VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Kerstmis (18)

.

GEDICHTEN

1)
Begin van Kerstnacht

De moeder Gods was nog niet
gekomen tot den stal,
de herders hielden nog rustig
hun nachtwacht in het dal.

Sint Joseph liep nog zoekend
de deuren af in ’t dorp,
de boeren bij den teerling
roerden nog worp om worp,

soldaten en afgereisden
zaten nog neer bij den wijn,
knechtjes en maagden schreden
nog over paden en plein,

de velden lagen nog ledig
de heuvelen stil daar omtrent,
Efrata was nog vergeten
Bethlehem niet bekend.

De Draak die rond ging op aarde
speurde zijn Winnaar nog niet,
het wijde gebied van de nacht had
nog geen lichtend verschiet,

ook brandde nog niet aan den hemel
Gods teken in de Ster,
nog stonden de blijde Engelen
fluisterende van ver,

het was de laatste avond
onder de oude bewind,
de eeuwen der eeuwen naderden
nu tot het uur van het Kind!

(bron onbekend)

2)
Ons ghenaket die avontstar

Ons ghenaket die avontstar,
Die ons verlichtet also claer,
Wel as haer doe.
Susa ninna susa noe,
Jesus minne sprac Marien toe.

Dat huus dat hadd so menich gat,
Daer Cristus in gheboren waa.
Wel was haer doe.
Susa ninna susa noe,
Jesus minne sprac Marien toe.

Si sette dat kint op haren schoot.
Si cussedet voor sijn mondekijn root,
Het was so soet.
Susa ninna susa noe,
Jesus minne sprac Marien toe.

Si sette dat kint op hare cnien.
Si sprac: groot eer moet u gheschien!
Wel was haer doe,
Susa ninna susa noe,
Jesus minne sprac Marien toe.

Si sette dat kint op haren aerm,
Mit groter vrouden sach sijt aan,
Het was so soet.
Susa ninna susa noe,
Jesus minne sprac Marien toe.

Die moeder makede den kinde een bat,
Hoe lieflic dattet daer
Wel was haer doe.
Susa ninna susa noe,
Jesus minne sprac Marien toe.

Dat kindekijn pleterde mitter hant,
Dattet water uten becken spranc.
Wel was haer doe,
Susa ninna susa noe,
Jesus minna sprac Marien toe.

Die os ende ooc dat eselkijn
Die aenbeden dat soete kindekijn.
Wel was haer doe.
Susa minna susa noe,
Jesus sprac Marien toe.

(Anonymi, 15e eeuw)

muziek

3

kerstfeest

De bloemen bloeiden in de warmte van de zomerzon.
De bijen dronken het edele vocht, dat de plant uit licht en warmte bereidde.
In het lichaampje van de bij werd de nectar tot was.
Onze kinderen trokken er kaarsen van.
Straks zal het vlammetje branden.
Ruikt u nog de bloemengeur?
Wat is zo’n kaars anders dan om­gewerkte zomerwarmte, zonnelicht en bloemenstof?

Is dit het licht, waarover wij spreken in de meest donkere tijd van het jaar?
Ontsteken wij dit licht vanuit een heimwee naar de zomerzon?
Of is er nog een diepere zin misschien?

Straks in het voorjaar zal de berk weer berkenblaadjes maken,
de appelboom haar bloesem en de rozenstruik haar rozen.
Uit welke sferen hebben zij hun vormen ontvangen?
Zingen wij niet met Kerst van de twaalf Heilige Nachten, waarin de hemel geopend is?
Zou het zaad ooit kunnen ontkie­men, de knoppen ontspruiten zon­der deze geopende hemel?

Wij zingen in deze tijd van Maria en haar heilige kind.
Wie voelt niet een zweem van vroomheid oplichten in onze nuch­tere en moderne ziel?
Dit zweempje vroomheid zou ster­ker kunnen worden,  zó sterk, dat wij – als Maria – onze engel zonden kunnen horen.

Maria met het kind, de engel, de ster – alleen maar ontroerende herinnering?
Of dieper werkelijkheid?
Een werkelijkheid in het leven van onze aarde en een werkelijk­heid in onze eigen ziel.

Hebben wij de ster ontmoet, die straalt boven de kribbe van ons eigen hart?
In het midden van de Twaalf Heilige Nachten wensen wij el­kaar een gezegend nieuwjaar.
Vóór ons ligt de toekomst.
Boven ons straalt de Christus­ster.

Mogen we ieder jaar iets meer meedragen van dit licht.

(Map Remmers, vrijeschool, nadere gegevens ontbreken)

4

KERSTLIEDJE

In  de donkere dagen van Kersttijd
is een kind van licht gekomen,
de maan stond helder over de dijk
en ijzel hing aan de bomen.

Onder de doeken in de krib
daar lag dat lief Jezuskindekijn
en spelearmde en van zijn hoofd
ging af een zuivere lichtschijn

Maria die was bleek en zwak
op de knieën neergezegen
en zag blij naar het kindeke;
en Jozef lachte verlegen.

En buiten in de bittere kou
en de stille Kerstnacht Iaat
de heilige driekoningen kwamen van ver
door de diepe sneeuw gewaad.

De heilige driekoningen hoesten en doen
en rood zijn beî hun oren,
een druppel hangt er aan hun neus
en hun baard is wit bevroren.

De heilige driekoningen in de stal
verwonderd zijn binnen getogen;
het licht, dat van het kind afging,
schijnt in hun grote ogen.

De heilige driekoningen staren het aan
en weten zich niet te bezinnen
en het kind ligt al te kijken maar
en tuurt in een denkbeginnen.

(J.H.Leopold)

.

Kerstalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

VRIJESCHOOL in beeldKerstmis     jaartafel

.

391-369

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

..

Advertenties

2 Reacties op “VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Kerstmis (18)

  1. Pingback: VRIJESCHOOL – JAARFEESTEN – Kerstmis – alle artikelen | VRIJESCHOOL

  2. Pingback: VRIJESCHOOL – JAARFEESTEN – Kerstmis – alle artikelen | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.