.
Als Rudolf Steiner in 1919 de cursussen geeft voor de op- en inrichting van de eerste vrijeschool in Stuttgart, worden uiteraard ook de vakken genoemd die onderwezen gaan worden.
Het was in die tijd gebruikelijk dat in het ‘openbare’ onderwijs – laat ik voor het gemak maar zeggen: dominee of pastoor – onderwijs gaven over de geloofsrichting die zij vertegenwoordigden: die dienst die ze aan hun god wilden bewijzen, dus godsdienstonderwijs.
De kinderen die naar de vrijeschool komen, krijgen geen antroposofische godsdienst. Steiner wil van de vrijeschool geen wereldbeschouwelijke school maken, ‘slechts’ een methodeschool.
Dat heeft hij vele keren benadrukt!
Maar wanneer niet-confessionele ouders – aanvankelijk de antroposofisch zich oriënterende ouders – ook voor hun kinderen godsdienstonderwijs ‘vanuit de antroposofie’ willen, geeft Steiner daar richtlijnen voor. Dat noemt hij bewust ‘wereldbeschouwing’, antroposofisch georiënteerde wereldbeschouwing’.
In deze voordracht gaat het over:
Die Kunst des Erziehens aus dem Erfassen der Menschenwesenheit
De kunst van het opvoeden vanuit het besef: wat is de mens
Voordracht 4, Torquay 15 aug. 1924
Blz. 71
In deze voordracht geeft Steiner voorbeelden van de zgn. ‘zinnige verhalen’.
De inhoud daarvan neemt hij ook als voorbeeld voor hoe de stemming van het godsdienstonderwijs moet zijn voor het kind onder de 9 jr.
De hele voordracht is op deze blog vertaald.
Zie in die voordracht: Religieuze stemming/godsdienstonderwijs tussen <8A) en <8A>
Vragenbeantwoording, Torquay 20 augustus 1924
Blz. 140
Wat Steiner zegt vind je tussen de cijfers <7> en <7>
Godsdienstonderwijs <7>
Rudolf Steiner: godsdienstonderwijs alle artikelen
Rudolf Steiner: alle artikelen op deze blog
Menskunde en pedagogie: alle artikelen
Opvoedingsvragen: alle artikelen
Vrijeschool in beeld: alle beelden
.
3526-3012
.
.
.