VRIJESCHOOL – Ontwikkeling van het jonge kind

Loïs Eijgenraam*, Antroposofisch Magazinea, december 2019 nr 15
.

Weerbaarheid en zelfvertrouwen
.

“Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan!” zei kinderboekenheldin Pippi Langkous.

Soms zou je als ouder deze kant van Pippi graag wat meer in je kind vertegenwoordigd zien wanneer het weinig zelfvertrouwen lijkt te hebben. Eigen ervaringen en voorbeelden van anderen kunnen je kind helpen om zich staande te houden en ‘te trouwen met zichzelf’.

“Ik zou willen dat mijn kind wat meer zou durven,” vertelt een moeder van een achtjarige zoon langs de lijn van het voetbalveld. “Mijn kind slaat gelukkig van zich af als iets wordt afgepakt. Je kunt er in deze wereld niet vroeg genoeg mee beginnen je kind weerbaar te maken,” aldus een moeder van een anderhalfjarige dreumesdame.

Of je je nu meer in de voetbalmoeder of in de dreumesmama herkent, vroeg of laat kom je de begrippen ‘weerbaarheid’ en ‘zelfvertrouwen’ tegen in je ouderschapsloopbaan. Hoe leren onze kinderen dit? Er is genoeg aanbod aan weerbaarheidscursussen voor kinderen, maar is dat wel de manier?

Trouwen met jezelf

Wat betekent weerbaarheid? Weer-baar-heid bestaat uit drie woorden. Weer betekent volgens het etymologisch woordenboek ‘weder’, terug of tegen. Baar ‘iets dat gedragen wordt’ en ‘heid’ geeft de toestand aan waarin iets verkeert. Ons kind laat dus zien of het zichzelf kan dragen als iets tegen hem of haar aankomt. Of als iets terugkomt naar ons kind. Een vriendje kan tegen je aanbotsen. Iemand kan iets terugzeggen dat je kind misschien niet verwachtte. Ons kind is dus blijkbaar weerbaar als het kan blijven staan en zichzelf kan blijven dragen bij tegen en terug.

Zelfvertrouwen en weerbaarheid worden vaak in één adem genoemd. Zelfvertrouwen, je-zelf-ver-trouwen. Trouwen met je verre zelf, mag ik het woord zo uit elkaar halen? Wat heb je als kind nodig om met jezelf te trouwen zodat je verre zelf dichtbij komt?

Vitamine F en W

Ooit hoorde ik een verhaal van iemand over de geboorte van een vlinder. De vlinder wurmde zich urenlang uit de cocon naar buiten toe. De toeschouwer vond de inspanning die de vlinder moest leveren zo groot dat hij de vlinder een beetje hielp. Voorzichtig peuterde hij de cocon open zodat de vlinder makkelijker tevoorschijn kon komen. Wat bleek? De vlinder kon niet vliegen. Vlinders hebben de weerstand, de tegenbeweging van de coconopening nodig om de vleugels te activeren om hun toekomstig werk te kunnen doen en te worden wie ze zijn: een vlinder.

Wat kan dit verhaaltje ons leren over zelfvertrouwen en weerbaarheid? Als kinderen worden geboren, begint de reis naar het trouwen met hun verre zelf. De navelstreng wordt doorgeknipt, de levensadem nemen ze in zich op. Ze oefenen zelf het drinken te verteren. Na de nodige darmkrampen lukt dit! Wat een mijlpaal; heeft het kind zelf gedaan! Kinderen die het gegund wordt op eigen kracht te gaan staan en lopen, stralen een enorme trots en zelfverzekerdheid uit! Met tweeëneenhalf à driejaar gaan ze ‘ik’ zeggen. Ze ervaren nu bewust: ik ben een zelf, een ik! Ondertussen hebben ze ook ervaren hoe heerlijk het is het eigen spel te spelen en zo de wereld te leren kennen. Niet alleen de buitenwereld, maar bovenal de eigen binnenwereld. Alles zelf doen is hun motto. Niet om ons als ouders dwars te zitten, maar om te ervaren wat doorzettingsvermogen is. Om te voelen hoe fijn het is steeds meer in de wereld te vinden waarmee jij en jezelf een verbinding aangaan. In je lichaam groeit een ruimte waar jij als kind dit trouwe zelf onderdak geeft. Je gaat zo op jezelf vertrouwen dat het een kostbare schat voor de rest van je leven blijkt te zijn. Wat hebben jouw ouders hiervoor gedaan? Ze hebben je zelf leren rollen, zitten en lopen. Jouw je eigen spel gegund. Op z’n tijd vitamine F van frustratie en W van weerstand geschonken. Frustratie over een knoop van je broek die niet dichtwilde. Weerstand omdat veters strikken zo moeilijk bleek te zijn maar op een dag toch lukte! In je binnenkamer jubelde jezelf-ver-trouwen mee! ‘Yes, dit kan ik!’ Wat kunnen wij als ouders nog meer doen om ons kind zelfvertrouwen en weerbaarheid mee te geven?

Nabootsen

Onze kinderen houden van een leven waarin voorspelbaarheid en gewoonten hen dragen. Hierdoor ervaren kinderen dat zij gedragen worden. Gedragen door afspraken en rituelen. Kinderen kijken ook hoe wij als ouders dit allemaal doen. Ons voorbeeld bootsen zij na. Hierdoor groeit in hen een begrip voor de wereld om hen heen. Dit resoneert in hun binnenkamer mee en wordt bewaard als een kostbaar goed. Deze innerlijke voorraadkamer met opgedane ervaringen en voorbeelden van anderen helpt het kind om in situaties tot handelen te komen. ‘Oh ja, zo doe je dat. Je zegt gewoon dat je meedoet met spelen’ of ‘Ik mag zeggen of ik iets wel of niet fijn vindt. En een ander mag dat ook tegen mij zeggen’. Door het grip krijgen op en kunnen handelen in situaties leert het kind zich te gedragen in het hier en het nu. Het is weer-baar. En die weerbaarheidstraining? Kan. Je mag ook geboren zijn om echt te zijn, niet om perfect te zijn.

*Loïs Eijgenraam werkt als adviseur bij BVS Schooladvies, gespecialiseerd in kinderen van nul tot zeven jaar. Daarnaast heeft ze haar eigen praktijk voor ouderbegeleiding en opvoedingsondersteuning, Ze is auteur van diverse publicaties over de opvoeding van [jonge] kinderen.

.

Ontwikkelingsfasenalle artikelen

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Opvoedingsvragenalle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3037-2852

.

.

.

.

.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.