Tagarchief: spelling

VRIJESCHOOL – Nederlandse taal

.

‘tips en trucs’

Hier volgen ‘tips en trucs’  Heb je zelf goede: je kunt ze hier plaatsen via pieterhawitvliet -voeg toe-gmail – punt- com

SPATIES
Soms wil het maar niet lukken om bepaalde goede gewoontes aangeleerd te krijgen, bv. om tussen de woorden zo veel ruimte te laten dat vergissing of verwarring bij het lezen is uitgesloten.

Humor – Steiner benadrukte het vaak – kan wonderen doen.

Iets (ver)wonderlijks, iets verrassends, ook.

Er bleven in een 5e klas te veel kinderen de woorden te dicht op elkaar schrijven. Ik had er – misschien wel tè vaak – aandacht aan besteed, maar echt helpen deed dit niet.

Op zekere dag schreef ik dit op het bord:

tomentoatentomatentomatentovrat.

‘Ja, wat staat daar – lees het maar voor.’  Dat lukte niet. ‘Misschien lukt het, als je de juiste spaties aanbrengt.’

Nieuwsgierig en ijverig toog de klas aan het werk.

Toen vonden ze gezamenlijk het antwoord:

tom en to aten tomaten
tom at en to vrat.

Natuurlijk, de hoofdletters nog!

De ‘spatieboodschap’ werd door de meeste kinderen goed begrepen!

0-0-0-0-0-0-0

KOMMA
Interpunctie is lastig en moeilijk aan te leren.
De hoofdletter aan het begin van de zin en de punt als afsluiting lukken nog wel. De komma wordt al moeilijker.

Het belang onderkennen van wat de komma eigenlijk kan doen, helpt vaak.

De plaats van de komma maakt soms een wereld van verschil:

De zon, niet de regen deed het ijs smelten.
De zon niet, de regen deed het ijs smelten.

Wanneer je daar slordig mee omgaat, kan dat tot hilarische situaties leiden:

De politie-agent niet, de dief moest de cel in.
De politie-agent, niet de dief moest de cel in.

Kinderen van klas 5/6 zijn zeer goed in staat zelf leuke voorbeelden te zoeken.

Dat helpt weer om aandacht voor de komma te hebben.

0-0-0

Dictee – oefenen van de tweeklank ui

Onze moeilijke spelling vergt, om ze te leren beheersen, veel oefening. Van oudsher, min of meer, is het ‘dictee’ een middel.

Wie naar de meeste dictees kijkt, ziet daar eigenlijk steeds een opsomming van zinnen die in wezen niets met elkaar te maken hebben. Vaak ook zonder enige fantasie: gewoon mededelingen.

Vanuit menskundig opzicht doen ze een direct appel op de dode intellectkrachten.

Rudolf Steiner die steeds voor ogen had ‘heel de mens’ aan te spreken – dat is in dit concrete geval: meer fantasiekracht bij dit doodse onderwerp – raadde meer humor aan bij het samenstellen van een dictee. Dat is: meer sympathie bij de antipathie van het denkend spiegelen; meer bloedskrachten bij het zenuwenwerk; (Algemene menskunde, 2e voordracht)

Omdat de samenstellers van taalboekjes dit bij mijn weten tot op heden nauwelijks doen, zul je als klassenleraar zelf (opnieuw) creatief moeten worden.

Bij mijn verzamelde artikelen vond ik dit. M.i. een heel redelijk geslaagde poging om de UI te oefenen.

Uiige bui
Uiltje muilpruim
Duizenden guiten kruipen en sluipen.
Niet te stuiten!
Het luimige tuig buitelt en duikelt van kruin tot kruin, van huis tot huis.
Buit voor de snuit!
Kuikens ontluiken onder de kuiven; na luieren kuieren de luibuizen van pruik tot pruik.
Duidelijk besmuikt fluisteren zij:
‘Puik! Een volle buik!
Huiden huiveren.
Duizenden luiden bekruipen de stuipen…
Wat een kruis!|
Luister: niet pruilen of huilen, ruilen noch vervuilen; kuisen, die luizen

                                                                              UIT

 (Vrijeschool Leiden, nadere gegevens onbekend)

.

Nederlands: alle artikelen

.

318-298

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Nederlandse taal – alle artikelen

.

TAALONDERWIJS

kleuterklas*
een sprekend voorbeeld van een dag in de kleuterklas

Spraak- en taalontwikkeling
Goed leren spreken doe je vóór je zevende.
Het belang van goed waarnemen hoe het met de taalontwikkeling van het kleine kind gaat; eventuele fysieke stoornissen en de gevolgen;

taalspelletjes vanaf klas 1

klas 1 (1)*
Korte karakteristiek 1e-klasser. Iets over het leerplan
Dit geldt voor alle volgende klassen
klas 1 (2)**
over taalonderwijs algemeen en in ’t bijzonder klas 1; temperamenten; aanleren letters

klas 2 (1)*
klas 2 (2)**

Klas 3 (1)*
Klas 3 (2)**

Klas 4 (1)*
Klas 4 (2)**

Klas 5 (1)*
Klas 5 (2)**

Klas 6 (1)*
Klas 6 (2)**

Klas 6 (3) Zinsbouw in de 6e klas
Johannes Geyer over: zinsbouw met hoofd- en bijzin; hoe dit fantasievol en beeldend aan te pakken; voor- tussen- en nazin

Klas 7 (1)*
Klas 7 (2)**

Klas 8 *
klas 9*
Literatuur: rationalisme en romantiek; humor; spreekbeurt; nieuwe aandacht voor handschrift, verzorging periodeschrift enz.; spreken en spraakklanken;

klas 10*
Literatuur: Middeleeuwen; poëzie; spreekbeurt; over boeiend vertellen; poëtica; verschil proza poëzie;
.

De roos
Jelle van der Meulen over: poëzie; Gerrit Achterberg en Arie Gerlderblom; beleven van een gedicht; denken en waarheid; roos; subjectief en objectief; Xavier Villauruttia; Rilke; .

*Uit: (Van verhaal tot taal
Werkplan taal Geert Grooteschool Amsterdam
Saskia Albrecht; Dominique Borowski; Aernout Henny; Jannie Möller 1985)
**Uit (Het binnenste buiten”: eindrapportage ‘Project Traditionele Vernieuwingsscholen’ : tevens Schoolwerkplan [van de] Rudolf Steiner Kleuterschool, Voorschoten [en de] Rudolf Steiner school, Leiden. 1985)
.

Raadpleeg vooral ook: Luc Cielen

Oefenen/aanleren
komma; spatie; dictee (UI)

Grammatica
“Gevallen” en “naamvallen” in de hedendaagse taal
P.C.Veltman
over: ontleden, de structuur van een zin; ‘gevallen’: het 1e, het 2e, of hoofdgeval, genitiefgeval, datiefgeval, beschuldigingsgeval

spelling

woordenallerlei

.
Waarom taal het enige communicatiemiddel is

P.A.Coppens over: wat communicatie genoemd wordt bij planten en dieren of via plaatjes, valt in het niet bij taal als communicatiemiddel.

282-266

.

 
 
 
 
 
 
 
 
 
.