Tagarchief: huizenbouw

VRIJESCHOOL – 3e klas – huizenbouw (4-4)

.

HUIZEN BOUWEN

Achter in de klas staan op de kast vijf houten bakken, gevuld met zand en in elke bak groeit langzaam een huis. Als we bezig zijn is de klas een en al bedrijvigheid: er wordt gemetseld, getimmerd, cement* klaar gemaakt, gevijld en gezaagd en de onderdelen worden in elkaar gepast.

Aan het begin van de periode hebben we eerst naar aanleiding van een verhaal, met elkaar gepraat over allerlei dingen die met wonen te maken hebben en hebben het huis waarin we graag zouden willen wonen, getekend.

Daarna zijn we eens gaan kijken wat voor soorten huizen er allemaal zijn en wat voor huizen er vroeger gebouwd werden.

Er kwam een geweldige lijst van mensen die allemaal meewerken om een huis te bouwen en we konden zo een heleboel beroepen even onder de loep nemen. We hoorden over de architect en zijn tekeningen en maakten zelf een plattegrond van de benedenverdieping van een huis. We leerden dat een metselaar allerlei soorten muren kan maken.

We tekenden in ons schrift een paar van deze verbanden en verschillende kinderen ontdekten daarna zelf buiten nog andere verbanden. De school zelf was bijvoorbeeld in kettingverband gemaakt. Ook leerden we nog allerlei dingen over het gereedschap en het materiaal dat door de timmerman en de metselaar wordt gebruikt.

Aan het eind van die eerste week werd het steeds moeilijker om nog naar die lege bakken achter op de kast te kijken en gelukkig maakten we op die zaterdag de plannen voor de volgende maandag.

We gingen vijf verschillende soorten huizen bouwen: een huis van bakstenen (de bakstenen hadden we in de loop van de eerste week met vereende krachten gemaakt), een blokhut, zoals de vader van Laura en Mary bouwde, een huis van natuursteen, een vakwerkhuis en een plaggenhut. De laatste drie hadden we aan het begin van het jaar gezien op ons schoolreisje naar het Openlucht Museum. Na het weekend konden we dan, na nog een korte werkbespreking, met het bouwen beginnen.

Elk huis schoof elke dag door naar een volgende groep, zodat we aan elk huis konden meebouwen. We ontdekten dat het helemaal niet zo eenvoudig was om een stevige rechte muur te bouwen, maar toch groeiden de huizen elke dag verder en zullen na nog een paar dagen hard samen werken hun voltooiing bereiken.
.

Frans Geus, Geert Grooteschool, Amsterdam, mei 1976

.
*cement is het poeder, dat samen met water en meestal met zand vermengd, specie vormt.
.

3e klas heemkunde: alle artikelen

3e klas: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld3e klas heemkunde

.

1436

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – 3e klas – heemkunde – huizenbouw (4-3)

.

huizenbouw in de derde klas

Ha fijn, huizenbouw. De hele klas gonsde van genoegen. Vol goede moed en met een blijde verwachting in hun ogen kwamen de kinderen – op maandagmorgen de klas in. Het beloofde een periode te worden vol verrassingen en fijne dingen. Nadat ik. maandag verteld had hoe Jabal, zoon van Kain, het eerste huis bouwde en hoe de mensen in die tijd hun hutten hadden gebouwd van takken en zand, gingen we het dinsdag zelf proberen in het bos. De drie groepen kinderen begonnen ijverig te sjouwen met takken, De eerste groep bouwde over een kuil ’n vlechtwerk van takken, takjes en bladeren heen, dat steunde op een stevige paal. De volgende groep koos een mosrijk stukje grond waar een boom bij stond. Deze boom had een lage vertakking zodat er met behulp van twee vorkachtige palen een driehoekig huis ontstond, want drie dwarspalen werden tussen de vork van de drie “steunen” geplaatst. Tegen deze dwarspalen werden takken neergezet en er bovenop een bladerdak. De derde groep bouwde rond een kuil en ’n boom een ronde hut. De takken werden tegen de boom aan gezet, daar waar een vertakking was. Sommige meisjes begonnen hun hut al gezellig te maken voordat de muren klaar waren.

Toen het tijd was om terug naar school te gaan zijn we met elkaar de hutten gaan bekijken. Alle drie waren het gezellige hutten, warm en veilig. Op school schreven en tekenden de kinderen in hun periodeschrift hierover.

Niet altijd hebben de mensen hun huizen van hout gemaakt. Immers, niet in elk land is er volop hout. Waar het koud is en altijd vriest, bouwen de mensen hun huizen van ijs – waar het droog en warm is maken de mensen huizen van doek – waar veel bergen zijn bouwen de mensen hun huizen van brokken steen – waar veel water en klei is, maken de mensen hun huizen van bakstenen. Uit het water en de klei vormen ze stenen en bakken die in hete ovens.

Met cement bouwen de mensen van deze stenen een muur en dat ging de derde klas ook leren.

We trokken, gewapend in overall of in werkkleding, naar de technische school op de Dijnselburgerlaan, waar we hartelijk ontvangen werden door de metselleraar in zijn grote metselklas. Aan een kant van de klas waren jongens bezig allerlei verschillende muurtjes te bouwen. Aan de andere kant stonden speciale tafels klaar waar wij op mochten metselen. Grote emmers specie en stapels stenen. De metselleraar liet zien hoe hij met zijn troffel de eerste laag specie op de tafel neerlegde. Daarna mochten de kinderen met z’n vieren aan een tafel (twee aan elke kant) het ook proberen. Vakkundig werd de eerste laag specie aangelegd, nadat er flink geoefend was kon het echte werk beginnen.

Hoe stoer stonden daar die kleine derdeklassers met hun grote troffels steen voor steen neer te zetten in de specie. En laag voor laag groeide daar een muurtje in halfsteensverband. Jammer dat de tijd juist dan zo snel gaat en dat de muurtjes weer afgebroken moesten worden en de stenen schoongemaakt. Maar we wisten in ieder geval hoe we moesten metselen. De volgende dagen hebben we veel samen gepraat over hoe je huizen bouwen moest en telkens ontdekten we weer nieuwe dingen. Elk huis heeft een stevig fundament nodig, anders is het niet stevig genoeg. We oefenden ijverig de verschillende verbanden. We tekenden ze heel precies op een groot stuk papier. Dat was behoorlijk moeilijk want als je de ene kop (dit is de korte kant van de steen) kleiner maakte dan de andere, dan klopte het hele verband niet. We leerden veel vaktermen: de kop is dus de korte kant van de steen. De strek de lange kant. Is er een laag van alleen koppen dan is dit een koppenlaag en een laag met alleen strekken heet een strekkenlaag. De specieranden tussen de stenen heten voegen. De horizontale voegen zijn lintvoegen en de vertikale stootvoegen. Bij een verband moeten stoot- en lintvoegen op een zodanige afstand van elkaar zijn dat de muur stevig wordt en niet omvalt. Dit hebben de kinderen zelf ontdekt toen ze aan het oefenen waren met “droge” stenen die vooraan in de klas op een tafel lagen.

Over het bouwen van een huis speelden we toneel. De gravers, heiers, metselaars, timmerlui, leidekkers, schilders, stucadoors, schrijners vulden de klas met hun gereedschap. Elk beroep werd door en door beleefd en met enthousiasme en ernst gespeeld. Jongens, wat was dat een feest, samen te bouwen aan een warm en gezellig huis. En de pret kon niet op toen we samen naar een steenfabriek gingen in Lienden.

In auto’s met de pont over het water, een steenfabriek vol dichtgevroren plassen – heerlijk baantje glijden; over enge bruggetjes lopen die tussen de machines in stonden en ademloos kijken hoe daar honderden, duizenden stenen gevormd werden uit die grote vette brokken klei; de lange hoge droogovens waar de stenen in drogen en dan het meest spannende van allemaal: de vuurovens. Als je door een luikje keek zag je langwerpige vlammen uit ’t plafond komen die vreselijk heet waren. We hebben lang naar het vuur staan kijken Na al die hitte was een flesje prik nog lekkerder dan anders en na een dankuwel aan de vriendelijke meneer en nog één keertje baantje glijden terug naar school.

De kinderen hebben genoten van dit alles. Heel belangrijk voor ze was de beleving, dat de vier elementen nodig waren voor het bouwen van ons huis en hoe alles in z’n werk ging. Ze hebben stenen gevoeld, ze hebben gezien hoe stenen worden gemaakt, ze hebben leren metselen, Ze hebben gegraven, geheid, gemetseld, getimmerd, daken gesloten, geschilderd, meubels gemaakt. We hebben op straat naar de verschillende vormen van huizen gekeken en naar hun verbanden.

We hebben bij de bouw van ’n huis stilgestaan, een huis om in te wonen. Samen met elkaar, maar ook ons eigen huis. Dat huis dat een derde klasser die naar z’n 10e levensjaar gaat, voor zichzelf moet gaan bouwen. Ons huis met een stevig fundament. Dat huis van het kind zelf van waaruit het de wereld kan gaan bekijken.

Tine Timmermans-van Merwijk, nadere gegevens onbekend)
.

huizenbouwspel; de paalwoning; voorbeelden van huizen

3e klas: Alle heemkunde-artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: 3e klas heemkunde

866

VRIJESCHOOL – Heemkunde – 3e klas (4-1)

.

HUIZENBOUWPERIODE IN DE DERDE KLAS

Op de lang verwachte morgen waarop in de derde klas de huizenbouwperiode begon,  stapten de kinderen – vele met zware tassen beladen ~ ongeduldig de klas binnen. Van thuis meegebrachte hamers, troffels, voegspijkers en zagen gingen van hand tot hand en werden met kenners­blik gekeurd. Maar ook gingen de kinderen nieuwsgierig langs de vogel­nesten, slakkenhuisjes, zeeappels, die op een tafel waren uitgestald. Huizen?

Daarover ging ons eerste gesprek. Ook sommige dieren maken ‘huizen’ – maar hoe komt het dat zwaluwen altijd dezelfde nesten maken, dat slakken nooit eens een buitenissige kronkel bouwen? Hoe komt het dat mensen steeds weer verschillende huizen kunnen bouwen? Een open vraag, die bleef staan tot het einde van de periode. In de vier daar­op volgende weken ‘groeide’ langzamerhand het huis van fundament tot nok. We maakten zelf bakstenen ‘gezand en ‘geplaamd’, heiden met katrol en gewicht, tekenden plattegronden, goten met – kippengaas – ge­wapend beton, metselden een grote plantenbak,  bouwden met zand….

Vlak bij school konden we van dag tot dag het bouwen van een nieuwe woonwijk volgen,  terwijl de uitvoerder ons voorging van spouwmuur naar spant. Maar ook in de klas schoten huizen als paddenstoelen uit de grond – niet met stenen, maar met woorden:

Wij mengen kalk,  zand en cement
Met water in ons instrument.
Rommel, dommel, dommel, dan
Draait die molen om en om.
Ho maar, Keesie! Goeie specie!

Zodra meester met de troffel specie aanmaakte, werd het onvermijdelijk : ‘Ho maar, meesie!  …’

De huizenbouw – gedichten en prozateksten werden op schrift gesteld, begeleid door tekeningen. Met zelfgemaakte héél kleine heipaaltjes (om een lucifer de grond in te slaan]) met bouwtekeningen, waterpas en schietlood kwamen de kinderen naar school.

In de derde klas verlaat het kind zijn oude, sprookjesachtige klein kinderparadijs. Hij opent zijn ogen voor de werkelijkheid om hem heen. Het is de taak van de opvoeder, hen een zinvolle en overzichtelijke realiteit te laten beleven. Dat wordt geprobeerd in een dergelijke periode.
Op deze leeftijd verinnerlijkt zich langzamerhand het zielsleven van het kind. Het beleven van een ‘buiten’ en ‘binnen’ van een omhulling die buiten- en binnenwereld scheidt, (dat is immers de functie van een huis), is tegelijk beeld voor datgene, wat zich in de kinderen afspeelt.
We eindigen, zoals we begonnen waren: met vragen. Het antwoord daarop was tegelijk voorspel van de dierkundeperiode, die in de vierde klas gegeven wordt. We spraken over de menselijke hand, die tot ‘alles’ in staat is – én de dierlijke poot of  klauw, die ‘gevangen’ is in zijn eenzijdigheid, zodat het dier ook in zijn gedragingen gevangen is. Op zulke momenten kunnen de kinderen iets beleven van die vrijheid die de mens tot mens maakt.
In hogere klassen wordt zo’n essentieel vraagstuk stap voor stap verder ontraadseld. Door alle klassen van de vrijeschool lopen zulke ‘rode draden’, die niet leiden naar ontnuchterende feitenkennis, maar naar het begin van wezenlijk inzicht.
.

(Vrijeschool Bergen, nadere gegevens onbekend)
.

een paar voorbeelden van huizen uit een periode

3e klas: Alle heemkunde-artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: 3e klas heemkunde

.

484-447

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.