.
In haar ‘Verborgen wijsheid van oude rijmen‘ besteedt Mellie Uyldert ook aandacht aan ‘dansen’.
In het hoofdstukje “In den hemel is enen dans’ – de titel van een nog bestaand lied – besteedt ze aandacht aan het fenomeen ‘dans’.
Nu zijn er talloze studies gewijd aan ‘de geschiedenis van de dans‘, maar haar opmerkingen komen ons – wanneer we naar (pedagogische) aanwijzingen van Steiner kijken, wel bekend voor.
Zo zegt ze dat wanneer je naar de hemel kijkt, je in de loop van de sterren ‘een reidans kan ontwaren’, ‘ze trekken lijnen’.
Maar er is meer: de hemel oefent een invloed uit op aarde. Dat is duidelijk aan de invloed van zon en maan.
Steiner beschrijft heel duidelijk vanuit allerlei gezichtshoeken dat alle planeten invloed uitoefenen.
Uyldert noemt het ‘krachtstromen die op aarde doortrillen in de natuur en in de mensenzaken. Een krachtenspel dat invloed heeft op ‘werken, lijden en genieten’.
Dansen zou dus ook zijn: de behoefte ‘de kosmische ritmen die hij voelt, na te bootsen in spel en dans.
Ze verbindt de balspelen aan heilige handelingen bij de oude Grieken (sphaeristeria): ‘het opwerken van gouden ballen zoals ze die aan de hemel zagen op- en ondergaan, zich in kringen en lussen bewegend’.
Zo zouden dus ritmische spelen en dansen zijn ontstaan, ‘een meedansen in die grote dans’.
De grafische voorstellingen van de gang van planeten heeft zeker iets weg van een choreografie:

De retrogade van Mercurius 2024

Niet zo lang geleden ontdekte exoplaneet HD 106906 b
Bron
Beweging in het spelletje ‘Laat ons nu de kluw opwinden‘
Bron: Het grote spelenboek, blz. 85
En er zijn meer bewegingen in kringspelen die vergelijkbare bewegingen hebben:

In die bewegingen aan de hemel ziet zij een ‘meescheppen, een meeverlossen, een toereiken en loslaten, in kruisende banen, in wijken en naderen, in innige samendans of met uitdagende afstand, inhalend, aanrakend, voorbijstrevend.’
Ze haalt een Mexicaanse uitspraak aan: ‘Dansen is werken’ en verbindt dit aan het feit dat wanneer wij dansen, wij meewerken in het grote kosmische leven, dat we ingeschakeld zijn in de grote rondedans en het alles omvattende ritme.’
Niet alleen in de kinderdansen vinden we dit soort bewegingen, ook nog bij de volwassen folklore- volksdansen.
Maar we kunnen wel constateren dat deze gaandeweg overal verdwijnen of verdwenen zijn als spontane dansen bij bepaalde gelegenheden.
In het begin van de jaren 1970 zag ik nog dat spontane dansen op straat in o.a. Griekenland, het toenmalige Joegoslavië, in het Baskenland.
Het is interessant oorzaken proberen te vinden waarom dit onder de autochtone bevolking van Nederland vrijwel is verdwenen, terwijl een bepaald soort bewegen onder de jeugd op bepaalde vormen van muziek erg populair is geworden.
Zonder directe oorzaken te kunnen aanwijzen, kan ik wel waarnemen dat de muziek zeer mechanisch is geworden – als je het geluid van verre afstand hoort, weet je niet of het ook een machine kan zijn die aanstaat; de bewegingen doen vaak automatisch-mechanisch aan.
De basisschoolleerlingen van nu zullen ongetwijfeld – het zijn kinderen van deze tijd – in aanraking komen met het muzikale geweld van disco en festival en de vorm van bewegen die weinig meer heeft van waarover het in dit artikel gaat.
Misschien is het goed dat in de jaren waarin het nog kan, onze kinderen bewegen met de kringspelen. Of in de euritmie waarin ook vele ‘kosmische’ vormen een rol spelen.
Uyldert voegt aan haar inleiding deze kringspellen toe:
De boom die wordt hoe langer hoe dikker
‘k Zou zo graag een ketting breien
’t Schip gaat zeilen
.
Spel: alle artikelen
Peuters/kleuters: alle artikelen
Vrijeschool in beeld: kleuters: alle beelden
.
3338-3140
.
.
.
.