Tagarchief: gezin

VRIJESCHOOL – Opvoedingsvragen (4-10)

.
Loïs Eijgenraam, Antroposofisch magazine nr. 13 februari 2019

.

Aan tafel!

Een onzichtbare schijf van vijf voor een maaltijd zonder gedoe

Samen eten, het liefst aan tafel en zonder al te veel gedoe.
Misschien ben jij een ouder die, voordat je kinderen kreeg, dit als ideaal voor je zag. Zonder gezeur dat het eten niet lekker is, kinderen die niet willen eten, of die elkaar op de huid zitten tijdens het schaarse moment van gezellig samenzijn. In veel gezinnen is de realiteit echter anders. Hoe kun je het gedoe tijdens de maaltijd beperken?

Sinds 1953 wordt in Nederland de schijf van vijf gebruikt om zichtbaar te maken wat goede en gezonde voeding is. Groente en fruit, granen en aardappels, vetten, dierlijke producten en vocht vormen gezamenlijk deze schijf van vijf.
Vele boeken zijn geschreven over gezonde en goede voeding voor zowel kinderen als volwassenen, voor vleeseters, vegetariërs of veganisten. Met of zonder gluten, suiker, kleur- en smaakstoffen. Het is tot ons doorgedrongen dat het van belang is stil te staan bij dat wat ons lichaam van buitenaf binnendringt. Nog nooit hebben de supermarkten en natuurvoedingswinkels zoveel keuze aan producten gekend. Betekent dit dat het in ieder gezin iedere avond feest aan tafel is? Nee! Goede en gezonde voeding gaan niet alleen over de visueel zichtbare schijf van vijf.
Een niet zichtbare en misschien essentiëlere schijf van vijf wil gehoord worden zodat vijf plus vijf een tien voor een gezonde én gezellige maaltijd wordt.

Waaruit bestaat die andere schijf van vijf?
Uit gewoontevorming, aandacht, duurzaamheid, eerbied en gezinswezen.

Gewoontevorming

In een maatschappij waarin veel zich in vliegende vaart voltrekt, lijkt gewoontevorming saai en niet hip te zijn. Gewoontevorming in relatie tot het eten in een gezin betekent vanaf de geboorte van een kind werken aan gewoonten: als de baby de borst of fles krijgt, dan gebeurt dit bijvoorbeeld overdag zittend op de bank of ’s avonds liggend in bed. De houding en plaats zijn altijd hetzelfde. Het voeden in een ritme ook. De voeding wordt begeleid met rituelen die meegroeien met de leeftijd van het kind. Als de tijd daar is voor vastere voeding, krijgt je kind de tijd aan nieuwe smaken te wennen. Een week lang is het pompoenfeest totdat het er oranje van kleurt. Daarna komen de worteltjes om kennis mee te maken. Dit vroege kennismaken met ons aardse voedsel gebeurt op dezelfde plaats, met dezelfde rituelen. Tijdens het fruithapje eet de volwassene ook iets van fruit zodat het kind vanuit nabootsing de heerlijkheid van al deze aardse rijkdommen mee geniet. Tegen de tijd dat het kind tijdens de avondmaaltijd nog wakker is, geniet het van dit gezinsritueel aan de tafel mee. Kinderen leven een leven dat van het ene moment naar het andere moment stroomt. Voor hen is het heerlijk als in de dag de overgangsmomenten gemarkeerd worden. De speeltijd sluiten we af door op te ruimen, de maaltijd beginnen we met een lied, spreuk, gebed of ander duidelijk begin. Zo sluiten we de maaltijd ook weer af. Hoe krachtiger deze gewoontevorming, hoe minder kinderen ‘mag ik van tafel?’ hoeven te vragen, of gewoon van tafel lopen omdat ze dachten dat dit al mocht. Tot in de volwassenheid draagt een begin- en afsluitritueel onze gewoonte.

Aandacht

Waarom kunnen kinderen zo zeuren over eten, terwijl er vele kinderen zijn die van de honger omkomen? Zeuren onze kinderen werkelijk om het eten, of om iets anders? Kinderen kennen nog niet zo veel taal en woorden als volwassenen. Misschien zeuren onze kinderen aan tafel omdat zij eigenlijk aan ons willen vertellen: liefde gaat door de maag. Ik weet dat je van mij houdt, maar toch wil ik dit iedere dag ook werkelijk voelen én zien. Heb je vandaag echt ongedeelde aandacht voor mij gehad?’ Alle elektronische middelen als smartphone, radio en tv leiden in een gezin de aandacht af van in verbondenheid gezamenlijk genieten van de maaltijd.

Duurzaamheid

Voeding die de natuurlijke tijd heeft gekregen te groeien en bloeien, schenkt een duurzaamheids-beeld. Geen uit de ‘grond-met-lamp-erboven’ getrokken krop sla, maar krachtige bladeren, die echt naar sla smaken en waar je op moet kauwen. Als ouders kunnen wij met deze beelden onze kinderen de onuitgesproken boodschap meegeven: ‘zoals ons voedsel duurzame tijd kreeg te rijpen, zo nemen wij de tijd om deze maaltijd tot ons te nemen’.

Eerbied

Eerbied is een deugd die wereldwijd van waarde is. Een duurzame, geglobaliseerde toevoeging op de maaltijd met onze kinderen.

Gezinswezen

Als je leeft met de gedachte of het weten dat achter ieder van ons een engel staat, dan is er misschien ruimte om te leven met het idee van een gezinswezen of gezinsengel. Ouders die leven met deze schijf van vijf, kunnen ervaren dat de maaltijd met het gezin een maaltijd is waar een ongenode gast aan deelneemt. Een gast die zich verheugt over de verbondenheid, de levenslust, vitaliteit en zin in het aardse voedsel die aan tafel te proeven zijn. Eet smakelijk! 

.

Boeken van de auteur

Website Loïs Eijgenraam

School voor antroposofische kinderopvang
.

Opvoedingsvragenalle artikelen

Ontwikkelingsfasenalle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3086-2900

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – Opvoedingsvragen (1-2)

.

Broertje of zusje op komst

Met de komst van een tweede kind verandert de structuur van je gezin vaak ingrijpend.
Wanneer je rondom de bevalling dan ook even niet zo sterk in je schoenen staat, kan een jengelende peuter je snel te veel zijn. Wat gebeurt er eigenlijk met een peuter als zich een broertje of zusje aandient?
Peuterjuf Joyce Honing neemt een kijkje achter de schermen van het jonge gezin.

De moeder van Sharon is hoogzwanger van haar tweede. Ze vertelt me stralend dat alles klaar is voor de baby. Ze verheugt zich op de laatste maand, waarin ze zich in alle rust kan voorbereiden op de bevalling.
Een paar dagen later zie ik haar langzaam en dromerig het schoolplein op lopen met Sharon aan de hand. Ik sta voor het raam van het peuterklasje en zwaai naar ze. Sharon zwaait terug en trekt aan haar moeders arm om haar te wijzen op juffie die zwaait. De moeder glimlacht naar haar, maar haar blik is niet bij het kind en niet bij de juf, maar ergens ver weg. Sharon voelt dat die glimlach niets te maken heeft met wat zij haar mamma te zeggen heeft. Ze trekt woedend haar hand los, geeft een fikse stomp op de dikke buik van haar moeder en rent het klasje in. Haar moeder is zeer ontdaan. Ze begrijpt niets van deze reactie. De laatste dagen gedraagt Sharon zich vaker zo onmogelijk. Vreemd, want ze was toch juist zo blij over de komst van het nieuwe kindje.

Kleine tiran

Als juf maak je het natuurlijk regelmatig mee dat een peuter een broertje of zusje krijgt. Voor de peuter betekent dat vaak een vrolijke en opwindende tijd. Het hele gezin komt in beweging om de nieuwe baby te ontvangen: de babykamer wordt ingericht, de wieg bekleed, luiers worden gewassen en gevouwen en de peuter wordt bij alles betrokken. Voor hem is dit alles een feest, want beweging is zijn element. Dan breekt de laatste zwangerschapsmaand aan. Vaders zijn opgelucht dat alles in orde is en moeders tevreden dat ze de rust krijgen die ze zo vlak voor de geboorte hard nodig hebben.

En dan slaat de peuter om als een blad aan de boom. Hij wordt lastig, gilt om het minste geringste en maakt een drama van eten en slapen. Hij voelt feilloos aan dat hij niet meer de gebruikelijke aandacht van zijn moeder krijgt en weet ook, zoals Sharon met de klap op haar moeders buik liet zien, waar die aandacht wel naar toegaat. Er wordt een kleine tiran in hem wakker, die de aandacht van zijn moeder koste wat kost naar buiten wil trekken.

Veel kan je aan deze situatie niet veranderen, want hoe dichter bij de bevalling komt, hoe meer ruimte je innerlijk nodig hebt voor de enorme gebeurtenis die de komst van een kind is. Het enige wat je kunt doen is het liefdevol gadeslaan van de kleine tiran in de wetenschap dat zowel hij als jij nu even niet anders kunnen.

Verwondering

Vaak gaan ouders ervan uit dat hun peuter, die zo vol vreugde meedeed met alle voorbereidingen, zich net als zij erg op de komst van een broertje of zusje verheugt. Maar een klein kind kan zich nog niet echt verheugen op iets dat het niet kent. We zijn, in ons enthousiasme om het geheim van het in de buik groeiende wezentje te begrijpen, geneigd de peuter van alles uit te leggen en hem mee te nemen naar het maken van de echo in het ziekenhuis. ‘Kijk,’ zegt de dokter, terwijl hij op de monitor wijst. ‘Kijk, daar klopt het hartje’. Maar een peuter weet nauwelijks waar zijn eigen hartje zit en in plaats van dichter bij zijn ongeboren broertje of zusje te komen, ervaart hij vervreemding.

Precieze uitleg maakt de wereld voor het kind niet begrijpelijker. De essentie – en ook de schoonheid – van de kindertijd ligt juist in de verwondering over het mysterie waarvan hij zelf laagje voor laagje de sluiers afhaalt. Een gezonde ontwikkeling betekent dan dat een kind antwoord vindt op vragen op het moment dat het daaraan toe is. Tot die tijd mogen zon, maan en sterren een hemels geschenk zijn en mag een baby door de engelen of de ooievaar worden gebracht.

Baby bij de vuilnis

Voor de peuter is het het beste als de bevalling ver buiten zijn bewustzijn om plaatsvindt. De meeste peuters kunnen het lijden van hun moeder niet aanzien. Ze zullen woede voelen naar de baby omdat die hun moeder pijn heeft gedaan. Bovendien oriënteert een klein kind zich nog helemaal op zijn ouders en kan het geen afstand nemen van de emoties en de onzekerheid die nu eenmaal onvermijdelijk bij een bevalling horen.

En dan is hij er eindelijk, de baby. De peuter kijkt in de wieg en is teleurgesteld. Want hadden zijn ouders hem niet verteld hoe leuk hij met het kindje zou kunnen spelen? Nu ziet hij daar een klein, onbekend wezentje liggen dat alleen maar slaapt of huilt. De peuter zal tijd nodig hebben om helemaal vanuit zichzelf van de baby te gaan houden. Veel ouders zijn teleurgesteld als ze merken dat dit niet zonder problemen verloopt.

Zo vertelde een vader ontzet dat hij op een ochtend vroeg wakker werd en zijn dochtertje op de overloop aantrof met de baby in haar armen. Buiten klonk het geluid van de vuilniswagen. ‘Pap,’ zei ze, ‘ik zet de baby maar bij de vuilnisbak, want hij brengt zoveel rommel in huis’. Dat is een schokkende, maar rake observatie van de peuter. Ritme en regelmaat zijn in de eerste maanden na de geboorte ver te zoeken, alles is nog een beetje rommelig.

Door het moeilijke gedrag van de peuter begin je als ouder al snel te twijfelen aan je pedagogische kwaliteiten, en aan het verlies van je greep op het dagritme beleef je een onvermogen het gezin draaiende te houden. Je vraagt je vertwijfeld af hoe die moeders met tien kinderen dat vroeger deden, want jij bent al doodmoe van twee.

Moment voor jezelf

Soms kan het goed zijn te bedenken dat het appèl dat kinderen tegenwoordig op hun ouders doen ook werkelijk een stuk groter is dan vijftig jaar geleden. Peuters en kleuters van nu zijn veel wakkerder en uitgesprokener aanwezig. Het liefst loopt een peuter als een schaduw achter zijn moeder of vader aan om te zien wat deze aan het doen is. Dan werkt het niet als je tegen hem zegt dat hij nu lekker moet gaan spelen terwijl jij aan het werk gaat. Hij speelt pas als hij genoeg voeding voor zijn spel heeft gevonden, en die haalt hij vooral uit het meedoen met de dagelijkse bezigheden van zijn ouders. Maar zeker een moeder die net een baby heeft gekregen, valt het vaak zwaar weer terug te komen in het patroon van dagelijkse dingen. Door de bevalling zit ze even wat minder stevig in haar vel. Ze heeft het gevoel alsof ze nog niet helemaal met beide voeten op de grond staat

.Vaak vertellen moeders dat hun dagen zo gevuld raken door de eisen die de kinderen aan hen stellen dat ze, als ze eindelijk een moment voor zichzelf hebben, niet weten wat ze ermee moeten doen. In zo’n geval kan het helpen als je je iedere ochtend voorneemt om twee momenten op de dag naar eigen keus in te vullen. Daar laat je je door niets van afbrengen, ( ook al huilt de baby en is de luierwas groter dan anders. Voorwaarde is natuurlijk dat de keuzen in principe haalbaar zijn. Kleine stappen werken beter dan grote. Het is bijvoorbeeld niet zinvol meteen een studie op te pakken, ’s Avonds kijk je dan terug op de dag om te zien of je ook werkelijk hebt gedaan wat je jezelf had voorgenomen. Als het lukte, sterkt dat het gevoel weer greep te krijgen op de dagen. Lukte het niet, dan kun je proberen er achter te komen waardoor het je uit handen is gevallen. En zodra je wat vastere grond onder de voeten krijgt, kun je ook voor je peuter weer extra aandachtspunten inbouwen.

.
Joyce Honing, Weleda Puur Kind, nr.3 1999

.

Opvoedingsvragenalle artikelen

Ontwikkelingsfasenalle artikelen

.

1598

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.