Tagarchief: adelaar; arend; dierkunde

VRIJESCHOOL – 4e klas – dierkunde (15)

 

arend 1 - 0005

De arend – en dan voornamelijk de steenarend – is één van de mooiste en fierste roofvogels. Hij is bijzonder krachtig gebouwd en kan een lengte bereiken van 1 meter, gemeten van de snavel tot aan het puntje van de staart. De vleugelwijdte is heel wat groter. In gespreide toestand haalt de arend een ’vlucht’ van 2,5 meter. Het is wel duidelijk dat de arend met een dergelijke uitrusting gerekend moet worden tot de allerbeste vliegers.

Een snelheid van 160 kilometer per uur is geen uitzondering.
De poten zijn tot aan de klauwen bedekt met veertjes.

arend 1 - 0006 - 0006

De bouw van de vleugel

We zouden de vleugels van een vogel enigszins kunnen vergelijken met de voorpoten van een dier of met de armen van een mens. Zelfs de vingers ontbreken niet, hoewel er maar twee vingers aan elke ‘arm’ zitten. De bouw van de vleugels van vogels is vergelijkbaar met de ‘hand’ van een vleermuis of die van de vliegende reptielen (met 5 vingers), zoals we die kennen uit de prehistorie.

 

De steenarend komt voor in Europa, Afrika en Noord-Amerika. ’s Zomers zweeft hij rond de woeste toppen van de Alpen en de Apennijnen.

Door de honger gedreven, waagt hij zich ’s winters in de dalen. De manier waarop de arend zijn prooi bemachtigt, is zeer boeiend. In grote cirkels vliegt hij boven zijn jachtgebied. Wanneer hij een prooi ontdekt, een haas bijvoorbeeld, stort hij zich als een steen omlaag. Vlak boven de grond vermindert hij zijn vaart en scheert dan rakelings langs de grond.

Vervolgens grijpt hij met zijn sterke klauwen zijn prooi.

Hij doodt zijn prooi met zijn klauwen of met een scherpe houw van zijn kromme snavel. Dan stijgt hij weer op om op een rustige plaats zijn buit te verorberen.

De arend bouwt zijn nest op rotsrichels of in holen. Het kan een doorsnede hebben van 1,3-2 meter en een diepte van 80 centimeter. Het materiaal dat hij daarvoor gebruikt bestaat uit takken, die hij kunstig ineenvlecht totdat de nestwand ongeveer 30 centimeter dik is. Het wijfje legt één tot drie gevlekte eieren, die na zes weken broeden uitkomen.

arend 7 - 0008

Een arend op zijn ‘horst’, waarvoor hij een plaats heeft gevonden op de rotsen.
De zorg voor de jongen

Als de eieren uitgekomen zijn, moeten de ouders hun jong(en) van voedsel voorzien. Met wijd opengesperde snavels vragen die om voedsel. De
wijfjesarend trekt stukjes vlees van de prooi af. Een gedeelte daarvan slikt ze door, maar de rest van het voedsel stopt ze in de bek van haar jongen. Het mannetje zorgt voor de aanvoer van voedsel. Een zware taak, want een jonge arend kan in één dag al gemakkelijk een eekhoorn of een haas verorberen. Een arend is een ’nestblijver’, wat wil zeggen dat het jonge dier heel lang in het nest blijft en zich volledig laat verzorgen door zijn ouders. Ver in de winter verlaat hij pas de ’horst’, het nest van de arend, om vervolgens een eigen bestaan te gaan leiden.

De arend is een voortreffelijke en snelle jager, maar toch zijn veel verhalen die de ronde doen over zijn jachtprestaties sterk overdreven. Arenden die herten aanvallen zijn waarschijnlijk geboren in de fantasie van mensen met te veel ontzag voor deze prachtige roofvogel. Maar een dier ter grootte van een vos, een lam of een vogel ter grootte van een gans rekent hij wel tot zijn jachtbuit. Het is mogelijk een arend af te richten en hem te gebruiken bij de jacht, zoals men in de middeleeuwen met valken deed. In Aziatische landen wordt nog wel gejaagd op deze trotse rover, omdat de veren gebruikt worden voor waaiers of ter versiering van wapens. Dat is een trieste zaak, omdat het aantal vogels van deze soort snel vermindert, niet alleen door de jacht, maar ook door de moderne bestrijdingsmiddelen die de mens gebruikt bij het verdelgen van schadelijke knaagdieren. De vergiftigde dieren dienen namelijk de arend weer tot voedsel en op die manier krijgt de arend het dodelijke gif binnen.

De opeenvolgende bewegingen van de arend in de vlucht:

arend 9 - 0009arend 9 - 0010

arend 9 - 0011

 

arend 9 - 0012

 

 

 

 

De functies van staart en vleugels tijdens de vlucht:

arend 15 - 0014

 

De veer

arend 16 - 0015 - 0016

 

De arend

 

Her gezichtsvermogen van alle roofvogels is bijzonder scherp en de arend maakt hierop geen uitzondering. Het is verbazingwekkend dat het dier van zeer grote hoogte een betrekkelijk kleine prooi kan onderscheiden.
Wanneer de mens zo scherp kon zien als de arend, dan zouden we van een afstand van 500 meter de koppen van een krant kunnen lezen…
Dat scherpe gezichtsvermogen wordt mogelijk gemaakt door een zeer grote pupil. Bovendien zitten de ogen van de arend aan de zijkant van de kop. Op die manier heeft hij een gezichtsveld van 300 graden. (Een volledige cirkel heeft 360=!)
Een mens kan hoogstens een hoek van 160 graden met zijn ogen bestrijken.
Het oog van de arend heeft twee oogleden, die van boven naar beneden opengaan.
Bovendien heeft hij nog een ooglid dat van links naar rechts beweegt.

dierkunde: alle artikelen  (nr. 12 eveneens over de adelaar)

Rudolf Steiner: over dierkunde

 

823