.
De onzelfzuchtigheid van de paashaas
Een bruine langoor die met grotesprongen kris-kras door het veld springt. In de jacht offert hij zich op door de achtervolging van een soortgenoot over te nemen. Hij heeft geen hol om zich te beschermen – de hemel is zijn dak. Dat is het beeld dat de haas bij ons oproept. Wat heeft het symbool van de onzichtbare haas die eieren verstopt met Pasen ons nog meer te zeggen?
Wie dagelijks met jonge kinderen bezig is, leeft te midden van een beeldenwereld die voor hen heel reëel is. Als volwassene ga je je afvragen waar die beelden die je tegenkomt in gezegden, kinderspelen en sprookjes voor staan. Meestal moet je voor uitleg te rade gaan bij mensen die zich in de symbolenwereld verdiept hebben. De meest uitgebreide uitleg over het symbool ‘haas’ heb ik gevonden in een boek getiteld De symboliek van Haas en Anjer van CA. Wertheim Aymès en dr. P. van Schilfgaarde. In de inleiding wordt allereerst op het wezen van een symbool ingegaan en wel met een citaat van Goethe: ‘Het Ware, een met het Goddelijke, kunnen wij nooit rechtstreeks vatten; wij zien het slechts in een afglans, een voorbeeld, een symbool, in afzonderlijke en verwante verschijningen; wij worden het gewaar als onbegrijpelijk leven en kunnen ons niet onttrekken aan het verlangen het toch te begrijpen’.
Het woord ‘symbool’ stamt af van het Griekse woord ‘symballein’ – letterlijk vertaald ‘samenwerpen’. Van dezelfde stam komt parabel – gelijkenis. In de diepste betekenis wordt bedoeld dat het zinnelijke en het bovenzinnelijke bij elkaar gebracht worden, terwijl in aardse betekenis het begrip ‘symballein’ werd gebruikt voor het op geheime wijze samenvoegen van twee delen. Een vertrouwelijke brief bijvoorbeeld, waarvan het de bedoeling was dat anderen hem niet konden lezen schreef men veelal op een strook, gewikkeld om een staaf van bepaalde dikte. De ontvanger kon de brief dan alleen lezen, als hij de beschreven strook weer om een staaf wikkelde van dezelfde dikte die hem van tevoren bekend moest zijn. Dan brachten de standen der letters dezelfde woorden weer bijeen. Een symbool is dus een helft, die aansluit op een andere helft, zijn wederhelft. Op soortgelijke wijze worden denkbeelden samengebracht met beelden uit de zintuigelijke wereld. Die beelden, aan de natuur ontleend, worden dan tot zinnebeelden, waarbij sprake is van herkenning. Vandaar, dat echte symbolen duurzaam zijn, en dat dezelfde symbolen onafhankelijk van elkaar in verschillende tijden en bij ver van elkander levende volken kunnen optreden.
Een zoeloesprookje ‘De behekste boom’ geeft ons inzicht in de symboliek van de haas. Een Zoeloekoning belooft zijn beeldschone dochter aan diegene die de kwaadaardige otter kan vernietigen die tussen de wortels van een boom in zijn tuin huist. De eerste die een poging waagt is de olifant. Hij vult zijn slurf en spuit met kracht het water tussen de wortels, maar zonder succes. Dan komt de slang die met listigheid sissend om de stam kronkelt maar de otter blijft blazend zitten in zijn hol en komt niet tevoorschijn. Tenslotte probeert de haas het en dansend lokt hij de otter naar buiten zodat die gevangen kan worden. De haas vertegenwoordigt het hogere bewustzijn, in staat boosaardige krachten te bedwingen.
Waarom de haas als symbool van het hoger bewustzijn, het ik?
De haas is uitgerust voor de nacht. Dan is hij actief met zijn goed ontwikkelde zintuigen. Hij wordt wakker bij het minste gerucht, is niet bang maar waakzaam, alert, snel.
Als zoogdier kent de haas de warmte van het bloed (het ik leeft in het lichaam), als knaagdier vreet het aan (het ik vreet aan de levenskrachten), maar de haas doet niemand kwaad, eet alleen planten. (Het ik is onschadelijk als het zich harmonisch kan ontwikkelen.) De haas is opofferend: achtervolgd door jachthonden en uitgeput zal een ai zijn plaats innemen en zich laten achtervolgen. Tenslotte: de haas heeft geen hol. En zie hier het beeld: het ik is onzelfzuchtig, schaadt niemand, komt in actie voor zijn broeders en heeft geen tehuis op aarde, is altijd wakker om de mens de geestelijke wereld te laten zien.
De haas staat ook voor de liefde, te verstaan als natuurlijke èn hemelse liefde, waarbij vruchtbaarheid geestelijke vernieuwing aanduidt. En zo zien we de haas overal opduiken: op een Griekse vaas uit de vijfde eeuw waar de ene man bij wijze van liefdesverklaring de andere een haas overhandigt, in het sprookje van Grimm van de hazenbruid, op Boeddhistische afbeeldingen waarin de Boeddha na zijn aardse dood als haas in de maan kan worden geschouwd en bij ons met Pasen.
Het Ostarafeest, genoemd naar de Babylonisch-Assyrische godin Ostara, godin van liefde, schoonheid en vruchtbaarheid werd verbonden met Ostern, Easter, Pasen, de Opstanding van Christus.
Een onzichtbare haas verstopt paaseieren. Talrijke weidevogels maakten immers gebruik van hazelegers om hun eieren in uit te broeden, dus de verbinding ligt voor de hand. De eieren zijn gekleurd met de kleuren van de regenboog als symbool yan een nieuw begin, van geestelijke levenskiemen. In de kalkschil dragen zij de zon (dooier) en de maan (eiwit) maar we moeten ze zoeken – als we tenminste niet het haasje willen zijn.
stenen rozet in de kathedraal van Paderborn, Westfalen
Griekse schaal, 6e eeuw v.Chr.
Leagros op Griekse schaal
Tineke Geus, ‘Jonas’17, 13 april 1984
Palmpasen/Pasen: alle artikelen
Jaarfeesten: alle artikelen
1251-1169
.
.


