Tagarchief: herders; koningen

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Driekoningen (18)

Driekoningen: alle artikelen

 

DE KUNST VAN HET SCHENKEN

Kerstmis is in veel landen een feest van gaven, van geschenken. Dit gebruik knoopt aan bij het bezoek van de her­ders, die in de heilige nacht het kind in de kribbe kwamen aanbidden. Vroege wandschilderingen en panelen beeld­den hen nog zonder geschenken af, want het stond immers niet in de bijbel dat zij geschenken meebrachten naar de stal.

Maar hoe meer de mensen met het kerstverhaal vertrouwd raakten, des te minder konden ze zich voorstellen dat de herders het ‘arme’ kind geen lamme­tje of warme vacht, geen melk of brood zouden hebben gebracht. Daarom zijn er in de kerst­spelen en op de schilderijen uit latere eeuwen geschen­ken te zien.

In wezen is de opwelling van aanbidding en blijd­schap in de harten van de herders een reactie op de goedheid van God, want het kind dat zij aantreffen is een geschenk van de hemel aan de mensheid. En als een echo roert zich in de mense­lijke ziel de wens om ook iets te schenken, ook iets goeds te doen.

kerst herders en koningen

De herders bieden het kind hun gaven aan
(School van Sevilla, 17e eeuw, Londen, Nat.Gallery)

Arm en rijk
De geschenken van de her­ders zijn gaven voor het li­chamelijk welzijn van de Heilige Familie, het zijn zo­gezegd sociale daden. De herders zijn zelf arm; zij
we­ten wat behoeftigheid is, zij kennen kou, honger en ge­brek van nabij, en daarom delen zij hun schaarse bezit­tingen met het kind.

Iets heel anders zijn de gaven van de wijzen uit het morgenland. Beide
aan­biddingen treden als gescheiden scènes in de bijbel op. In het evangelie van Lu­cas wordt gesproken over herders, bij Mattheüs daarentegen over drie wijzen of magiërs, die later koningen werden genoemd. Hun geschenken drukken geen uiterlijke gaven uit, maar hebben een hoge symbolische en kosmische waarde.

De eerste koning schenkt het kind goud. Goud, een heilig metaal, dat uit het aardse waardesysteem is losgemaakt om een hogere waarde uit te drukken.
Goud werd immers voor de vervaardiging van cultische voorwerpen – kruisen en kelken – en als achtergrond bij religieuze afbeeldingen gebruikt.

De tweede koning schenkt wierook: symbool van het gebed en het offer. Met deze gave worden de krachten van het gevoel uitgedrukt. Waarachtig bidden
kan een mens immers alleen als hij zijn hart verwarmt en laat spreken; als
hij eerbied en overgave ontwikkelt. Elke overgave berust op het spreken van het
hart. Als we een bloem bewonderen, dankbaar zijn voor een zonnige dag, als
we voor een mens verering voelen, maar vooral als we ons naar God wenden, dan
stijgt uit onze ziel als het ware wierook op: een onaardse geur, een ambrozijn,
waaraan de hemelse wereld welbehagen heeft.

De derde koning schenkt mirre. Mirre is het symbool van de zelf­beheersing en de innerlijke tucht. De zelfdiscipline is een offer van de wil. Wie dit offer op zich neemt, weigert zijn ambities en wensen de vrije teugel te laten en wil zich op het wezenlijke richten.

kerst herders en koningen 2

Aanbidding door de koningen
(Joos van Cleve, ca. 1485-1540, Praag, Narodni Galerie)

De wijsheid van het gebaar
Men kan hier natuurlijk ook op een an­dere manier naar kijken, maar duidelijk is wel dat het om meer gaat dan om ui­terlijke geschenken: het gaat om het moeizame offer van de eigen persoon­lijkheid. Veelzeggend daarbij is ook dat de koningen buigen voor het kind. Zij, die kennis, macht en rijkdom in hun landen belichamen, zijn bereid te er­kennen, Bij monde van de eerste ko­ning: ‘Onze wijsheid is niets naast jou, Kind. Jij overtreft ons. Jij bent de koning van alle wijzen’.

Zo worden we ons steeds meer bewust, dat in deze scène veel verborgen zit. Maar de grootste wijsheid ligt toch in het dubbele gebaar dat Kerstmis ons voorhoudt: de aanbidding door de her­ders naast de aanbidding door de wij­zen. Het leert ons dat ‘nederig zijn’ al­leen niet genoeg is. Maar alleen ‘ko­ninklijk zijn’ is dat ook niet! Sociale da­den, waarmee de mens aan de wereld werkt en ‘individuele’ daden waarmee hij aan zichzelf werkt, zouden elkaar al­tijd moeten aanvullen.

(Hella Krause-Zimmer, Weledaberichten 164, Kerst 1994)

over goud; over mirre

Driekoningen: alle artikelen

Boeken van Hella Krause-Zimmer:

Waarom heeft een engel vleugels

In het Duits

686