Tagarchief: Michaël verhaal Roof van de zon

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Michaël – verhalen (10-13/2)

.
Albanees sprookje
.

Lucifer verwondt Michaël aan zijn voet
.

De wereld was vierduizend jaar lang verduisterd geweest. Dat kwam omdat Lucifer de zon opgesloten had.
Toen besloot de goede God boven in de hemel om Lucifer met hulp van de heilige Michaël een poets te bakken, om Lucifer de zon weer te ontfutselen.

De heilige Michaël en ook Lucifer waren in die tijd herders. Beiden hadden de gewoonte de eigen kudde te hoeden op een grazige weide. De heilige Michaël kwam Lucifer tegen en hij zei tegen hem: ‘Zullen we niet eens een bad nemen in dat water daar? Voor ons lijf is het toch heel verkwikkend om rond deze tijd te baden.’
Maar Satan doorzag Michaëls list en zei tegen hem: ‘Ik weet best waar je op uit bent! Houd je maar rustig! Onder het mom van een bad wil je mij de zon afhandig maken. Als je me in naam van de hoogste God kan zweren dat je de zon niet van mij af zal pakken, zullen we gaan baden!’
De heilige Michaël antwoordde: ‘Wees zo goed even te wachten, dan ga ik God hierboven vragen of ik dat mag of niet!’

De heilige Michaël sloeg zijn vleugels uit in de richting van de hemel, kwam daar vliegensvlug aan, ging voor God staan en sprak tot hem: ‘Geeft u mij toestemming om in uw naam een eed af te leggen waarbij ik zweer dat ik de zon niet van Lucifer zal afpakken? Op een andere manier krijgen we het niet voor elkaar! Want hij is een oude vos en had de streek die ik hem wilde leveren meteen door. Als u, Majesteit, mij nu toestaat die eed af te leggen, dan hoop ik geluk te hebben en mijn taak te kunnen volbrengen.’

De goede God antwoordde: ‘Je mag het. Maar zacht, zonder dat hij het hoort, moet je eraan toevoegen: “Geloofd zij de Gezegende”.’

Toen vloog de heilige weer omlaag. Bij Lucifer gekomen zei hij tegen hem: ‘Heb je nog bedacht of we al dan niet in het water zullen gaan?’ Lucifer zei: ‘Zoals ik al heb gezegd. Zweer je me in naam van de hoogste God dat je de zon niet van me af zal pakken, dan neem ik met het grootste genoegen een bad!’
‘Zo waar ik God de Vader wil zien,’ zwoer daarop de heilige Michaël, ‘ik zal je hem niet ontfutselen. Wees maar niet achterdochtig, zet die gedachte maar uit je hoofd!’
Terwijl hij die eed aflegde in naam van de Allerhoogste, zei hij zoals God hem had opgedragen: ‘Geloofd zij de Gezegende!’

Nu liepen ze samen naar de rivier, kleedden zich uit om zich in het water te gaan baden.
Lucifer was het eerst klaar en sprong — plons! — in het water. De heilige Michaël volgde hem, trok toen een spriet uit van het moerasgras dat daar aan de oever groeide en zei tegen Satan:
‘Wie van ons zou de dikste hals hebben, jij of ik?’
En Satan antwoordde hem: ‘Ik!’
Daarop zei de Michaël: ‘Dat is niet waar! De mijne is het dikst!’
‘Dat kan niet waar zijn!’ zei de ander. ‘Heb jij dan geen ogen in je hoofd om te kunnen zien hoe dik mijn hals is!’
‘Laten we dat dan maar eens meten!’ zei de heilige Michaël.
En hij de nam de halm rietgras en legde die om Lucifers hals alsof hij die wilde meten. Maar op hetzelfde ogenblik veranderde de halm in een ketting. Nu maakte Michaël zich licht en vloog op de oever af, waar Lucifers zon in een bosje was verstopt. Hij tilde de zon en steeg ermee omhoog.

Satan spande zich in om de zware keten die hij om zijn hals droeg te verbreken. Pas na langdurige moeite lukte dat. Intussen had de heilige Michaël al een voorsprong opgebouwd. Maar nu zette Satan de achtervolging in. De heilige Michaël was al in de hemelse sferen aangekomen. Hij had zijn doel echter nog niet helemaal bereikt en de drempel van het paradijs nog niet betreden, toen Lucifer hem had ingehaald. Die klemde zich vast aan zijn hiel en rukte de heilige een stuk uit zijn voet.

Maar niettemin kwam Michaël als winnaar uit die wedstrijdvlucht te voorschijn. Hij ging voor de Heer staan en zei tegen hem: ‘Ik heb hem de zon afhandig gemaakt! Maar wat koop ik ervoor? Hij heeft me zeer zwaar aan mijn voet verwond. En ik geloof niet dat ik het nog lang maak!’
‘Maak je daar nu maar geen zorgen over,’ zei de Almachtige, ‘want ik zal je genezen.
Maar ik bepaal hierbij wel, dat ieder mens met die verminking ter wereld zal komen!’

Sindsdien hebben alle mensen, als ze tenminste geen platvoeten hebben, een holte in hun voetzool.

.

Michaëlalle verhalen

Boeken over Michaël en de herfsttijd

Michaëlalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

Vrijeschool in beeldMichaël (bordtekeningen e.d.)  jaartafel, (ook herfst)

Michaëlsliederen.

.

2832-2658

.

.

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Michaël – verhalen (10-13/1)

.
Servisch sprookje
.

De roof van de zon
.

Toen de demonen van God waren afgevallen en naar de aarde waren gevlucht, hadden ze ook de zon meegenomen, en de leider van de duivels had hem aan een lans gestoken en droeg hem op zijn schouder.
De aarde beklaagde zich bij God dat de zon haar nog helemaal zou verbranden. God zond de aartsengel Michaël. Hij moest de zon hoe dan ook van de duivel afpakken.
De heilige aartsengel daalde af naar de aarde en knoopte vriendschap aan met de leider van de duivels. Maar deze was op zijn hoede, want hij had meteen in de gaten waar het om begonnen was.

Op een keer gingen ze samen op aarde wandelen en ze kwamen bij de zee. Ze besloten om te gaan baden, en de duivel stootte de lans met de zon in de aarde. Nadat ze een poosje in het water waren geweest, zei de heilige aartsengel: ‘Laten we nu gaan duiken en zien wie het diepste komt.’
De duivel stemde daarmee in en de heilige Michaël dook onder en kwam weer boven met zeezand tussen zijn tanden.
Daarna moest de duivel duiken.
Maar omdat hij bang was dat de aartsengel hem in die tussentijd de zon afhandig zou maken, trof hij maatregelen. Hij spuugde op de aarde en uit zijn speeksel ontstond een ekster, die de zon voor hem moest bewaken tot hij had gedoken en met zijn tanden zeezand had gehaald uit de diepte.
Zodra de duivel echter in het water verdween, maakte de heilige Michaël met de hand een kruisteken en meteen daarna werd de zee bedekt met een metersdikke ijslaag. Toen greep hij snel de zon en vluchtte ermee naar God.

De ekster echter, kraste uit alle macht en toen de duivel dat  hoorde, vermoedde hij ook al wat er aan de hand was. Hij keerde zo vlug mogelijk om. Maar toen hij boven kwam vond hij de zee dichtgevroren en hij begreep dat hij er niet uit kon. Vlug keerde hij weer terug naar de zeebodem, nam een geweldige steen en brak daarmee door het ijs en zette de jacht op de slimme aartsengel in.

De heilige Michaël stond al met één voet in de hemel, toen de duivel hem bereikte. Hij greep hem nog net bij de andere voet en rukte met zijn klauwen een groot stuk vlees uit de voetzool. Met die wond kwam de heilige Michaël bij God en overhandigde hem de zon. Jammerend klaagde hij hem zijn nood en zei: ‘Wat moet ik nu, nu ik zo verminkt ben?’
Toen antwoordde de Heer: ‘Wees kalm en niet boos. Van nu af aan zullen alle mensen net als u geen vlakke voetzool meer hebben.’

En zoals God het had bevolen, gebeurde het en zo is het gebleven, zodat we niet zullen vergeten dat de heilige aartsengel Michaël onze aarde voor verbranden heeft behoed en dat hij de zon naar de hemel teruggebracht heeft.

.

Michaëlalle verhalen

Boeken over Michaël en de herfsttijd

Michaëlalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

Vrijeschool in beeldMichaël (bordtekeningen e.d.)  jaartafel, (ook herfst)

Michaëlsliederen.

.

2830-2656

.

.

.

.