Tagarchief: graniet

VRIJESCHOOL – 6e klas – mineralogie (4)

.

Over mineralogie in de zesde klas

De mineralogie behandelen we vanuit het geheel der aarde. Voordat we met de afzonderlijke mineralen beginnen, kijken we eerst naar de gesteenten waarin ze voorkomen. Als uitgangspunt kunnen we twee gebergten nemen,- de Alpen, een granietgebergte en de Dolomieten een kalkgebergte.

De Alpen vormen het grootste gebergte van Europa. De vormen zijn glooiend. Het is een oerwoudgebergte, massief en sterk. Water dringt er niet doorheen. Vanaf grote hoogtes baant het gesmolten ijswater zich een weg naar een lagergelegen dal: beekjes, watervallen en meren ontstaan. Groen zijn de bergen en dalen, uiterst geschikt om koeien te laten grazen. De hoogst gelegen gebieden zijn bedekt met ijs en sneeuw. De bloemen tussen het groen zijn felgekleurd: gentianen, alpenroosjes en alpenviooltjes groeien in overvloed. Zomers is het in de lagergelegen berggebieden, waar we weiden, akkerland en bos vinden, aangenaam warm , terwijl het in het hooggebergte heel koud is. ’s Winters is dat juist andersom, dan is het boven warmer. Het gebergte wordt gevormd door graniet.

Als het kind zich de omgeving van het granietgebergte goed kan voorstellen, kijken we naar de mineralen die daarin verborgen zijn. We beginnen met de eenvoudige: kwarts, glimmer, veldspaat en hoornblende. Welke vorm en kleur hebben ze, hoe kunnen we ze herkennen. Over het gebruik van mineralen is heel veel te vertellen.

Nu beschrijven we de Dolomieten. De bergen rijzen dof en dreigend op, met grillige vormen. De kalk waaruit zij bestaan is zacht en poreus. Weer en wind werken er naar hartelust op in. Het gebergte is waterdoorlatend…. regenwater dringt door tot de diepte. Het gevolg daarvan is, dat de bergen vrijwel kaal zijn en slechts voedsel bieden aan gemsen en dwerggeiten.
Aan de voet zijn de bergen rijk begroeid. Binnen in het gebergte bevinden zich indrukwekkende grotten en ondergrondse gangen. Door de eeuwen heen zijn ze gevormd, een proces dat nog altijd doorgaat. Pilaren op de grond, pegels aan het plafond vallende druppels banen zich een  weg door de kalklaag heen, opgeloste mineralen met zich meedragend. In het binnenste van de berg is alles in beweging. Kalk en graniet vormen tegenstellingen. Dichter bij huis komen we ook kalk en graniet tegen. Grote brokken graniet vinden we in het oosten van Nederland. Van oorsprong horen ze daar niet. Ze voeren ons terug naar langvervlogen tijden.

De leerkracht vertelt de kinderen daarover en ook wat de mensen met de stenen gedaan hebben. Aan onze kust vinden we zand en schelpen. De schelpen, die uit kalksteen bestaan, dienen als skelet voor de weekdieren. Vele vormen komen er voor: langwerpige, kleine, grote, geribbelde, gekartelde, en gladde. Dan het zand…. kleine kwartskristalletjes glinsteren, als een overblijfsel van het graniet. Onder de loupe genomen zijn ze nog beter te zien. In Limburg vinden we witte kalksteen: de mensen hieuwen er grotten in. Als bouwstenen, voor de bereiding van mortel en als bemesting in de akkerbouw maken de mensen veelvuldig gebruik van kalk. Dat in zo’n periode veel geschilderd en getekend wordt en dat gesteenten, ook halfedelstenen zoals amethyst, rozenkwarts en toermelijn in de klas zijn, behoeft wel geen betoog.

Geert Grooteschool, ‘heemkunde’, nadere gegevens ontbreken

.

mineralogie: alle artikelen

 

1037

 

Alpen:

berglandschap Alpen

 

Dolomieten:

berglandschap Dolomiten

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – 6e klas – mineralogie (1)

.

DE BERGEN EN GESTEENTEN

Vooral geen gesteenten laten zien, voordat de kinderen een beeld van het gebergte gekregen hebben! De leerkracht vraagt, of er wel eens een kind in het hooggebergte is geweest. Ja zeker! Wat is je opgevallen daar? Eeuwige sneeuw, en ijs, puntige toppen, mooie kleuren, mals gras, bossen, naald- en loofhout. En verder? Hoe staat het er met het water? Ja, veel kabbelende en bruisende beekjes. Mooi wit schuim. Koele, gezonde lucht. Hoe is het gesteente? Korrelig.

Nu volgt een korte beschouwing over het oergesteente; korrelig van structuur. Granum = korrel. Vandaar de benaming graniet. De aardkorst is daaruit voor een groot deel gevormd.

Het is een zeer hard gesteente, het stoot water af. Het verweert tot zand en klei, grint en leem. Er zit kiezelzuur in (silicium). Aan de binnenkant zie je een heleboel. Doorschijnende brokjes, zwarte puntjes, roodachtig geheel, glanzende vlakjes.

Er zijn allerlei kleine vormen in. We noemen ze kristallen (kristallos = ijs in het Grieks).

We gaan nu een ander gebergte beschrijven. Het is er heet, er is weinig water te zien, de plantengroei is schaars, de toppen zijn rond of heel grillig. De bouw van het gesteente is gelaagd. We gaan vertellen, dat het graniet uit gloeiende, vurige massa’s is ontstaan en het kalkgebergte in lagen is afgezet op de bodem uit het water.

Het enthousiasme is groot. Er worden allerlei gesteenten door de kinderen meegebracht de volgende dagen. Ook veel boeken en plaatwerk.

Over het graniet wordt een gedicht geleerd. Over de kalk eveneens. Het reciteren ervan elke morgen geeft de goede stemming om met de behandeling van bergen en gesteenten door te gaan.

Het Graniet

Graniet, dragende aardegrond
Rotsvaste zekerheid,
Van eeuwigheid tot eeuwigheid!
Stralend in uw KWARTS,
Door licht gevormd;
In uw zwarte HOORNBLENDE
Het duister dragend;
Uw glanzende GLIMMER
Ritmisch gelaagd;
Uw kleurige VELDSPAAT.
Die, eenmaal verweerd,
Geeft leem en klei.
Voert mensen tot daad!
Vierledig is uw wezen.
Tot eenheid gesmeed
Door het vuur van de Schepper
Zo zijt gij de dragende aardegrond.
Rotsvaste zekerheid
Van eeuwigheid tot eeuwigheid

Graniet!*

De Kalk

Beweeglijk, onstandvastig is kalk.
Heet en dorstig,
Droog en onvruchtbaar;
Ontstaan uit het water,
Begerig naar water,
Zich overgevend aan het water.
Bouwt het aan de schalen der dieren.
Zo is de kalk.
Beweeglijk, onstandvastig.
Grillig, maar schoon van vorm!

Een geheel ander gebied wordt betreden bij de kennismaking met de onderaardse, de Plutonische of Vulkanische krachten. De aardkorst heeft barsten en op die breuklijnen — een ring van vuur om de Stille Oceaan — ontstaan de vulkanen of vuurspuwende bergen.

Ook daarover leren de kinderen een gedicht, reciteren het, klappen of stampen erbij.

De Vulkaan

Met woedend geweld woelt het vuur in de diepte.
Grimmig grommend dringt het omhoog.
Dol en dreigend dreunt het
angstig wacht de wereld…….
Een reusachtige rookzuil schiet te voorschijn.
Felle, vonkende vlammen flitsen.
En gloeiend lekkende lava slingert sluipend omlaag.
Onheil dreigt de wereld,
Als het vuur zich baan breekt.
Maar het zinkt weer terug
In de zwarte afgrond.
In de diepte wacht het woelend.
Dat is de vulkaan.
De dreigende poort van de hel!

Uitgaande van de twee belangrijke onderdelen van het graniet, kwarts en veldspaat, wordt een aantal kwartsen — bergkristal, rookkwarts, citrien, amethist, tijgeroog, chalcedoon, agaat, onyx, jaspis — en een aantal veldpaten — maansteen, zonnesteen, amazonesteen, labradoriet, behandeld.

Het enthousiasme bij de kinderen stijgt. Sommigen herinneren zich de sprookjes, waarin edelstenen voorkomen: Sneeuwwit en Roserood, Simeliberg e.a.) andere denken aan Israël, waar de hogepriester een heilige borstlap met twaalf edelstenen had.

Nog korte tijd rust. We gaan over op aluminium, beryl- en koolstofstenen, de hardste die men kent: korund, robijn en saffier, aquamarijn, smaragd, beryl; diamant**, met vele verhalen over slijperij** en criminaliteit.

.

(Uit ‘Het binnenste buiten”: eindrapportage ‘Project Traditionele Vernieuwingsscholen’ : tevens Schoolwerkplan [van de] Rudolf Steiner Kleuterschool, Voorschoten [en de] Rudolf Steiner school, Leiden. 1985)
*Ik meen vrij zeker te weten dat dit gedicht (of alle drie) is gemaakt door Ton ten Böhmer, 1976/77
.

**hier vind je afbeeldingen met beschrijvingen

mineralogie: alle artikelen

6e klas: alle artikelen

.

494-457

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Advent (3)

.

HET OERGESTEENTE

Een verhaal verteld op de eerste adventsochtend

Een boer ging in het voorjaar naar zijn akker om de stenen uit de grond te halen die de vorst in de winter omhoog gebracht had. Zijn zoontje mocht deze keer mee gaan om te helpen. Beiden moesten flink werken. “Hoe komen die stenen toch in onze mooie aarde’, vroeg het kind.

“Alle aarde ontstaat uit de steen”, antwoordde de vader bedachtzaam. “Van welke steen, vader?” vroeg het kind weer. “Onze vruchtbare aarde op de akker is afkomstig van een bijzondere steen”, zei de boer “en ik zal je die steen eens laten zien als we een keer in de bergen gaan rondtrekken.
De winter was de tijd dat het kind mocht logeren bij familie. Zijn oom was een vakkundige brillenmaker en opticien. Hij had in zijn werkplaats grote kwartskristallen staan, waarvan hij bij het maken van de lenzen gebruik maakte. In deze tijd moest hij juist een verrekijker repareren en het kind keek toe, hoe hij een nieuwe lens van kwarts aan het slij­pen was.
Soms mocht het kind door de lenzen kijken. Dan werden alle voorwerpen groter, of zag je bonte randjes.
Waar heeft u deze heldere steen vandaan?”, vroeg het kind, en het keek steeds weer met vreugde door de bergkristal. “Deze steen kun je in het gebergte vinden,” antwoordde zijn oom. “Een heel bijzondere steen en het gebergte laat deze kristal ontstaan en als je later groot bent, zul je die steen vinden.”
’s Middags kwam de smid in het huis van de oom want de kachel brandde niet goed, er kwam onvoldoende warmte van af. De smid moest hem maar eens nakijken.

Nu bekeek het kind de kachel heel precies. Vooral vielen de kleine raampjes in het kacheldeurtje hem op. Je kon er zo door­heen kijken zodat je de rode gloed van het vuur kon zien.
“Is dit glas?”, vroeg de boerenzoon. “O nee, glas zou bij zo’n hitte al lang gesprongen zijn,” zei de smid. “Die plaatjes zijn van glimmer, doorzichtig en het kan tegen elke hitte.” “Ja,” zei de vrouw van de opticien, “soms noemen de mensen de glimmer ook wel Mariaglas of mica, omdat het zo rood en goud­achtig oplicht net zoals je moeder Maria ziet als je met aan­dacht bid.”
“Kijk, hoe het schittert,” riep het kind, “zeg me nog waar ik de glimmer kan vinden!”
Hierop kon de vrouw geen antwoord geven, maar de smid wel.
“Glimmer ontstaat uit een heel bijzondere steen, die je hier in het gebergte kunt vinden.”
Toen de zoon weer thuis was, ging hij, net zoals vroeger, naar het laatste huisje van het dorp, waar de pottenbakker woonde. Want graag ging hij daar kijken wat er in de handen van de pottenbakker ontstond. Schalen en potten, het was mooi om te zien. Het kind wist, dat hij de klei altijd in grote ketels achter het huis bewaarde. Maar op deze dag, was de klei helemaal op. Samen gingen ze met een kar naar de groeve om klei te halen. Toen ze daar zo bezig waren de klei in de kar te leggen, vroeg het kind: “Hoe komt toch de klei hier in de groeve?” ‘Die klei,” zei de pottenbakker op een haast plechtige toon, “ontstaat uit een heel bijzondere steen, die je hier dichtbij in het gebergte kunt vinden. Het water lost de klei in de steen op en brengt het hier naartoe.
“Ach,” zei de jongen, “mijn vader en de opticien en U spreken allemaal over een bijzondere steen. Jullie weten de steen te vinden. Kunt U het mij niet eens laten zien?”
“Dan zou ik met je de bergen in moeten trekken, “zei de pottenbakker, “maar als we thuis komen, zal ik je een groot brok van dat gesteente laten zien, want er ligt er een in mijn tuin.”
Toen ze beiden thuis kwamen, gingen ze direct naar de tuin om naar de steen van graniet te kijken. Ze keken heel goed en de pottenbakker liet het kind de drie verschillende steensoorten zien. Toen wilde de jongen meteen weer vragen stellen, maar de man zei: “Dit is een heel bijzondere steen, waar wij allen over spreken. Het helpt de mens bij vele werkzaamheden. Ik kan je over deze steen een verhaal vertellen. Wil je het horen?”
Het kind kon niet langer wachten en liet merken dat het verhaal maar snel verteld moest worden.

De Schepper van de aarde wilde het gesteente vormen waarop de mens zijn levensweg zou kunnen gaan.
“Breng mij het geschenk dat U meegebracht heeft,” sprak hij tot zijn helpers, zodat we daarop de grond van de aarde kunnen leggen.”
De Schepper van de aarde had drie groepen van helpers.
De oudste onder de engelen, de wijsheid, deed een stap voorwaarts en gaf de vader van de wereld een heldere steen.
“U heeft ons de wijsheid gegeven”, zei hij, ‘en de helderheid van het denken. Dit is de steen van het licht. Er is geen andere steen die zulke heldere kristallen vormen kan dan  deze.”
Hierna kwam de engel om wie de geesten van de kracht zich verzamelden, tot de Schepper.
In zijn rechterhand had hij een zwarte, glanzende steen, in zijn linker een witte, stralende steen.
“Dit is het gesteente van de kracht,” sprak deze. “Het kan de mens kracht geven op zijn weg door het leven.”
Ten slotte kwam een engel uit de kring der warmtegeesten naar voren. Deze had in zijn rechterhand een rode steen en in de linker een groene. “Dit gesteente is doortrokken met onze warmte,” sprak hij. “Het kan er steeds anders uitzien en zal aan de mens nog veel diensten verlenen.”
De schepper sprak zijn dank uit en nam voor het gesteente waarop de voet van de mens zou gaan, alle drie de gaven, aan. Want alle krachten der wereld moeten erin aanwezig zijn.

Dit gesteente is het oergesteente geworden.
Dit was het grote ogenblik toen de Schepper van de aarde de kracht, de warmte en het licht verenigde, uit de drie gaven van de engelen, tot het oergesteente.
Het is het mooie graniet, het oudste gesteente van de aarde, waaruit vele andere gesteenten zijn ontstaan.
Je kunt in de bergen of in de diepten van de aarde het graniet vinden in verschillende uitingsvormen.
Maar steeds zie je deze drie bestanddelen.
Het kwarts glanst zacht, alsof het licht naar binnen straalt. De glimmer schittert en straalt meer naar buiten. Je ziet witte en zwarte glimmer. De veldspaat kan rood zijn als het bloed of zo groen als gras. Met behulp van water ontstaan uit de veldspaat de vruchtbare akkers en de klei.”
“Nu weet ik wat het oergesteente is”, riep het kind uit. De kwarts heb ik in de stad gezien. Er worden lenzen van gemaakt waarmee je ver kunt kijken. Glimmer heb ik gezien als mica in de kachel. Uit de veldspaat ontstaat de aarde op de akkers van mijn vader en klei om potten van te maken.
Graniet is een heel bijzonder gesteente!”

Om het vruchtbare dal waarin het kind leefde, lagen de hoge bergen van oergesteente. Toen dat kind groter werd, mocht het met zijn vader mee de bergen in. Ze beklommen een berg en op de top ervan rustten ze uit en keken over andere bergen heen. Ze beleefden de wijdheid, de schoonheid en de kracht van de aarde, de majesteit der Schepping.
.

Theo ten Bruin, vertaling uit: Von Pflanzen und Tieren, Steinen und Sternen, Elisabeth Klein, nadere gegevens onbekend

.

Adventalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: advent spiralen e.d.    jaartafel

.

308-288

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – advent (2)

.

In dit artikel is sprake van een mogelijkheid de 4 adventsdagen in het teken van de 4 elementen te plaatsen.

Hier volgt een artikel met ‘de steen’ als motief.
Het is ook een artikel dat gebruikt kan worden voor de mineralogieperiode in klas 6.

STEEN

Steen, het gewordene der aarde
uit oeroude tijden in het heden te zien
Steen, het gewordene der aarde
verbergt de geheimen der tijd
Steen, het gewordene der aarde
gevormd volgens machtige wetten
die de aarde in de kosmos doorstralen……

Het rijk der gesteenten wijst ons terug naar de oergrond van ons bestaan: de geschapen wereld, de wereld van God-de-Vader. We hoeven maar te denken:

–   aan de indrukwekkende, met eeuwige sneeuw bedekte toppen van de machtige granietgebergten, waarin flonkerende kristallen verborgen zijn…

–   aan de diepe kloven, zoals de Grand Canyon, waar tot in de onderste lagen moeder aarde zich open­baart.

–   aan de ertsen die de aarde als aderen doordrin­gen. . .

–   aan de geweldige krachten die losbarsten in vuur­spuwende vulkanen…

om te ervaren welk een scheppingsmacht met de geworden wereld van het gesteente verbonden is.

In de zesde klas, waarin de kinderen echte aardeburgers worden – het Gouden Griekenland achter zich laten en mét de Romeinen de wereld in hun greep krijgen – staat ook de mineralogie in het leerplan.
Het ‘op de grond komen’ wordt hier heel concreet. Als we dan kijken naar de grond waarop wij als Nederlanders staan, is deze neergelegd door de benedenloop der rivieren. Vervolgen we die loop, dan komen we via de Rijn terug in de Alpen, bij het oergesteente: het graniet.

Bekijken we een brok graniet, dan zien we een korrelige structuur waarin we drie mineralen onderscheiden:
’t heldere kwarts,  ’t glanzende glimmer en ’t kleurige veldspaat.

Als nu dit eeuwige gesteente toch onder invloed van water, wind en warmte splijt, afbrokkelt en meegevoerd wordt met het water naar de Lage Landen, dan vinden we het kwarts terug als het zand van onze duinen!
Kijk maar eens door een vergrootglas naar de verrassend heldere kristalletjes van ons ‘gewone’ strandzand.
Het glimmer vinden we niet terug; door z’n fijne bladachtige gelaagdheid versplintert het en voegt zich overal tussen.
Veldspaat vinden we daarentegen in grote hoeveelheden terug als fijne, compacte klei.
Het zand van de duinen dat de zee moet keren, de vruchtbare klei die geploegd en bebouwd wordt, geven ons vaste grond onder de voeten en geven ons het dagelijks brood….

Onze Vader die in de hemelen zijt
geef ons heden ons dagelijks brood…..!

We hoeven maar naar de flonkerende kristallen te kijken om te beseffen dat krachten uit de kosmos de aarde doorstralen. In de biologisch-dynamische landbouw wordt met deze krachten gewerkt en worden die krachten door preparaten gebundeld. De aarde staat niet op zichzelf maar is verbonden met de kosmos.

In de eerste adventsweek, als we ons voorbereiden op de komst van God-de-Zoon, gaan we eerst terug naar de oergrond van ons bestaan en merken we hoe de diepten der natuur verbonden zijn met God-de-Vader-in-den-Hoge.

Graniet,
dragende aardegrond
rotsvaste zekerheid
van eeuwigheid tot eeuwigheid.
Stralend is uw kwarts
door licht gevormd.
Uw glanzende glimmer
ligt ritmisch gelaagd.
Uw vruchtbare veldspaat
eenmaal verweerd
geeft klei en leem
voert mensen tot daad.
Drieledig is uw wezen
tot eenheid gesmeed
door het vuur van de Schepper.
Zo zijt gij
dragende aardegrond
rotsvaste zekerheid
van eeuwigheid tot eeuwigheid.

(dit gedicht is volgens mij (phaw), gemaakt door Ton ten Böhmer in 1976)

Zacht klinkt hier, als voorbode, het ‘Ere zij God in den Hoge’ doorheen…..

(Ivon Hummel , vrijeschool Nijmegen, nadere gegevens ontbreken)

.
Advent: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

Over glimmer en veldspaat

VRIJESCHOOL in beeld: advent spiralen e.d.    jaartafel

.

307-287

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.