VRIJESCHOOL – 11e klas – Parcival (3-3)

.

EEN MIDDELEEUWS EPOS ALS BEGELEIDER OP EEN BEWUSTZIJNSWEG 3

Parcival kan zijn weg alleen gaan als Gawan hem innerlijk begeleidt en alles doormaakt in de sfeer van het boze, wat aan Parcival bespaard wordt.

Laster en beproeving
Gawan maakt een wonderlijke ontwikkelingsweg door. Hij ontmoet eerst een gewonde ridder met zijn vriendin. Hij leert de vriendin hoe ze het bloed uit zijn vergiftigde wonde moet zuigen en gaat dan verder om de aanvaller te zoeken. Die zal hij ook vinden maar eerst ziet hij nu een krijgshaftige edelvrouw onder een boom zitten en ‘tegen minne is Gawan een weerloos man’. Hij biedt haar zijn diensten aan, die ze spottend afwijst. Maar als hij graag wil kan hij haar paard gaan halen uit een nabije boomgaard. In de boomgaard wordt Gawan gewaarschuwd voor deze vrouw maar hij gaat met het paard toch naar haar toe. Ze staat hem toe met haar mee te gaan, maar hij moet voorop rijden. Onderweg ziet hij een kruid waarvan de wortel de gewonde ridder genezen kan. Hij graaft die uit en de vrouw spot: ach mijn ridder is slechts een dokter. Gawan verdraagt dit en als ze nu de gewonde ridder opnieuw ontmoeten, legt hij hem de wortel op de wonde. Op haar verzoek helpt hij de vriendin op het paard en van die
gelegenheid maakt de gewonde man gebruik om snel op Gawans paard te springen. Terwijl ze samen wegrijden roept hij: weet je wie ik ben, Gawan? Ik ben Urjan. Urjan was een ridder, die door Arthur ter dood veroordeeld was en door voorspraak van Gawan dat gewijzigd kreeg in vier weken met de honden uit de hondebak eten. In hun gesprek valt een merkwaardig woord:

‘Wie een ander het leven redde, die zal dat door die ander nooit vergeven worden! ’

We zijn in een wereld beland waar de allerlaagste instinkten werken. Ook dat moet de graalzoeker leren kennen.
Sinds enige tijd rijdt met hen mee een dwerg, Malcreatuur. Hij is de dienaar van de hertogin en een broer van Kundrie. Hij beledigt Gawan en Gawan tuchtigt hem maar verwondt zijn handen aan het glasharde haar van de dwerg. De hertogin spot: eerst leek je een ridder, toen een dokter en nu ben je zelfs een voetknecht geworden. Hij neemt dan het kreupele rijdier van de dwerg.

Enige tijd later ontmoeten ze de ridder die voor de hertogin strijdt, Lischois Giwellius. De strijd is onvermijdelijk en Gawan overwint Lischois. Weer doet zich iets merkwaardigs voor: het kasteel Logrois dat aan Orgeluse behoort, is omgeven door een stroom, waarover een veerman overzet. De veerman komt nu en eist van Gawan het paard waarop Lischois reed, want zo is de zede hier: winst wordt verlies. Gawan constateerde tot zijn verwondering dat Lischois op zijn eigen (Gawans! ) paard reed en hij wil dus niet anders dan zijn eigendom terug. In het land van Klingsor echter gelden andere wetten dan die van het wakkere bewustzijn. Het is de spiegelwereld van de tegenstandersmachten van de mens: het boze lijkt goed en het goede doet zich als het boze voor. Op de weg naar de Ik-wording moet deze onzekerheid worden doorgemaakt.

Gawan mag bij de veerman overnachten en als hij de volgende morgen naar de burcht omhoog ziet, ziet hij vele vrouwengezichten voor de vensters. Hij vraagt de dochter van de veerman, Bene, uit, maar die begint te huilen. Als de veerman zelf gevraagd wordt, wil hij ook eerst niet antwoorden, maar tenslotte vertelt hij hoe daar vierhonderd vrouwen en vier koninginnen gevangen worden gehouden door Klingsor en dat degene die het avontuur op het lit merveille, het wondcrbed, kan doorstaan, de vrouwen verlossen kan. Maar hij raadt hem af dit te proberen.

Gawan is dus kennelijk op Chatel Merveil, het kasteel waarvan Kundrie sprak toen ze Parcival bij Arthur wegjoeg. In een later stadium zal hem worden verteld hoe het alles in elkaar zit. Eerst moet hij nu het avontuur op het wonderbed doorstaan. Als hij het kasteel betreedt, komt hij in een zaal waarvan de bodem bestaat uit edelstenen, die zo zijn gevoegd dat de vloer spiegelglad is. Hij springt op het bed dat op vier wielen van robijn heen en weer rolt en, zodra hij erop ligt, regent een hagel van stenen en pijlen op hem neer, geworpen en geschoten door vijfhonderd steenwerpers en vijfhonderd boogschutters. Hij loopt vele wonden op ondanks het harde schild dat de veerman hem gegeven heeft. Als dit alles ophoudt, treedt een reusachtige man binnen met een knots. Als die ziet dat Gawan nog leeft, laat hij een wilde leeuw op hem los. Gawan overwint ook de leeuw door hem te doden maar valt dan bewusteloos op het dier neer.

Eén der koninginnen, die alles heeft waargenomen, komt nu binnen om zijn wonden te verzorgen. Het is de oude koningin Arnive, de moeder van koning Arthur. Zij helpt hem met een zalf die Kundrie haar heeft gebracht en die ook de pijnen van Amfortas verzacht. Weer vinden we hier de samenhang met de graalsstroming, maar ook met de Arthurstroming. Ze komen steeds dichter bij elkaar. Ook Parcival was een dag voor Gawan bij de veerman maar hij versmaadde de tocht naar de burcht nadat hij wel Lischois Giwellius overwonnen had. Ook hier weer het beeld dat Gawan de gevaren van het boze doormaakt als plaatsvervanger voor Parcival.

Wat is er met deze avonturen aan de hand? We verkeren nog steeds in de wereld waar alles omgekeerd is. Het is de wereld van de levenskrachten, die zich wild chaotisch kunnen uiten en ook de basis van de fantasie zijn. Wilde vitaliteit is het waarin Klingsor zijn macht kan uitoefenen.

Opheldering
Gawan kan de slaap niet vatten door de gedachten aan Orgeluse, de hertogin van Logrois. Hij staat vroeg op en onderzoekt de burcht. Alles is nu zijn eigendom. Hij ziet in een bovenzaal een zuil, die de gehele omgeving weerspiegelt. Daar ziet hij Orgeluse naderen met weer een andere ridder, een Turk. Hij beschouwt dit als een uitdaging, wat het ook is. Hij steekt ook deze ridder neer, maar Orgeluse blijft hem honen. Ze belooft hem echter minne als hij voor haar een krans haalt van de boom, die door Gramoflanz wordt behoed.

Gawan maakt zich op weg en moet nu te paard over een gevaarlijke stroom springen. Hij redt het bijna maar het paard blijft nog juist haken en valt terug in de wilde stroom. Gawan zelf kon de oever bereiken en geleidt nu zijn paard naar een plaats waar het de oever bestijgen kan. Hier plukt hij een krans van de boom en als hij dat gedaan heeft verschijnt koning Gramoflanz ongewapend. Hij is niet gewend met slechts één ridder tegelijk te strijden, hij strijdt alleen met twee tegelijk. Hij zegt echter één uitzondering te willen maken, n.l. voor de zoon van koning Lot van Noorwegen omdat Lot zijn vader (die van Gramoflanz) zou hebben gedood. Als Gawan zich bekend maakt als de zoon van koning Lot spreken ze een tweekamp af op het veld van Joflanze in het bijzijn van het hof van Arthur. Tegelijk bekent Gramoflanz aan Gawan zijn liefde voor één van de koninginnen op Chatel merveil, Itonje, de dochter van Lot, Gawans zuster. Eens heeft Gramoflanz de echtgenoot van Orgeluse, Cidegast verslagen en sindsdien staat zij hem naar het leven. Orgeluse verandert nu van houding en bekent Gawan dat ze hem alleen maar op de proef heeft willen stellen. Gawan, de licht ontvlambare, moet tonen de verleidingen van het gebied van Klingsor te kunnen doormaken als overwinnaar. Dan komt hem de krans der deugden toe, die Gramoflanz behoedt. Ook valt hem dan de liefde van Orgeluse ten deel, die door Parcival was versmaad.

Gawan zendt nu een bode naar koning Arthur om hem uit te nodigen voor de tweekamp. De bode krijgt de opdracht tegenover iedereen te zwijgen over wie Gawan is en ook aan Arthur niet mee te delen dat Gawan heer is van Chatel merveil. Arnive tracht tevergeefs de schildknaap uit te horen en weet nog steeds niet wie hun bevrijder is.

Wie is Klingsor?
Gawan laat zich door Arnive vertellen wie Klingsor is. Hij was oorspronkelijk een hertog van Capua in Campanië en een neef van de tovenaar Virgilius in Napels. Hij beminde een vrouw van een ander en deze castreerde hem toen hij hem met zijn vrouw in bed verraste. Uit wraak leerde Klingsor de toverkunst en kreeg van de vader van Gramoflanz het gebied geschonken waarin hij dan Chatel merveil kon bouwen. Klingsor haat man en vrouw, ‘vooral wanneer ze goed en edel zijn’. Hij probeert ze een strik te spannen zodat hij ze in zijn macht krijgt. ‘Ook beheerst hij met geweld, alle geesten die men kent tussen aarde en firmament, of ze boos zijn dan wel goed, tenzij God ze behoedt’. Zo vertelt Arnive over Klingsor. Hij is de macht die er plezier in heeft de mens ten val te brengen als zich ergens een zwakheid toont. Deze wereld behoort nu aan Gawan. Hij kent de verleidingen en kan daardoor dit rijk ten goede wenden. Hier komt duidelijk een zeer bepaalde stroming in het christendom tot uiting, die zijn grootste historische openbaring vond in het Manicheïsme, waar het er om ging het boze door liefde in het goede te metamorfoseren.
De dichter Christiaan Morgenstern drukt het zo uit: Freunde, liebt dat Böse gut!

Parcivals terugkeer
Gawan verzamelt nu alle groepen op het veld van Joflanze: het leger van Arthur, de ridders van Klingsor, de manschap van Orgeluse. Gramoflanz wordt uitgenodigd tot de tweekamp.
Gawan rijdt in de vroege morgen uit en ontmoet een ridder, die een krans van de boom der deugden draagt. Hij houdt hem voor Gramoflanz en begint de strijd. Als hij bijna het onderspit moet delven komt Gramoflanz begeleid door de ridders van Gawan. De boden roepen zijn naam en de andere ridder werpt zijn wapens weg en maakt zich bekend als Parcival. Hij jammert dat opnieuw het onheil hem vervolgt en zegt: ‘Mijn eigen geluk heb ik bestreden, voor mijzelf de nederlaag geleden’. Gawan keert dit om en zegt: ‘Jezelf heb je overwonnen’. Zo nabij zijn de beide helden elkaar, dat ze als het ware verwisselbaar zijn, ze zijn één. Parcival is dan ook bereid voor Gawan met Gramoflanz te strijden, daar Gawan uitgeput is. Maar Gramoflanz weigert, hoewel Parcival immers ook een krans van zijn boom heeft geroofd. Ook Gawan weigert echter. Parcival wordt nu in de kring van de tafelronde opgenomen en als nu ook Itonje ervaart dat er gestreden moet worden tussen haar geliefde en haar broer, smeekt ze Arthur om bijstand. Arthur weet een verzoening tot stand te brengen en des avonds vindt een reeks bruiloften plaats: Gramoflanz en Itonje, Lischois met de andere zuster van Gawan, Kundrie (niet de bode van de graal), Arnive met de Turk en Orgeluse met Gawan.

Is dit het normale, ietwat platte ‘eind goed al goed’? De bruiloft is in de middeleeuwen altijd ook symbool van de verbinding van de ziel met de hogere wereld. Gawan en Parcival hebben elkaar gevonden en daarom kunnen de bruiloften plaatsvinden. Maar het is het einde niet. Parcival is onbevredigd. Hij rijdt weg. Het symbool is niet genoeg. Er moet nog meer gebeuren.

De ontmoeting van twee werelden
Als Parcival uitgereden is ontmoet hij een heidense ridder. De strijd ontbrandt en Parcival gaat door de knieën. De kracht van de ander wordt gesterkt doordat 
strijdkreet zijn geliefde aanroept: Sekundille. Parcival vertrouwde op God maar denkt nu ook aan Kondwiramur en heft de strijdkreet ‘Belrapeire’ aan. Hij weet de ander op de knieën te krijgen maar dan breekt zijn zwaard. De ander maakt daar grootmoedig geen gebruik van en is zelfs bereid als eerste zijn naam te noemen: Feirefisz, de Anschewein (heerser over Anschauwe). Parcival zegt verontwaardigd: Heer verzin iets anders, want de Anschewein ben ik. Na enig geharrewar ontdekken ze dat ze halfbroers zijn. Feirefisz is zwart en wit als een zebra. Hier komt het oermotief van het begin terug: zwart en wit tesamen. Niet het licht alleen maar ook de duisternis. Toch is dat niet de eindoplossing, zoals we nog zullen zien. Maar wel moet hier zich oost en west met elkaar verbinden, of liever ze zijn verbonden maar ze moeten deze verbondenheid inzien en waar maken.

De terugkeer op de graalsburcht
Ook Feirefisz wordt nu in de tafelronde opgenomen. De tafelronde wordt nu verrijkt met wereldwijdheid en de vereniging der tegenstellingen.

Nu verschijnt Kundrie, de bode van de graal, opnieuw en ze verkondigt dat de vloek over Parcival en de tafelronde is opgeheven. Parcival wordt tot de graal geroepen en hij mag één andere ridder meenemen. Hij kiest niet Gawan (die heeft andere taken) maar Feirefisz.

Op de graalsburcht aangekomen, vraagt Parcival aan Amfortas: ‘Oom, wat scheelt eraan? ’ En terstond wordt Amfortas gezond en jeugdig. Parcival wordt nu tot koning van de graal gekroond. Er komt een bode die meldt dat Kondwiramur met haar twee zoons onderweg is en reeds dichtbij. Parcival trekt haar tegemoet maar gaat eerst nog bij Trevrizent langs en vindt dan zijn vrouw na vijf jaar terug met een tweeling, Kardeis en Loherangrin. Kardeis wordt gekroond tot koning van de wereldlijke rijken van Parcival en Kondwiramur, terwijl Loherangrin tot opvolger van Parcival als graalkoning is bestemd.

Op de weg naar Monsalvatsch bezoekt Parcival nog de kluis van Sigune. Deze is nu gestorven. Haar taak als begeleider van Parcival op de kritieke momenten van zijn leven, telkens als hij een stap verder moest in zijn bewustzijnsontwikkeling, is nu voorbij.

Als de graal wordt binnengedragen op de burcht, ziet Feirefisz wel de draagster van de graal, Repanse de Schoie. Maar hij ziet niet de graal zelf. Hij vat een diepe liefde voor Repanse op en is bereid zich om harentwil te laten dopen. De graal zelf kan hij niet zien omdat hij niet gedoopt is. De graal is alleen te zien voor de voorbereide mensen. Maar hij heeft liefde voor wat op aarde zichtbaar is als de draagster van het hogere leven.
Als hij de volgende morgen wordt gedoopt, trouwt hij met Repanse, nadat hij ook de graal kon zien. Ze trekken naar Indiê waar hij het Christendom verbreidt. Ze krijgen ean zoon, die de naam priesterkoning Johames zal krijgen.

Nu eerst is alles voltooid. De eenheid der tegenstellingen is niet voldoende uit zichzelf. Ze moet doordrongen worden door de krachten van de graal, die de Christus op aarde vertegenwoordigt. De graal verbindt de tegenstellingen zo dat ze vruchtbaar kunnen worden. De zoon heet priesterkoning. Verbonden wordt de verhouding tot de geest (de priester) en het beheren van de uiterlijke wereld (de koning). Zijn naam is de naam van hem, die als enige de Christuskracht geheel in zich kon opnemen. Dit is echter een nieuw thema, dat hier slechts kan worden aangeduid.

J.Knijpenga, Jonas 18, 06-05-1977
.

Literatuur:
Wolfram von Eschenbach, Parcival, bew. door M. de Vries (Vrij geestesleven).
F.C.J. Los, Parcivals graaltocht (uitverkocht).
R. Meyer, Der Gral und seine Hüter (Urachhaus).
W.J. Stein, Weltgeschichte im Lichte des heiligen Gral (Stuttgart-Wien 1928).

 

L.Beuger ‘Parzival’

Een middeleeuws epos als begeleider op een bewustzijnsweg [1]   [2]

11e klas – Parcival  -impressie van een periode

11e klas – Parzival – impressie van een periode

11e klas – Parcival

11e klas – Parcival: over de 3 bloeddruppels in de sneeuw

Vrije Opvoedkunst:

De mens in ontwikkeling tussen omgeving en wereld: Parcival
W.A. Mees (Wijnand)
Juli 1974

Parsifal
Mr. A.C. Henny (Arnold)
Maart 1941

De beteekenis der Parzivalsage voor onzen tijd
Mr. A.C. Henny (Arnold)
Maart 1937

Afbeeldingen op Wikipedia

1033

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

8 Reacties op “VRIJESCHOOL – 11e klas – Parcival (3-3)

  1. Pingback: VRIJESCHOOL – 11e klas – Parzival (6) | VRIJESCHOOL

  2. Pingback: VRIJESCHOOL – 11e klas – Parzival (5) | VRIJESCHOOL

  3. Pingback: VRIJESCHOOL – 11e klas – Parcival (4) | VRIJESCHOOL

  4. Pingback: VRIJESCHOOL – 11e klas – Parcival (2) | VRIJESCHOOL

  5. Pingback: VRIJESCHOOL – 11e klas – Parzival (1) | VRIJESCHOOL

  6. Pingback: VRIJESCHOOL – Vertelstof – alle artikelen | VRIJESCHOOL

  7. Pingback: VRIJESCHOOL – 11e klas – Parcival (3-2) | VRIJESCHOOL

  8. Pingback: VRIJESCHOOL – 11e klas – Parcival (3-1) | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s