.
SINTERKLAAS
Vol verwachting klopt ons hart
wie de koek krijgt
wie de gard
Als ik probeer me te herinneren wat ik als kind beleefde aan het
Sinterklaasfeest, komen er allerlei uiteenlopende gevoelens naar boven. Ik breng er een paar onder woorden.
Allereerst was er een diepe eerbied voor iemand die op zijn eigen verjaardag geen kadootjes wilde krijgen, maar ze gaf, en dat nog wel aan alle mensen. Dit moet een herinnering zijn uit m’n kleutertijd, nog voordat ik te weten kwam dat het anders ging. En ik weet nog dat ik dat zelf ook wel wilde kunnen, als iets onbereikbaars. Dan had de figuur van Sinterklaas een grote duidelijkheid, betrouwbaarheid voor me. Ik herinner me wel dat ik me afvroeg hoe het kón: zo op de daken rijden, en vooral hoe je er dan weer afkwam – maar dat deed niets af aan de realiteit van Sint-Nikolaas zelf: van de wind vraag je je ook niet af hoe hij ergens op en af komt. Ik denk dat een kind, veel trefzekerder dan een volwassene ooit begrijpen kan, de werkelijkheid achter een beeld kan pakken en vasthouden, ondanks alle denkmatige onwaarschijnlijkheden. Toen ik als zesjarige zag dat Sinterklaas’ baard van achteren met een touwtje vastzat, was ik beslist niet gedesillusioneerd – het sloot aan op andere vragen, maar interfereerde niet met mijn gevoel over hem. Naast eerbied en een gevoel van echtheid was er natuurlijk ook de verwachting: wat gaat er gebeuren, wat zal ik krijgen?
We moesten thuis lang van te voren een verlanglijst maken, uit ons hoofd wel te verstaan, niet uit de katalogus van “de schatkamer van Sint-Nikolaas*. Toch was het altijd een flink lange, genummerd zelfs terwille van de
overzichtelijkheid. Wat zou Sint-Nikolaas ervan uitkiezen?
Verwachting, maar ook spanning. Sinterklaas én Zwarte Piet. Was ik bang? Nee, ik kende wel de verhalen van de roe en in-de-zak-mee-naar-Span-je. Ik geloofde ze ook, maar ze zouden niet gebeuren. Het was een ander soort spanning, de spanning tussen het witte van Sinterklaas’ baard en het zwarte pietengezicht, tussen het kado en de surprise, tussen de vrolijkheid om het gekke van de surprise en de ernst om de raakheid ervan. Sinterklaas alléén, zonder Piet: dat is braafheid, saaiheid. Dat is het goede, onbedreigd door het kwade, gevallen uit het spanningsveld met het kwaad. Eind september wordt het Michaëlsfeest gevierd; de betekenis ervan wordt uitgedrukt in het beeld van de strijd van de aartsengel met de draak.
Zou je kunnen zeggen dat Zwarte Piet het beeld ís van de overwonnen draak – niet gedood, maar ge-knecht. Niet uit de weg geruimd, maar geïntegreerd, verlost tot tegenwicht van het goede, tot hulp van het goede ook, om niet braaf te worden.
Sinterklaasavond. Er wordt gezongen, dat mooie lied met zijn melodie als windvlagen:
Hoor de wind waait door de bomen,
hier in huis zelfs waait de wind.
Zou de goede Sint wel komen?…
Dan gaat de melodie galopperen:
Ja, hij rijdt door donkere nachten,
op zijn paardje o-zo-snel…
Spanning, verwachting, en dan…een lawine van kadoos, verwarrend,
hebzuchtopwekkend.
Voor zijn eerbiedwaardige goedheid krijgt onze Sint zo te over de kans dat die goedheid degenereert tot materiële overvloed. De heiligheid, onbeproefd, wordt schijnheiligheid.
Net zo als Zwarte Piet onmisbaar is voor Sint-Nikolaas, hoort de surprise of het gedicht bij het kado. Niet zomaar in het wilde weg (vaak ook al in serie kant en klaar te koop). maar gericht op de persoon voor wie hij bedoeld is. Gericht op een zwakke plek of hebbelijkheid, waarvan de betreffende al zover bewustzijn heeft dat hij erom kan lachten. Dat is heel belangrijk: het is geen dramatisch gebeuren zoals Michaëls strijd met de draak; de surprise mag niet bitter zijn, is niet gericht op iemands dubbelganger – het stuk waar nog niet bewust mee gevochten kan worden.
De surprise of het gedicht brengt op tafel een stukje kwaad dat door het bewustzijn al enigszins geknecht is en nu verlost kan worden door humor, door er samen om te lachen.
(Lili Chavannes, Jonas 6, 18-11-1977)
.
Sint-Nicolaas: alle artikelen
Jaarfeesten: alle artikelen
VRIJESCHOOL in beeld: Sint-Nicolaas
.
351-330
.