Tagarchief: etherlijf GA 88 vdr. 1 blz. 24

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over het etherlijf – GA 88

.

Over het etherlijf

In zijn pedagogische voordrachten roept Steiner veelvuldig op om ‘menskunde’ te studeren. Dat is immers voor zijn pedagogie – zijn onderwijsmethode – de basis. ‘Studeren’ is misleidend, want het gaat niet alleen om ‘kennis opdoen’, het gaat om veel meer: om een diep doorgronden wat de mens en vooral het opgroeiende kind voor wezen is. Hij doet daar veel mededelingen over vanuit zijn geesteswetenschappelijk perspectief en we weten dat de meesten van ons dat niet op deze manier hebben. We zijn dus aangewezen op deze mededelingen en moeten er een persoonlijke verbinding mee krijgen. Door deze mededelingen kan ons inzicht aanzienlijk worden verdiept.

In onderstaand artikel vind je deze mededelingen over een van de wezensdelen die Steiner aan de mens waarneemt.  In dit artikel heb ik al enige opmerkingen van Steiner daarover gegeven. Nu volgen zijn gezichtspunten uit andere voordrachten. In zijn voordrachten heeft Steiner veelvuldig gesproken over de wezensdelen van de mens. Telkens heeft hij ons voorgehouden dat we, wanneer we iets van een onderwerp willen begrijpen, dit van allerlei kanten moeten benaderen. Dat we veel kunnen leren van het in-tegenstellingen-denken; dat we niet moeten definiëren – dat is de dood in de pot – maar moeten karakteriseren.  Wat ik hier nu doe, is in wezen in strijd met die aanwijzingen: ik heb a.h.w. ‘definitie-achtig’ Steiners karakteriseringen opgesomd. Maar Steiner gaf ook veelvuldig aan dat wat hij geesteswetenschap noemt, net zo exact wil beschrijven als de natuurwetenschap haar onderwerpen beschrijft.  Wat ik nu doe met ‘het etherlijf’ is, benadrukken wat Steiner daar precies mee bedoelt. Door zijn vele karakteriseringen ontvouwt zich toch a.h.w. een uitgebreide, genuanceerde definitie. En die (of dat) hebben we nodig wanneer we zo precies mogelijk over de wezensdelen willen spreken.

GA 88

Über die astrale Welt und das Devachan Over de astrale en de mentale wereld

Voordracht 1, Berlijn 28 oktober 1903

Das Mysterium von Geburt und Tod Het mysterieuze van de geboorte en de dood

Blz. 23

Der menschliche Körper als solcher ist aber unmöglich nur eine chemische und physikalische Zusammensetzung, denn in demselben Augenblick, in dem die chemischen und physikalischen Kräfte sich selbst überlassen sind, gehen sie ganz andere Bahnen, sie fügen sich in den Strom der allgemeinen chemischen und physikalischen Prozesse ein. Sie erzeugen nicht mehr die Seh-, Hör- und Denkprozesse, sondern sie gehen ganz andere Prozesse ein. Es muß also etwas dagewesen sein, was sie dazu aufgerufen hat, während unseres Lebens einen Organismus aufzustellen. Dieser Organismus ist eine Stunde vor dem Tode von keinen anderen Stoffen zusammengesetzt als eine Stunde nach dem Tode. Die physische Zusammensetzung ist genau dieselbe; es ist aber das Lebenselement nicht mehr da. Es ist das nicht mehr da, was diese physischen Stoffe aufruft zu einem mächtigen Wirken, wie sie niemals wirken würden, wenn sie sich selbst überlassen blieben.

Het menselijk lichaam als zodanig kan onmogelijk louter een chemische en fysische samenstelling zijn, want op hetzelfde ogenblijk waarop de chemische en fysische krachten aan zichzelf overgelaten worden, volgen ze heel andere wegen, zij voegen zich in de stroom van de algemene chemische en fysische processen. Ze brengen de processen van zien, horen en denken niet meer tevoorschijn, maar gaan over tot heel andere processen. Er moet dus iets geweest zijn wat veroorzaakt heeft dat ze tijdens ons leven een organisme vormden.  Dit organisme is een uur voor de dood niet van een andere samenstelling dan een uur erna. De fysieke samenstelling is precies hetzelfde; echter wat er niet meer is, is het levenselement. Niet meer aanwezig is dat wat deze fysieke stoffen opwekt tot een krachtige werkzaamheid, die ze nooit zou hebben als ze aan zichzelf overgelaten zouden zijn.

Blz. 24

Das führt uns dahin einzusehen, daß dieser physikalisch und chemisch aufgebaute Körper, weil er in nur physikalischer und chemischer Beziehung eine Unmöglichkeit ist, durchlebt und durchströmt sein muß von einem höheren Prinzip, welches das niedere durchorganisiert, durchseelt und durchlebt. Das nächste Prinzip, das unseren Körper durchseelt und durchlebt, ist das, was bewirkt, daß seine Teile nicht schon bei Lebzeiten auseinanderfallen; und das, was das bewirkt, nennen wir das astrale Element im Menschen.

Dat brengt ons ertoe dat we moeten inzien dat dit fysisch en chemisch opgebouwde lichaam, omdat het wat het fysische en chemische betreft een onmogelijkheid is, doorleefd en doorstroomd moet zijn door een hoger principe dat ons lichaam bezielt en doorleeft. Het volgend fundamentele dat ons lichaam doorzielt en doorleeft, is wat als werking heeft dat de delen niet al tijdens het leven uit elkaar vallen; en wat daarvoor zorgt, noemen wij het astrale element in de mens.

Wanneer je dit leest, schrik je even, want we hadden nu net gezien dat dat ‘volgend fundamentele’ door Steiner ‘etherlijf wordt genoemd.  Dat komt omdat deze voordracht vooral gaat over lichaam, ziel en geest; Steiner stapt hier van lichaam naar ziel, wat zal blijken. [In de artikelen ‘Rudolf Steiner over het astraallijf’ vind je veel meer karakteriseringen bij ‘,lust en onlust’: zie: 1-7-2/4-2]
.

Algemene menskunde: voordracht 1 – over het etherlijf

Algemene menskundealle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Vrijeschool in beeld: alle beelden

.  

3501-3289

.

.

.

.