VRIJESCHOOL – Leerproblemen (2-3)

.

DYSLEXIE

Meer dan 40 jaar geleden was ‘dyslexie’ al bekend, hoewel er met die wetenschap in het onderwijs weinig werd gedaan. In mijn ‘kweekschool’tijd was het geen onderwerp in de opleiding.
Er zijn in de voorbije jaren nieuwe onderzoeken gedaan, nieuwe gezichtspunten ontstaan en er wordt veel beter gekeken naar het functioneren van leerlingen die dyslectisch zijn. 

Ook al is onderstaand artikel al vrij oud, het bevat toch gezichtspunten waarmee ook nu rekening moet worden gehouden.

woordblindheid

Eén op de tien kinderen heeft in meerdere of mindere mate last van
woordblindheid en voor sommigen heeft het een noodlottige uitwerking op hun hele leven. Het is vrij algemeen bekend dat heel wat kinderen op de lagere school leermoeilijkheden met het lezen en het schrijven ondervinden, waarvoor geen voor de hand liggende oorzaak valt aan te wijzen. Omdat deze kinderen normaal of zelfs goed begaafd kunnen zijn worden ze nogal eens voor slordig of lui gehouden, totdat blijkt dat woordblindheid wel eens de bron van de ellende zou kunnen zijn.

Bij de Staatsuitgeverij verscheen onlangs het boek Woordblind. Dr. Christine G. Kuipers schreef deze bewerking van haar proefschrift “Dyslexie bij begaafden” — waarop ze aan de Leidse universiteit promoveerde — in samenwerking me tdrs. C. Weggelaar.

„Drie op de vier jeugdige delinquenten, tieners dus, lijden volgens schattingen aan woordblindheid. Zorgvuldige bestudering van het gedrag van deze jongelui wijst uit, dat het een van de machtigste drijfveren kan zijn van hun opstandigheid, die tot misdadige handelingen voert.

„Gelukkig”, zegt dr. Christine Kuipers, „is zeker niet iedere woordblinde voorbestemd misdadig te worden: er zijn geleerden en kunstenaars die aan het verschijnsel geleden hebben. De sprookjes van Hans Christiaan Andersen tonen er de sporen van, evenals het werk van Aart van der Leeuw en ook Nelson Rockefeller was woordblind”.

Waaruit de moeilijkheden nu precies bestaan, hoe ze ontstaan en wat er de uiteindelijke oorzaken van zijn, daaromtrent bestaat ook bij deskundigen nog weinig zekerheid. Zeker is wel, dat er meer aan vast zit dan een bemoeilijkt leren lezen en schrijven op zichzelf. Aangenomen wordt, dat er gewoonlijk meer dan één oorzaak valt aan te wijzen en ook zijn bepaalde feiten in de ontwikkeling van het jonge kind bekend die op latere leeftijd het ontstaan van woordblindheid in de hand kunnen werken.

Volgens sommige geleerden wordt ongeveer een derde van het aantal baby’s die het stadium van het kruipen overslaan later woordblind. Dat komt doordat het kind de oriëntatie in de ruimte niet voldoende ontwikkelt: het raakt verloren in de ruimte”.

„Woordblind” heeft het boek als titel, waarmee een term is gebruikt die in Nederland zo is ingeburgerd, dat hij soms als scheldwoord wordt gebruikt. Deze stoornis heeft echter met blindheid niets van doen”, zegt dr. Kuipers. Een betere en meer gebruikte term is „dyslexie”. Dat betekent vanuit het Grieks moeilijk of slecht lezen”.

Dyslexie (woordblindheid) is een aandoening die zich openbaart bij kinderen en die bij kinderen, veelal aan LOM— scholen, is bestudeerd. Hoe het later gaat met die kinderen is onbekend omdat follow—up over een groot tijdsverloop vrijwel ondoenlijk is. „Bestaat woordblindheid eigenlijk nog wel boven de leeftijd van ongeveer vijftien jaar of groeien kinderen er over heen?”, was de vraag die dr. Kuipers zich stelde.

„Een ongezochte gelegenheid om dieper in de problematiek door te dringen deed zich aan mij voor toen bleek, dat zich onder studenten van de TH in Delft, die in verband met moeilijkheden psychologisch werden onderzocht, woordblinde mensen bevonden. Negenhonderd dossiers van studenten lagen er in de kelders van de Rijks Psychologische Dienst: hoe zouden we er de gevallen van woordblindheid uithalen en had dit ongetwijfeld tijdrovende karwei zin?”, vroeg dr. Kuipers zich af.

In haar proefschrift heeft ze aangetoond, dat woordblindheid niet alleen bij kinderen voorkomt — en zeker niet in het bijzonder bij minder begaafde kinderen —, maar ook bij (begaafde) volwassenen. Er blijken ten minste twee varianten van woordblindheid te zijn, die elk voor zich eigensoortige sporen veroorzaken in de gehele begaafdheidsstructuur.

Daardoor wordt een nieuw licht geworpen op het functioneren van de intelligentie. Voor de praktijk van de herkenning van de aard van deze stoornissen en de bestrijding ervan kan dit onderzoek van groot gewicht zijn, omdat zich nieuwe mogelijkheden bleken voor te doen om woordblinde kinderen hulp te bieden.

Ernstige zaken
Uit het onderzoek van dr. Kuipers blijkt dat woordblindheid altijd een ernstige zaak is, die aandacht verdient, omdat het gaat om een onvoldoende wisselwerking tussen de twee grote hersenhelften. Dr. Kuipers was niet de eerste die tot deze conclusie is gekomen. „Het frappante is echter dat wat door een Amerikaanse autoriteit werd gevonden voor groepen van schoolkinderen, bleek overeen te komen met de bevindingen bij groepen woordblinde Delftse studenten. Het feit dat er (ten minste) twee soorten dyslexie moeten zijn was bij het Amerikaanse onderzoek eveneens naar voren gekomen”.

,,In het ene geval”, zegt dr. Kuipers, „heeft het kind moeite met het onderscheiden van klanken in een woord en met het combineren van letters tot een woord; dus met horen. In het andere geval heeft het moeite met het zien van letters in een woord en van woorden in een zin. De ene vorm is door de Amerikaan Myklebust „matig gestoord” genoemd, dat wil zeggen de achterstand in schoolvorderingen voor lezen en schrijven en rekenen is niet meer dan twee jaar. De andere vorm is ernstiger en de achterstand bedraagt méér dan twee jaar”.

Van een aantal mensen dat woordblind is staat vast dat ze de afwijking niet te boven zijn gekomen. Zijn ze voldoende begaafd dan kunnen ze, meestal met vertraging, VWO halen. Welke mogelijkheden later voor hen openstaan is nog weinig bekend. Op dit terrein is nog heel wat onderzoek noodzakelijk, meent dr. Kuipers.

„We moeten in het midden laten of het bij sommige mensen die woordblind zijn later beter gaat. Dit kan het geval zijn. Het betreft dan (meestal) kinderen die hulp hebben gehad en wat zou er zijn gebeurd indien ze die niet hadden gehad?

Zeker is dat én op de scholen voor gewoon (lager) onderwijs én bij examens veel meer rekening moet worden gehouden met de dyslectici die in iedere
scholengemeenschap voorkomen. Ook schooladviesdiensten schijnen nog weinig belangstelling voor kinderen met deze problemen te hebben”.

Dr. Kuipers: „De school geeft zichzelf een brevet van onmacht door deze kinderen te verwijderen. Waar moeten ze naar toe? Wat komt ervan ze terecht?”.

Hulpleraar
Gelukkig bestaan er internaten die ze opvangen in het kleine groepje waarin ze thuishoren en eventueel een lts-opleiding kunnen krijgen. In het individuele geval kan het toch veel moeite kosten voor een kind een goed plekje te vinden. Het zou een goed ding zijn indien ook bij voortgezet (beroeps)-onderwijs een hulpleraar of remedial teacher deel zou uitmaken van het lerarencorps.

En dan de examens. Dyslectici lezen langzamer en ze schrijven spelfouten. Bij het eindexamen zou het zo’n kind toegestaan moeten worden het gehele examen mondeling af te leggen. Wat momenteel incidenteel geschiedt, namelijk dat een school zijn dyslectische leerlingen bevordert zonder cijfers of andere beoordelingen te geven voor de talen, zou regel behoren te zijn. Het komt voor dat een voortvarende rector, in samenwerking met een goedwillende inspectie, gedaan weet te krijgen dat schriftelijke eindexamenopgaven op de band worden ingesproken. Dit zou tot standaardprocedure verheven behoren te worden.

Examenopgaven en proefwerken in multiple choice-vorm (streep het goede antwoord aan) vormen geen oplossing, omdat dyslectische kinderen veel moeite hebben met het nauwkeurig lezen van de verschillende mogelijkheden, en dus makkelijk fout kiezen.

Ten slotte geldt voor universitaire studies eveneens dat dyslectici desgewenst recht moeten krijgen op mondeling af-, genomen tentamens en examens. Zou het vreemd zijn om bij onderwijsvernieuwing te beginnen met deze groep”, vraagt dr. Kuipers zich af. „Het gaat om tien procent van onze schoolbevolking”.

Een krantenartikel, bron, datum, onbekend. Waarschijnlijk na 1979 – in dat jaar verscheen het genoemde boek en vóór 1985, want er is nog sprake van ‘lager onderwijs’

Het boek van Dr.Kuipers heet inmiddels: Behandeling van woordblindheid

dyslexie

 

1210

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

..

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s