.
SINT-NICOLAAS
Sinds 16 november* is Sint-Nicolaas weer in ons land. Volgens de officiële geschiedenis was hij ooit bisschop van Myra. Op vele plaatsen in Europa wordt hij nog steeds als heilige vereerd. In Nederland krijgt hij in de loop der tijd een Hollandse naam, Sinterklaas. En ieder jaar brengt hij ons samen met zijn zwarte knecht Piet een bezoek.
Als je gevraagd wordt eens over Sint-Nicolaas te spreken of te schrijven, kan het gebeuren dat je eerst over een drempel van tegenzin heen moet stappen. Deze hindernis wordt jaarlijks met frisse ijver opgeworpen door de neringdoenden, die vanaf begin november onze brievenbus verstoppen met lijvige en veelkleurige catalogi, waarin met een overvloed van velerlei en soms vergezochte zaken gesuggereerd wordt dat we het komende feest vooral niet sober dienen aan te pakken en waarin Sint als promotor van het zakenleven vaak op een irritant oubollige wijze wordt afgebeeld.
Wanneer je echter dit dikke verguldsel op ons alom verbreide
volksgebruik afkrabt en zoekt wat daaronder ligt, ontdek je dat je niet met kitsch bezig bent, doch met een prachtig stuk antiek, ja, wellicht nog veel meer dan dat. Daarna wil je je betoog onderbouwen met een handvol historische waar- en zekerheden.
Wat de historische feiten betreft loop je dan al direct vast, wanneer je voor onze Sint betrouwbaarder papieren wilt opduiken dan die van ‘een legendarische bisschop van Myra in Klein-Azië, die op grond van niet-historisch gebleken legenden… als heilige wordt vereerd’ (Encyclopedie van Het Spectrum).
Nu kunnen ook legenden, historisch of niet, veel belangrijks onthullen, doch in het moderne bewustzijn woelt de vraag hoe het nou echt was en neigt er toe, hem op grond van plaats- en tijdsaanduidingen in het licht van de toenmalige levensomstandigheden te bezien: bisschop van Myra, bij de zuidwestkust van wat nu Turkije heet, toen deel van het Romeinse rijk, eerst als christen vervolgd onder andere door Diocletianus, dan door Constantijn welhaast tot staatsambtenaar gebombardeerd. Constantijn, ‘de Grote’, erkende na een visioen de waarde van het christendom. De waarde wel te verstaan, het begrijpen en doorvoelen van zijn waarheid schijnt hij aan zijn echtgenote te hebben overgelaten. Zelf beschouwde hij de nu getolereerde godsdienst als ‘een belangrijk cement voor de eenheid van zijn rijk’. Hij maakte het min of meer tot staatsgodsdienst. We kunnen ons afvragen of dit voor zijn politieke karretje spannen van de kerk minder ernstig was dan het vervolgen der christenen. In elk geval kwam nu innerlijke verdeeldheid duidelijk aan het licht, met name uitte zich dit op het concilie van Nicea in 325.
Tot zover de officiële geschiedenis. Proberen we in de vele legenden Sint-Nicolaas in het spanningsveld van die voor het christendom zo belangrijke overgangstijd, dan wel in ons huidige beeld van hem terug te vinden, dan lukt dit eigenlijk alleen in het verhaal van de drie huwbare dochters die hij achtereenvolgens door middel van een via een raam gedeponeerde beurs met goudstukken aan de bruidschat helpt, om hen voor een afglijden in leven in zonde te behoeden. Maar verder is hij een wonderdoener, die door gebed stormen bezweert, in de droom van autoriteiten verschijnt om hen van onrechtvaardige executies af te houden. De beschrijving van hem als wonderkind dat naast devotie en intelligentie zeer vroeg vermogen tot zelfbeheersing vertoont, spreekt ons wat meer aan, maar van de diverse legenden waarin hij als redder met toverkrachten optreedt is het meest aannemelijk dat de opstellers daarvan met beeldende situaties en dramatische ontknopingen de werking van een sterke, gelouterde geest hebben willen weergeven.
In zijn waardevolle boekje Sint-Nicolaas, leven en legende, dat een schat van gegevens heel leesbaar samenbrengt, stelt Martin Ebon tegen het eind de mogelijkheid, dat Nicolaas wellicht nimmer echt heeft geleefd en legt daarnaast de vraag of dit er eigenlijk voor ons veel toe doet. Feit is dat zijn invloed juist vele eeuwen na zijn dood, enorm was en is. In Rusland wordt hij als Nicola de Barmhartige een heilige van de eerste rang. Maar ook in Zuid- en West-Europa leeft hij zo sterk, dat bijvoorbeeld de inwoners van Bari, een havenplaats op de hiel van Italië, het nodig vinden om zijn gebeente uit de grafkelder op de Kleinaziatische kust te ontvreemden, tijdig uit de handen te houden van de steeds dichter bij komende mohammedanen, en dit in hun kerk bij te zetten. In talloze andere steden worden kerken aan hem gewijd, hij is de beschermer van zeelui, reizigers, studenten. Dat is ook in de Nederlanden het geval. En juist hier kan het spannend worden. De Hervorming is oorzaak van felle uiteenzetting, oorlog en afscheiding van de Republiek (van de noordelijke zeven deelstaatjes). Daar wordt de beeldenstorm het sein voor uitbanning van wat katholiek is. Ook de roomse bisschop Nicolaas kon niet langer gedoogd worden en de autoriteiten hebben gepoogd de aan hem gewijde festiviteiten te verbieden. Volkomen vergeefs. Sinterklaas, hij heeft intussen een Hollandse benaming gekregen, blijft. Een Jan Steen beeldt weliswaar niet hemzelf, doch alleen de gevolgen van een zijner bezoeken af, doch hij leeft bij het volk, ja, hij groeit zelfs in de loop der tijden uit tot een boven de polarisatie der religies verheven volksheilige wiens riten verrassende ontwikkelingen te zien geven.
Hij verplaatst zijn domicilie naar Spanje, meet zich een zwarte knecht aan en maakt zijn jaarlijkse reis naar ons per stoomboot. Dat laatste kan niet voor het midden der vorige eeuw begonnen zijn maar, laat het simpelweg uit de vondst van een liedjesdichter stammen, het beeld leeft in de voorstelling van elk kind. Na zijn aankomst, ruim op tijd voor zijn naamdag, 6 (niet 5) december, fluks aan de slag, stijgt hij op zijn witte schimmel en rijdt bij nacht over de daken de talloze schoorstenen langs om via deze, kleine attenties in de klaargezette schoentjes van kinderen te deponeren. Zijn knecht, Piet, benut deze gelegenheid om overal te luisteren en pregnante wetenswaardigheden omtrent het gedrag der kleinen aan zijn meester door te geven ter notatie in diens grote boek. Welke besteldienst zou zo inefficiënt en gevaarlijk te werk gaan? En trouwens, wat doen we bij de vele centrale verwarmingen? En dat boek! Wil er voor elk Nederlands kind iets substantieels in staan, dan is het toch zeker uitgegroeid tot zo’n 20 a 30 dikke delen. Meen niet dat in 1985 peuters in de gelovige leeftijd niet in staat en slim genoeg zouden zijn om met kritiek, als opgesomd in de vorige alinea, een heel eind op dreef te komen. Maar ze doen dat niet, ze zijn nog slimmer. Er is in hen nog de wijsheid die weet dat het hier, net als in sprookjes, om betekenisvolle beelden gaat.
De schoorsteen bijvoorbeeld is heel wezenlijk, daarbij gaat het om de vertikale warmtekolom, die te vergelijken is met de mens. Zonder de eigen warmte kan een mens niet als individualiteit op aarde zijn, evenmin als er in een vertrek met alleen cv zonder gloeiende kachel of open haard echt sfeer kan ontstaan.
Sint gaat over de daken: hij is in een hoger gebied, pakt ons in onze eigen persoonlijkheid en helpt ons bij onze reis door het leven en over de wereld, mogelijk door de schoenen. Zo vertaalt het kind innerlijk de Sint-ritus. Zijn schenken behoort door geheimzinnigheid te zijn omgeven. Hevig gebonk op de deur, daarheen gerend, niets of niemand te zien behalve tobbe, doos of zak met geschenken.
In de legende van de drie dochters is het tekenende, dat Sint-Nicolaas anoniem wil blijven. Wanneer de vader hem bij de derde schenking betrapt, smeekt hij hem, dit aan niemand te vertellen. Dit element speelt tot in onze dagen. Als volwassen schenkers onder elkaar verdraaien we ons handschrift om maar onbekend te blijven. Maar met dat veranderde schrift pogen we wel in onze rijm, goedaardig weliswaar, een zwakheid van de ander aan te duiden. Daarmee komen we op het thema van de ergens in de historie zo geheimzinnig opgedoken zwarte knecht. Spanje ligt al een eind in de richting van het Morenland waaruit Piet zou stammen. Wezenlijk is die verklaring niet. Het gaat er om dat hij zwart is, tegenbeeld van het overvloedige wit, dat Sint met baard, haar en onderkleed vertoont. Het ideaal van de mens mag blank, edel, gelouterd zijn, op aarde faalt hij onvermijdelijk.* Alles wat hij slecht, verkeerd doet, volgt hem als een schaduw, hoort bij hem, hij moet er mee klaar komen. Piet sjouwt zich dan een ongeluk en de roe is zijn attribuut. Leven we gewoonlijk met de voorstelling over onszelf als toch wel aardig geslaagd en in elk geval tot het betere deel van de mensheid behorend, confrontatie met onze donkere zijden zou ons verder helpen.
In dit verband kan ook de legende van de drie ingepekelde kinderen (in een andere versie studenten) licht brengen. Nicolaas, op reis, weet van deze afschuwelijke misdaad en dwingt de dader, de waard bij wie hij zal overnachten, tot bekentenis. En… hij brengt de drie weer tot leven! Ook hier weer beeld, geen fysieke werkelijkheid. Het conserverende zout beduidt hier stagnatie, stilstand in de ontwikkeling. Wie tevreden is met zichzelf zet z’n ontwikkeling stil. Sint met z’n donkere knecht kan een jaarlijkse maning zijn om steeds weer iets aan jezelf te doen. Sint-Nicolaas was reeds in de middeleeuwen de schutspatroon van reizigers, zeelui, kortom mensen onderweg en kan gezien worden als helper speciaal voor een ieder die in ontwikkeling is, vandaar ook in de eerste plaats kindervriend.
Laten we de Sint tegenover kinderen het wezenlijke van zijn rol goed vervullen?
De klassieke schooljuffrouw, die haar taak serieus opvat, doet eigenlijk al een heleboel, wanneer ze eind november haar bordgrote kleurkrijttekening voor de klas zet: Sint, rijdend op een schimmel. Het paard doet ons sterke, vurige wilskracht zien, door het verstand in zinvolle banen geleid. Zijn meester houdt een staf in de hand, die met zijn krul ons vermogen tot inkeer aangeeft, specifiek menseigen.
Daarachter lopend Piet, diep gebogen onder de grote volle zak, die onherroepelijk is mee te torsen. In een hoek schijnt de maan door een boom, jong groeiend leven wordt even aangetipt. Dat Sint en Piet op 5 december ook in levende lijve in de klas komen, in onze traditie onontkoombaar hoogtepunt, werkt alleen bij verstandige opzet goed. Allereerst is het dagenlang wekken van verwachting al een waardevolle component.
Schrijver dezes ging als jochie de koningin (Wilhelmina) zien als ze in Amsterdam (één keer per jaar) was. Tijdig klaar staan aan de kant van de route. Wanneer dan na aanzwellend gehoera een ritmisch knikkende en wuivende dame in open koets voorbijgleed, (het stelde eigenlijk niet zo veel voor) was de wens vervuld en ging hij bevredigd naar huis. De spanning van het wachten en het verlangen naar de sprookjesdroom, dat deed al veel.
Het gevaar loert, dat we het feest van Sinterklaas, bijvoorbeeld op school, te mooi willen maken. De voorbereiding vergt heel wat en wanneer dan de Sint en Piet na alle zorgen voor kostuum, omkleedpartij, baard plakken, pruiken passen, schminken, zwart maken, waar is nou de roe weer?, is er wel genoeg strooisel?, eindelijk opkomen en dan al na tien minuten klaar zijn, vinden we dat wel wat mager. En toch zouden we dat moeten kunnen aanvaarden. Sint kan wel een kind of wat bij zich roepen en de goede informatie uit zijn boek laten blijken, alles met takt en positiviteit, en vooral niet moraal-predikend: Denk er om dat ik het volgend jaar nu eens een heel flinke Wim hier vind… maar hij mag toch niet de gezellige opa worden, bij wie je op schoot klimt en die je eens aan z’n baard trekt. Als in een droom en sprookje moet alles voorbijgaan. Terwijl nog naar de gestrooide pepernoten wordt gegrabbeld, zijn de hoge gasten al weer op terugweg naar Spanje. Belangrijk zijn voor onze jonge kinderen echte, van levenswijsheid vervulde beelden, waardevol voor ieder, die in een tijdperk van vele surrogaatbeelden een jaarfeestcultuur als tegenwicht wil opbouwen. En de levenswijsheid van onze nationale 5-decemberheilige is van voldoende gewicht: naamloos schenken en steeds geneigd tot inkeer en zelfkennis. Wanneer we deze tendensen doortrekken in het sociale en politieke vlak, zouden we kunnen stellen: Sint is niet antiek, hij is van onze tijd, ja, onze tijd vooruit. En hij bestaat! Dat houden we niet alleen vol tegenover de kleintjes die ‘er nog in geloven’.
Zou het mogelijk zijn dat een vereerde persoon, wiens naam van Rusland tot Amerika wijd en zijd bekend is, alleen maar een fantasieproduct van wensdromen is? Wie alleen het materiële bestaan acht en al het geestelijke als product van onze hersenen, kan daarmee leven. Doch wie overtuigd is dat al het wezenlijke stamt uit de inspiratie en werking van wezens, al of niet op aarde levend, rekent Sint-Nicolaas daaronder. Hij kan als inspirator vanuit een hoger gebied de Sint-Nicolaasvoorstelling bij mensen door vele eeuwen heen niet alleen levend houden, doch ook verrassende vernieuwingen doen ondergaan.
(Frans Everga, Jonas 7, *29-11-1985*)
*Een racistpurist meent hierin te kunnen lezen dat hier gepropageerd wordt dat het blanke ras het ideaal is. Dit ‘blanke’ doet ons veel meer denken aan de ‘blanke pit’: je kan menen dat het allemaal wel goed zit met je, maar uiteindelijk….’
Dat heeft met racisme natuurlijk niets van doen, alleen met de ziekelijke instelling van deze purist.
Op deze blog geldt in ieder geval:
Als eigenaar van deze blog neem ik afstand van iedere racistische tekst en laat het oordeel ‘obscuur’ voor rekening van de purist(en).
Een motief daarvoor is o.a.
“Wie het tegenwoordig heeft over rassen, naties en stamverbanden als idealen, die spreekt vanuit impulsen die de mensheid ontredderen. En als hij meent met deze zogenaamde idealen de mensheid te dienen, dan is dat onwaar. Want niets zal de neergang van de mensheid meer bevorderen, niets de vooruitgang meer belemmeren, dan het zich beroepen op en het vasthouden aan idealen van ras, volk en bloed,” aldus Rudolf Steiner in een voordracht op 26 oktober 1917 te Dornach in Zwitserland.
.
Sint-Nicolaas: alle artikelen
Jaarfeesten: alle artikelen
VRIJESCHOOL in beeld: Sint-Nicolaas
.
310-290
.
In dit artikel is vooral sprake van de individuele mens, wanneer de schrijver van het artikel wijst op het positieve en minder positieve dat in ieder mens aanwezig is: Leven we
gewoonlijk met de voorstelling over onszelf als toch wel aardig geslaagd en in elk geval tot het betere deel van de mensheid behorend, confrontatie met onze donkere zijden zou ons verder helpen.