Tagarchief: Assurbanipal

VRIJESCHOOL – 5e klas – geschiedenis (3-1)

assurbanipal

Assurbanipal was de belangrijkste van de vele heersers van Assyrië. Dat hij dit is geworden had hij vooral te danken aan de leermeesters van zijn jeud. Een van zijn leermeesters was een generaal die hem alles leerde over de wrede oorlogsmethodes waarmee zijn voorvaderen het Assyrische Rijk hadden opgebouwd. Dit behelsde  het omsingelen en belegeren van de vijand, het plunderen en verwoesten van overwonnen steden, het wegvoeren van totale bevolkingen om opstanden te voorkomen.

Tijdens zijn koningschap liet Assurbanipal in zijn hoofdstad Nineve vele tempels en paleizen bouwen. Hij stichtte de eerste grote bibliotheek van de wereld en vulde deze met systematisch gerangschikte tabletten waarop in spijkerschrift onderwerpen als wetenschap, taal en geschiedenis werden beschreven. Ook werden op deze manier de fabels en heldendichten van die tijd en uit het verleden vastgelegd. Veel van wat we tegenwoordig over de Oudheid w eten, komt uit deze bron.
Het Assyrische Rijk werd opgebouwd vanuit Asyrië zelf. Het lag in het noorden van Mesopotamië en het was de beschaving, die ontstond na die van Sumer en Akkad. Vanaf de dertiende eeuw v. Chr. groeide het rijk onder de regering van opeenvolgende koningen onder wie Ttgiatpiler I en III, Asurnasirpal II. Sjalmaser III
en V, Sargon, Sennacherib en Esarhaddon, de vader van Assurbanipal.

Esarhaddon veroverde Egypte. Het werd zijn laatste overwinning, want hij stierf kort na de beslissende veldslag. Assurbanipal werd tot koning gekroond. De afgezette Egyptische vorst putte daaruit moed en probeerde zijn troon te heroveren. Assurbanipal was daardoor gedwongen tegen Egypte ten strijde te trekken. Er waren twee veldtochten nodig om de orde te herstellen. Assurbanipal veroverde en plunderde de oude hoofdstad van Egypte, Memphis, en de nieuwe hoofdstad, Thebe.

Een veel grotere bedreiging voor zijn heerschappij kwam uit Babylonië, ten zuiden van Assyrië. De jongere broer van Assurbanipal, Sjamasj-sjoem- oekin, was daar de machthebber. De jongere broer regeerde 16 jaar onder toezicht van de regering in Nineve. Maar na verloop van tijd kwam Sjamasj-sjoem-oekin onder invloed van het nationalisme van de Babyloniërs en andere onderworpen volkeren, zoals de Arabieren en de Elamieten. In 652 v. Chr. kwam hij in opstand tegen de Assyrische heerschappij. Assurbanipal reageerde op de opstand, door Babylon te belegeren. Hij wachtte rustig totdat de inwoners waren uitgehongerd. Twee jaar nadat het beleg was begonnen, doodde Sjamasj-sjoem-oekin zichzelf door in de vlammen van zijn brandend paleis te springen. De stad hield het nog twee jaar vol voordat de inwoners zich overgaven. Assurbanipal liet Babylon plunderen, maar in plaats van de verwoesting te voltooien liet hij de stad herbouwen en benoemde een Babyloniër als plaatselijk heerser.
De bondgenoten van de Babyloniërs, de Arabieren en de Elamieten, weigerden hun verzet te staken en  vochten in hun eigen landen verder. Het kostte Assurbanipal weinig moeite de Arabieren te verlsaan. Maar met de Elamieten was dat minder eenvoudig. De oorlog tegen hen woedde negen jaar. In 639 v. Chr. werd eindelijk de Elamietische hoofdstad Susa door de Assyriërs ingenomen en gebrandschat.

Er is weinig bekend over de laatste 12 jaar van de regering van Assurbanipal. Het grootste deel van het rijk bleef intact en er heerste voorspoed. Het werd door de provinciale gouverneurs kundig geregeerd. Ze konden daarbij rekenen op de steun van de Assyrische garnizoenen. De koning koos waarschijnlijk, net als zijn vader, twee van zijn zoons als troonopvolgers. Maar de opvolgers van Assurbanipal waren niet in staat een oplossing te vinden voor de problemen die hij achterliet. De voortdurende veldslagen hadden vele mensenlevens geëist. Dit leidde ertoe dat latere koningen voor hun legers afhankelijk waren van buitenlandse soldaten.

De koninklijke schatkist was door het enorme bouwprogramma en het weelderige hofleven van Assurbanipal leeggeraakt. In 612 v. Chr. werd Nineve door de samenwerkende Babyloniërs en Meden ingenomen en geplunderd. De Assyriërs vochten verder, maar ze werden al snel verslagen. De meesten van hen, in het bijzonder de ambachtslieden, werden tot slaaf gemaakt.

Vrijwel alle volkeren uit de Oudheid hebben tot de tegenwoordige tijd hun stempel op de beschaving gedrukt. Dat is met de Assyriërs niet het geval. Ze zijn werkelijk volledig in andere culturen opgenomen. Er zijn slechts de ruïnes van de Assyrische steden en de grote bibliotheek, om ons te herinneren aan het eens zo machtige Assyrische Rijk en de laatste grote leider, Assurbanipal.

Assurbanipal 1Assurbanipal op leeuwenjacht. De jacht was een van de favoriete vrijetijdsbestedingen van de Assyrische adel. Deze illustratie is een deel van een Assyrisch reliëf.

Assurbanipal 2

 

De wederopbouw van Nineve is vastgelegd op dit spijkerschrift-kleitablet. Het tablet is gevormd als een achthoekig prisma en beschrijft de 15 poorten die naar de stad leidden en het plan voor de aanleg van een park. Assurbanipal was in zijn tijd een toonaangevend geleerde. Hij was degene, die opdracht had gegeven voor de bouw van de schitterende bibliotheek in Nineve. Dit kleitablet en vele andere met spijkerschrift beschreven tabletten werden hier opgeslagen. Ze behandelden vele onderwerpen. Assurbanipal herbouwde Assurbanipai herbouwde Nineve tot de mooiste stad van de Oudheid. Van het Assyrische rijk maakte hij een wereldmacht.

Assurbanipal 3

Een reconstructie van Nineve, de hoofdstad van Assurbanipal. Op de afbeelding staan de paleizen van Nimrod kort nadat ze werden voltooid. De paleizen stonden aan de oever van de rivier de Tigris. Men kan zich er slechts een voorstelling van maken hoeveel vakmanschap en inzet er nodig was om – met slechts de primitiefste werktuigen als hulpmiddel – deze indrukwekkende bouwwerken tot stand te brengen. Deze illustratie komt uit het boek De Monumenten van Nineve van Austin Layard.

5e klas: alle artikelen


884