VRIJESCHOOL – Sociale driegeleding – sociale initiatieven (5-2)

.

Dag- en nachtzijden van organisaties

Het verzorgen van sociale initiatieven   (2)

In het eerste artikel over het verzorgen van sociale initiatieven wordt beschreven hoe de mens onvrij wordt door de begeerte-opwekkende en wilsverlammende krachten, die vanuit de maatschappij op hem inwerken.

De uitdrukking ‘sociaal initiatief’’ bevat eigenlijk een innerlijke tegenstrijdigheid: ‘initiatief’ duidt op een sterke ik-betrokkenheid, ‘sociaal’ zegt meer over het betrokken zijn op anderen, op de omgeving.

Door het nemen van sociale initiatieven, gericht op de behoeften, die in de omgeving leven, kan de mens een vrije daad stellen, vanuit de geest tot handelen komen.

Talrijke weerstandskrachten – ze worden als 12 draken ten tonele gevoerd – belagen deze jonge initiatieven. Het is daarom van belang ze zorgzaam te behoeden, te begeleiden. Alleen dan kan het bewustzijnsproces – waarin de initiatiefnemers met hun ideeën de omgeving bevruchten plaatsvinden, zodat nieuwe sociale organismen (consumentenkringen, scholen, therapeutica etc.) tot leven gewekt worden en kunnen gaan groeien.

We zijn gewend organisaties te beschrijven in termen van het zichtbare productiecentrum (fabriek, school, kantoor, ziekenhuis), waar mensen werken in min of meer georganiseerd verband aan een product of dienstverlening. Er wordt veel intelligentie en wakkerheid aangewend, om alles in van te voren bepaalde rationele banen te laten verlopen. De mensen die in de organisatie werken, verwerven er een inkomen en zijn aanspreekbaar op concrete verantwoordelijkheden.

Is daarmee het verschijnsel organisatie uitgeput? Dat dit niet het geval is, blijkt bijvoorbeeld uit ontwikkelingen in opleidingsinstituten. Daar rijst de vraag: ‘Horen de consumenten bij de organisatie?’ In een universiteit zijn de ‘afnemers’ van het onderwijsproces de studenten. Het interessante van dit type organisatie is dat het zijn afnemers in huis heeft. Moderne opvattingen over inspraak en samenwerking hebben tot het inzicht geleid dat de afnemers – in dit geval de studenten – een wezenlijk deel van de organisatie vormen. Dat komt ook tot uitdrukking in het feit dat zij – naast onderwijzend en technisch-administratief personeel – zitting hebben in de Hogeschool Raad. Nu is de relatie van een organisatie tot degenen in wier behoefte zij voorziet, zeer verschillend al naar gelang het type organisatie. Een school heeft dagelijks al zijn afnemers een keer binnenshuis. Voor een gezondheidscentrum geldt ook dat de afnemers bekend zijn (kaarsysteem van ingeschreven patiënten), maar de arts weet nooit wie er ’s morgens in de wachtkamer zal zitten. Slechts een klein deel van de patiënten treedt af en toe uit het duister naar voren in het licht van de behandelkamer. Voor een producent van tijdschriften zijn de lezers op papier bekend, maar ze worden eigenlijk nooit zichtbaar als personen. Voor een warenhuis is het klantenbestand een anonieme massa, die zich weliswaar in het centrum kenbaar maakt, maar waarvan de identiteit alleen door steekproeven en statistieken enigszins achterhaald kan worden. Voor producenten van massagoederen is de consument extreem anoniem en onzichtbaar. De spullen komen via groothandel en detaillist op de markt in binnen- en buitenland. Toch is er geen enkele reden, om in al deze gevallen de consument niet wezenlijk tot het levende organisme van de onderneming te rekenen. Waarom de studenten wel en de gebruikers van diensten en de kopers van producten niet?

Wanneer we dit deel van de organisatie trachten te beschrijven dan beschrijven we iets in de periferie, dat als het ware onzichtbaar om het producerend centrum heenligt; iets dat als distributiesysteem vanuit de producent gezien, wel een zekere organisatiegraad heeft, maar vanuit het feitelijke consumentengedrag beschreven, een vaak amorf, onvoorspelbaar beeld vertoont zonder veel bewustzijn, zonder veel verantwoordelijke binding aan de producent, de dienstverlener, de winkelier. We hebben twee aspecten van het organisatiewezen gekarakteriseerd in de woord-paren:

. zichtbaar – onzichtbaar.
. georganiseerd – amorf
. centraal – perifeer
. mensen verant- – mensen in
woordelijk               vrijblijvende
gebonden                 relatie
. wakend – slapend
. producerend – consumerend
. initiërend – receptief
. antwoord – vraag
. manlijk – vrouwelijk

We zouden de polariteit die we hier trachten aan te duiden, misschien het meest kernachtig kunnen omschrijven door te zeggen dat de organisatie een dagzijde en een nachtzijde heeft. Voor zover wij als werkers in organisaties bezig zijn, horen wij tot de dagzijde van die organisaties. Wij voelen ons dan in ons waakbewustzijn aangesproken. Voor zover wij als consumenten door onze koopdaad, door onze vraag, door het kenbaar maken van behoeften, organisaties in het leven roepen en houden, behoren wij tot de nachtzijde van die organisaties.

Dat feit dringt nauwelijks tot ons bewustzijn door. Wij zijn in dat gebied nog slapend. Zoals mensen overdag in hun fysieke lichaam ruimtelijk van elkaar gescheiden zijn, en zich daarvan bewust zijn, terwijl zij ’s nachts, wanneer zij vrij van hun lichaam zijn, door elkaar heen leven en weven, zonder daar bewust van te zijn, zo zijn de dagzijden van ondernemingen ruimtelijk gescheiden als zichtbare instituties en organisaties, terwijl de nachtzijden van al die organisaties in en door elkaar leven. Bedenk eens hoeveel mensen daar kopend, diensten gebruikend, goederen verslijtend door elkaar heen leven en van hoeveel verschillende organisaties zij daardoor de onbewuste nachtzijde vormen!

Wanneer in de mensengemeenschap steeds meer tot werking komt, wat als kracht in de menselijke ziel leeft, wanneer de maatschappij zich steeds meer vormt door zich te spiegelen aan de mensenziel, dan moeten we in de mens zelf het oerbeeld vinden van het verschijnsel dat sociale organismen een centrale, zichtbare dagzijde en een perifere onzichtbare nachtzijde, hebben. We komen hiermee op een van de meest centrale hoofdstukken uit Steiners antroposofie. Dat is het onderwerp over de dubbele verschijningsvorm van het Ik. Steiner beschrijft dit als volgt. Het hogere Ik van de mens bereidt zich in het voorgeboortelijk leven voor op een volgende incarnatie. Het doet dit enerzijds door voor zichzelf een sterfelijk lichaam te scheppen waarin het op aarde kan leven, anderzijds door een omgeving uit te zoeken waarmee het in wisselwerking kan treden. Ongeveer tot het derde jaar werkt dit hoger Ik nog direct in de fysieke omhulling, dan trekt het zich terug in de geestelijke wereld. Het laat op aarde z’n afspiegeling achter. Dit aardse Ik kan zich bewust worden van zijn dag- en nachtzijde. Van de dagzijde is sprake als wij met ons waakbewustzijn Ik zeggen tegen wat wij in onze fysieke constitutie, in onze levenskrachten, in onze zielenkwaliteiten met ons meedragen als omhulling van dit Ik. Van de nachtzijde is sprake als wij met ons intuïtieve nachtbewustzijn langzamerhand Ik leren zeggen tegen datgene wat als lot uit de periferie op ons afkomt, aan wensen, aan vragen, aan weerstanden, aan uitdagingen, aan grenzen. Het Ik verschijnt zichtbaar centraal in de fysieke gestalte, het maakt zich onzichtbaar perifeer kenbaar in het op ons toekomende lot. Het mensen-ik verschijnt in een dag- en een nachtzijde, in een vrouwelijk vragende bedding en in een manlijk-actieve stroom die daarop antwoordt.

Wat er geboren wordt aan nieuwe vermogens en nieuwe ervaringen in de wisselwerking tussen de dag- en de nachtzijde van het Ik, tussen de dagbewuste mens en wat er uit het duister van het lot op hem afkomt, dat is de vrucht van deze incarnatie, dat is het geesteskind dat door de dialoog van het vader-ik en het moeder-ik verwekt is. Dat geesteskind wordt na de dood, als het fysieke lichaam is afgelegd en het aardse lot tot een einde is gekomen, aan het hogere Ik, wachtend aan de drempel, aangeboden.

Dit oerbeeld van de incarnatie van de mens als geesteswezen in de aardse werkelijkheid vinden we weerspiegeld in het verschijnsel dat wij eerder beschreven: nieuwe sociale vormen die ontstaan doordat het vaderzaad van het initiatief valt in de moederschoot van een deel van de samenleving, of wel doordat de vragende leegte van een behoefte de mogelijkheid schept om deze behoefte op creatieve wijze te bevredigen. Zo ontstaan sociale vormen, organisaties die in hun dag- en hun nachtzijde voortdurend herinneren aan de twee stromen waaruit zij ontstaan zijn.

Deze beschouwing kan ons helpen dieper in te gaan op de vraag wat het verzorgen van sociale initiatieven eigenlijk inhoudt, of beter uitgedrukt: het verzorgen van hetgeen als resultaat van sociale initiatieven in de wereld is gezet.

Voor het opgroeiende kind is van vitaal belang het pedagogisch klimaat dat de vader en moeder om het kind heen creëeren, of meer algemeen gezegd: dat ontstaat doordat het vaderlijk en het moederlijk element in de opvoeding evenwichtig verzorgd worden. Het sleutelwoord daarvoor is de dialoog. In de dialoog tussen diegenen die met verantwoordelijkheid om en naast het kind staan, worden de inzichten en krachten geboren waarmee het kind in z’n ontwikkeling geholpen kan worden. Wanneer we nu op zoek gaan naar deze dialoog-kwaliteit daar waar het gaat om het verzorgen, opvoeden en grootbrengen van maatschappelijke schepsels, resultaten van sociale initiatieven, dan springen een vijftal dialogen in het oog.

Ik wil deze artikelen eindigen in Jonas 17 door deze vijf in concreto te beschrijven.

Lex Bos, Jonas 16, 06-04-1979\

.
Sociale initiatieven [1]     [3]

Sociale driegeledingalle artikelen   waaronder vrijeschool en vrijheid van onderwijs

 

1320

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

Een Reactie op “VRIJESCHOOL – Sociale driegeleding – sociale initiatieven (5-2)

  1. Pingback: VRIJESCHOOL – Sociale driegeleding – sociale initiatieven (3) | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s