.
HET IMPONDERABELE
Vlinder en ziel
In zijn publicatie ‘Antroposofie doen?’ besteedt de auteur, Jesse Mulder, ook aandacht aan de vrijeschool: ‘Vrijeschoolonderwijs doen?
In dit artikel kwamen zijn gedachten naar voren.
Nadat Mulder een hypothetische leerkracht heeft opgevoerd om duidelijk te maken dat het niet moeilijk is om aspecten van het vrijeschoolonderwijs ook toe te passen in niet-vrijeschoolonderwijs, stelt hij de vraag of er in dit geval ‘antroposofie gedaan’ wordt of niet:
‘Twee mensen kunnen precies dezelfde vertelstof in hun basisschoolklas hanteren, de verhalen misschien zelfs wel met eenzelfde enthousiasme vertellen. Maar toch is daarmee wat er ‘gedaan’ wordt niet in beide gevallen hetzelfde – niet in beide gevallen wordt er antroposofie gedaan.’
In verschillende pedagogische voordrachten bespreekt Steiner dit verschijnsel.
Dat doet hij bijna altijd met ‘de vlinder en de menselijke ziel’.
Toen ik zijn opmerkingen op me in liet werken, kreeg ik langzamerhand het gevoel dat er een appel werd gedaan op mijn moraliteit: hoe eerlijk ben je in wat je vertelt. Spel je het kind wat (iets moois) op de mouw, of is het jouw innerlijke eigendom. Hoe integer ben je. Hoe oprecht.
En dat – aldus Steiner – voelen de kinderen (en zij niet alleen).
Hij noemt wat zich op dit terrein tussen kind en oudere afspeelt het imponderabele, de onweegbare zaken.
Mulder zegt dan: ‘Zo beschouwd ligt de volgende conclusie nu voor de hand: Om te bepalen of ergens antroposofie gedaan wordt, is het niet voldoende om te bekijken wat er gedaan wordt; we moeten veeleer kijken naar waarom dat gedaan wordt.’
Maar daar zou ik nog aan toe willen voegen: HOE – met welke intentie – wordt het gedaan.
Die gesunde Entwickelung des Menschenwesens
Gezondmakend onderwijs
Voordracht 5, Dornach 27 december 1921
Die für den Pädagogen notwendige Gesundheits- und Krankheitslehre I
Het voor pedagogen noodzakelijke inzicht in gezondheid en ziekte 1
Blz. 95 vert. 104
Sehen Sie, darum ist es der Anthroposophie zu tun, dieses Ineinanderwirken von Seelisch-Geistigem und Physisch-Leiblichem vor die
Aufmerksamkeit hinzustellen. Nicht in irgendeiner Weise dem Menschen bloß eine Kunde von dem Geistigen bringen will Anthroposophie,
sondern das lebendige Wirken des Geistigen auch im Materiellen verstehen können, das will sie. Und das allein kann ja lebenspraktisch
machen; das allein kann den Menschen stark hereinstellen in die Welt,
in der er schon einmal seine Aufgabe zu erfüllen hat.
Ziet u, het gaat in de antroposofie erom de aandacht te richten op het op elkaar inwerken van het psychisch-geestelijke en het fysiek-lichamelijke. De antroposofie wil niet op een of andere manier de mensen alleen berichten overbrengen uit de geestelijke wereld, maar ze wil het levendige werken van het geestelijke ook in het materiële kunnen begrijpen. En alleen dat kan ons geschikt maken voor de praktijk van het leven. Dat alleen kan de mens stevig op de wereld zetten, waarop hij nu eenmaal zijn taak te vervullen heeft.
GA 303/95
Vertaald/104
Voordracht 9, Dornach 31 december 192
Das Kind vom siebenten bis zehnten Jahre: Pädagogik und Didaktik
Het kind van het zevende tot het tiende jaar: pedagogie en didactiek
Blz. 174 vert. 190
( ) der selbstverständlichen Autorität, nicht der erzwungenen, jener Autorität, die durch die Imponderabilien, die den richtigen Rapport hervorrufen zwischen dem Kinde und dem Erzieher, bewirkt wird.
Da walten wirklich Imponderabilien. Ich möchte Ihnen an einem Beispiel symptomatisch zeigen, wie Imponderabilien arbeiten. Nehmen wir einmal an, wir wollen einem Kinde, was viel schwieriger ist als man gewöhnlich meint, einen Begriff, eine Vorstellung von der Unsterblichkeit der Seele beibringen.
Wir können in dem Lebensalter, wo das Kind vorzugsweise für das Künstlerische in der Erziehung veranlagt ist, solche Dinge nicht mit abstrakten Begriffen, mit Vorstellungen
( principe van)
de vanzelfsprekende autoriteit, niet de opgedrongen autoriteit, maar die autoriteit die tot stand komt door de verborgen krachten die de goede verbinding oproepen tussen het kind en de opvoeder.
Daar werken echt onweegbare, imponderabele krachten. Ik wil u met een voorbeeld symptomatisch laten zien hoe deze imponderabele krachten werken. Laten we eens aannemen dat we een kind, en dat is veel moeilijker dan men gewoonlijk denkt, een begrip, een voorstelling willen bijbrengen van de onsterfelijkheid van de ziel. We kunnen op de leeftijd waarop het kind bij voorkeur voor het kunstzinnige in de opvoeding ontvankelijk is, zulke dingen niet door middel van abstracte begrippen, door
Blz. 175 vert. 190/191
in ideenhafter Form an das Kind heranbringen. Wir müssen es in bildhafter Weise heranbringen. Und wie wird denn ein Erziehungskünstler, der für das Intellektualistisch-Naturalistische eine gewisse Schwäche hat, wie wird der dem Kinde in bildhafter Form die Unsterblichkeit beibringen? Er wird sich, wenn auch nicht ganz explicite, aber in seinem Unterbewußten sagen: Ich bin sehr gescheit, das Kind ist sehr dumm; darum werde ich ein Bild ausdenken, um dem Kinde die Unsterblichkeitsidee beizubringen. Die Puppe, aus der der Schmetterling auskriecht, ist ein gutes Bild. In der Puppe ist der Schmetterling verborgen. Im menschlichen Leib ist die Seele. Der Schmetterling fliegt heraus. Das ist auf sichtbarem Boden dasjenige, was mit dem Tode geschieht, indem die übersinnliche Seele den Leib verläßt und hinaus-flattert in die Geisteswelt. Ich kann das so beibringen, daß ich es als ein ganz gescheiter intellektualistischer Mensch ausgedacht habe, und es dann an das Kind übermittle. Wenn ich diese Gesinnung habe, wird es nicht sehr einschlagen in das Kind. Das Kind wird das Bild aufnehmen, vergißt es auch wieder. Es dringt nicht tief genug in das Gemüt des Kindes ein. Ich kann aber dieses Bild auch in einer anderen Weise gebrauchen.
voorstellingen in de vorm van ideeën aanleren. We moeten dat op een beeldende manier doen. En hoe zal dan een opvoedkunstenaar die toch een zwak heeft voor het intellectualistisch-naturalistische, hoe zal die het kind in beeldende vorm de onsterfelijkheid bijbrengen? Hij zal, weliswaar niet expliciet, maar in zijn onderbewustzijn, tot zichzelf zeggen: ‘Ik ben heel intelligent, het kind is heel dom. Daarom zal ik een beeld bedenken om het kind de onsterfelijkheid te laten begrijpen. De pop waar de vlinder uit kruipt is een goed beeld. In de pop zit de vlinder verborgen. In het menselijk lichaam zit de ziel. De vlinder vliegt eruit. Dat is in het zichtbare dat wat bij de dood gebeurt wanneer de bovenzinnelijke ziel het lichaam verlaat en wegfladdert naar de geestelijke wereld. Ik kan het zo zeggen dat ik het als een zeer slimme intellectualistische mens heb uitgedacht, en dit dan aan het kind overbreng. Als ik zo’n mentaliteit heb, zal het niet erg inslaan bij het kind. Het kind zal het beeld opnemen, maar vergeet het ook weer. Het dringt niet diep genoeg tot het gemoed van het kind door. Ik kan dit beeld echter ook op een andere manier gebruiken.
Ich kann ja gar nicht sagen: Ich bin besonders gescheit, das Kind ist besonders dumm. – Wir haben ja im Laufe der Betrachtung gesehen, daß das Kind auf einem anderen Gebiete gescheit ist und der Lehrer dumm. Ich kann mir das in irgendeiner Weise vor Augen halten und kann an dieses Bild selber glauben. Und eine geistgemäße Weltanschauung lehrt mich, an dieses Bild selber zu glauben, mir zu sagen: dasjenige, was auf einer höheren Stufe der Prozeß des Austrittes der Seele aus dem Organismus ist, das ist auf der niederen Stufe dasselbe, nur einfacher und sinnlich anschaubar. Das, was mit Puppe und Schmetterling wirklich geschieht, ist nicht von mir ausgedacht, das ist in die Schöpfung durch die Urweltweisheit hineingelegt, und ich habe auch draußen in der Natur in dem Ausfliegen des Schmetterlings ein Bild desjenigen zu sehen, was auf einer höheren Stufe auch geschieht, im Verlassen des Leibes durch die Seele. Da komme ich dazu, an mein Bild selber inbrünstig zu glauben, es für ein wahres zu halten. Da wirkt dann etwas, was ich durchaus in das Gebiet der Seelenimponderabilien
Ik kan immers helemaal niet zeggen: ik ben bijzonder intelligent en het kind is bijzonder dom. — We hebben in het verloop van onze beschouwingen gezien dat het kind op een ander gebied intelligent is en de leraar dom. Ik kan mij dat op een of andere manier voor ogen houden en kan zelf in dit beeld geloven. En een geestelijke wereldbeschouwing leert mij zelf in dit beeld te geloven en tot mezelf te zeggen: wat op een hoger niveau het proces is van de uittreding van de ziel uit het organisme, dat is op een lager niveau hetzelfde, alleen eenvoudiger en zintuiglijk waarneembaar. Wat met de pop en de vlinder werkelijk gebeurt is niet door mij bedacht, dat is in de schepping door de oorspronkelijke wijsheid van de wereld gelegd, en ik moet ook buiten in de natuur in het uitvliegen van de vlinder een beeld zien van wat er op een hoger niveau gebeurt wanneer de ziel het lichaam verlaat. Dan kom ik er toe zelf vurig in mijn beeld te geloven, het als iets waars te beschouwen. Dan komt er bij het kind iets over wat ik helemaal tot het gebied van de imponderabele zielekrachten
Blz. 176 vert. 190/191
rechnen muß, hinüber auf das Kind. Bringe ich aus der Wärme und aus der Innigkeit dieses eigenen Glaubens an mein Bild das dem Kinde bei, dann bleibt es, dann gestaltet es sich hinein in den ganzen Menschen. Man kann das Wirken der selbstverständlichen Autorität in solcher Weise anschauen. Dann wird diese Autorität, dieses Hinführen zum Gehorsam, zum innerlichsten Gehorsam eben in seiner heilsamen und wohltätigen Wirkung durchschaut werden und nicht etwa von einem falschen Freiheitsprinzip her angefochten werden.
moet rekenen. Breng ik vanuit de warmte en de innigheid van dit eigen geloof in mijn beeld dit het kind bij, dan beklijft het, dan ontwikkelt het zich in de hele mens. Je kunt het werken van de vanzelfsprekende autoriteit op zo’n manier bekijken. Dan zal deze autoriteit, dit leiden tot gehoorzaamheid, tot de innigste gehoorzaamheid, in zijn heilzame en weldadige werking begrepen worden, en niet vanuit een fout vrijheidsprin-cipe aangevochten worden.
GA 303/174-176
Vertaald/190-191
.
Meer over ‘het imponderabele’ in de artikelen over autoriteit
Vrijeschoolonderwijs doen? Alle plaatsen in de ped. voordrachten waarin Steiner over het imponderabele spreekt i.v.m. ‘vlinder en onsterfelijke ziel’.
Algemene menskunde: voordracht 9 – alle artikelen
Algemene menskunde: alle artikelen
Rudolf Steiner: alle artikelen op deze blog
Menskunde en pedagogie: alle artikelen
Vrijeschool in beeld: alle beelden
.
3155-2968
.
.
.
” Maar daar zou ik nog aan toe willen voegen: HOE – met welke intentie – wordt het gedaan. ”
Inderdaad Pieter! En mijn complimenten voor je vertaalwerk van de boekuitgave De wordende mens. Ik lees, bestudeer en doorleef het met bijzonder veel belangstelling.
Dank John.