken werd uit de kosmos, kan individueel worden. Kosmisch licht kan innerlijk licht worden. Dit gebeurt niet vanzelf zoals in de plantenwereld. De mens moet er het gehele jaar door actief voor zijn. Deze activiteit is in de zomer een actief openstellen en misschien luisterend opne­men, in de herfst het verwerken daarvan om het in de kersttijd zelfstandig te laten wor­den, geboren te laten worden. Het gaat hier om de eigenlijke wezenskern van de mens, om het Ik.
Kerstfeest is de geboorte van het Ik in de ziel.

Wat betekent dit?
Ik-zeggen betekent dingen voor eigen verantwoording willen en kunnen nemen. In vroegere tijden werden religieuze waarheden geopenbaard en de enkeling kon ze geloven. Het is alsof men een verhaal hoort van de zuivere lucht in de Zwitserse alpen. Men kan dat geloven als de verteller voldoen­de geloofwaardig overkomt. Deze geloofwaar­digheid had vroeger de kerk. In onze tijd komt het er steeds meer op aan dat men zelf de ervaring opdoet, dat men die lucht heeft ingeademd. Dat wil zeggen: door een bewust­making van mogelijkheden die de ziel heeft om zelf toegang te vinden tot hogere werel­den, ontstaat de mogelijkheid tot eigen erva­ring daarvan.
De ontwikkeling van deze mo­gelijkheden zijn gegeven in de antroposofie en vanuit de antroposofie kunnen ook de christelijke feesten nieuw begrepen worden. In het beleven van de feesten kan het begrij­pen zich verdiepen tot grijpen, tot eigen ma­ken. Het kerstfeest is in dit proces een be­langrijke factor.

De geopenbaarde waarheden krijgen dan ook een nieuw licht. De ziel moet een zekere on­bevangenheid hebben, een zekere reinheid, die men ook maagdelijkheid kan noemen. Het oefenen van onbevangenheid ten opzich­te van hogere waarheden is het zich openstellen voor de bevruchting door heilige geest. Er is echter ook rijpheid van de menselijke geest voor nodig, die alleen door ervaring ontstaan kan. In het bijbelverhaal van Jezus’ geboorte is Jozef de vader, een oude man met levenservaring en wijsheid. Eenmaal in de geschiedenis werd dit oerbeeld uiterlijke werkelijkheid en daardoor werd een mens toebereid om de drager van Chris­tus te worden. Hiermee is principieel moge­lijk geworden dat ieder mensenwezen tot drager van Christus wordt.
Zo wordt het Ik in de ziel dan tot Christus-Ik, door het oefenen van onbevangenheid, bevrucht door rijpe menselijke ervaring. Deze ervaring is dan niet alleen vrucht van vele levens, maar ook van goddelijk – geestelijke krachten, die in de enkeling geïndividualiseerd worden.

Aan de kersttijd van twaalf dagen (als oer­beeld voor het gehele jaar) sluit de driekoningentijd aan. De tijd heeft als het ware even stilgestaan. Nu moet de innerlijke lichtkiem zich gaan ontplooien en in verschijning tre­den, zoals Christus bij de doop in de Jordaan in Jezus zichtbaar werd. Maar dat is een lang­zaam proces. Het gaat zich op drievoudige wijze ontplooien.

Het denken kan zich door het kerstbeleven doordríngen met het licht dat uit ideeën stroomt, die zich niet aan de waarneming ontvonken, maar scheppende ideeën zijn, nieuw, iets voortbrengend wat in de uiterlij­ke wereld nog niet te vinden is. Het is de goudglans, die vroeger in de gesloten ruimte binnen de tempel aanwezig was en die nu zichtbaar wil worden in het zelfstandig ge­worden denken van de enkeling, die zich zijn hoger Ik in de kersttijd bewust wordt. Het goud is het eerste geschenk van de koningen. Het voelen richt zich in eerbied op het kerstlicht, dankbaar dat dit licht tot ons kwam. Het voelen wordt niet meer afgeleid door sympathie en antipathie, die door de waarne­ming van uiterlijke dingen wordt opgeroe­pen, maar het verheft zich tot enthousiasme voor ideeën, die idealen kunnen worden. Dit drukt zich uit in het beeld van de wierook dat het tweede geschenk is van de koningen. Het willen heeft het het moeilijkst. Hoe kun­nen de hoge idealen de wereld in? De duiste­re wereld zal het kerstlicht verslinden zoals de gebruikelijke katterigheid van de maand januari duidelijk laat voelen. De wil raakt gewond aan de weerbarstige wereld en heeft genezing nodig. De mirre, het derde geschenk van de koningen, heeft een genezende
wer­king. Deze genezing kan komen uit het be­wustzijn dat we eens de ster hebben gezien. Elke tegenslag in het leven kan tot nieuwe krachten leiden als we ons herinneren dat we het oerlicht eens hebben beleefd.
In volksoverleveringen zijn de drie koningen soms schertsfiguren geworden, inleiding tot het carnaval. Is het misschien een natuurlijke verdediging van de mens om in de scherts te vluchten als de realiteit te zwaar wordt?
Ook nu nog blijft de vraag: kunnen wij het koningschap aan, in denken, voelen en wil­len?
Kan het Christuswezen zich werkelijk in ons openbaren? We kunnen niet meer vluchten voor deze vraag. Ze is er te ernstig voor. In onze tijd kan de openbaring van Christus alleen door de mens heen beleefd worden.

(J.Knijpenga, Jonas 8/9, 18-12-1981)

.

Driekoningen: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

Vrijeschool in beeld: Driekoningen

.

410-384

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

Advertenties

Een Reactie op “VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Driekoningen (1)

  1. Pingback: VRIJESCHOOL – JAARFEESTEN – Driekoningen – alle artikelen | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.