Tagarchief: Kaspar Hauser

VRIJESCHOOL – Vertelstof – Kaspar Hauser (2)

.

Op de Wikipediapagina ‘Kaspar Hauser‘ wordt melding gemaakt van een DNA-onderzoek, waaruit zou blijken dat Kaspar Hauser niet het kind is van Karl van Baden en Stephanie de Beauharnais.

.

KASPAR HAUSER

In het vorige nummer van Jonas [hier te vinden] heeft Claartje Wijnbergh de levensloop van Kaspar Hauser beschreven. Nu zal worden getracht deze dramatische biografie in een groter kader te plaatsen. Een volgend artikel [niet op deze blog] zal deze motieven dan in verband brengen met de actuele politieke gebeurtenissen van onze eeuw.

Kort nog even de feiten: geboren op Michaëlsdag 1812 als Prins Max von Baden; direct verwisseld met een stervend kind en elders opgevoed; op zijn 3e levensjaar ingekerkerd en vrijwel volledig afgeschermd van zintuiglijke indrukken en menselijke contacten; Pinksteren 1828 (16 jaar oud) verschenen in Neurenberg als een halfmenselijk wezen; even voor Kerstmis 1833 (21 jaar oud) laaghartig vermoord.
Onthutsende feiten! Geen wonder dat over het hoe en waarom van deze zaak velerlei speculaties de ronde doen. Gewoonlijk houdt men het op een moerassige troonopvolgingsstrijd. Op de vraag waarom men hem dan niet direct heeft gedood, zou geantwoord kunnen worden: een luguber experiment met de mens.

Iets ‘experimenteels’ lijkt er inderdaad in te zitten, anders had men hem immers niet meer uit zijn kerker los gelaten. Maar ook de navolgende gedachtegang lijkt plausibel.
Het gaat hier om veel meer dan een simpele troonkwestie. ‘Men’ verwijdert Prins Max von Baden van zijn eigenlijke plaats en laat hem gedurende de eerste drie jaren van zijn leven ‘normaal’ opgroeien. Pas dan snijdt men hem af van elke verdere menselijke ontwikkeling.’Het moment geeft te denken. Eerst stelt men het zielegeesteswezen van deze mens in de gelegenheid om zich via de oer-stappen van het lopen, spreken en denken diep in zijn lichaam te incarneren. Om vervolgens zodanig in te grijpen dat zijn verdere incarnatie- en ontwikkelingsweg totaal wordt verkracht.

Maar hij sterft niet, mag niet sterven. Hij blijft gebonden aan zijn lichaam. Hem te doden was kennelijk te riskant. Immers, als men hem ‘gewoon’ had gedood, had zijn zielegeesteswezen de mogelijkheid gehad ofwel om zijn afgestopte impuls vanuit de geestelijke wereld verder gestalte te geven, ofwel om snel te reïncarneren. Kennelijk wilde ‘men’ iets afbreken. Iets wat van groot belang was voor de positieve ontwikkeling van de cultuur. Wat zou dit dan kunnen zijn?

Kaspar Hauser leefde in de tijd van de nagalm van de Franse revolutie. De idealen: vrijheid, gelijkheid en broederschap waren echter gesmoord onder Romeins machtscentralisme. Karl Heyer spreekt het vermoeden uit dat Max von Baden vanuit de geestelijke wereld de opdracht zou hebben gehad om aan deze idealen opnieuw kiemkracht en levenskans te geven. Hoe is deze suggestie te plaatsen? Dat het hier om een impuls van betekenis gaat, is af te lezen uit het feit dat Rudolf Steiner een maatschappelijke driegeleding lanceerde waarin we deze drie idealen terugvinden. Net zoals je in de mens onderscheid kunt maken tussen de functies van denken, voelen en willen, elk met z’n eigen karakteristieken, zo kun je ook in de ‘grote mens’, in het sociale organisme drie gebieden onderscheiden en onderzoeken op hun specifieke ‘ wetmatigheden.

Vrijheid en cultuurleven:
alleen als er in de sfeer van de gedachten en de ideeën onvoorwaardelijke vrijheid heerst kan de cultuur bloeien; voor dit gebied geldt bij uitstek het ‘geen twee mensen zijn gelijk’; hier moet onbeperkte ontplooïngsruimte zijn voor het oer-individuele.

Gelijkheid en rechtsordening:
hier geldt het: ‘alle mensen zijn gelijk’ in de zin van gelijkwaardigheid en gelijke rechten hebben op een menswaardig bestaan.

Broederschap en economie:
daar waar de bestaansbasis van het leven wordt verzorgd, staat alles met alles in samenhang; vanuit de individuele talenten draag je bij tot het geheel, in grondrechtelijke gelijkheid neem je er aan deel.

Waar deze oerkrachten van het maatschappelijk handelen door elkaar worden geklutst, ontstaat chaos. In het groot wordt dit bijvoorbeeld duidelijk aan de oost-west-polarisatie. Het kapitalisme oefent via de machtsaspecten van de economie een knellende greep uit op het rechtsleven (klassenjustitie) en de cultuur (conditioneren en gelijkschakeling). Het communisme heeft zijn machtscentrum in het rechtsleven en dirigeert van daaruit economie en cultuur op dwingende wijze. In geen van beide systemen is plaats voor de mens. Voor kleinschalige voorbeelden zij verwezen naar de serie van Bos, Brüll en Henny. [1] Een menswaardige toekomst staat en valt met het serieus nemen van de sociale driegeleding. Het verder ontwikkelen en concretiseren ervan behoort tot wezenlijke opgaven van onze tijd.

De Franse revolutie is daarmee te zien als een kiem, als een eerste aanduiding van wat later in het Michaëlische tijdperk tot volle ontplooiing wil komen. Toen Rudolf Steiner de driegeleding in de wereld zette, was het Baden-Würtenberg waar het bijna tot een doorbraak is gekomen. Hetzelfde gebied waar Prins Max von Baden normaliter zijn intenties had kunnen realiseren. Als een vorst met een invloedrijke positie in de internationale politieke constellatie van die dagen.

Als Max von Baden kreeg hij geen kans. Maar als Kaspar Hauser heeft hij ondanks alles toch iets grandioos voor de mensheid gedaan, ook al lijkt het alsof het van buiten af aan hem is gedaan.
Ik doel hier op het pedagogische motief, dat door Claartje Wijnbergh is beschreven. En inderdaad, Kaspar Hauser moet een zeer bijzondere persoonlijkheid geweest zijn – ook zonder dit bizarre lot. De sensatiepers maakte hem natuurlijk tot een beroemdheid, maar Kaspar Hauser werkte ook door wat hij was. Goedwillende mensen waren diep onder de indruk van wat er van zijn wezen uitging. Zo iemand was Daumer (niet Danner), degene die hem van begin af aan in zijn hart heeft gesloten. Hij was het die K.H. opnieuw het leven heeft binnengeleid. Rudolf Steiner noemt Daumer een der laatsten uit de stroom der ware rozenkruisers; hij spreekt over hem als een moreel zeer hoogstaand mens. En deze Daumer heeft Kaspar Hauser herkend. Niet als een vorst met een belangrijke maatschappij-vernieuwende opdracht, maar als een individualiteit van het hoogste niveau. Maar een individualiteit zonder de geëigende instrumenten! Door een zwart-magische manipulatie is deze mens uit zijn baan geslingerd en ingekerkerd in een vernielde lichamelijkheid die hem tot gevangenis werd. Of toch niet? Waarom moest hij op zijn 21e alsnog worden gedood? Omdat het spel politiek te gevaarlijk werd? Of omdat een mens rond zijn 21e zijn eigenlijke ik-geboorte beleeft en dit bij een persoonlijkheid als Kaspar Hauser betekenen dat hij tóch zou gaan doorbreken? Met de Christusimpuls had hij zich immers reeds uitermate intens verbonden?

De hele 19e eeuw heeft het nog nagegonst. Politiek bleef het een heet hangijzer. Louche diplomatie moest de waarheid toedekken, totdat de bewuste troon niet meer bestond en de betrokkenen in het verleden waren verdwenen.

In onze eeuw groeide ook de belangstelling in de persoon van Kaspar Hauser. Van de voortreffelijke roman van Jacob Wasserman tot de degelijke beschouwingen van Pies Heyer. [2] En toen Rainer Fassbinder twee jaar geleden met zijn film over Kaspar Hauser kwam, stonden de kranten ineens weer vol over hem. Zeer oppervlakkig weliswaar, maar toch, hij leefde weer. Het is als een boodschap van onverwoestbaarheid van het hogere in de mens: de ware mens is niet klein te krijgen!

Als je de idealen van de Franse revolutie wil opvatten als serieus voorwerk voor het Michaëlische tijdperk, kun je het volgende opmerken. Tijd wordt gekenmerkt door wetmatigheden van ritme en spiegeling. Rudolf Steiner wijst erop dat je in een bepaald tijdsverloop elk tijdstip kunt nemen als spilpunt en dat je ten opzichte daarvan spiegelingen kunt uitvoeren die dan altijd onderlinge samenhang blijken te vertonen. Zelf past Rudolf Steiner dit nogal eens toe op het jaartal 1879. Het tijdstip waarop de aartsengel Michaël de leiding van de
cultuurontwikkeling op zich neemt. Als we nu de Franse revolutie (1789) spiegelen om 1879, dan komen we in 1969. De tijd van de studentenrevoltes! Begonnen in datzelfde Parijs (’68) omspoelt een vloedgolf van nieuwe vrijheidszin de aarde, van Berkley tot Tokio. Het establishment wordt ontmaskerd als repressief tolerant, de ketening van de vrije mens wil doorbroken worden. Het bankroet van de op economische machtsmiddelen gebaseerde consumptiemaatschappij lijkt volledig. Het ware beeld van de mens, met name het vrijheidsaspect, lijkt even door te breken. Over de hele wereld grijpen (jonge) mensen nieuwe idealen voor een menswaardiger samenleving; Michaëlische wil vlamt op. Maar het vuur dooft snel. De gezonde ideeën en oordelen om deze wilsimpuls op adequate wijze in het bewustzijn te verheffen, ontbreken. Herbert Marcuse, dé ideeënleverancier voor deze generatie, is fervent neo-marxist. In zijn ‘eendimensionale mens’ geeft hij een briljante analyse van de onder-drukkingstechnieken van de gevestigde orde. Maar het is pure afbraak; werkzame alternatieven geeft hij niet, evenmin als vele andere ‘vernieuwers’. De heilloze links-rechts-polarisatie, compleet met politiek georiënteerde moord en doodslag, is er het gevolg van. En nu, net als na de Franse revolutie, is alles weer gesmoord onder staatscentralisme. De Michaëlische impuls in de mensenzielen vindt wederom niet het juiste voertuig om de cultuur binnen te rijden. Dat is het kernthema van onze tijd. Aan de ene kant alom positieve intenties, mensen op zoek naar het menswaardige, op zoek naar geestelijke vrijheid en broederlijk samen werken.

Aan de andere kant toeslaand dirigisme, consumentenverslaving, automatisering, schaalvergroting – het uitschakelen van de mens. In termen van geestelijke wezens die dit impulseren: Michaël contra Ahriman, het licht tegen de duisternis.

In het lot van Kaspar Hauser zien we een welbewuste ingreep die te maken heeft met zowel grote politiek als zwarte magie. Zwarte magie omdat de machten achter de schermen deskundig misbruik maakten van occulte realiteiten (incarnatieblokkade etc.). Grote politiek omdat baanbrekende maatschappelijke impulsen werden afgestopt.

Ook de driegeleding van Rudolf Steiner werd op een beslissend moment teruggewezen. De recente studentenbeweging is allang weer ingepakt in mens-vijandige systemen. Van Kaspar Hauser tot nu hebben de machinaties van de zwarte lijn grondig effect gesorteerd.

In verschillende voordrachten waarschuwt Rudolf Steiner voor ‘de broeders van de duisternis’, die vanuit het Angelsaksische element via de werktuigen van politiek en economie drastisch ingrijpen in het wereldgebeuren. Hun macht is mede gebaseerd op een superieure deskundigheid inzake de geesteswetenschap.

Het is de verdienste van mensen als Gary Allen en Edward Griffin dat dergelijke manipulaties nu ook concreet zijn aan te wijzen.

In een volgend artikel zal[niet op deze blog]  worden getracht een aantal gegevens zodanig te ordenen dat het grote spel achter de schermen ook voor ons doorzichtig kan worden. Het zal daarbij van het grootste belang zijn om mogelijke antwoorden te vinden op de vraag: ‘wat kunnen gewone mensen daar nu aan doen?’

Maarten Ploeger, Jonas 5, 04-09-1977

.

[1] Jacob Wasserman Caspar Hauser
Pies, Heyer: Caspar Hauser
Fassbinder, film

H.P. van Manen, Kaspar Hauser
Paul Heldens: Kaspar Hauser

[2] Bos, Brüll, Henny: Maatschappijstructuren in beweging

.

Kaspar Hauser [1]

.

1719-1613

.

.

VRIJESCHOOL – Vertelstof – Kaspar Hauser (1)

.
Op de Wikipediapagina ‘Kaspar Hauser‘ wordt melding gemaakt van een DNA-onderzoek, waaruit zou blijken dat Kaspar Hauser niet het kind is van Karl van Baden en Stephanie de Beauharnais,

KASPAR HAUSER

Wij gaan ergens op bezoek: er is een kindje geboren. We kijken, wie er in onze vriendenkring bijgekomen is en begroeten de nieuwe aardeburger met een geschenk. Niet alleen wij hebben iets meegebracht, het kind zelf kreeg op zijn reis naar de aarde drie grote gaven mee: het vermogen tot lopen, spreken en denken. Het zijn gaven die alleen in de mensengemeenschap tot ontplooiing kunnen komen; wolfskinderen bijvoorbeeld lopen op alle vier de ledematen en stoten dierengeluiden uit.

De eerste weken is er alleen de glimlach, die hemelse glimlach, die even over het gezichtje trekt en langzaamaan tot een ontmoeting wordt tussen het kind en jou. Die eerste weken ga je met grote schroom naar het wiegje toe – want de nieuwe aardeburger is nog voor een groot deel hemelburger. En jij mag getuige zijn van een wereld, waar je anders nauwelijks toegang toe hebt. Je moet ook léren zien wat er te zien is. Je moet er aan wennen, om met andere ogen te kijken, andere zintuigen te gebruiken, als je naar een wiegenkind kijkt. En als je in je leven niet steeds weer gebruik maakt van de gelegenheid om even de glans van die andere wereld op te vangen, verleer je die kunst het onzichtbare te zien weer snel.

Na enkele maanden, voor de één wat later dan voor de ander, wordt het eerste geschenk zichtbaar: het kind gaat zich oprichten, beginnend met het zware hoofd. Een geheimzinnige wil doorstroomt het lichaam, dag in dag uit wordt nu gewerkt en geworsteld. Bij stukjes en beetjes wordt nu de ruimte veroverd. Wie kent niet het beeld van het kindje, dat zich vastklampt aan een stoel of de boxrand, tot het omvalt van moeheid, om onmiddellijk daarna wéér een poging te wagen?

Dan komt het ogenblik, waarop het eerste stapje gezet wordt. Het is een gebeurtenis, waarbij je in spanning toekijkt, waarbij je iets mee kan beleven van de triomf: de zwaarte werd overwonnen – een mensenkind staat opgericht tussen hemel en aarde als een vrije zelfstandige individualiteit, dat zijn levensweg op de aarde kan gaan.

De volgend fase breekt aan – een tijd van onvermoeibaar oefenen van geluidjes, van eindeloze klankgrapjes, tot, met een ongelooflijke reinheid en zuiverheid de eerste woordjes gevormd worden. Muziek zijn die eerste woorden, zonder zwaarte, zonder accent, zonder vertroebeling.
Na het leren lopen is er de tijd en de kracht voor het spreken. Het kind heeft nu de mogelijkheid om door middel van de taal verbindingen aan te gaan met de andere mens.
Nu kan op grond van het spreken het derde geschenk, het denken, tot ontplooiing komen. Je kan zien hoe het licht van het denken zijn intrede doet, hoe verbanden worden gelegd en vragen worden gesteld over die interessante wereld.

Als de eerste drie jaren voltooid zijn, gaat het kind ‘ik’ zeggen en krijgt het zijn eerste herinneringen. De mens heeft de gave gekregen zich denkend met de aarde te verbinden, maar ook de mogelijkheid om de weg tot de geestelijke wereld terug te vinden.

Wat moet het betekenen voor een mens als hem deze drie geschenken ontnomen worden? Als je als kind van 4 jaar in een hol wordt gestopt, zonder licht, zonder te kunnen staan, zonder mensen te spreken of te zien?

Tot nu toe hebben nasporingen onder andere het volgende opgeleverd:

Op 29 september 1812 werd een kind geboren, zoon van Karl van Baden en Stephanie de Beauharnais, pleegdochter van Napoleon. Na enkele dagen sterft de kleine troonopvolger, maar geruchten doen de ronde, dat hij in werkelijkheid het doodzieke kind van Blochmann, een lid van het personeel was, dat met de troonopvolger heimelijk verwisseld was. Tot zijn 4e jaar is de eigenlijke troonopvolger verzorgd geweest door een Franse hofdame op afgelegen kastelen. Toen moet hij omstreeks zijn 4e jaar in het hol zijn gebracht, waar hij leefde op water en brood, in het donker, met als enig gezelschap een houten paardje. Van tijd tot tijd smaakte het water bitter en viel hij in diepe slaap. Als hij ontwaakte, was hij verschoond en stond er opnieuw water en brood klaar.

Omstreeks zijn 16e jaar wordt hij uit het hol gehaald en na enige hardhandige oefening in lopen en spreken duikt lij plotseling in Neurenberg op: op Pinkstermaandag van het jaar 1828 staat daar een jongen, gekleed in een boerenkiel en met versleten laarzen aan, waar het bloed uit sijpelt. Hij wankelt over het stille plein en brabbelt onverstaanbare klanken. Het enige wat hij schrijven kan, is zijn naam: Kaspar Hauser.

Hij wordt naar de gevangenis gebracht – de enig juiste plek voor een boerenjongen die teveel gedronken heeft. Daar is hij al gauw een bezienswaardigheid voor het volk om de grimassen die hij maakt bij ruwe stemgeluiden, om de panische angst, als hij buiten fanfaremuziek hoort, om de naïviteit, waarmee hij naar de maan aan de hemel grijpt of naar de rode daken, die door het hoge vensterluik te zien zijn. Hij heeft een afschuw voor voedsel, behalve voor water en brood. Hij vertoont een lichte dronkenschap, als hem bier onder de neus wordt geduwd. Ook de autoriteiten komen kijken. De arts vindt merkwaardige fenomenen, zoals een geheel zachte voetzool, waarop nauwelijks gelopen is. In zittende houding met gestrekte benen is er zelfs geen papier onder het kniegewricht door te schuiven. Later blijkt, dat hij een boek kan lezen in het donker, metalen onderscheidt op de tast. Tot het moment dat hij vlees gaat eten, hebben de dieren een bijzondere relatie met hem, waaruit een groot vertrouwen spreekt. Men spreekt over hem als: het raadsel van zijn tijd.

De stad besluit hem een opvoeding te geven. Hij komt in huis bij Prof. Danner, een man, die Kaspar Hauser met grote liefde en eerbied voor zijn persoonlijkheid, opneemt en hem de wereld binnenleidt. Nauwgezet beschrijft Danner in uitvoerige protocollen, wat hij waarneemt en beleeft aan Kaspar Hauser. Hij beschouwt het als een uiterst verantwoordelijke taak ‘het kind van Europa’, zoals Kaspar Hauser al gauw genoemd wordt, op te voeden. Naast de ongewoon scherp ontwikkelde zintuigen, valt op hoe Kaspar Hauser een wonderbaarlijk goed geheugen heeft, zodat hij in korte tijd veel leert. De onschuld, reinheid en goedheid, die van hem afstralen, doen denken aan een paradijsachtig wezen – een Adam vóór de zondeval.

Als Kaspar Hauser voor het eerst de sterrenhemel ziet, is hij verrukt -wordt dan stil en moet huilen. Later zegt hij, dat een van de ergste dingen, die de man, die hem gevangen hield hem aangedaan heeft is: ‘dat ik de sterren niet mocht zien!’

Hij verwondert zich over kleine kinderen:‘Wat zijn dat voor kleine mensjes?’. Hij vraagt, wie de blaadjes aan de boom uitgeknipt heeft. Een godsbegrip heeft hij niet. ‘Heeft iedereen een vader en een moeder?’ En na de eerste bewuste blik in de spiegel, vraagt hij zich af: ‘Wie ben ik?’

Na de eerste moordaanslag, waarbij Kaspar Hauser verwond raakt, wordt er naar een ander tehuis voor hem gezocht. Na enkele omzwervingen komt hij tenslotte in huis bij een zekere Meyer, een uiterst droge, burgerlijke schoolmeester, die Kaspar Hauser in een streng regime van leren, werken, eten, slapen ‘opvoedt’. Ogenschijnlijk verduistert Kaspar Hauser’s wezen en wordt hij tot een simpele kantoorklerk. Innerlijk echter vindt hij de weg tot herinneringen en beelden, die diep in de ziel verborgen zijn. Hij heeft merkwaardige dromen, die hij in zijn dagboek optekent. Door de Catechisatielessen vindt hij de weg tot Christus. Op 17 december 1833 sterft hij aan de gevolgen van een nieuwe moordaanslag, verguisd door zijn tegenstanders, geliefd bij zijn vrienden.

In een tijd, waarin het materialisme hoogtij vierde, leefde dit ‘kind van Europa’. Door de ‘traagheid der harten’, zoals Jacob Wassermann in zijn beroemde roman schrijft, blijft Kaspar Hauser een raadsel voor ons.

Rond dit mensenkind is veel niet herkend, is er niet gestreden voor de ontplooiing van zijn persoonlijkheid, integendeel, zijn zijn vermogens beknot en verminkt. Hij werd tenslotte vermoord.

Je kan je afvragen, of dit ‘kind van Europa’ niet een waarschuwingssein is. Het is een lot, dat miljoenen kinderen kan wachten. Want zien onze kinderen in de grote steden de sterrenhemel nog? Weten zij, van wie ze afstammen – van goddelijke oorsprong of van de aap? Kennen zij hun vaders en moeders? En leren zij zichzelf kennen? Leven zij ook niet als op water en brood, gekooid en gekerkerd in een wereld, waar de krachten van het kind niet herkend worden?

Rudolf Steiner wees ons op de veranderingen in het tijdsbeeld aan het einde van de 19e eeuw. Hij leerde ons zien hoe de dageraad van een nieuwe tijd zich in de zielen van de mensen aankondigt.

De werking van de huidige tijdgeest, van Michael, wordt zichtbaar in veranderende opvattingen, in een kosmopolitisch wereldbeeld, in vernieuwende tendensen op velerlei gebied. Michael roept ons op, mee te werken een wereld, waar de mens de poorten van de geestelijke wereld weer geopend vindt. Rudolf Steiner gaf gehoor aan de wekroep van Michael, toen hij op de vraag van Emil Molt een nieuwe, Michaelische pedagogie inaugureerde, waarin het drieledige mensenbeeld centraal staat.

Maar wij allemaal kunnen de ‘traagheid des harten’ overwinnen en ieder op ons eigen werkterrein – thuis, in scholen, kantoren en fabrieken -, een omgeving scheppen waarin de mens mogelijkheden tot ontplooiing en rijping vindt, waar hij zijn eigen weg kan herkennen, in samenwerking met andere mensen en waar hij mee kan bouwen aan een wereld, waarin de geest werkzaam wil zijn.

Claartje Wijnbergh, Jonas 4, 21-10-1977

.

H.P. van Manen, Kaspar Hauser

.

Biografieën: alle artikelen

.

1718-1612

.

.