VRIJESCHOOL – Kind in de natuur (3)

.

KIND IN DE NATUUR

Er is een manier van contact met de natuur, waar we het nog helemaal niet over hebben gehad: de natuur in huis halen. Dat vinden kinderen prachtig. In de eerste plaats is er heel veel te beleven aan het opzetten en onderhouden van een Nederlands zoetwateraquarium. Dat is nog eens wat anders dan een bak vol tropische kweekprodukten! Wat heb ik daar vroeger als kind veel plezier mee gehad! De nestjesbouwende stekelbaarsjes, de mannetjes van de tienstekelige pikzwart, de driestekelige blauw-groen en rood. En om niet te vergeten: de spinnende watertor, die een huisje maakt met een mast er boven op. Vreselijke monsters komen na een tijdje daaruit. Ooit wel eens gezien hoe de bittervoorn een mossel temt om er eieren in te kunnen leggen? Om dit allemaal te beleven moet je eerst met je kroost naar de sloot. Een hele zaterdagmiddag van het ene slootje naar het andere zwerven, tot je de dieren bij elkaar hebt, die je graag wou hebben. Stinkend naar wier en blubber weer op huis aan. Daar samen al die plantjes uitzoeken op het aanrecht in de keuken, slakjes redden die door de gootsteen dreigen te spoelen. De halve zondag heb je nodig om de bak in te richten.

Deze winter hadden we een vreemde gast in de kelder. Hij heette Oen. Zijn achternaam was meerkoet. Helemaal bevroren was hij aangetroffen door een van onze kinderen. Met moeite en niet zonder gevaar, moest hij van het ijs gered worden. Zo kwam Oen, nadat hij wat ongepland een wandeling tussen de kamerplanten door op de vensterbank had gemaakt, in de kelder terecht. Het licht bleef er net zo lang aan als de zon buiten scheen. En hij at gehakt brood, stukjes hart, zonnepitten en marmottenvoer.

Ik denk dat zo’n reddingsactie plus vervolg, want daar begint het pas echt, een prima ervaring is voor een kind. Vooral als het succes heeft. Maar dat is beslist niet nodig. De poging alleen is al belangrijk. Overigens is het met Oen heel goed gegaan. Na twee weken was hij al weer het mannetje en kon hij bij zijn soortgenoten grote verhalen vertellen.

Het jaar daarvoor hadden we in dezelfde kelder een drietal jonge egels. Die hebben de hele winter rood en blauw rond gelopen, doordat ze in een doos tubes waterverf waren gaan zitten.

Dit zijn een paar voorbeelden van de levendenatuur in huis halen, maar het kan ook anders. Een stenenverzameling opzetten bijvoorbeeld. Er zijn in ons land zoveel prachtige stenen te vinden. Op de hei en in zandafgravingen vind je heel mooie stenen uit de noordelijke landen, in het rijngrind tref je mooie agaten en jaspis aan. In het buitenland kun je dan later zelf de stenen in de bergen gaan zoeken. Dat doen kinderen ook op een andere manier dan volwassenen. We waren eens op een trektocht in de Harz. Een heel bijzonder gebied. Ik heb in jaren niet zoveel Fries gesproken als daar. Maar dat is alleen voor enkelingen interessant. We waren in een gebiedje beland, waar je mooie ertsen kon vinden. Alle stenen die daar lagen waren grijs en zwart. Ik sloeg op goed geluk stenen door, om te kijken of er wat in zat. Altijd mis. Na een tijdje kwam mijn elfjarige reisgezel zijn buit laten zien: prachtige stukken loodglans en koperkies. Hij sloeg maar zelden voor niks een steen in stukken. Toen ik de kunst van het vinden van hem ging afkijken zag ik hoe hij het deed: hij woog elke steen even op zijn hand en voelde aan het gewicht of er wat in zat. Daar was ik nog niet op gekomen. Het bleek dat ertsstenen een klein beetje zwaarder waren dan de anden. Ik denk dat een volwassene alleen maar na een soort overleg tot zoiets zou komen. Je kunt het beredeneren. Mijn indruk is dat voor kinderen de zintuigen nog niet zo
gescheiden functioneren, dat ze samen een groot zintuig zijn, zoals het heel kleine kind nog één groot zintuig is. Het wegen van de stenen op de hand was een vanzelfsprekendheid, zoals het voor kleinere kinderen een vanzelfsprekendheid is om alles ook te willen proeven.

Daar moet je geloof ik best attent op zijn als je met kinderen op stap bent: je bent zo gauw geneigd ze van alles te willen laten zien, terwijl er nog zoveel meer bestaat dan zien. Hoezeer de zintuigindrukken door elkaar lopen bij kinderen, bleek ook uit een opmerking van een kind tijdens een boswandeling: ‘De vogels zingen hier precies zoals de bloemen bloeien.’

Tot dusver hebben we in deze stukjes alleen nog naar de grond gekeken en een beetje om ons heen. Maar je kunt ook nog naar boven kijken. Nee, ik bedoel niet de sterren, die zijn al eens eerder aan de orde geweest.

Als je in de zomer ergens kampeert, of zeilt, dan levert dat vaak een prachtige gelegenheid op om een echt onweer dichterbij te zien komen, de spanning te beleven die er in de hele natuur is. Het onrustig loeien van de koeien, het felle steken van de vliegen. En dan het losbarstende onweer. Als je daar rustig onder blijft, ze met een soort ontzag wijst op dingen die te zien en te horen zijn, krijgen ze een beetje afstand tot de indrukwekkende gebeurtenissen. Juist het bewuste kijken en luisteren, bijvoorbeeld het tellen tussen bliksemflits en donderslag, maakt het de kinderen mogelijk zonder overweldigd te worden door het natuurgeweld, rustig, maar zeer geïmponeerd, het indrukwekkende spel van de elementen te ondergaan. Als je maar niet voortdurend staat te roepen, hoe dichtbij het wel is en dat je hier niet moet staan en daar niet, want o wee, alles is zo gevaarlijk. Je jaagt er de kinderen de stuipen mee op het lijf. Ik ken mensen die als kind te horen hebben gekregen, dat je niet naast een stopcontact, niet bij de schoorsteen, niet bij de radio, niet bij de kraan, niet op zolder, niet bij een open raam, niet bij een open deur, niet onder de lamp moest gaan zitten, want dat was allemaal levensgevaarlijk. Kijk dan is het niet zo’n wonder dat je kinderen bij de eerste donderslag panisch worden. Zo’n onweer is een geweldige natuurervaring, die je geen kind mag ontnemen door het overdreven bang te maken voor alle gevaren, die er aan verbonden zijn. Maak ze ermee vertrouwd, net zoals je je kinderen op een bepaald moment vertrouwd maakt met het water. Je krijgt vaak de indruk dat kinderen een onweer met een soort mythisch bewustzijn ondergaan. Met een mythisch bewustzijn zie je samenhangen, die je als volwassenen met je nuchtere verstand niet zo makkelijk meer beleeft.

Al weer lang geleden – ik had een tweede klas op de vrijeschool – had het ’s morgens vroeg gedauwd. We keken vanuit de klas in de schooltuin. Prachtige kleurige druppels die met felle fonkelingen rood, blauw of groen tussen het gras straalden. Na de ochtendspreuk gingen we naar buiten om al dat moois van dichtbij te zien. Wat een teleurstelling: kleurloze waterheldere druppels hingen daar aan de grassprietjes. We gingen weer naar binnen.

Daar zei een anders altijd heel stil en melancholisch jongetje: ‘Ik weet hoe de dauwdruppels hun kleur krijgen. Vannacht was er een grote regenboog in de lucht. Toen zijn de dauwdruppels daardoorheen gevallen. Zij hebben de kleur van de regenboog mee gekregen. Als je naar de regenboog toe wilt gaan, loopt hij ook voor je weg. Als je naar de dauwdruppels loopt, loopt de regenboog uit de dauwdruppels weg. Nu is hij er weer in, kijk maar! ’

kind-in-de-natuur-3

.
Rinke Visser, Jonas 25, 17-08-1079

.

Kind in de natuur [1]   [2]

 

1180

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

Advertenties

Een Reactie op “VRIJESCHOOL – Kind in de natuur (3)

  1. Pingback: VRIJESCHOOL – Kind in de natuur (2) | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s