VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – St. Nicolaas (10)

.

PATROON VAN ZEELUI,VEERLUI, VISSERS, BAKKERS, SLAGERS, BANKIERS, KINDEREN EN DIEVEN

Op Ameland staat het bekend als klaasjagen; volwassen mannen, de zogeheten ‘klaasomes’, dringen dan vermomd bij duisternis vreemde huiskamers binnen.
Minder bekende tradities van de Sinterklaasviering als 
deze komen uitvoerig aan bod in Nicolaas, de duivel en de doden; een inspirerende studie van Louis Janssen over de populairste aller heiligen.
Volgens Nicolaas 
Matsier verschijnt het boek net op tijd, nu de
goedheiligman bedreigd door kerst-yup en bange gogen, de geest dreigt te geven.

De lezer wordt ver­zocht een ogenblik geduld te hebben voor een onge­haast citaat van een dikke eeuw geleden, bestaande uit een enkele volzin met de bedaardheid van de trek­schuit.

‘Nu moge men zeggen, dat de Am­sterdammers der 17de eeuw toch heel andere mannen waren dan wij, -’t is mogelijk; – en een ander moge bewe­ren, dat de Amsterdammers der 15de eeuw alwéér heel andere knapen ge­weest zijn dan die van de 17de, — ‘tis zeker; – en even zeker is het, dat de Amsterdammers der 21ste eeuw weer heel anders, en wij, in hun oog, ware antiquiteiten zullen zijn; – in één punt toch komen wij en zij altijd overeen, dat we Sinterklaas vieren en in eere houden!’

Aan het woord, in een opstel over de materie uit 1860, is de Amsterdamse polygraaf Jan ter Gouw, schoolmeester, stadshistoricus en folklorist.
Ik sluit hem aan het hart. Een open oog had hij voor de verschillen tussen niets minder dan de eeuwen. Maar zich zelfs maar voorstellen dat het feest de voor hem nog onwaarschijnlijk verre eenentwin­tigste eeuw niet zou halen: het was hem ten enen male onmogelijk. De continuï­teit van het feest was voor hem een volstrekt vanzelfsprekende aanname.

Voor mij eigenlijk ook; tot voor kort.

Hoe razendsnel het met een traditie bergafwaarts kan gaan, hebben de afge­lopen jaren getoond. Maar hoeveel ja­ren dan? Ik zou het niet weten. Eind vorig jaar leek er iets als een point of no return bereikt te zijn.

Door een soort van uitholling over­dwars had de goedheiligman, zo bleek uit de cijfers, het vrijwel afgelegd tegen de door en door voze Kerstman. En plotseling leken de desbetreffende lem­mata in de naslagwerken verouderd: ‘De Sinterklaasviering is in Nederland het populairste feest van het jaar’ – zo’n simpele vaststelling in de zoveel­ste druk van de Winkler Prins (editie 1974): oud papier opeens.

Ik zal hier niet de lof gaan zingen van het feest dat een mens om en nabij kan verzoenen met het Nederlanderschap. Maar een éénmaal per jaar massaal dichtende bevolking: tja, – dat maakt vele tekortkomingen goed; ook al is het maar gedurende korte tijd. Ik zal me hier ook niet begeven in de vele moge­lijke speculaties over de oorzaken van het verval.

Welnee. Het verheugt me dat ik van­middag een etalage van een boekwinkel heb gezien die prijzenswaardig vol ligt met allerlei meer en minder recente
sin­terklaasuitgaven. En een gat in de lucht heb ik gesprongen toen ik hoorde van diverse geheimzinnige stichtingen, on­langs in het leven geroepen door onder meer Winkeliers met Historisch Be­wustzijn. Hoera, ik was een beetje gaan twijfelen aan hun bestaan.

De strijd is dus nog niet gestreden. En eigenlijk moet ik mij schamen voor mijn kleingelovigheid. Want zelfs een vluchtige blik in de geschiedenis leert al dat het feest, in elk geval in Nederland, al eeuwen lang op wonderbaarlijke wij­ze langs zijn critici heengeglipt is en altijd ontkomen.

De ayatollahs van de Reformatie is het niet gelukt de afgoderij, bij voor­beeld die welke begaan werd door het vervaardigen van eetbare afbeeldingen van heiligen, de kop in te drukken. Maria Montessori is het niet gelukt het feest in de ban te doen vanwege zijn voor de kinderziel al te angstwekkend karakter. De luie kerstyup noch de in mijn ogen domme en bange goog (op wiens gezag die Pieten nou weer tweekleurig moeten zijn) zal het lukken – zo begin ik weer te hopen – om het feest de das om te doen.

Eigenaardig was, tot voor kort al­thans, dat wie op zoek ging naar de geschiedenis van de heilige en het feest – hoe komen we nu eigenlijk aan die gebruiken? en hoe komt het dat juist Nederland het land is waar de traditie van het feest, hoe veranderd dan ook, zo sterk intact is gebleven en niet weg­gevaagd door of sinds de reformatie, zoals in Duitsland en Engeland is ge­beurd? -, maar wie dus op zoek ging naar één of meer fraaie studies op dat gebied moest met verbazing vaststellen dat ze er uitgerekend in dit bolwerk van Sint-Nicolaas niet waren. Met wat moeite en geluk kon je twee monogra­fieën te pakken krijgen. De ene Duits, de andere Amerikaans.

In de vorige eeuw tendeerde het pril­le denken over Sint-Nicolaas in
Ger­maans-mythologiserende richting. Een van de broers Grimm, en bij ons onder anderen Gezelle en bovengenoemde Ter Gouw meenden stellig dat er door Sint- Nicolaas heen voorchristelijk erf­goed schemerde. Wodan (wiens opvol­ger Sinterklaas zou zijn) en allerlei vruchtbaarheids- en midwinterdenken streden om de voorrang. Stro in de gezette schoen, naar wij meenden ge­woon voor het paard, kon zo heel goed het onbegrepen restant zijn van een offergeste.

Deze mythologische benadering uit de tijd van de Romantiek duurde voort tot in de twintigste eeuw. Het was weer een Duitse auteur, Karl Meisen, die met deze traditie brak. Zijn in 1931 gepubliceerde indrukwekkende studie Nikolauskult und Nikolausbrauch im Abendlande moest nu juist niets van dat gegermaniseer hebben. En zijn mo­nografie heeft naar het de deskundigen sindsdien is blijven toeschijnen defini­tief aangetoond, gedocumenteerd en wel, dat het voor een goed begrip van heilige en feest niet nodig is om in die mate terug te grijpen, buiten de voor­handen zijnde bronnen van christendom en volksgodsdienst om.
Een treurige ironie heeft gewild dat Meisens monografie, die bij zijn
nationaal-socialistische collega’s en andere landgenoten in slechte aarde viel, het object werd van hetze en vernietiging. Pas vijftig jaar later, in 1981, werd het zeldzaam geworden boek herdrukt. Het is sindsdien allang weer opnieuw onverkrijgbaar. Zwakjes zou ik hier de hoop willen uitspreken dat een
Neder­landse uitgever de vertaling nog eens aan zal durven. Het gaat om 560 rijk geïllustreerde pagina’s, dat wel.

Waarschijnlijk heeft de kwade reuk waarin de volkskunde zelf sinds de Tweede Wereldoorlog gestaan heeft er ook iets mee te maken. Met het ontbreken van litera­tuur, bedoel ik.
Het tweede kloeke boek, op Nicolaaskundig gebied, is van de Amerikaan Charles W. Jones. Het is van 1978 en heet Saint Nicholas of Myra, Bari and Manhattan. Aan die titel kan de lezer al zien welke kant het boek aan het eind, met een U-bochtje, nog even op gaat. Die van onze voorna­melijk nominale bijdrage aan de cul­tuur van de Verenigde Staten: Santa Claus. Wel de naam, verder niets. Nou ja, op het woord ‘cookies’ na dan.

De boeken van Meisen en Jones vor­men elk op hun manier lezenswaardige en zelfs verbluffende lectuur, ook in­dien gelezen buiten het strikte seizoen van de heilige. Het is namelijk een bui­tengewoon rijke geschiedenis aan het eind waarvan wij ons bevinden, met dat feest. Dat Nicolaas enkele eeuwen lang, van 1300 tot 1600, de heilige par excellence is geweest, in vrijwel heel Europa (en nog altijd in de oosters-orthodoxe kerk), weet bijna niemand meer.
De Werdegang van deze heilige, wiens historiciteit maar net aan vast staat, is – ik kan niet anders zeggen – fascinerend. Nicolaas is, uiteindelijk, de heilige van zowat iedereen geworden, in slechts een paar honderd jaar tijds – maar van zijn dood al bijna een millennium verwijderd. Pas nadat het leven van Nicolaas lang een onbeschreven blad is geweest, komt de machinerie van de vitae en de legendenvorming op gang. Hoe langer geleden, hoe voller het loopt met legenden, lijkt het. Steeds meer wonderen verrichtte hij, met terugwerkende kracht, terwijl hij aan zijn reusachtige postume reis bezig was. Van Myra, dat weet iedereen, vierde eeuw, zuid-Turkije, naar Bari, zuid- Italië, elfde eeuw: overgebracht en herbegraven. Vanuit Italië gaat het noordw­aarts, Europa in. Dit zijn de eeuwen die gaan tellen. Het aardige is dat er in Italië zelf nu juist geen Sinterklaasfeest in een voor ons gemakkelijk herkenbare vorm tot stand is gekomen. Het is alleen doorgangsland geweest. De heilige reist door naar het noorden van Frankrijk. Daar pas vindt de legendevorming plaats rond de drie in stukken gesneden en gepekelde scholieren, één van de paar legenden die vereist zijn voor de totstandkoming van althans een deel van het feest.
En vanuit noord-Frankrijk gaat de cultus zegevierend voort, nog verder noordwaarts, naar de Nederlanden en Engeland en IJsland, naar Scandinavië, en via het Rijnland oostwaarts, en zuid­waarts, ‘terug’ als het ware naar de Zwitserse en Oostenrijkse Alpen. Van de mogelijke ingewikkeldheid van de bewegingen van de heilige dank zij de kruistochten – Europa weer uit en dan hernieuwd weer terug – zwijg ik nu maar. Gesteld al dat ik het allemaal werkelijk goed begrepen en onthouden zou hebben.

Nicolaas is de populair­ste heilige aller tijden, eeu­wen lang. Hij is de patroon van zo’n ongelooflijk lange reeks beroepen en levensaspecten  -zeelui, veerlui, vissers, havensteden, kinderrijkdom, prostituees, griffiers, gevangenen, bakkers, slagers, ban­kiers, dieven – dat je je verbijsterd af gaat vragen: van wie was hij de heilige niet, eigenlijk? Het antwoord is plusminus: van de landbouw. Hij is de heilige van de opkomende middeleeuwse ste­den, van de Hanze en de handel, van het geld, van de rivier- en van de zeeha­vens; en van kinderen dus. Hij was met zijn lang uitdijende enorme staat van dienst niet een heilige die onder één hoedje te vangen was. Hij was, anders dan de anderen, gespecialiseerd in na­genoeg alles.

Meisen trekt zijn bewegingen na aan de hand van onder meer stichtingen van parochiekerken, kloosters en pa­tronaatschappen. Jones toont, verhalender, hoe de legenden zelf (als het ware) op reis zijn en van gedaante ver­anderen. Een heilige, heb ik nu begre­pen, is een proces, geen product. Een heilige komt tot stand in of rond de leemte die hij biedt.
Onlangs* verscheen bij Ambo een verrassend boek, getiteld Nicolaas, de duivel en de doden. Daar is dan de kloeke Nederlandse studie die tot voor kort zo ontbrak.
Met zijn boek, zegt de auteur Louis Janssen in zijn bijna kortaffe voor­woord, wil hij onder meer het betoog van Meisen voor een Nederlands pu­bliek toegankelijk maken. En dat doet hij, in de eerste twee delen van zijn boek.

Terwijl hij ’s lezers literatuurkennis rond Sint-Nicolaas en passant up date brengt. Maar hij doet nog meer. In een derde en laatste, ook omvangrijkste, deel onderneemt hij iets wat hem na aan het hart moet hebben gelegen, namelijk – zoals hij het zelf aanduidt – het volgen van het spoor van de doden in een christelijke cultuur.
Ik vind het een indrukwekkend boek; waaraan ik hier overigens geen recht kan doen: omdat ik geen vakman ben en omdat het voor een krant te veel zou worden. Maar ik wil benadrukken dat het een boek is dat de moeite waard is voor een breder, in de geschiedenis van de volkscultuur geïnteresseerd publiek. Wie graag Carlo Ginzburg leest of Le Goff, kan bij Janssen terecht.

‘Nicolaas, de duivel en de doden’ vormt een drieluik, zoals al door de titel aangegeven wordt. In het eerste deel gaat het over de heilige en zijn feest, vanaf de dertiende eeuw, in Nederland en op de Waddeneilanden, en op een aantal plekken in de Zwitserse en Oostrijkse Alpen. Het aardige is dat dit deel relatief veel aandacht schenkt aan een vorm van het feest die aan velen denk ik, onbekend zal zijn, door Janssen ‘de maskerade’, soms ook ‘het charivari’ genoemd.
Op Ameland, en met name in Hollum, moet een goed tegen buitenstaan­ders beschermde traditie bestaan, be­kend als klaasjagen. Daarbij gaan de volwassen mannen gemaskerd – en ‘in het pak’, een fantasiegewaad van eigen makelij – de straat op. ’s avonds. Het heeft iets van een mannelijkheidsproef. De zogenaamde Klaasomes hebben het recht in alle huizen binnen te gaan en dienen door de daar aanwezige vrouwen en meisjes ontvangen te worden. ‘Deze ene variant van het feest, de maskerade, komt voor – op meerdere plaatsen in Europa – naast of in plaats van het ons bekende kinderfeest, in de variant die bij Janssen ‘het nachtelijk  bezoek’ heet: het feest van de gezette schoen.
Een derde door hem onderscheiden ‘scenario’ is dat van de ‘boy-bishop’. Het is een gebruik, ook in vroeger tijd voor Nederland vastgesteld, dat eigen­lijk naar 5 of 6 december is overge­waaid van Onnozele Kinderen (op 28 december). Het is een omkeringsfeest, waarbij een scholier verkozen wordt tot bisschop, en een dag lang de macht naar eigen inzicht uitoefent. Het is ver­bonden met optochten en bedelpartij­en. Rond deze drie scenario’s weeft Janssen zijn overzicht, dat van een hel­dere en vaste greep op de omvangrijke literatuur getuigt.

In het tweede deel gaat het om en over de duivel, met wie Sint Nicolaas in diverse legenden veel van doen heeft gehad, en die naar Meisen en in zijn spoor Janssen aannemen vaak optreedt als de getem­de metgezel en dienaar van de heilige. Zwarte Piet is als zodanig zijn meer of minder recente manifestatie, maar staat in een lange traditie. Het derde deel ten slotte, biedt een royaal inzicht in de manier waarop de vroegmiddeleeuwse kerk de doden en het hiernamaals zag. Vooral dit laatste deel, als de wijdst getrokken cirkel rond de heilige en zijn functioneren in het volksgeloof – op de begraafplaatsen moeten talrijke Nicolaaskapellen gestaan hebben – kan ik hier geen enkel recht doen. Ik kan alleen verzekeren dat het een uiterst boeiend complex is dat Janssen analy­seert; het is bijna een boek op zichzelf. Goed. Met deze veelomvattende stu­die (er wordt heel veel kort maar helder in het gelid gezet) kunnen we ons dan eindelijk vertonen naast de Duitsers en de Amerikanen, die hun Sinterklaas of geheel zijn kwijtgeraakt, of nooit meer hebben aan gekregen. Dat stemt tevre­den en trots. Nu nog – ik kan het wensen niet laten, in dit jaargetijde van de verlang­lijst – een schitterende tentoonstelling in het Amsterdams Historisch Mu­seum, die licht werpt op vele nog altijd resterende kwesties zoals: waarom is het feest hier blijven bestaan? Wat is dan toch de etymologie van ‘specu­laas’? Wanneer kwam het sinterklaas­gedicht op? Was dat buiten Nederland evenzeer traditie als hier? Is het juist om die ene sluitappel bij Bredero te zien als een protosurprise? (Een sluit­appel is een kunstig zigzag doormidden gesneden appel waar iets in zit.) Is er een geschiedenis te schrijven van de gegeven cadeaus? Die noten en vruch­ten als cadeaus voor de kleine kinde­ren, wanneer houdt dat op? Zijn de (peper)noot en het marsepeinen fruit er de nazaten van? En die letters, van chocola en banket, staan die in een al even rechtstreeks verband met het scholierenfeest’? Welke rol heeft het (openbaar) lager onderwijs in de vorige eeuw gespeeld bij de introductie van de Sinterklaas nieuwe stijl? Werden er – voor al die negentiende-eeuwse lied­jes, andere gezongen? En is daar wat van over?

Ach! En zo voort, en zo meer: er is nog zoveel te wensen. De archieven in! Van kerk, klooster, gilde, gemeente, be­grafenisvereniging, lager onderwijs en wat al niet. Aan het werk.

Louis Janssen: Nicolaas. de duivel en de doden. Ambo, ƒ 49,50.

Wie in kort bestek op de hoogte wil raken:
Ed van Eeden. Wie de koek krijgt, wie de gard. Amber, ƒ 12,50.

Voor de aarzelende kerstyup:
R. en W. Schroder, Kant-en-klare Sinterklaasgedichten. Prisma, ƒ 14,90.

Bij de Bijenkorf:
Het Sint Nicolaas Feestboek, ƒ 12,50.

(Nicolaas Matsier, de Volkskrant, * 26-11-1993)

.

Sint-Nicolaas: alle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

VRIJESCHOOL in beeldSint-Nicolaas

 

327-307

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

Een Reactie op “VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – St. Nicolaas (10)

  1. Pingback: VRIJESCHOOL – JAARFEESTEN – St. Nicolaas – alle artikelen | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.