Tagarchief: examen

VRIJESCHOOL – Opspattend grind (89)

.

[in blauw tekst Pieter HA Witvliet]

Bij ‘Schooldomein‘ verscheen een aantal jaren geleden een artikel van hoogleraar cognitieve psychologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, Harold Bekkering.

Waarom ons onderwijssysteem niet werkt

Als oud-vrijeschoolleerkracht kan ik voor de inhoud van Bekkerings woorden veel instemming hebben. Simpelweg omdat zijn woorden helemaal passen bij het pedagogisch-didactisch concept van de vrijescholen, inmiddels zo’n 100 jaar aanwezig en gezien Bekkerings opvattingen: helemaal van deze tijd!

Bekkering is tegen een systeem dat bepaald wordt door alleen een cognitieve ontwikkeling.

Zoals Steiner het formuleerde:

niet eenzijdig uitgaan van die ene eigenschap van de wordende mens, het intellect, maar uitgaan van de mens als geheel.
GA 301/77
Op deze blog vertaald/77

Dat is voor Bekkering: betekenisvol leren, waarbij we kinderen leren nieuwsgierig te blijven.”

En zo’n 100 jaar geleden formuleerde Steiner al: 

Dit moet de belangrijkste eis worden van de moderne opvoeding: handelen vanuit een wetenschap die oog heeft voor de totale mens.
GA297/32-33
Op deze blog vertaald/32-33 

Bekkering kom tot de conclusie: ‘Ons systeem holt die kwaliteiten vervolgens uit.”

( ) Het systeem stuurt op cognitie en dat bepaalt het niveau.
( ) Dan blijft een minister in hetzelfde jargon hangen en maar blijven hameren op cijfers en excellente kennis.

Hartverwarmend vind ik Bekkerings opmerkingen over het VMBO-kind:

In feite zeggen we tegen een vmbo-kind: jij bent niet goed genoeg en het zal een uitdaging voor jou worden om een goede baan te vinden. De druk die we mensen opleggen is ook immens groot. Daarom moeten we dat soort redeneringen keihard aanpakken. Mijn vrouw werkt op een vmbo-groen school en liet onze tuin door een leerling aanleggen. Hij had nog nooit een voldoende voor rekenen gehad, maar maakte een prachtige put om het water af te laten stromen. Daar zat alles in: verhoudingen, inzicht en praktische vaardigheid. Daarom weiger ik dat stigmatiserende onderscheid tussen praktisch en cognitief over te nemen.”

Bekkering zoekt naar een vorm van ‘activerend leren’ waarin kinderen de tijd om krijgen om zelf hun talenten te ontwikkelen.
Eindtermen en examineren betekent het structureel afstraffen van het activerend onderwijs. Een eindtermen leidt ertoe dat je dat ene zo goed mogelijk leert om er een voldoende of meer op te scoren.

Ook Steiner zag niets in examens: 

Voor kinderen is het het allerbeste – in een ideale opvoeding – wanneer we vermijden dat het in korte tijd veel moet leren, zoals voor een examen. Dat betekent dat we de examens helemaal weglaten. Dan verloopt het einde van het schooljaar precies als het begin. Dan nemen we het als leraar op ons om te zeggen: waarom moet het kind geëxamineerd worden? Ik heb het kind de hele tijd meegemaakt en weet heel goed wat het weet of niet weet.
GA 293/193
Vertaald/185

Dat de vrijescholen ook zijn meegegaan met de examendressuur is enerzijds het gevolg van overheidsmaatregelen, anderzijds hebben ze – Steiner pleitte al bij de oprichting van de eerste vrijeschool voor volledige vrijheid van inrichting van het onderwijs – zich te weinig ingezet deze vrijheid ook daadwerkelijk te verkrijgen.

De vrijescholen zouden op grond van Steiners idealen dit droombeeld moeten hebben, in ieder geval: Bekkering heeft het:

“IK HEB EEN DROOMBEELD WAARBIJ HET DE EERSTE 18 JAAR VERBODEN IS OM KINDEREN TE TESTEN, ZODAT KINDEREN NIEUWSGIERIG BLIJVEN EN NIET AFGESTRAFT WORDEN DOOR EEN TELEURSTELLENDE ERVARING.”

Ik ga hier niet het hele artikel bespreken.
Het is voor mij voldoende dat het de geest ademt van pedagogisch-didactische opvattingen die we makkelijk in de vrijeschoolpedagogie zoals Steiner die voor ogen stond, herkennen. 

.

Mensbeeld en examen

Opspattend grindalle artikelen

.

2939-2757

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – St.-Jan (34)

.
Rinke Visser, Jonas 21, 16-06-1978
.

Zomer: tijd van beproeving
.

Buiten is het heerlijk weer. De zon schijnt. In de avonduren zie je men­sen genieten van hun tuin. Overdag worden sportvelden nat gehouden. Je gaat denken aan je vakantie, of hoe het zou zijn als je nu vakantie zou hebben.

Op hetzelfde ogenblik zitten dui­zenden over hun boeken en aanteke­ningen gebogen om zich voor te be­reiden op het examen dat morgen of overmorgen* plaats zal vinden. Een rare tegenstelling eigenlijk, die twee dingen: een zomerzon die je juist naar buiten trekt en de examenstof die je dwingt precies de tegenoverge­stelde beweging te maken. Iemand zei laatst dat het toch volkomen on­gerijmd was om juist in deze tijd van het jaar, in deze hitte, bij dit licht examen te moeten doen. En als je dan dan hoort hoe beroerd het is onder deze omstandigheden een examen af te leggen waar zoveel van af hangt voor de nabije of verdere toekomst: het jaar of een gedeelte daarvan wel of niet over moeten doen, wel of niet kunnen beginnen aan je vervolgoplei­ding, wel of niet aan het werk gaan in je nieuwe baan, wel of niet de promo­tie maken waar je zo hard voor ge­werkt hebt, maar die afhankelijk ge­steld is van ‘het papiertje’. Zou je die examens eigenlijk niet veel beter in de winter kunnen hebben, dan ben je toch het meest geconcentreerd? Daar kun je dan over na gaan denken. Hoe zit dat met het jaarverloop, welke activiteit past eigenlijk in welke tijd? En, waar het hier om gaat: is het waar dat examens beter in de wintertijd passen dan in de zomer? Om te begin­nen kom je erop dat examens een tweeledig karakter hebben, net als deuren: ze geven toegang tot iets, en ze sluiten iets af. Drempels: als je je voeten niet hoog genoeg optilt, ga je tegen de vlakte, met je hoofd binnen, maar met je voeten nog buiten de ka­mer. En om die voeten gaat het juist, als je op weg bent naar iets of iemand. Het tweede wat opvallend is: je zit altijd tegenover één of meer mensen die jou gaan beoordelen naar hun nor­men. Zij kennen de maat waarmee ge­meten moet worden. Als je die twee karakteristieken van examens nader bekijkt, kom je op een paar gedachten die misschien zinnig genoeg zijn om ze hier op te schrijven.

In de eerste plaats dat afsluitende of toegang gevende karakter van exa­mens. Als je daar naar kijkt in verband met het jaarverloop, waar kom je dan op? Wanneer sluit je het jaar eigenlijk af? Daar kan de boekhandel je veel over leren: twee keer per jaar kun je agenda’s kopen. In de winter koop je agenda’s die beginnen met Nieuwjaars­dag en lopen tot 31 december. En in de zomer beginnen ze met de maand augustus en lopen tot en met juli. Dat is toch eigenlijk erg leuk. Twee soor­ten agenda’s, twee soorten jaar, die el­kaar overlappen. Verder is het opval­lend dat die mensen die hun laatste examen hebben afgelegd heel vaak ophouden de agenda’s van het tweede soort aan te schaffen. Of ze dan ook dat tweede soort jaar afschaffen is daarmee natuurlijk nog niet gezegd. Hoe zit dat nu met het begin en einde van die twee soorten jaar? Hoe doen we dat eigenlijk. Oudejaarsdag. Niet de warmste dag van het jaar. Je zit binnen, in verschillende opzichten. De mensen met wie je het oude jaar ‘uitzit’, zijn niet willekeurig, dat zijn meestal intieme relaties, behorend tot je persoonlijke sfeer. Behalve het eten van bolvormig gebak proberen veel mensen vulling aan de avond te geven door zich voor zichzelf bezig te houden met het afgelopen jaar, niet alle in de zin van ‘wat heeft het jaar ons gebracht’, maar ook met de vraag: ‘hoe heb ik het zelf gedaan’. Een soort gewetensvraag. Daar komen dan de wel of niet uitgesproken goede voornemens vandaan. We geven onszelf rekenschap van onze daden, en er is niemand die navraag doet naar de normen die we daarbij aangelegd hebben. Die zijn van jezelf. Daar kan een ander ook niets over zeggen. Examinandi en examinator verenigd binnen één persoon. De uitslag staat bij voorbaat vast: toegelaten tot het nieuwe jaar. Overdoen is er niet bij. Het tweede soort jaar sluit je af met een examen of iets dat daar op lijkt. Je moet aan een ander laten zien wat je kunt. Hij beoordeelt of dat vol­doende is om het volgende jaar te
mogen beginnen. De tijd om voor dat examen te werken ligt juist daar waar de zon nog niet of niet meer hoog aan de hemel staat. Het is de tijd dat je wat meer naar binnen gekeerd bent dan in de zomermaanden. Precies het omgekeerde verhaal dan dat van de krekel en de mier.

Het komt mij voor dat ook zonder examens uit de schoolsfeer die twee soorten van beoordeling hun geldigheid hebben en ook altijd plaats vinden, zij het misschien wat minder duidelijk. Het oordeel van binnen uit, en het oordeel van buiten af. Het oordeel van binnen uit op momenten van naar binnen gekeerd leven, de beoordeling van buiten als we ons voor anderen zichtbaar maken.

Een metamorfose van het Sint-Jansvuur, als vuur van de beproeving.

*inmiddels vinden de examens vroeger in het jaar plaats

.

St.-Janalle artikelen
.

Jaarfeesten: alle artikelen

.

579-532

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Opspattend grind (2)

.

In het Leidsch Dagblad van 13-06-2014 stond een artikel over vrijeschool Mareland.

Directeur Bart van Dam zegt daarin:
‘Het onderwijs mag dan ’vrij’ heten, vrijblijvend is het op het Marecollege zeker niet. Sterker nog: de school heeft een vrij strak programma en aan het eind moeten leerlingen tegenwoordig gewoon centraal examen doen. ,,Het vrije staat voor dat we leerlingen willen opvoeden tot vrije mensen, die zelfstandig zijn en zelf hun verantwoordelijkheid nemen.’’

(cursief door mij)

Dat is interessant: Nu de vrijescholen verre van ‘vrij’ zijn – er zijn maar een paar! vrijescholen in Nederland die geen subsidie willen ontvangen en daarmee een stuk minder gebonden zijn aan de overheid, legt Bart van Dam de nadruk op de ontplooiing van het kind tot vrij mens.

Maar, beste Bart, dat kon volgens Steiner alleen als de scholen vrij zouden zijn van staatsbemoeienis met de inhoud van het onderwijs.

‘Diploma-cratie in plaats van pedagogie  ‘, zoals hoofdredacteur van Vrije Opvoedkunst Arnold Henny jaren geleden al de steeds groter wordende invloed van de staat op het onderwijs noemde.

Kennis en diploma’s: dat is toch waar het nu om gaat.
Onder druk van de overheid (de diplomacratie) is er al veel ‘eigens’ uit de vrijescholen verdwenen.

Euritmie:( door Steiner als een verplicht vak ingesteld), heb ik op een bovenbouw in den lande zien verdwijnen: vanaf de 12e klas: ieder jaar een klas minder. Dat lag niet aan de voortreffelijke manier waarop de euritmiste lesgeeft – er is geen tijd meer, want: de examens! [1]

Het is in het leven nooit zo zinvol om te kijken naar wat er niet meer is.

Wat is er nog wel en wat doen we ermee: dat levert meestal nieuw elan op.
Hoor ik in de woorden van Bart van Dam dit nieuwe elan?

Met de ‘kijk op leerlingen’ – op de zich ontwikkelende mens, zeg maar, hebben de vrijescholen goud in handen.

Rudolf Steiner:

‘Wil men als opvoeder en pedagoog werken, dan moet men juist werken met dat wat zich diep in de menselijke natuur afspeelt’.
Algemene menskunde/75

‘Het is buitengewoon belangrijk dat men zich als opvoeder en pedagoog er steeds van bewust is, dat men er niet mee kan volstaan het onderwijs in te richten volgens de gewone menselijke omgang, maar dat men dit onderwijs moet vormgeven vanuit inzichten in de innerlijke mens. De fout – het onderwijs in te richten volgens de gewone omgangsvormen – wordt met name gemaakt door het gangbare socialisme. (We zouden dat nu moeten vervangen door ‘Liberalisme’ 
Algemene menskunde

‘Niet zo zeer het idee hebben dat de kinderen dit of dat moeten bereiken, maar zich afvragen, wat kunnen de kinderen op basis van hun psychologische geaardheid bereiken. Helemaal vanuit het kind werken! Dat kan men zich in detail slechts aanwennen, wanneer men een echt zuiver streven aan de dag legt, het kind op verschillende manieren te leren kennen. Ieder kind is interessant.’
GA 300A/155

Goud in handen!
.

[1] Opspattend grind 

Opspattend grind: alle artikelen

.

439-408

.