VRIJESCHOOL – 7e klas – voedingsleer (4)

.
Wie in een 7e klas de periode menskunde: voeding geeft, zal er niet aan ontkomen over ‘kwaliteit’ te spreken.
Er is momenteel veel te doen over ons voedsel en hoe dat o.a. verbouwd wordt. 
Alle perikelen daaromtrent – pesticiden, insecticiden, zullen de 7e-klassers niet ontgaan en erover willen spreken.
Voor de leerkracht betekent dit m.n. feitenkennis, gezichtspunten e.d. – niet direct om de leerlingen te beïnvloeden, maar om standpunten te belichten. 
In onderstaand artikel wordt daarover bericht.

.
Dr. B. Endlich, We;edaberichten nr. 77 april 1968
.

KWALITEIT EN KWANTITEIT
.

Ten gevolge van het feit, dat alle levensgebieden doordrongen zijn van
natuurwetenschappelijk-technische invloeden, is het tegenwoordig vanzelfsprekend geworden, alles volgens maat, getal en gewicht te beoordelen.

Wanneer bv. het fruit op de markt de hoogste prijzen moet opbrengen, dan moet het een bepaalde minimale grootte hebben en er aantrekkelijk uitzien. Zelfs onschuldige vlekjes worden niet geduld. Zo’n indeling volgens de handelsklasse zegt echter niets over de al of niet deugdelijkheid of de waarde voor de gezondheid van voedingsmiddelen. Groente van topklasse A kan bv. ontoelaatbare hoge residuen van zwaar vergiftige insecticiden bevatten of zelfs, vanuit het standpunt van de biologische waarde bekeken — minderwaardig zijn. Juist degene die zich voornamelijk met plantaardige kost voedt, kan niet zonder meer vertrouwen schenken aan de leus: „Eet meer fruit en groente en U blijft gezond”. De gebruikelijke handelsproducten zien er weliswaar mooi uit en zijn groter dan  enkele tientallen jaren geleden, maar de smaak en de waarde laten vaak veel te wensen over. Kwantiteit domineert over kwaliteit. De uiterlijke schijn dringt de vraag naar de echte waarde op de achtergrond.

De levende natuur als voorbeeld?

Iedereen weet hoe een klein kind met smaak in een roodglanzende appel bijt. Het hele sappen- en klierenorganisme wordt gewekt en daardoor voltrekt zich het verteren van het voedsel als een opbouwend, gezond proces, terwijl de zintuigen er op levendige wijze bij betrokken zijn. De volwassene heeft deze onmiddellijke verhouding van de zintuigen tot de omgevende wereld reeds in hoge mate ingeboet. Alleen mensen in bijzondere beroepen, zoals boter-, wijn-, koffie- en theeproevers hebben de zintuigelijke vermogens, de smaak- en
reukorganen door oefening verder ontwikkeld en zijn daardoor in staat een oordeel omtrent de kwaliteit van de hun voorgelegde monsters te geven.

Alle dieren, die overwegend georiënteerd zijn op de smaak en de reuk, die ,,een goede neus” bezitten, zijn wél in staat te onderscheiden welk voedsel hun het best bekomt.

Koeien bv. vermijden het overvloedig groeiende gras op plaatsen waar ze hun mest gedeponeerd hebben. Hooi van natuurlijke grond, waartussen nog kruiden zitten, wordt daarentegen graag genuttigd en ondersteunt de gezondheid en de vruchtbaarheid van de dieren.
Dieren uit het bos komen graag grazen op biologisch-dynamisch bewerkte weiden.

De mens en de natuur moeten zich tegenwoordig vele tegennatuurlijke maatregelen, die vanuit zuiver kwantitatieve productiegezichtspunten genomen worden, laten welgevallen. De gevolgen van de miskenning van de echte levenswetten is, dat steeds meer ziekteverwekkers opduiken. Wat kan men doen tegenover dergelijke vernietigingsprocessen?

Dat kan in de eerste plaats gebeuren door een volwaardig kwalitatief voedsel, waardoor het menselijke organisme de gelegenheid krijgt, zijn zintuigen op de juiste manier te gebruiken. De lichamelijke functies van de mens hebben voortdurend een stimulans door voedsel nodig, dat de substantiële kwaliteiten bevat van de in dat voedsel werkzame levende vormkrachten.

In vruchten die op een harmonische manier rijp zijn geworden, zijn licht- en warmtekrachten werkzaam, die via de voeding in onze lichamelijke organisatie de daaraan adequate kwaliteiten oproepen. Dit feit is al lang bekend, maar het uitrafelende kwantitatieve intellect zoekt stoffen, waaraan het deze krachtenwerking kan toeschrijven en noemt die „vitamine”. Aan volkomen uitgemalen meel, margarine en vele andere producten die dagelijks nodig zijn, worden zulke — meestal synthetisch samengestelde — vitamines weer toegevoegd. Vanuit een juiste voedingspsychologie is dit onverstandig, maar het wordt gedaan, omdat het met de huidige denkgewoonten, die op de stof gericht zijn, overeenstemt: kwaliteit moet vervangen worden door kwantiteit, al is die ook nog zozeer van secundair belang.

Onze zintuigen leven in de kwaliteit van de waarneming; het verstand echter neigt naar uitrafelen, naar abstraheren. Wij vormen ons dan voorstellingen, maar deze moeten in overeenstemming met de werkelijkheid zijn. De tegenwoordige gebruikelijke methodes van onderzoek zijn ontwikkeld om de dode natuur te onderzoeken. Ze analyseren, wat in hoeveelheden uitgedrukt kan worden. Wil men werkelijk kwaliteit doorzien en zichtbaar maken, dan moeten daarvoor adequate vermogens en methodes ontwikkeld worden.

Onderzoeksmethoden vanuit de antroposofie

Bij de methode van de gevoelige kristallisatie wordt een zout (koperchloride) in water opgelost en weer tot kristalliseren gebracht. Daarbij ontstaan karakteristieke kristallen van het zout. Wanneer nu aan zo’n zoutoplossing vloeistof uit de levende natuur wordt toegevoegd, bv. bloed, lymfe, plantensap e.d. dan wordt de anorganische kristalvorming door een rangschikking van hoger orde gegrepen: er ontstaan biokristallisaties. Hetzelfde geldt voor de capillair-dynamische methode, waarbij zoutoplossingen en biologische vloeistoffen in filtreerpapier met elkaar in reactie worden gebracht. De levende chemie van de sappen wordt daarbij in een in de tijd verlopend en in de ruimte zich uitbreidend proces in beeld gebracht. De beoordeling van deze beelden vereist veel ervaring.

In de oude wijsheid werd de mens beschouwd als „de maatstaf van alle dingen”. Zonder zelfoverschatting stemmen wij hiermee in. De natuur is gericht op de mens. Hij ontvangt voedsel en geneesmiddelen uit alle rijken van de natuur. Maar daardoor draagt de mens op zijn beurt de verantwoording voor alle schepselen. Hij heeft de opdracht, te werken met de krachten van de wordende natuur en zich niet alleen — zoals dit tegenwoordig noodgedwongen bijna steeds gebeurt — op de geworden natuur te richten. De mens is in staat het wezen der dingen te onderkennen. Op die manier vindt hij niet alleen de door de scheppende machten in hem gelegde maat van alle dingen: hijzelf is — volgens een woord van Rudolf Steiner — de reagens voor kwaliteit. Daarom kan kwaliteit alleen vanuit dat gezichtspunt begrepen worden.

.

7e klas:  alle artikelen  (w.o. voedingsleer)

Vrijeschool in beeld: 7e klas

.

2545

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.