VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pasen (24)

.

PASSIETIJD EN PASEN

Het paasfeest zal bij verschillende mensen verschillende gevoelens oproepen. Sommigen zullen het vieren in de kerk als christelijk feest. Voor anderen is het een lentefeest – in de klassen zijn de wortelkindjes en lentefeetjes weer tevoorschijn gekomen. En in de derde klas vieren we een variatie op het oude joodse paasfeest, de uittocht uit Egypte op weg naar het beloofde land.

Op welke wijze je het ook viert, steeds blijkt dat het leven de dood overwint. Dat blijft de centrale gedachteof je nu gelooft in de (herrezen) Christus – of in het opnieuw opleven van de natuur – of de bevrijding uit dood en slavernij naar een vruchtbaar, levend land van belofte.

De redactie heeft dit jaar gekozen om in deze en volgende school­kranten de gedachten van ir. F. de Fremery over de jaarfeesten te volgen, zoals hij die neerschreef in ‘Van Kerstmis tot Kerstmis’. Voor de duidelijkheid eerst zijn

VOORWOORD

Aan mijn gezin in oorlogstijd:

“Nichts hat der Gegenwartsmensch
nötiger, als das er lernt, sich
wieder über den Alltag zu erheben,
dass er lernt, Feste zu feiern und
wirkliche Sonnentage in sein schweres
Leben einzuflechten ”                                                                                                •

Friedrich Rittelmeier

De christelijke feestdagen liggen in het jaar verspreid op een wijze, die wel met het gevoel overeenkomt – niemand zou Kerstmis in de zomer of Paschen in het najaar willen of kunnen vieren – maar waarvan de zin toch niet duidelijk voor de  hand ligt. De Bijbel geeft maar wei­nig opheldering hieromtrent. De viering dezer feesten houdt nog steeds velerlei in, dat verband houdt met de oude heidense betekenis-, die juist geheel samenhing met het punt van de jaarkringloop waarop de viering plaatshad.

In deze cyclus wordt uit het natuurleven de stemming afgeleid, waaruit het christelijke feest op natuurlijke wijze voortkomt, zodat de zin van de verdeling der feesten over de loop van het jaar weer duidelijk wordt. De feesten krijgen daardoor een nieuw, intenser leven en de gebruiken die daarbij gevolgd worden, zijn dan niet meer uitsluitend traditie, maar herkrijgen weer hun volle zin.
Waar de Bijbel voor het moderne denken vaak zo moeilijk te begrijpen is, brengt deze afleiding uit de natuurstemming een nieuw beleven dezer hoofdpunten van het Evangelie en kan daardoor een beter en meer levend begrip daarvoor gewekt worden.

De geestelijke achtergrondf waarvan werd uitgegaan, is te vinden in Der Jahreskreislauf und die vier grossen Festeszeiten des Jahres” door Rudolf Steirner en andere werken  van deze schrijver en zijn geestverwanten.
F. de Fremery.

Twee beschouwingen van Ir.F. de Fremery, uit: ‘Van Kerstmis tot Kerstmis’.

De passietijd omvat 40 dagen voor Pasen, beginnende met Aswoensdag. De laatste week hiervan, de Stille Week, begint met palmzondag, herdenking van de intocht in Jeruzalem, (palmtakken, ezelprocessie, Joh.12-13) en omvat de Witte Donderdag, waarop het avondmaal herdacht wordt en de Goede Vrijdag. De laatste 40 uren van deze tijd vormen het hoogtepunt. De kerkklokken zwijgen van vrijdag tot zondag.

1.PASSIETIJD
Het voorjaar is in het land. De weiden glanzen in fris jong groen, doorspikkeld met het felle geel en wit der eerste voorjaarsbloemen. Wilgen, elzen en hazelaars tooien zich met hun fijne katjes zonder zich de tijd te gunnen het blad te ontplooien. De vogels prijken met nieuw gevederte en vullen de lucht met beweging en nieuw geluid. De dieren stoten hun wintervachten af en vertonen zich in nieuwe glanzende huiden. Het vee komt naar buiten met kalveren en lammeren. Zo is alom de werking van de nieuwe sappenstroom merkbaar, die gestuwd wordt door de wederkeer van het licht.
De mens aanschouwt dit nieuwe leven, hij geniet van de terugkerende kleuren, geluiden en beweging na de somberheid, de stilte en de rust van de winter, maar hij beleeft het voorjaar niet in zich zelf. In zijn bloed is geen nieuwe stuwkracht merkbaar, hij wisselt niet van vacht of gevederte, aan hem ontluikt geen bloeiHij heeft niet de ontberingen van de winter gekend, hij leed geen koude, want hij maakte zich huizen en kleding en verschafte zich brandstof, hij leed niet van het duister, want hij maakte zich licht, hij leed geen honger, want hij zorgde voor voorraad en voor aanvoer uit verre landen   Door zijn eigen kunde wist hij zorg en nood te vermijden, hij nam zijn leven in eigen hand en maakte  zich afhankelijk van de ontberingen die de natuur hem anders zou hebben laten ondergaan. Maar nu heeft hij ook geen deel aan de ge­weldige stuwing die de natuur wekt in het voorjaar. Hij overwon de nood, maar hij verloor het leven, het kosmische leven. Hij kent het leven, maar niet het leven op aarde als uiting van het leven van de wereldgeest.
Vervreemd staat de mens tegenover de natuur in het voorjaar. Door zijn  kennis heeft hij zich boven de natuur verheven, nu voelt hij zich vereenzaamd. Als een kind zou hij weer moeten worden om het voorjaar te kunnen beleven; slechts voor zover hij kind is kunnen blijven, kan hij het nog meemaken. Maar door zijn intellect heeft hij zich buiten de natuur gesteld en zich van het leven afgewend.
Het onderzoek, de analyse, heeft onze kennis enorm vermeerderd, maar de wereld, de natuur, hebben wij erdoor verbrokkeld en het leven, het wezen  van hetgeen wij in onderzoek namen, hebben wij niet gevonden.

Dit besef van zich zelf vervreemd te hebben, van zich een kruis opgelegd te hebben, is wat in de passietijd gevoeld wordt. Dan dringt het door tot de mens, welke schuld hij op zich geladen heeft door zijn eigendunk, die hem tegenover het leven stelt, in plaats van de overgave, die hem het contact met de geestelijke-goddelijke grond der dingen en van zich zelf zou doen hervinden. Hij voelt dan, dat hij het hoge standpunt waarop hij zich door zijn kennis meende te moeten plaatsen, moet verlaten, om zich dankend neer te buigen tot het eenvoudige waarboven hij dacht zich verheven te mogen voelen, want in dat eenvoudige oorspronkelijke ligt ook de grond van zijn bestaan.
De mens voelt dan dat hij tot ootmoed moet komen tegenover de werken der natuur, die zich in het voorjaar openbaren. De Christus-Jesus toonde deze dank en ootmoed ten opzichte van de discipelen, in wie zijn werk op aarde moest wortelen, door de Voetwassing voor het Avondmaal.
De mens neigt in het voorjaar tot de voetwassing.
Door deze vrijwillige erkenning van schuld is weliswaar de waan der
kennis verbroken (de sluier van Maya opgeheven), maar daarmee komt de
mens dan ook in zijn volle naaktheid te staan en is dan blootgesteld aan de ongebreidelde werking van spijt en wroeging, die hem in het vlees dringt; hij ondergaat de geseling. Dit is de consequentie van de begane fouten, maar tevens is het de correctie waarvan de impuls tot het betere willen uit moet gaan.
Daarmede is de mens in zijn trots en hoogmoed geknakt. Waar hij zich heer en meester dacht, blijkt hij zich door de schijn te hebben laten verleiden. Ogenschijnlijk heeft hij zich door zijn eigen­ werken verrijkt, maar in werkelijkheid zijn hem de goddelijke gaven daardoor ontvallen. Zo wordt hem de bekroning van zijn werk tot Doornenkroon en de Purpermantel van zijn eigenwaan wordt hem tot hoon.
Zo leidt het inzicht de mens over de lijdensweg.

De Christus-Jesus ging deze weg vrijwillig, de mensen ten voorbeeld, nadat hij hen bij het Avondmaal, de Vader dankende, met het Brood zijn Lichaam en met de Wijn zijn Bloed had geschonken, zich daarmede als Geest der Aarde; openbarende.
Want het geheim van het Brood is de gelukschenkende zonnekracht, die zich met de aarde verbindt bij het schrijden van de zaaier over de opengelegde voren der paarsbruine akkers, in het lichte groen van het ontspruitende koren, in het goud der rijpende velden, bij de oogstvreugde, bij het ritme der dorsvlegels, bij het malen in de molen en in de geur van het gebakken brood. Het brood is zowel voedsel voor ons lichaam als de bestaansgrond van ons geestelijk wezen op aarde.
En in de wijn zijn te vinden de zegen van de uit de hemel neerdalende regen en de gloed van de zonnewarmte, die door de rots teruggestraald werd. De krachten die in de wijn fonkelen, doorgloeien eveneens ons bloed, wanneer wij de Christus in ons beleven.

De Christus-Jesus onderging de geseling en de Doornenkroon onschuldig, onder de druk van het door de Farizeërs opgezweepte volk, om daardoor de valsheid van de farizese opvattingen kenbaar te maken en door deze tot hun uiterste consequenties te laten komen, dat is de kruisiging, het volk tot inkeer te brengen.
Zelden komt de mens ertoe deze weg der dankbare verootmoediging
vrijwillig in te slaan, bittere ervaring, zorg en nood, moeten hem er meestal toe dwingen het kruis op te nemen. Maar kan hij tot overgave komen en zijn kruis aanvaarden, dan staat ook de Verlossing voor hem open. Dan leert de mens zijn hogere innerlijk kennen, dat hem zich weer één doet voelen met de geestelijke grond van alles wat leeft en gevormd is in de natuur, want dan staat hij niet in de wereld als de egoïstische beheerser en gebruiker, die de natuur ten eigen bate zoekt te benutten, maar voelt hij zich staan, in dankbare ootmoed en eerbied voor de scheppingen, die voortgevloeid zijn uit dezelfde geestelijke oergrond waarin hijzelf zijn oorsprong heeft en waaruit ook hij zijn kracht put en dan mag hij die scheppingen dankend als gaven aanvaarden. Dan kan hij het ritme van de natuur, waarin het leven van het Christuswezen, dat zich met de aarde verbond, zich uit, meevoelen.
Hij kan het voorjaar, de lente weer beleven en het Paasfeest tegemoet gaan.

2.PASEN
Na de donkere wintermaanden is de zon weer in opgang. Het licht heeft nu de overhand gekregen, de dag- en nachtevening is gepasseerd. De aarde ondergaat weer in sterkere mate de invloed van de kosmische zonnekrachten, de maan speelt een mindere rol.
In de kerken worden de lampen met nieuwe olie gevuld en nieuwe kaarsen worden ontstoken op de altaren.
Pasen is het feest van het weergekeerde licht.

Door het licht dat de aarde van de zon ontvangt, zijn de levenskrach­ten, die ’s winters in het verborgene werkten, gewekt en het jonge leven komt overal tevoorschijn. De jonge planten steken hun frisse groene scheuten uit de grauwe aarde, de knoppen zwellen en tussen de dorre schubben begint het jonge blad tevoorschijn te komen. De vogels keren terug en beginnen hun nieuwe lied.
In de lucht drijven de zware voorjaarswolken, soms fel wit in het diepe blauw, soms zwaar en zwart van regen en hagel, brengende het levenssterkende water.
De winterse dood is ten einde; het licht dat de aarde bestraalt, brengt de krachten van de stof tot nieuwe vormgeving, tot groei. Het oude afgestorvene wordt opzij gedrongen, of voor nieuwe vorming gebruikt, ofwel het draagt het jonge leven. De lente trekt door het land. Overal brengt de lentegodin Ostara, vergezeld door haar trouwe, vrolijke trawant, de haas, die zelf grote vreugde beleeft door het uitbottende groen, aan de planten bloem en blad, aan de vogels eieren, aan de dieren jongen.
Het ei is het symbool van het nieuwe leven. In die eenvoudige vorm ligt de kiem van een jong leven en de bestanddelen waaruit een jong lichaam zich kan vormen, wanneer de levenskrachten er in gewekt worden. Die bestanddelen zijn door het moederdier geschonken, geofferd om de ontwikkeling van het jonge leven mogelijk te maken.
Pasen is het feest van het leven. 

Voor de mens is nu ook de tijd van inkeer voorbij en moet overgegaan worden tot het nieuwe scheppen en handelen, tot de arbeid in het besef van de invloed der hogere krachten, het besef dat de geest de mense­lijke handelingen moet leiden, dat de mensheid zich niet alleen door stoffelijke behoeften mag laten dwingen.
Pasen is het feest van de ziel.                                            –

De levenskracht heeft op aarde de vormen van de natuur, van mineraal, plant en dier geschapen. Het leven bond zich daarin met de stof en daardoor met de dood. Slechts door zich telkens te vernieuwen kan het leven zich handhaven. De planten vernieuwen zich in hun zaden, de dieren in hun jongen, de mensen in hun kinderen.
In de mens bond zich ook de geest aan de stof. De mensenziel, van goddelijke oorsprong, voelde zich in de oudheid nog sterk verwant met de geestelijke wereld. Maar naarmate de mens meer kennis vergaarde van de dingen der aarde, verloor hij de band met de geestelijke wereld. Zo dreigde voor hem de geestelijke dood.
De Christus gaf de mens de weg om in deze stoffelijke wereld de geestelijke krachten terug te vinden, om zich geestelijk te vernieuwen, tot opstanding te komen. Zijn lijdensweg leidde tot het Kruis en het Graf, maar wekte daardoor de mensheid op tot een opheffing van het bewuste geestelijke leven. Zijn wezen is, na zijn overwinning van de dood overgegaan in de zielen der mensen, om in de mensen wederom op te staan.
Pasen is het feest der Opstanding.

In het nieuwe jonge leven komen de goddelijke vormingskrachten zuiver tot uiting, nog onbevlekt door ziekte en strijd.
In heel de natuur brengt de lente een zucht tot vernieuwing, tot het afgedaan maken van het oude dat verging. Daarom verzamelen de mensen het oude hout om het paasvuur te stoken, waar het oude verdorde vernietigd wordt door het vuur om plaats te maken voor het nieuwe en daarbij de in het oude gebonden krachten vrij te geven en uit te  stralen.  
Pasen is het feest van de loutering.

De mens is nauw verbonden met het leven der aarde. Zijn lichaam is opgebouwd uit bestanddelen, die van de aarde afkomstig zijn. Voor de instandhouding van het lichaam is geregelde voeding nodig en daardoor blijft de mens steeds het verband met de aarde houden, want met het brood dat hij eet en het sap der vruchten dat hij gebruikt, krijgt hij tevens deel aan de levenskracht der aarde. Voor het in standhouden van het leven moet veel gebruikt worden van wat reeds bestond. Planten gebruiken stof van mineralen en van vergane planten en verdringen andere om voor zichzelf een plaats te veroveren. Dieren leven van planten en van de stof van andere dieren. De mens gebruikt mineraal, plant en dier.
Vele moeten geofferd worden voor het in standhouden van anderen.
Dit offeren geschiedt meestal als overgave na strijd, door wie weerloos is en het onderspit delft in de strijd om het bestaan.
Bij de mens gaat het daarbij niet alleen om de strijd op het stoffelijk gebied, maar wordt ook veel gestreden met geestelijke krachten. Veel van die strijd is zinloos en nutteloos en beter is het strijd te vermijden door het brengen van een offer op het juiste ogenblik.

Het is Christus, die ons door het vrijwillige opnemen van het kruis  en het aanvaarden van de kruisiging tot de dood, toen het volk daar toe drong, gewezen heeft op het belang van het offer, dat de mens kan brengen door het inzicht, dat hij door de bewustwording verkrijgen kan.   |
Pasen is het feest van het Offer (van het Lam) van het Kruis.

Om te komen tot het brengen van een offer, tot het opnemen van het kruis, is voorbereiding nodig, want uit zich zelf is de mens weinig daartoe bereid, hij is van aard een egoïstisch wezen. De wijze waarop het egoïsme kan worden overwonnen, is door de Christus aangegeven in Zijn Lijdensweg, in zijn Passie. Door zijn levensweg daarnaar te richten, kan de mens tot hoger leven komen. Deze weg leidt langs opeenvolgende trappen.
Eerst dient begrepen te worden, dat in het leven al het hogere op het lagere steunt, en aan het lagere dank en hulde verschuldigd is voor de levensmogelijkheid die het lagere aan het hogere biedt.
Planten danken hun leven aan het minerale rijk, dieren leven van planten; ieder mens dankt zijn bestaan aan hen die op lagere trappen staande, zijn werk en leven mogelijk maken.
Zo wortelt het leven en werken van de Christus in de twaalf apostelen en daarom buigt de Christus tot hen neder in de Voetwassing.
Tot deze erkennmg en dankbaahneid moet ook de mens komen.

Dan moet de mens in zich de kracht ontwikkelen om rechtop te blijven staan en door te gaan volgens zijn innerlijke overtuiging, ook al ondervindt hij daardoor allerlei leed en smart en treft hem slag op slag. De Christus onderging dit en verdroeg dit in de Geseling.

Ook moet de mens volharden wanneer hij opkomende voor wat hem heilig is, overgoten wordt met hoon en spot, waardoor zijn innerlijk doorpriemd en zijn trots neergehaald wordt.
De Christus droeg dit met lijdzaamheid in de Doornenkroning.

Door de krachten van voetwassing, geseling en doornenkroning in zijn
ziel te ontwikkelen, wijdt de mens zijn leven aan Christus, volgt hij
de passieweg? die voert tot de inwijding, tot het opengaan van het volle bewustzijn, dat met Pasen beleefd kan worden.

Pasen is het feest der Inwijding

 

bron onbekend

 

Palmpasen/Pasen: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

 

135-130

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

Advertenties

Een Reactie op “VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pasen (24)

  1. Pingback: VRIJESCHOOL – JAARFEESTEN – Palmpasen/Pasen – alle artikelen | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.