VRIJESCHOOL – Menskunde en pedagogie – de intelligentie van de handen [5-2]

.

Op deze blog plaatste ik in 2013 een vertaling van een artikel van E-M. Kranich: ‘De intelligentie van de handen‘ dat verscheen in het blad van de Duitse vrijescholen ‘Erziehungskunst’.
In de afgelopen 10 jaar is er nog weer meer bekend geworden over de samenhang van ‘ledematen en breinactiviteit.
In 2013 verscheen ook een studie over ‘hoe breinvriendelijk het vrijeschoolonderwijs‘ is. 

‘De intelligentie van de handen’ is het thema van Erziehungskunst van juli 2022

.

Henning Kullak-Ublick, Erziehungskunst Juli 2022

.

het hoofd heeft handen en voeten nodig
.

De voeten van Lisa verbazen zich sinds deze op blote voeten uit de auto is gestapt. Ze voelen iets koels, vettigs, vochtigs, zachts, op de een of andere manier iets ongewis. Dan vaster, puntiger, naaldachtig, warmer, steenachtig, dan weer zachter, droog, oneffen, ruw, warm, scherper omlijnd, a.h.w.
Onnoembaar vele contacten. En dan: ‘Oeps’, heet!’ en het hoofd geeft het signaal aan Lisa: ‘Lopen! Snel! Weg! Daar is het zachter, koel en nat…’
De voeten van Lisa hebben haar over de weg van de parkeerplaats over de bodem van het bos verteld, over de hete zomer en over het natte zand bij eb. Natuurlijk weet ze alleen wat haar voeten zeggen, omdat ze daarvoor begrippen heeft, maar zonder de informatie van haar voeten zou ze de vele begrippen niet eerst hebben kunnen vormen. Om te begrijpen heeft ze die nodig.

Lisa heeft ook nog twee handen en die behoren zonder twijfel tot de grootste wonderwerken van de evolutie.  Alleen degene die de hand begrijpt, kan de mens begrijpen. De tastzin, warmtezin, evenwichtszin en ‘kinesthetische zin‘, waarmee wij onze eigen bewegingen gewaarworden, zagen we al leren bij wat Lisa’s  voeten deden. In haar handen werkt dat nog veel diepgaander: omdat ze daarmee de wereld meteen voelt en actief vormgeeft, ontstaat er….intelligentie.

Wat vertelt dit meest gedifferentieerde bewegingsorgaan dat er eigenlijk bestaat, over ons zelf? Wat bij het schouderblad met de bovenarmbeenderen begint, wordt elleboog, met de ellepijp en spaakbeen die tot in het handgewricht in steeds fijner gedifferentieerde vingerkootjes verdeeld raken. Door de vele gewrichten, pezen en spieren zijn de armen en pas echt de handen niet tot enkele bewegingen beperkt, maar deze kunnen zich pas echt vrij bewegen. Het verschil met de dieren is dat wij onze duim over de andere vingers heen kunnen bewegen en zo kunnen wij niet alleen voorwerpen krachtig beetpakken, maar ook voorzichtig vastpakken en behandelen.

Als zuigeling al tastte Lisa met haar handjes om zich heen en ervoer daarbij de grens tussen zichzelf en de wereld. Ze leerde met haar vingertjes steeds genuanceerder te voelen wat deze over de aard van de dingen te vertellen hebben. Stap voor stap gaf de tastzin haar een bewustzijn van de wereld die om haar heen is. En terwijl haar ouders haar met hun handen vasthielden, op ontelbare manieren aanraakten, aankleedden, streelden of optilden, was er steeds een ontmoeting met haar ‘Ik’, dat bij al deze aanrakingen aanwezig en actief was. Tastend ervoer Lisa dat er een wereld is en zijzelf.

Slaapt u nog of breit u al?

De werkwijze van het moderne hersenonderzoek geeft in beeld gebracht er een gedifferentieerd beeld van hoe nauw het gebruiken van onze handen, van onze fijne motoriek en de ontwikkeling van de hersenen met elkaar verweven zijn. Als ‘neuroplastisch orgaan” ontwikkelen de hersenen zich in overeenstemming met alles wat wij met ons gevoel of lichamelijk doen, steeds verder. 
Italiaanse onderzoekers konden al na twintig minuten wat pingelen op een piano neurale veranderingen zien bij hun proefpersonen. En nadat twaalf personen die nog geen les hadden gekregen tien dagen lang, steeds 35 minuten hun tweehandige vingervlugheid op een keyboard hadden geoefend, vormden zich tussen hun linker- en rechterhersenhelft nieuwe verbindingen, zodat de rechtshandigen links en de linkshandigen rechts handiger werden. Beide helften werkten van toen af beter samen.

Op de vrijescholen leren de kinderen in de eerste klas al breien, in de tweede haken. De handen ontwikkelen bij deze activiteit een buitengewone intelligentie, omdat die uiterst gecompliceerde fijn-motorische bewegingen van de rechterhand precies afgestemd moeten worden op die van de linker zodat de ene steek op de andere volgt en er op het eind een mooi regelmatig breiwerk ontstaat. De handen worden intelligent. Eerst is er de wil om met de handen uit te voeren wat de leerlingen als eerste zich voorstellen, wat ook weer met tussenstappen op de hersengebieden, zoals de prefrontale cortex zijn invloed heeft, waar ons kennen complexe samenhangen vertoont. Wanneer een kind bij het breien leert om de gecompliceerde bewegingen van de rechterhand op de bewegingen van de linker af te stemmen, werkt het tegelijkertijd aan zijn wil en aan zijn hersenstructuren.

Rudolf Steiner beschreef deze samenhang een halve eeuw voor deze empirisch kon worden vastgesteld, op deze manier: ‘

Wanneer je weet dat ons intellect niet alleen maar gevormd wordt door direct met intellectuele vorming te beginnen, wanneer je weet dat iemand met onhandige vingers, niet zo’n goed intellect heeft, weinig beweeglijke ideeën en gedachten, terwijl degene die zijn vingers handig kan bewegen, in kan gaan op het wezenlijke van de dingen, dan zal je niet onderschatten wat het betekent de uiterlijke mens te ontwikkelen met het doel dat door met de uiterlijke mens dingen te doen, het intellect als gevolg zich ontplooit. [GA 301 blz. 80, op deze blog vertaald]

Zoals bij pianospelen is het oefenen van een nieuwe techniek een uiterst moeilijk proces dat vooral in het begin een hoge mate van aandacht vereist. 
Lisa moest zich eerst een voorstelling maken van wat ze wil doen en hoe ze daarbij haar handen moet bewegen. Haar voorstelling moet ze dan met haar wil tot in de vingertoppen brengen. Terwijl ze dat doet, tast en voelt ze zorgvuldig wat haar vingers tevoorschijn toveren – schoolt zo ook haar tast- en bewegingszin. Als Lisa al breiend een complexe samenhang creëert, werkt ze tegelijkertijd intensief aan haar wil en aan haar hersenstructuur.

Internet als neuronaal netwerk

Een blik op een heel ander net maakt het belang van de vakken handenarbeid en handwerken voor de toekomst van de kinderen van nu nog duidelijker: het internet heeft zich als een reusachtig neuraal netwerk over de hele wereld verspreid en verovert steeds meer gebieden van ons leven. Met tot op het minimale gereduceerde vinger- en ogenbewegingen kunnen wij in delen van seconden op een wel haast onuitputtelijke bron aan informatie teruggrijpen.
Concentratie wordt overbodig, omdat wij bij ieder trefwoord een enorm aanbod aan associaties – links – aangeboden krijgen die vandaaruit weer naar iets anders leiden enz. Ook dat werkt onmiddellijk door op ons brein, op ons kunnen, op onze wil, omdat vermogens die we niet benutten, verkommeren.

Het kenmerkende van het wonderbouwwerk hersenen is dat het door onze activiteit gevormd en verder ontwikkeld wordt. Terwijl Lisa breit, worden de complexe processen in haar hersenen afgedrukt die ze eerder zich heeft voorgesteld en met haar handen uitwerkt. Ze smeedt aan haar intelligentie en kan op volledig onverwachte situaties in het leven erop vertrouwen dat ze de samenhangen kent en vorm kan geven. Of ze deze intelligentie gebruikt bij natuurwetenschap of het doorzien van ecologische of economische samenhangen of voor andere mensen, is niet zo wezenlijk. Belangrijk is dat ze daadwerkelijk leert hoe je intelligent wordt. 
De intelligentie van de handen wordt voor de generatie van de ‘digital natives’ [jongeren die van kinds af aan zijn opgegroeid met online technologie. Geboren in het digitale tijdperk van computers, videospelletjes en het internet, zijn zij de ‘native speakers’ van de digitale taal.] een vraag voor het leven. Die vraag helpt hen, midden in de niet ophoudende informatiestroom, een actief middelpunt te creëren. Die vraag verbindt ons hoofd met de werkelijkheid en laat het gezond worden.

Het mooie breiwerk ontstaat omdat Lisa het steek voor steek opbouwt. Ze wil – en leert als beloning, denken.
In de »Anthroposophischen Leitsätzen«[GA 26] [Kerngedachten van de antroposofie] die Rudolf Steiner ons naliet, schreef hij kort voor zijn dood:

183 In het natuurwetenschappelijke tijdperk dat rond het midden van de negentiende eeuw begint, glijdt de cultuuractiviteit van de mensen geleidelijk af, niet alleen naar de onderste gebieden van de natuur maar onder de natuur. De techniek wordt ondernatuur.

184 Dat vereist dat de mens innerlijk een geestelijk inzicht ontwikkelt, waarmee hij zich even hoog in de bovennatuur verheft als hij met zijn ondernatuurlijke technische activiteit onder de natuur wegzinkt. Daardoor schept hij in zijn innerlijk de kracht om niet weg te zinken.’

De voor een deel remmende werkingen van (on-)sociale media zijn een tamelijk sterke aanduiding van dit potentiële wegzinken van de cultuur.

Het versterken van een actief innerlijk geestelijk inzicht’ begint zonder twijfel door het ernstig nemen van ons lichaam voor het inleven, begrijpen, ervaren van de wereld doordat wij met name onszelf eerst als zelfverantwoordelijk handelende, meevoelend en denkende mens (subject) kunnen zien.

Het is interessant dat ook het moderne cognitieonderzoek in toenemende mate spreekt over ‘embodied cognition’ [‘Belichaamde cognitie’ is de theorie dat vele kenmerken van cognitie, al dan niet menselijk, worden gevormd door aspecten/eigenschappen van het gehele lichaam van het organisme] dus de betekenis van het lichaam voor een begrijpen van de wereld dat op handelen betrokken is.
De psychiater en filosoof Thomas Fuchs heeft het in een zeer lezenswaardig boek ‘Verteidigung des Menschen‘ [verdediging van de mens] zelfs over het nieuwe paradigma van een ‘humanisme van de actieve, belichaamde geest’. 
De intelligentie van de handen, eigenlijk ons hele lichaam, is tot een existentiële vraag geworden die niet alleen maar voor het begrijpen van het leren, maar voor ons mensen zelf steeds belangrijker wordt.
Alleen als een belichaamd wezen kunnen we onze vrijheid winnen.

Deze tekst verscheen in een eerste versie van het boek »Jedes Kind ein Könner« von Henning Kullak-Ublick, Verlag Freies Geistesleben, Stuttgart 2017.

Auteur: Henning Kullak-Ublick, *1955, Waldorfpedagoog und auteur,Lid van de Haager Kreises – Internationale vergadering voor Steiner Waldorfpedagogiek – en spreker toezichthouder van de Freunde der Erziehungskunst Rudolf Steiners e.V.

.

Rudolf SteinerAlgemene menskunde

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

2679

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.