VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – St.- Jan (13)

.

KEERPUNT IN HET JAAR

Het feest van Johannes

Op 24 juni wordt de naamdag van Johannes de Doper gevierd, maar eigenlijk is de hele maand juli aan hem gewijd, ja, je zou zelfs kunnen zeggen dat zijn machtige invloed zich uitstrekt over de hele zometijd. En wat gebeurt er eigenlijk in die zomertijd? De scholen zijn gesloten, het is vakantie, een woord dat afgeleid is van ‘vacuüm’, dat is ‘een lege ruimte’. In die ruimte trekt ieder­een erop uit om ‘van lucht te veranderen’, en een tijdlang te vergeten wat je opgenomen hebt in het jaar dat nu achter je ligt.
In het klein is dat de rustdag aan het eind van iedere week. De beslommeringen van het dagelijks bestaan, de problemen die zich vaak tegen de zomer ophopen en groter lijken te worden, moeilijkheden met anderen die in de hitte van het seizoen tot een uitbarsting dreigen te komen – al deze dingen moet je tijdelijk los­laten, zodat ze kunnen bezinken. Met het hoger komen van de zon word je uit jezelf getrokken, niet alleen door de natuur, maar ook door de dingen die er om je heen en met jou gebeuren. Wat je in de zomertijd doet, is afstand nemen, je op jezelf terug­trekken, proberen weer tot jezelf te komen. Het herinnert aan de roep van Johannes de Doper in de woestijn: ‘Komt tot inkeer!’

Een nieuwe orde
Het tweede gedeelte van deze toep luidt: ‘Het Rijk der hemelen is nabij gekomen!’
In een tijd dat hemel en aarde elkaar dicht genaderd zijn, klinkt daar voor ieder die het horen wil: ‘Er is een rijk op aarde gekomen dat niet van deze aarde is’. Het wordt gezegd door een man die dat zelf niet meer meemaakt. Hij is voorloper, hij kondigt aan en bereidt de weg voor Hem die komt, door het geestelijk kli­maat ontvankelijk te maken. Hij is de wachter op de drempel naar een nieuwe tijd. Zijn roep wordt gehoord, er komen velen die zijn leerlingen willen zijn.

Johannes de Doper wordt de laatste profeet van Israël genoemd, maar zijn wijze van wer­ken was anders. De profeten uit vroeger eeuwen waren boetepredikers, zij waren het geweten van het Joodse volk dat bij monde van één mens van tijd tot tijd wakker ge­schud werd, als de Israëlieten dreigden in te dommelen en het niet meer zo nauw namen met de wetten van Mozes. De wetten waren richtinggevend, ook voor de profeten. Bij de komst van Johannes werd dat anders. De mensen werden opgeroepen om al het oude los te laten, daar afstand van te nemen zodat het opnieuw met ‘frisse ogen’ bekeken kon worden. Johannes riep op tot een nieuwe orde, een opnieuw ordenen van de geestelijke inventaris. Tot in het fysieke bood hij de mensen daarbij hulp: de doop in het water van de Jordaan, de algehele onder­dompeling in het stromende, beweeglijke ele­ment bewerkte dat de mensen korte tijd ‘buiten zichzelf’ raakten van het wordende, het voortdurend veranderende. Johannes maakte de mensen vertrouwd met wat de grondeigenschap zou zijn van de nieuwe or­dening, van het Rijk dat komende was. Het moet een indrukwekkende ervaring zijn ge­weest voor de groep mensen om Johannes heen, mensen die voorbereid werden om later leerlingen te zijn van Hem die door Jo­hannes als zijn Meester werd gekarakteriseerd met de woorden: ‘Ik ben niet waard te buk­ken om zijn schroenriem los te maken’. Alles werd op losse schroeven gezet, opdat alles in een nieuw licht gezien kon worden. Dat was de opdracht van Johannes de Do­per. Bij zijn geboorte kreeg hij niet de naam van zijn vader, die hem zou verbinden met de familie, met de bloedverwanten. Vanuit de geestelijke wereld kreeg hij uitdrukkelijk een nieuwe naam, die hem tot verbazing en ergernis van Zacharias’ familie uittilde boven de familieband. Zijn levenstaak gold het hele volk.

Een andere ‘Johannes’
Aan het begin van het Nieuwe Testament staat Johannes de Doper als wegbereider: de akker wordt geploegd en gereed gemaakt. Zijn leven is een offer: ‘Ik moet afnemen, Hij moet groeien’. Aan het einde van de Bij­bel staat het toekomstvisioen, de Openbaring van de andere Johannes. De wijze waarop bijvoorbeeld in de Russische sprookjes deze naam Johannes wordt gehanteerd, doet vermoeden dat het hier gaat om een bovenper­soonlijke naam. Hij geeft aan waar de mens die deze naam draagt, in spiritueel opzicht staat.

In de Handelingen en Brieven der apostelen vinden we nog een derde ‘Johannes’, al wordt hij niet met die naam aangeduid. Zijn leven staat in het teken van Johannes, als ik dat zo noemen mag: de ommekeer. Bij de steniging van de eerste martelaar voor het ge­loof, Stefanus, stond iemand die niet daad­werkelijk met de steniging meedeed, maar ‘de getuigen legden hun mantels af aan de voeten van een jonge man, Saulus genaamd’ (Hand. 7). Deze Saulus wordt na deze ge­beurtenis de meest fanatieke vervolger van de jonge Christengemeenten, zo fanatiek dat de vraag kan ontstaan: heeft hij iets waar­genomen bij de ten dode gedoemde Stefa­nus, dat hij liever wil trachten te vergeten? Heeft hij de weerschijn van de hemelse heer­lijkheid gezien op het stervende gelaat van de martelaar?

Hoe het ook zij: voor Damascus wordt Sau­lus zo getroffen door het visioen van de Herrezene, dat hij ‘buiten zichzelf’ raakt en drie dagen blind is voor de uiterlijke wereld, ter­wijl hij niet eet of drinkt. Het oude wordt losgelaten en opnieuw geordend in het licht van Christus. Daarna is deze man een ander mens met een andere naam: Paulus, en onder deze nieuwe naam zal hij eens schrijven: ‘Ik leef, echter niet ik, maar Christus in mij’, woorden die evenals de ‘lijfspreuk’ van Jo­hannes de Doper een offer betekenen. Hij stelt zijn leven in dienst van Christus.

Het jaar rond
Tussen de Doop in de Jordaan en de licht­glans voor Damascus, tussen Johannes de Doper en Paulus voltrekt zich het evangelie: ‘Het Woord is vlees geworden’. De ene helft van het jaar met de stijgende zon mee, van Advent-Kerstmis tot op de 50ste dag na Pa­sen, het pinksterfeest, kunnen we de mens­wording van Christus meebeleven, geholpen door het vieren van de jaarfeesten. De tweede helft van het jaar, als de nachten langer worden, staat Paulus naast Johannes de Doper, en beiden richten onze aandacht op het christen worden van de mens.
In de zomer bezinkt wat we hebben gehoord en beleefd, maar in het begin van de herfst is er steeds weer die ervaring van een nieuwe inzet als vrucht van de bezinning. De aarts­engel Michael waakt over deze steeds ver­nieuwende wilsimpuls van ons mensen, en hij helpt ons het juiste midden te vinden.
Aan de zuidgevel van de kathedraal van Chartres staat op de pilaar voor het midden­portaal de uit steen gehouwen gestalte van Jezus met aan weerszijden de Apostelen. Di­rect rechts naast het midden is Petrus afge­beeld met een grote sleutel, en direct links naast de Christus, aan de kant van het hart, staat Paulus met naast hem de drager van de Johannesnaam, die tot de apostelen behoor­de.

Paulus behoort niet tot de oorspronkelijke leerlingen van Jezus; hij heeft de Meester immers niet in levenden lijve gekend. Maar na het visioen voor Damascus sluit hij zich aan bij de apostelen en dient even vurig de jonge christengemeenten als hij ze daarvoor vervolgde. Die grote ommekeer laat ons voor altijd zien hoe het is, als een mens op een bepaald moment in zijn leven erkent: Christus is de grond van mijn bestaan.

Marieke Anschütz,’Jonas’ 21 van 13 juni 1980

.

St.-Jan: alle artikelen
.

Jaarfeesten: alle artikelen

.
189-179

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

Een Reactie op “VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – St.- Jan (13)

  1. Pingback: VRIJESCHOOL – JAARFEESTEN -St. Jan -alle artikelen | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s