VRIJESCHOOL- Vertelstof – biografieën – Hudson

.

DE KAPITEIN VAN DE ‘HALVE MAEN’
.

Van het verleden van Henry Hudson, de ontdekker van de Hudsonbaai, de Hudsonstraat en de eveneens naar hem genoemde rivier, is niets bekend. Het is echter niet waar dat hij een Nederlander was, al noemden de Nederlanders hem “Hendrick”. Hij schreef zijn naam gewoon Henry en hij kon de taal van zijn Amsterdamse broodheren lezen noch schrijven.

Hij komt voor de eerste maal in de geschiedenis voor wanneer hij en zijn bemanning — 10 man en een jongen — te Bishopsgate in Engeland de heilige communie doen, alvorens zich in te schepen op de Hopewell om recht over de Noordpool heen naar het verre, fabelachtige land Cathay (China) te varen. Deze reis, die werd georganiseerd door een handelmaatschappij, de Muscovy Company, werd een mislukking. Hudson ervoer dat het onmogelijk was om door de ijsbarrière tussen Groenland en Spitsbergen heen te breken en hij keerde naar Londen terug. Hij werd het volgende jaar wederom door de Muscovy Company uitgezonden om het nogmaals te proberen. Nu poogde hij door het ten noorden van Rusland gelegen Nova Zembla een vaargeul te vinden naar de tot de Poolzee behorende Kara-Zee, om vandaar, na de legen­darische Kaap Tabin omzeild te hebben, het rijke Oosten te bereiken via een warme zee die naar “wierook-dragende bomen” moest geuren.

Ook deze reis mislukte, maar al kreeg hij de legendarische kaap nimmer in zicht, ten minste twee leden van zijn bemanning vingen een glimp op van iets nog veel merkwaardigers. Terwijl ze vlak na een poolstorm aan dek stonden, zagen ze een meermin. Ze waren niet de eerste menselijke wezens die dit voorrecht hadden.

De Nederlanders zagen bij Borneo ook zo’n wezen dat ze bijna een week lang in een groot vat in leven hielden. “Nu en dan slaakte ze kreetjes als een muis. Ze wilde niet eten, al bood men haar vis, kreeft en zo voort aan.”

Omstandig beschrijft Henry Hudson de gedaante van het vismeisje. “Ze kwam dicht bij het schip en zag de mannen ernstig aan” — toen werd ze door een golf omgeworpen en verdween. “Tot de navel was haar rug, en waren hare borsten, als die van een vrouw; haar huid was zeer blank, en heur lange haar viel op haar rug; toen ze onderdook zagen ze haar staart, gelijk die van een bruinvis en gespikkeld als van een makreel.”

Hoezeer de Londense kooplieden ook door zijn relaas geboeid mogen zijn geweest, ze waren diep ontmoedigd door Hudsons tweede mislukking, en hij was alras zonder werk. De Nederlanders hadden evenwel van zijn daden vernomen, namen hem in dienst, en hij vertrok opnieuw, stak in de Halve Maen de Atlantische Oceaan over, en kreeg op 2 september 1609 de blinkende zand­banken van Sandy Hook in zicht. Toen de zeelui de tegenwoordige haven van New York opvoeren, “drong hun een zoete geur in de neus”. Indianen in kano’s kwamen hun oesters en bessen brengen. Aan alle kanten groeiden prachtige wouden tot aan de waterkant.

Hudson voer in de Halve Maen de rivier op tot aan het tegen­woordige Albany en verliet het schip om de Indianen in hun eigen huis op te zoeken. “Met een oude man die aan het hoofd stond van een stam van 40 mannen en 17 vrouwen ging ik de oever op; deze mensen woonden in een goedgebouwde hut van eikenschors, rond van vorm, met een gewelfd dak. Bij onze komst kregen we onbekende spijzen aangeboden in grote houten kommen. Ook werd er een gemeste hond geslacht, en in grote haast met schelpen gevild. Ze dachten dat ik bij hen zou overnachten, maar ik keerde terug naar het schip. De inboorlingen zijn een vriendelijk volkje, want toen zij zagen dat ik niet wilde blijven, meenden zij dat ik bevreesd was voor hun bogen; ze namen hun pijlen, braken ze in stukken en wierpen die op het vuur.”

Bij Albany stootte Hudson op ondiepten en keerde terug. Er deed zich toen een ongelukkig incident voor. Op een middag, toen de Halve Maen, omgeven door kano’s, voor anker lag, klom er een Indiaan op het roer en stal uit een patrijspoort een hemd en een hartsvanger. Het hemd behoorde toe aan een boosaardige Engelse zeeman uit de sloppen van Londen, Robert Juet geheten.

Het ware beter geweest indien de inboorling van een mensenetend dier had gestolen dan van deze middeleeuwse vechtersbaas. Er werd alarm geslagen, en de Nederlandse stuurman schoot op de dief en doodde hem. Er ontstond grote verwarring, en de Indianen vluchtten in paniek overboord. Die avond voer de Halve Maen zo ver mogelijk de rivier af. De volgende dag zag men meer dan honderd Indianen zich verzamelen op een landtong, en ze probeerden de Halve Maen te praaien. Juet “vuurde een falkonet op hen af en doodde er twee”. Twee dagen later voeren ze de riviermonding uit en de open zee op, zulks tot hun grote op­luchting. Wellicht had de gezagvoerder deze barbaarse geweld­daden niet kunnen voorkomen; het is bekend dat hij toen reeds te lijden had van ongehoorzaamheid onder de bemanning.

De laatste reis van Hudson werd geldelijk gesteund door de prins van Wales, samen met de Londense kooplieden, en in 1610 voer hij uit in de bark Discovery op zoek naar Cathay. Er heerste vanaf het begin van de reis een slechte, ontevreden stemming onder het scheepsvolk. Robert Juet sloeg oproerige taal uit en gaf twee schepelingen de raad, hun musketten geladen en wel in hun verblijf gereed te houden omdat hij “doodslag, en voor sommigen bloedvergieten” verwachtte.

Eindelijk voeren ze de Hudsonstraat binnen. Vanwege de grote ijsmassa’s duurde het vijf weken voor ze erdoorheen waren. Eens weigerde de bemanning om verder te varen, maar Hudson toonde hun zijn zeekaarten en haalde hen over, door te zetten. Ze voeren maar door, en onderweg verzamelden ze uit poelen op voorbij­drijvende ijsbergen vers water. Toen ze de ingang van de grote baai bereikten, moet Hudson wel gedacht hebben, dat het zwaar­ste gedeelte van de reis achter de rug was en dat hij de lang gezochte noordwestelijke doorvaart had gevonden. Met heen en weer varen werd echter veel tijd verloren, en tegen 1 november was de Discovery ingevroren aan de zuidpunt van de Jamesbaai. De kanonnier stierf, de bemanning kreeg scheurbuik, en het voedsel werd schaars.

Aanvankelijk leefden ze van sneeuwhoenders, en in de vroege lente aten ze trekvogels die op doortocht waren haar hun broed­plaatsen in het hoge noorden. Nog later raakten de mannen zo uitgehongerd dat ze de bossen introkken, de heuvels op en de dalen in, om gelijk vossen te zoeken naar “Alles wat maar enigs­zins eetbaar was, walgelijk of niet”. Ze aten mos en kikkers, “de dood door de kogel ware beter”. Eindelijk was het ijs zo ver gesmolten dat ze het schip los konden krijgen. Hun enige hoop was, vanaf de Jamesbaai koers te zetten naar het noorden, naar Kaap Digges, waar ze het jaar tevoren wild gevogelte hadden zien broeden. Met zijn eigen handen verdeelde Hudson de laatste korsten brood onder het scheepsvolk, “en hij weende toen hij het hun gaf”

Na een poos raakten ze door het ijs van de open zee afgesneden, en op een zaterdagnacht begonnen de mannen onder aanvoering van Juet te muiten. Drie man overmeesterden Hudson en dwon­gen hem, zijn zoon en de zieke schepelingen in de kleine boot te gaan. De muiters waren niet van zins, de scheepstimmerman te laten gaan, maar toen de eerlijke zeebonk zag wat er gebeurde, wilde hij van blijven niet horen. Tierend dat het een aard had verdween hij om zijn timmerkist en zijn ijzeren pot te gaan halen — “wat hem betrof, hij wilde op het schip niet blijven, en, eerder dan er waarschijnlijk bij die schurken het leven af te brengen, be­gaf hij zich in Gods hoede omwille van de schipper in de sloep”.

Toen stootten de muiters het huikje af en zeilden weg: ze zagen de sloep kleiner en kleiner worden, totdat Henry Hudson niet meer dan een stip was op de golven van de grote middellandse Poolzee die hijzelf had ontdekt. Dat is het laatste wat we van hem weten. Zijn einde is in raadselen gehuld.

.

alle biografieën

vertelstofalle biografieën
.
vertelstofalle artikelen
.
557-511

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.