Tagarchief: continenten

VRIJESCHOOL – Aardrijkskunde – hogere klassen (1-2)

.

In de vrijeschool Den Haag werkte in 1931 – het jaar waarin dit artikel in de schoolkrant verscheen, Mr. M.Stibbe. Deze leerkracht legt een grote bevlogenheid aan de dag voor het werk van Rudolf Steiner en in het bijzonder voor de vrijeschoolpedagogie.
Uit zijn publicaties over deze pedagogie en uit zijn artikelen die schoolsituaties beschrijven, blijkt hij niet erg goed op de hoogte te zijn geweest van Steiners nadrukkelijke wens dat het vrijeschoolonderwijs geen antroposofische inhoud moet hebben. M.n. Stibbes lessen over de rassen bevatten te veel antroposofische gezichtspunten.

Ook in zijn lessen over aardrijkskunde komen we ze tegen. 

Voor een aantal racistenpuristen zijn sommige artikelen op deze blog ‘van obscure’ inhoud. 
Als eigenaar van deze blog neem ik afstand van iedere racistische tekst en laat het oordeel ‘obscuur’ voor rekening van de puristen

Een motief daarvoor is o.a.
“Wie het tegenwoordig heeft over rassen, naties en stamverbanden als idealen, die spreekt vanuit impulsen die de mensheid ontredderen. En als hij meent met deze zogenaamde idealen de mensheid te dienen, dan is dat onwaar. Want niets zal de neergang van de mensheid meer bevorderen, niets de vooruitgang meer belemmeren, dan het zich beroepen op en het vasthouden aan idealen van ras, volk en bloed,” aldus Rudolf Steiner in een voordracht op 26 oktober 1917 te Dornach in Zwitserland.

Enerzijds zijn het gezichtspunten die zeker passen in een fenomenologische benadering, anderzijds moet je je afvragen of het stof voor leerlingen is en in welke mate en onder welke omstandigheden: met 17-18-jarigen kan natuurlijk veel besproken worden. Dat is wat anders dan de lesstof als ‘waarheid’ doorgeven.
Ik ben niet op de hoogte wat het huidige aardrijkskundeonderwijs in de bovenbouw – wanneer het niet om examenstof gaat – als onderwerpen heeft.

Het onderstaande artikel en de volgende zijn bedoeld als – enerzijds: uit het archief, voor het archief – anderzijds, hoe waardevol zijn de gezichtspunten op zich?

De spelling uit de tijd heb ik niet aangepast.

VORMEN DER AARDE

In een vorig artikel werd uiteengezet hoe dezelfde wetten der metamorfose die de vormen bepalen van de menschelijke gestalte, ook de grondslag zijn voor de vormen der aarde. De drie Zuidelijke continenten vindt men in metamorfose terug in de drie Zuidelijke schiereilanden van Azië, Europa en Noord-Amerika, waar het eene schiereiland (de Mississippidelta) zeer klein, rudimentair geworden is, het andere (Mexico) uitgegroeid tot een landengte.

Er doen zich in het Noordelijk halfrond nog meer en andere verschijnselen voor, die de aandacht trekken.

Allereerst kan opvallen dat de twee complexen: Eurazië en Noord Amerika aan de zijde van de Stille Oceaan zich naar elkaar toeneigen, aan de zijde van de Atlantische Oceaan uit elkaar loopen. Dit is ook anders uit te drukken: Azië en de Westzijde van Noord Amerika neigen naar elkaar toe, Europa en de Oostzijde van Noord Amerika loopen uiteen: een vierheid treedt op.

Wanneer men hieraan vasthoudend opnieuw de aardvormen tot zich laat spreken ten Noorden van de lijn Alpen-Himalaja in Eurazië, kan het volgende opvallen: Westelijk van Europa een  eilandengroep, de Britsche Archipel — Oostelijk van Azië, de Japansche Archipel. Engeland is het land van techniek, handel, verkeer in Europa, Japan dat in Azië. In het Noorden van Europa een schiereiland: Skandinavië, in Azië Kamsjatka. In het centrum in Europa een land dat uit vele onderdeLen bestaat: het Duitsche Middeneuropa, waar men onderscheiden kan (afgezien van de vele staatjes), Noord-Duitschers en Zuid-Duitschers; zoo in Azië in het centrum China, waar bij de vele detailverschillen het hoofdonderscheid ligt tusschen Noord-Chineezen en Zuid-Chineezen. Deze parallellen wijzen niet op een verschuivende metamorfose, zooals in de Zuidelijke schiereilanden, maar op een spiegelende metamorfose. Zet men .deze voort dan spiegelt zich het groote woud-steppengebied van Rusland in Siberië, Holland (het China van Europa) in het kleine stuk China dat afgesloten wordt door den Chineeschen muur. Frankrijk in Cochin-China en Zwitserland in het Himalajacomplex.

Belangrijk is in deze beschouwingswijze dat alle vormen in Azië naar verhouding zeer groot en massaal zijn, die in Europa subtiel en met vele details. Azië is a. h. w. opgeblazen, Europa zeer fijn afgewerkt en gedetailleerd in zijn formaties.

Ik stel me voor, dat dit gegeven van spiegeling van Oost in West tot allerlei perspectieven aanleiding kan geven in volken- en rassenkunde, geschiedenis en cultuur. Ik zou zeer dankbaar zijn voor alle nadere uitwerking van deze gegevens.

De vormen van Noord-Amerika zijn veel minder sprekend dan die van Eurazië. Toch brengt het motief van de aantrekking en afstooting, dat boven genoemd werd, en dat van de spiegeling, ons ook hier tot verdere inzichten. Daar vallen in de eerste plaats op de groote schiereilanden in Oost en West: Labrador en Alaska, beide zeer plomp van vorm als men ze vergelijkt met Skandinavië en Kamsjatka. Dan treft ons nog in het Oosten een eilandgroep: die van New-Foundland als parallel van Engeland en Japan, in het Westen valt deze vorm weg, zooals daar vrijwel alle vormen wegvallen en alleen een lange, bijna onafgebroken kustlijn optreedt. Tegenover de veelvormigheid van Europa heeft men in het Westen van Amerika de geringste vormkracht.

Verdere vergelijkingen kunnen gemaakt worden: als parallel van Duitschland met zijn vele staten (onderscheiden in Noord en Zuid) heeft men het Oosten van de Vereenigde Staten (die evenzeer in Noordelijke en Zuidelijke Staten onderscheiden werden van ouds); dit Oosten herhaalt zich in het Westen, nadat het in het uitgestrekte steppengebied van het centrum en van Canada een parallel gevormd heeft van Rusland en Siberië. Het Oeralgebergte brengt nog een scherpe afscheiding tot stand tusschen Rusland en Siberië. Alle vormingen in Amerika loopen meer in elkaar. Misschien kan men hier spreken van een scheiding tusschen Oost en West door de Mississippi.

Holland vindt in Amerika zijn parallel in New York, vroeger Nieuw-Amsterdam, dat zich weerspiegelt in het Westen in San Francisco (het China van de Vereenigde Staten).

Zwitserlands parallel is te zoeken in het Alleghanygebergte in het Oosten, in het Rotsgebergte in het Westen. De parallel van Frankrijk is vermoedelijk verschoven en te zoeken in het Canadeesche merengebied, dat langen tijd Frankrijk toebehoord heeft en in wezen daardoor Fransch karakter kreeg.

Al deze gezichtspunten vereischen nog nadere uitwerking. Echter zijn zij reeds aanwijzing genoeg om met zekerheid in de twee groote Noordelijke landcomplexen een vierheid te zien, die in spiegelbeelden telkens nieuwe en andere vormen te voorschijn roepen. De vier hoofdvormkrachten der natuur, door Dr. Günther Wachsmuth uitvoerig behandeld in zijn tweehandig werk „Die atherischen Bildekrafte. in Kosmos, Erde und Mensch” en „Die atherische Welt in Wissenschaft, Kunst und Religion” zijn het die het Noordelijk halfrond zijn vele landvormen schonken en wel twee aan twee. De warmte- en lichtether, die werken in warmte-element en lucht-element in de natuur, vormden Azië en Europa. Azië werd door de warmte-etherkrachten zoo massaal opgeblazen, Europa door de lichtetherkrachten zoo fijn gevormd. In den mensch werken de warmte-etherkrachten in de stofwisseling, in het bloed en vormen de organen, die de omvangrijkste ook zijn in het menschenlichaam, terwijl de lichtether werkt in de longen en daar de allerfijnste formaties tevoorschijn roept. Het wezen van de longen maakt toch een veel fijner indruk dan dat b.v. van lever of milt.

De warmte- en de lichtether zijn de centrifugale ethersoorten; de andere twee, die in water- en aarde-element werken, de chemische en de levensether, zijn centripetaal van aard. Vandaar dan ook de samengetrokken vormen in Noord-Amerika, waar deze twee laatste vormkrachten werken. De diametrale tegenstelling tusschen deze vormkrachten, twee aan twee, verklaart ook de uiteenloopende tendens van Europa en Oost-Amerika. Aan den anderen kant zijn warmte en aarde weer tegenstellingen, die steeds met elkaar verbonden zijn, zoozeer zelfs, dat de moderne natuurwetenschap de warmte niet kent als zelfstandig element, omdat het in zijn optreden steeds gebonden is aan aardsche substanties. Van de vier elementen is het aarde-element het meest starre, het minst vormbare. Men ziet dan ook in het Westen van Amerika zeer weinig sprekende vormen.

In den mensch werken deze aardsche vormkrachten in het hoofd, speciaal in den schedel, die ook naar verhouding de minste vormen vertoont van alle organen.

De vele parallellen die men op deze wijze zien kan in Oost en West geven eenerzijds een blik in de veelvormigheid van de scheppingskracht van de natuur, anderzijds maken zij het mogelijk het een door het ander te belichten. Beide artikelen, die spraken over de vormen der aarde zijn een resultaat van het onderwijs in de aardrijkskunde in de „Vrije School”, waar gedurende vele jaren gezocht werd naar een samenvattend inzicht in den bouw van de aarde. Dat dit samenvattend inzicht in alle details nader uit te werken valt, is natuurlijk. Dat strenge wetten den bouw van de aarde beheerschen, zooals zij heerschen in het menschelijk lichaam, wordt hieruit zichtbaar en kan vervullen met een innerlijke bevrediging.

Mr.M.Stibbe, vrijeschool Den Haag, Ostara 4e jrg.2, 04-1931

.

Deel 1

Aardrijkskundealle artikelen

1662

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

..