VRIJESCHOOL – Getuigschriften (8)

.

De getuigschriftspreuk – een wezenlijke ontmoeting met de leerling

Elk jaar staat de klassenleerkracht op de vrijeschool voor de opgave voor elk van zijn leerlingen een getuigschriftspreuk te maken of te zoeken hoe deze de leerling het komende schooljaar kan begeleiden.

De dramatiek van de kinderlijke ontwikkeling ligt voor de wordende jonge mens in de uitdaging zijn door de erfelijkheid gevormde lichaam en zijn door de omgeving gestemde ziel zo te veranderen dat deze geleidelijk in staat raken om de persoonlijkheid zelf tot uitdrukking te brengen.
De beeldinhoud van deze getuigschriftspreuk, die naast het tekstgedeelte ook wordt gegeven, kan de volgende stap die te zetten is, verduidelijken, bij deze verandering helpen en een weg wijzen naar de toekomst.
Het is altijd schipperen tussen ‘je weet wat de bedoeling is en toch heb je er geen goed gevoel bij’ en een te vage aanduiding die niet aankomt. Buiten de inhoud om werken klanken en ritme in het herhaaldelijk oefenende spreken voor de klas.

Aan het eind van het eerste schooljaar heb je een aanbod van sprookjesbeelden, waarbij het niet steeds makkelijk is, om deze kort samen te vatten.

Als voorbeeld hier het sprookje van het Ezeltje, dat wanneer hij op zijn instrument speelt, zijn ware wezen als prins vindt:

(p.w.: ik heb de Duitse tekst hier niet overgenomen+ ook geen vertaling gemaakt van de spreuk. Wie het beeld dat gebruikt is wil zien, volge de link naar het artikel. )

Ook gelijkenissen uit de natuur zijn geschikt. De volgende spreuk werd – aan het eind van de eerste, dus voor de tweede klas – aan een zeer tere blonde jongen gegeven, die door zijn sanguinisch temperament zich niet voldoende met de aarde kon verbinden. Voor zijn gevoelsleven leidde dit niet kunnen verbinden tot pijnlijke ervaringen met zijn klasgenoten.
(zie spreuk in artikel:  ‘Ein Blümlein fein……’)

In zekere zin homeopathisch (similia similibus curantur – het gelijke wordt door het gelijke genezen) begint de eerste strofe bij de bestaande situatie; in de jambische versmaat ( v -) voelde de jongen zich wel thuis. In de wat meer strijdvaardige anapest (vv -) die wij samen gestampt en geklapt hebben, vindt de confrontatie met de elementaire krachten van de aarde plaats, die tot de bange vraag leidt of dan zo’n kwetsbaarheid opgewassen is tegen deze beproeving.
De laatste vier regels houdt jambisch weer een verzoening in, zeker met de hint naar het wortelen.
Zulke gezichtspunten worden natuurlijk niet bij de kinderen tot bewustzijn gebracht; die werken door het doen.

Een zeer teruggehouden meisje met een sterk innerlijk leven kreeg deze spreuk om op aarde meer thuis te raken.
(Zie spreuk in artikel: ‘Ein Baum steht…..’)

Een jaar later – in de derde klas – kreeg het meisje een soortgelijke spreuk, die zich nu echter, daar rond het 9e/10e jaar het Ik-gevoel sterker wordt, meer in de zielenruimte afspeelt (vreugde-leed)
(Zie spreuk: ‘Wie die Weber….’)

In de periodestof van de derde klas zitten prachtige beelden. De trochee (- v) met de ledematen gedaan, werkt op de wil die tot een bruikbaar instrument te vormen is wat in het beeld van de smid opgeroepen wordt.
(Zie spreuk: ‘Halt das Eisen ……’)

Deze directe vorm van een uitdaging kan zeer sterk beleefd worden. Men moet echter niet vergeten, dat de spreuk door de leerling zelf gesproken wordt, dus eigenlijk aan de klas gericht wordt.

Wanneer een kind makkelijk de draad van zijn gedachtegang verliest, moet het maar spinnen…..
(Zie spreuk: ‘Sieh, wie die Spinnerin…..’)

Rudolf Steiner wijst erop dat het de wil sterker maakt, wanneer we de nieuwe regel met hetzelfde woord laten beginnen, waarmee de vorige regel eindigt.
(Zie spreuk: ‘Müller, lass’die …..’)

Vervolgens zullen we een zeer wakkere, intelligentie jongen door de derde, vierde en vijfde klas volgen.
(Zie spreuk: ‘Tobias der Töpfer …..’)

De jongen met de ietwat ‘dunne huid’ neemt zeer snel op, maar het is moeilijk voor hem om zijn handen krachtig en handig te gebruiken. Ook heeft hij moeite met de gebieden die alleen door herhaald oefenen toegankelijk worden. Zijn spreuk voor de vierde klas sluit op een humorvolle manier bij de menskundeperiode aan.
(Zie spreuk: ‘Der Kopf liegt auf—–‘)

Omdat het hem begrijpelijkerwijs door zijn leeftijd nog aan onderscheidingsvermogen ontbreekt, is hij door zijn wakker opnamevermogen uitgeleverd aan alle indrukken uit zijn omgeving.
In de vijfde klas – Griekenland wordt in de oude geschiedenis besproken – biedt Odysseus zich aan met de verlokkende sirenen. (Hier vrij naar Kafka: ‘Das Schweigen der Sirenen’)
(Zie spreuk: ‘Sieh, wie der list’ge…..’)

Heel anders,  door klinkende vocalen,  probeert deze spreuk een timide kind in de vierde klas aan te moedigen, zich te laten zien.
(Zie spreuk:´Gusseiserne Glocken…..´)

Soms kan het nodig zijn om in te gaan op een voorval in het levenslot van het kind dat hem een klap gegeven heeft. Van dit kind was de vader gestorven.
(Zie spreuk: ‘Was kreucht im Gras…..’)

Wie kent hem niet, de cholericus, die iedere moeilijkheid door strijd wil oplossen? De rustig voortschrijdende hexameter en het voorbeeld van Herakles moeten helpen.
(Zie spreuk: ‘Nicht allein die Giganten….’)

De Griekse sagen zijn een echte goudmijn. Wat voor beeld is meer geschikt om de kracht van de fantasie te bezweren?!
(Zie spreuk: ‘Das Haupt der Medusa….’)

Deze jongen heeft sterk ontwikkelde vormkrachten. Hij beweegt zich hoekig en wat hij maakt, is buitengewoon precies, maar star. Ook is hij zeer op zichzelf gericht.
(Zie spreuk: ‘Schneekristall!’)

Maar genoeg voorbeelden! En passant – ieder kind spreekt zijn spreuk een keer per week – verinnerlijken de kinderen in de loop van het jaar ook de spreuken van hun klasgenoten. Is er een kind ziek, dan neemt een ander kind het graag over om die spreuk te zeggen.

Door de jaren heen is er in de schoolbeweging een aanzienlijke schat aan openbaar gemaakte en ondershands doorgegeven spreuken ontstaan. Niet iedere leerkracht zal zich in staat achten, zelf actief bezig te gaan. Om de juiste spreuk uit die voorhanden zijn te kiezen, moet men zich toch, buiten dat wat in het getuigschrift wordt gezegd, met het wezen van het kind verbinden. Bijzonder werkzaam kan die verbinding dan zijn, wanneer uit het innerlijke beeld dat men van het kind heeft en het uiterlijke beeld van de lesstof, de getuigschriftspreuk als mijlpaal ontstaat.

Voor buitenstaanders die nooit ervaren hebben, hoe zeer de kinderen zich op hun nieuwe spreuk verheugen en met welke ernst ze er dan mee omgaan, kan de vraag blijven hangen, of de leerkracht het ‘recht’ heeft zulke ‘spreuken’ uit te delen. In de derde klas had ik een essentiële ervaring:
nadat alle kinderen hun getuigschriftspreuk gekregen hadden, vroeg een leerling mij: ‘Hebt u eigenlijk ook een getuigschriftspreuk?’ Godzijdank had ik er een! ‘Mogen we die ook eens horen?’ Toen werd het heel stil in de klas en ik sprak ‘mijn getuigschriftspreuk’, een korte meditatieve tekst. Die hebben de kinderen hoogstwaarschijnlijk niet begrepen; maar begrepen hebben ze wel dat de volwassene ook op weg is.

Iedere leerkracht gaat op eigen wijze met het opvoedingsmiddel ‘getuigschriftspreuk’ om. Zo zal ook ieder zijn eigen manier ontwikkelen om te dichten. Daartoe willen deze voorbeelden een stimulans zijn. Uitgebreide hulp vind je in de boeken van Heinz Müller [1], Martin Tittmann,[2]  Lore Schäfer [3] en Martin Georg Martens. [4].

Met een kleine raadgeving zou ik willen besluiten:
Dikwijls verging het me zo dat ik mij ’s avonds installeerde en met de beste wil probeerde, een getuigschriftspreuk te ‘maken’. Maar het ging niet. De volgende morgen – dikwijls bij het scheren – flitste het beeld door me heen, waarnaar ik de vorige avond tevergeefs had gezocht! (Deze methodische aanwijzing moet voor vrouwen en dragers van een baard natuurlijk worden veranderd…..)
In een getuigschriftspreuk uitgedrukt:
Zie de spreuk: ‘Im Lebenden und …..’) [5]

.

Johannes Denger,  ‘Erziehungskunst, 50e jrg.nr.5, 1986
.

[1]Heinz Müller, ‘Von der heilenden Kraft des Wortes und der Rhythmen’. Menschenkunde und Erziehung, Bd. 22
[2] Martin Tittmann, ‘Zarter Keim die Scholle bricht….’ Zeugnissprüche für die Klassen 1 – 8, Menschenkunde und Erziehung, Bd. 41
[3] Lore Schäfer, ‘Sprüche und Aufzeichnungen einer Lehrerin. Herausgegeben vom Lehrerkollegium der Rudolf Steiner Schule Bochum-Langendreer.
[4] Martin Georg Martens, ‘Rhythmen der Sprache – Ihr Leben im Jahreslauf. Studienmaterial der Freien Hochschule für Geisteswissenschaft Goetheanum.

[5] Alle getuigschriftspreuken in dit artikel kunnen met de notitie ‘van Johannes Denger’ worden gebruikt.

.

Getuigschriften: alle artikelen

1204

 

 

 

 

 

 

 

 

.

.

getuigschriften: alle artikelen

Rudolf Steiner over getuigschriften

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

..

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s