VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over spel (GA 304)

.

Zie de inleiding

GA 304

Blz. 41/42

Wir können betrachten das kindliche Spiel. Derjenige, der unbefangenen Sinnes und mit vollem Anteil an der werdenden Menschennatur das spielende Kind beobachten kann, der weiß, daß, trotzdem Spiele typisch sind, doch jedes Kind auf seine individuelle Art spielt. Und man kann auch, wenn man Erzieher Pädagoge ist, in einer gewissen Weise dieses Spiel leiten und lenken Man kann es aus der Natur des Kindes heraus leiten und lenken. Man kann ihm auch, je nachdem man dazu fähig ist, eine vernünftige Richtung zu geben versuchen. Wenn man das alles beachtet, dann kann man die Kinder genau unterscheiden in so spielende und in anders spielende und so weiter. Dann kommt dasjenige Lebensal­ter, wo diese besondere Art, die sich im Spiel ausdrückt, beim Kinde nicht mehr so sichtbar ist. Das Kind betritt die Schule, andere Interessen erfüllen es.
Es ist schon so, daß wir dann weniger bemerken können, was eigentlich die Folgen der besonderen Eigenart des Spielens sind. Derje­nige, der nun nicht nur obenhin betrachtet, sondern der weiß, daß das Menschenleben eine Einheit ist, der daher seine Beobachtungen über das ganze Menschenleben ausdehnt, kann bemerken, wie so um das vierund­zwanzigste, fünfundzwanzigste Jahr herum in derjenigen Zeit, wo der Mensch seinen Anschluß an die Welt finden soll, wo er finden soll sein Sich-Hineinfügen in die Welt, der eine mehr oder weniger fur die Lebenspraxis geschickter ist der andere ungeschickter ist, wie der eine ein Träumer wird der nichts Praktisches geschickt anfassen kann, der andere jede Einzelheit mit besonderer Geschicklichkeit anfaßt. Die Art und Weise, wie man sich da geschickt oder ungeschickt ins Leben hineinfindet in den Zwanzigerjahren die ist ein unmittelbares Ergebnis der spielenden Tätigkeit des Kindes. Es gibt gewisse Flüsse,die erschei­nen aus ihrer Quelle verschwinden dann unter der Erdoberfläche und treten später wieder hervor an einem anderen Ort.
So sind die Fähigkei­ten im Menschenleben. Die Fähigkeit, die beim Kinde im Spiel besonders  

We kunnen naar het spel van het kind kijken. Degene die onbevangen en met volle belangstelling voor de wordende mens het spelende kind kan waarnemen, die weet, dat hoewel spel iets eigens heeft, ieder kind toch op zijn eigen individuele manier speelt. Je kunt als je opvoeder, pedagoog bent, op een bepaalde manier ook leiding geven aan het spelen, het sturen. Je kunt het vanuit de aard van het kind leiden en sturen. Je kunt ook, al naar gelang je daarvoor de capaciteit hebt, het een bepaalde goed doordachte richting proberen op te sturen. Wanneer je dit allemaal goed bekijkt, kun je bij de kinderen precies onderscheiden wie zó speelt en wie anders, enz. Dan komt de levensfase waarin het bijzondere van wat in het spel tot uitdrukking komt, bij het kind niet meer zo zichtbaar is. Het kind gaat naar school; het krijgt andere interesses. Dan is het al zo dat we minder kunnen merken van wat eigenlijk de gevolgen zijn van dat  bijzonder eigen karakter van het spelen. Wie niet alleen maar oppervlakkig kijkt, maar weet dat het mensenleven een eenheid is en die daarom zijn blik ook over het hele mensenleven laat gaan, kan opmerken dat zo rond het vier- vijfentwintigste jaar, in de tijd waarin de mens zijn aansluiting bij het leven moet vinden, de tijd waarin hij zich moet voegen naar de wereld, dat de een meer of  minder geschiktheid aan de dag legt, de ander daartoe minder in staat is; hoe de één een dromer wordt die in de praktijk niets kan aanpakken, de ander iedere zaak bijzonder adequaat aanpakt. De manier waarop men, adequaat of niet, zijn plaats in het leven vindt wanneer de twintig is gepasseerd, is het directe gevolg van de speelactiviteit van het kind.
Er zijn verschillende rivieren die uit een bron opwellen, die dan onder het aardoppervlak verdwijnen en later op een andere plaats weer boven aarde komen.
Zo is het gesteld met de capaciteiten in een mensenleven. De gave die bij het kind vooral in het spel

blz. 42

zum Vorschein kommt, wirkt in den ersten Lebensjahren, dann verschwindet sie in den Untergrund der Seele und kommt wiederum hervor in den Zwanzigerjahren in der Art und Weise, wie der Mensch sich in das Leben hineinfindet. Bedenken Sie, in der Art und Weise, wie wir das Spiel des Kindes erzieherisch leiten, greifen wir ein in Glück oder Unglück, in das Schicksal des Menschen in seinen Zwanzigerlebens­jahren.

tevoorschijn komt, is werkzaam in de eerste jaren van het leven, verdwijnt dan onder de oppervlakte in de ziel en verschijnt weer in de twintiger jaren op de manier waarop de mens zijn plaats in het leven vindt. Bedenk goed dat op de manier waarop wij het spel van het kind opvoedkundig leiden, we ingrijpen in geluk of ongeluk, in het lot van de mens wanneer hij twintig geweest is.
GA 304/41-42
Niet vertaald

.

Rudolf Steiner over spelalle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen

Spelalle artikelen

VRIJESCHOOL in beeldalle beelden

.

2044

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.