VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – St.-Nicolaas (4)

Op het spoor van Sinterklaas

De elfde eeuwse crypte van de kerk van Sint-Nicolaas in Bari is zoals een crypte hoort te zijn: koel, donker en stil, met blanke Romaanse zuiltjes onder lage booggewelven, ge­blakerd door de lampolie van vele eeuwen. Eén rood mar­meren zuil staat apart: volgens een middeleeuwse legende gaat het om een overblijfsel van een antieke Romeinse villa dat door de goedheiligman zelf uit zee was opgedoken en in de bouwput van de nog niet voltooide kerk geplaatst. Tegenwoordig geloven nog maar weinigen dat. Maar dat onder het altaar in de crypte, aan het oog onttrokken door marmerplaten en iconen, zich het graf van Sint-Nicolaas be­vindt, daarvan zijn de inwo­ners van Bari heilig overtuigd. Weliswaar verklaren ook ste­den als Venetië en het Franse Saint-Nicolas-de-Port zich tot laatste rustplaats van Sint-Ni­colaas, maar hun papieren zijn toch beduidend minder sterk dan die van Bari, dat negen eeuwen geleden door een spectaculaire commando-actie zich het gebeente van de heili­ge wist toe te eigenen.

In het Vaticaan is men absoluut niet overtuigd. Toen ruim twintig jaar ge­leden* de overvol geworden roomse santenkraam eens flink werd
opge­schoond, werd de populaire Sint-Nicolaas, aan wie in de wereld zesduizend – katholieke, orthodoxe en protestant­se — kerken zijn gewijd, van de heili­genkalender geschrapt, omdat ‘er gere­de twijfel bestaat of hij inderdaad heeft geleefd’.
Zijn verering wordt nog wel gedoogd, maar is niet meer officieel.
De Vaticaan­se gestrengheid valt wel te begrijpen, omdat Sint-Nicolaas inderdaad een wat wonderlijk soort heilige is.
Hij was geen martelaar, geen paus en heeft ook geen diepgravende theologische geschriften op zijn naam staan. Bovendien stond hij model voor een huiselijke figuur als Sin­terklaas en een koddig kereltje als de Kerstman, dat al helemaal niets vrooms meer heeft. Maar het officiële argument dat er geen historische bewijzen van het bestaan van de bisschop van Myra zou­den zijn, is onzin, althans volgens de Barese pater Gerardo Cioffari die alge­meen als de grootste nicolaaskenner ter wereld wordt beschouwd.

Historisch
‘De beslissing is genomen door mensen die latere teksten hebben geanalyseerd, zonder de ware historische bronnen te kennen. Maar wanneer we teruggaan tot de alleroudste teksten over Sint-Nico­laas, dan moeten we wel tot de conclu­sie komen dat hij inderdaad een histori­sche figuur is geweest’, betoogt de 51 —jarige dominicaan die in Bari Rus­sische en Byzantijnse theologie doceert en meer dan tien publicaties over Sint-Nicolaas op zijn naam heeft staan. Cioffari heeft drie in het Grieks geschre­ven kronieken uit de zesde eeuw opge­spoord, waarin wordt verwezen naar een zekere Nicolaas, die rond het jaar 300 bisschop was van het stadje Myra in Klein-Azië (het huidige Turkse Demre). Daaruit blijkt tevens, dat Nicolaas twee eeuwen na zijn dood al het object was van plaatselijke verering. De oudste tekst, de Historia Tripartita (Driedeli­ge Geschiedenis) van Theodorus van Constantinopel, beschrijft hoe de bis­schop drie onschuldig ter dood veroor­deelde Byzantijnse officieren op het laatste moment van het beulszwaard weet te redden: die daad zou de basis gaan vormen voor de latere roem van de Sint.

De kroniekschrijver maakt op zijn beurt weer gebruik van verloren gegane bron­nen uit de vierde eeuw (dus minder dan een eeuw na de dood van Nicolaas) en is bovendien zeer nauwkeurig, zodat vol­gens Cioffari dit verhaal zonder meer als waar kan worden beschouwd. Alle overige feiten uit zijn leven zijn door latere kopieerders zo verfraaid en verdraaid, dat de betrouwbaarheid ervan gering is.
Zo nam Nicolaas volgens sommige schrijvers in 325 deel aan het door keizer Constantijn voorgezeten Concilie van Nicea (waar de Ariaanse ketterij in de ban werd gedaan), maar volgens andere weer niet. Het eerste aan hem gewijde heiligenleven, dat van  de Archimandriet (opperabt) Michaël  uit de achtste eeuw, meldt dat Nicolaas  de heidense tempel van jachtgodin Diana in Myra had vernietigd. Archeologisch onderzoek heeft uitgewezen, dat dat in die tijd inderdaad is gebeurd, maar op zich is dat niets bijzonders: bij  de kerstening van het Romeinse Rijk werden heidense godshuizen overal aan puin geslagen, als ze tenminste niet tot kerk werden gewijd.

Ook zou Sint-Nicolaas zijn stad voor hon­gersnood hebben behoed door een By­zantijns schip met graan te praaien en zou hij van de keizer voor zijn kudde be­lastingverlaging hebben bedongen, iets dat ook toen al als een wonder werd beschouwd.

Zeelieden
Een terloopse opmerking in het verhaal van Michaël dat Nicolaas zeelieden had gered uit de storm, maakte hem al in de negende eeuw tot patroonheilige van deze beroepsgroep. Daarom staan veel nicolaaskerken — onder meer die van Bari, Amsterdam en Novgorod — vlak aan het water.

Eén verhaal over Sint-Ni­colaas komt al vóór het jaar 900 steeds terug in verschillende bronnen, tot in Ethiopië toe: Sint-Nicolaas die drie arme meisjes ervan weerhoudt om zich te prostitueren, door hen van boven uit het raam bundeltjes geld voor de bruids­schat toe te werpen. Of dat waar ge­beurd is, staat zeker niet vast, maar wel dat uit deze legende de goedgeefse Sint is voortgekomen die met pakjes strooit vanaf de daken.

‘Tot in de achtste eeuw was Nicolaas een gewone heilige, die plaatselijk werd vereerd in en rond Myra. Maar aan het begin van de negende eeuw komt daar verandering in. De mohammedanen veroveren steeds grotere delen van Turkije  en Noord-Afrika. Veel christenen vluchten naar Oost- en West-Europa en ne­men de cultus mee. Bovendien wordt  Sint-Nicolaas, die naar aanleiding van het verhaal van de drie veroordeelden al werd vereerd als beschermheilige van de gevangenen, steeds belangrijker omdat duizenden familieleden van door de muzelmannen slaaf gemaakte christe­nen zich tot hem wenden om steun.
Ten ­slotte trouwt de Duitse keizer Otto II in 972 met de Byzantijnse prinses Theophano, die de nicolaasverering ook aan het hof brengt’, legt padre Cioffari uit.

Nicolaas van Sion
Sint-Nicolaas wordt in de elfde eeuw de meest geliefde heilige van Europa, tot in IJsland toe  en komt in populariteit on­middellijk na Maria en in nauwe concur­rentie met Sint-Maarten. Zijn geboorte­dag 6 december wordt een feestdag, die — zoals de antropoloog Claude Levi-Strauss heeft beschreven — net als het kerstfeest zelf op de plaats komt van de voorchristelijke vieringen van het begin van de winter en de zonnewende.

Overal worden Nicolaaskerken gebouwd en het ene heiligenleven na het andere ziet het licht. In een daarvan ontrukt de Sint een icoon uit de handen van een heiden,  waardoor hij schutsheilige wordt van dieven en handelaren. In een ander wordt de bij zijn status passende versterving nog wat aangedikt door de mededeling dat hij als baby slechts één­maal per dag de moedermelk wenste te gebruiken.

En in hun ijver om de gelovigen zo veel mogelijk voorbeeldige vroomheid voor te schotelen, schrikken de hagiografen er ook niet voor terug om de oude teksten die betrekking hebben op Nicolaas van Myra samen te voegen met de berichten over een hele andere persoon, de mon­nik Nicolaas van Sion, die twee eeuwen later leefde. Daardoor scheppen zij een stichtelijke brij van feiten, verdichtsels en anachronismen, die later aanleiding zal geven tot de twijfels over de echtheid van de Sint.
Rond het jaar 1000 verwerft Sinterklaas de faam van kindervrind, die hem sindsdien steeds is bijgebleven. In de Byzan­tijnse wereld verspreidt zich het verhaal dat door tussenkomst van de heilige het christenkind Basilius uit de handen van de Saracenen werd gered. En in het westen heeft de mythe zich ontwikkeld dankzij een vertaalfout in de eerste be­langrijke Westeuropese Nicolaastekst, waarvan padre Cioffari in de Nationale Bibliotheek van München het origineel heeft opgespoord.

Drama
In 960 schreef de Duitse bisschop Reginhold een liturgisch drama op de wonderen van Sint-Nicolaas. Maar in de ver­taling (vanuit het Grieks in het Latijn), gebruikte hij bij de episode van de drie veroordeelden niet het woord innocen­tes (onschuldigen), maar pueri (kinde­ren). De bisschop was vermoedelijk op het verkeerde been gezet door het bij­belverhaal van Herodes’ ‘moord op de onnozelen’ waarin met de onschuldige slachtoffers inderdaad kinderen worden bedoeld.
Binnen korte tijd was daardoor in preken, abele spelen en volksverbeelding het beeld van de drie mannen en de beul vervangen door dat van drie kinde­ren en een boze waard in een ouderwets gruwelverhaal.
De kinderen komen eten in de taveerne, maar worden in plaats daarvan door de inhalige uitbater geslacht, aan plakjes geneden en in het zout gezet voor toekomstige consumptie. Maar dan komt de Goede Sint voorbij, die het vat zegent waaruit de kinderen dan weer geheel intact uit oprijzen, een scène die tientallen mirakelschilders heeft geïnspireerd.
Uit de combinatie van de oude Nicolaaslegende van de drie jonge vrouwen en de nieuwe ontstond het beeld van de Sint als brenger van cadeautjes aan kinderen. In de twaalfde en dertiende eeuw, vermoedelijk het eerst in Frank­rijk, leidde dat tot het gebruik om op Sinterklaasavond koekjes en fruit voor de deur te leggen als geschenk van Sinterklaas.

Wonder-manna
Sinds zijn dood werden de (vermoedelij­ke) resten van Sint-Nicolaas bewaard in de nog steeds bestaande basiliek van Myra, waar ze jaarlijks tienduizenden pelgrims trokken, die onder meer afkwa­men op een welriekende olieachtige substantie met heilzame werking, manna of myron genaamd, die het heilige gebeente zouden uitscheiden.
Het ‘wonder’ van de manna heeft zich tot op de huidige dag herhaald. Vele families in Bari bezitten er nog een zorgvuldig verzegeld flesje van en voor goedgelovigen is het een bewijs van de heiligheid van Nicolaas.

Pater Cioffari is echter skeptischer: ‘Het fenomeen bestaat: de tombe wordt nat van binnen. Maar een degelijk wetenschappelijk onderzoek zou geen kwaad kunnen. Persoonlijk geloof ik niet zo aan dit soort wonderen’
In het jaar 1087 besloten de bewoners van Bari om zich van de
benijdenswaardige relieken meester te maken. De stad was enkele jaren daarvoor door de Normandiërs, met steun van de paus veroverd op het (orthodoxe) Oost-Romeinse Rijk en daarbij van een belangrijk regionaal bestuurscentrum teruggebracht tot een onbeduidende provinciestad. Het bezit van Nicolaas’ resten zou het geslonken prestige van Bari flink doen stijgen. Ook de plaatselijke middenstand zag het wel zitten, vanwege de te verwachten inkomsten uit het pelgrimtoerisme.  Scrupules waren overbodig, want Myra was tenslotte orthodox en zou binnen afzienbare tijd wel in handen van de Moren vallen.
Uit een gedetailleerd journalistiek verslag van de kroniekschrijver Niceforus blijkt dat de Barezen zich met Italiaanse geslepenheid van hun vrome taak kweten. Na snel te hebben gevaren om de Venetianen voor te zijn die hun begerige ogen ook al op de heilige knekels hadden laten vallen, legden drie handelsschepen uit Bari aan op drie kilometer van Myra. Vervolgens begaven twee priesters en een groep bemanningsleden zich naar het buiten de stad gelegen heiligdom, zogenaamd om eer te betuigen aan de overblijfselen van Nicolaas.
Maar eenmaal binnen zetten ze de monniken die het graf bewaakten gevangen, braken de tombe open en sleepten het geraamte in allerijl naar hun schepen. Net op tijd, want toen zij afvoeren had op de kade een menigte burgers van Myra, weeklagend en verwensingen slakend, het nakijken.

De schaarse botjes die de Barezen in de haast hadden laten liggen, bleven over voor de Venetianen die twaalf jaar later, aan het einde van de Eerste Kruistocht, Myra ook met een bezoek vereerden. Ook Venetië heeft sedertdien zijn Nicolaasrelieken, die nu zijn ondergebracht in de kerk van San Niccolò del Lido.
Onder de naam Translatio Sancti Nicolai (de overbrenging van Sint- Nicolaas) werd de reliekendiefstal als een edele heldendaad te boek gesteld.
Nicolaas zelf werd tot beschermheilige van de stad uitgeroepen, en staat se­dertdien in Italië bekend als San Nicola di Bari, en werd passend gehuisvest in een gloednieuwe kerk, een indrukwek­kend Normandisch bouwwerk met lage vierkante torens die ook als veste
ge­bruikt konden worden.
De crypte waarin de Sint werd onderge­bracht, was al in 1089 klaar, en reeds negen jaar later kon ook de Chiesa di San Nicola zelf door paus Urbanus II worden ingewijd. Sedertdien is het nu 400.000 inwoners tellende Bari de stad van Sinterklaas. 6 december en 9 mei (de dag van de Translatio) zijn plaatse­lijke feestdagen, waarop een beeld van de Sint in processie door de stad wordt gevoerd.

Geraamte
Het geraamte van Nicolaas (die 166 cen­timeter lang was en tenger van postuur, zoals het een asceet betaamt) wordt met lange tussenpozen te kijk gezet. Restaurants, bakkerijen, garages en ho­tels dragen zijn naam en veel automobilisten hebben zijn beschermende beel­tenis op de voorruit geplakt. In vrijwel alle winkels hangen bidprentjes van de Sint en in de kerken van de stad wordt hij in gebed aangeroepen om de plaatse­lijke zondaars voor de verdoemenis te behoeden:

„Machtige Herder van Myra,
Trots van Bari,
Heer der Zeeën,
Troost en Deugd, enz.”

In het dertig kilometer noordelijker gelegen Molfetta wordt voor de kinderen nog een Sinterklaasfeest gevierd dat vrijwel identiek is aan het Nederlandse. En naast de duizenden pelgrims die jaarlijks het graf van Nicolaas komen be­zoeken, ontvangt de kerk van San Nicola elk jaar nog honderden brieven gericht aan de Kerstman en soms zelfs aan Sinterklaas.

Elders in de westerse wereld ontwikkel­de de Nicolaasverering zich op heel ver­schillende wijze. In katholieke streken werd de volksheilige steeds meer ver­drongen door het Kindeke Jezus en in de protestantse Nederlanden verboden de Staten-Generaal het openbare optre­den van deze ‘paapse’ figuur, zodat de Sint als een soort wereldse hageprediker naar de beslotenheid van de huiska­mer werd verbannen.

Onrecht
Sommige Zwitserse hervormers waren beduidend minder strikt in de leer: zij vonden dat het sinterklaasgebruik wel gehandhaafd mocht blijven omdat het anders zo sneu was voor de kinderen.
Maar na eeuwen van verdrukking is overal in de wereld Sinterklaas, in Amerika getransformeerd tot Father Christmas en met de enthousiaste steun van de winkeliers aller landen, weer aan een triomfale terugtocht bezig. Vooral in de Oost-Europa is Sint Nicolaas echter een populaire heilige, een van de belangrijkste die de katholieke en orthodoxe kerken met elkander gemeen hebben. Volgens Cioffari, in wiens kerk ook een altaar voor de orthodoxen is gereserveerd, zou de Nicolaasverering een goede basis vormen voor een nieuwe oecumene tussen de twee takken van het christendom, maar het Vaticaan heeft dat verijdeld door Nicolaas zijn roomse heiligheid te ontnemen.
Dit is echter volkomen ten onrechte, vindt de geleerde dominicaan: ‘De declassering van Sint-Nicolaas is een groot onrecht. Er wordt zo vaak kritiek geleverd op de katholieke kerk, waarom dan niet hierop?’

St.Nicolaas 1

St.-Nicolaas als patroon der zeelieden. Let op de huidskleur van de schepelingen.

St.Nicolaas 3

St-Nicolaasicoon, daterend vóór het jaar 1000. Klooster van Sint Catherina, Berg Sinaï, Egypte

St.Nicolaas 4

bidprentje uit Bari

(A. Heering, De Gelderlander, 03-12-1994)
Advertenties

3 Reacties op “VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – St.-Nicolaas (4)

  1. Pingback: VRIJESCHOOL – JAARFEESTEN – St. Maarten (1) | VRIJESCHOOL

  2. Pingback: VRIJESCHOOL – JAARFEESTEN – St. Nicolaas (5) | VRIJESCHOOL

  3. Pingback: VRIJESCHOOL – JAARFEESTEN – St. Nicolaas – alle artikelen | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s