Tagarchief: houten lepel GA 300A 16-01-1921 blz. 270

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over handvaardigheid (GA 300A)

.

Wellicht doet de uitdrukking ‘handvaardigheid’ wat ouderwets aan, zoals bv. ook ‘nuttige’ handwerken – het vak handwerken werd ooit zo genoemd – maar wat Steiner erover zegt, valt voor mij weer binnen de categorie ‘100 jaar oud, maar niet van gisteren’.
Net zoals zijn ‘wegwijzers‘.

In de neuro-wetenschap wordt het steeds duidelijker hoe en welke bewegingen van invloed zijn op de vorming van de hersenen, in het vormen van alle mogelijke verbindingen die (o.a.) het denken ten goede komen.

En dat beweerde Steiner al in de jaren rond de oprichting van de 1e vrijeschool in 1919.

Het ging hem om ‘menskunde’ en wat de leerkracht daarmee kan en moet! om leerstof hulp te laten zijn als ontwikkelingsstof.

Maar dat niet alleen!

In verschillende voordrachten – niet in alle – over handvaardigheid probeert Steiner ook een gevoel op te roepen voor wat ‘kunstzinnige vorm’ is, of zou kunnen/moeten zijn.
Als leerkracht kunnen we met zijn aanwijzingen ons gevoel daarvoor ontwikkelen. 
M.i. ligt er wel een gevaar op de loer, n.l. dat je hierin te star of te dogmatisch kan worden. Het is ook manoeuvreren tussen ‘kunst en kitsch’. 

In de vergaderingen met de leerkrachten worden aan Steiner allerlei vragen gesteld. Voor mij zijn niet alle antwoorden duidelijk.
Vaak krijg ik de indruk dat een preciezere context ontbreekt of dat niet alles op een duidelijke manier in aantekeningen terecht is gekomen.
M.a.w. de antwoorden roepen weer nieuwe vragen op.
Ook wordt dat nog versterkt doordat ik niet weet wat sommige begrippen van toen, nu daadwerkelijk inhouden.

GA 300A

Blz. 115     vergadering van 23-12-1919

Bericht über den Handfertigkeits- und Handarbeitsunterricht.

Dr. Steiner: Was wir vorbringen, sollten wir erst selber lernen, zum Beispiel Bücher einbinden oder Schuhe machen. Wir sollten nicht von außen zuviel hereinbringen.

Bericht over handvaardigheidsonderwijs [Duits heeft 2 begrippen]

We moeten eerst zelf leren wat we gaan doen, b.v. boekbinden of schoenen maken. We moeten niet te veel van buiten halen.
GA 300A/115
Niet vertaald

Blz. 118    vergadering van 01-01-1920

Es wird eine Frage gestellt nach dem Modellierunterricht.

Dr. Steiner: Man könnte eine Säule von einer bestimmten Seite her als Vorlage nehmen, aber man darf bei einem solchen Motiv die Kinder nicht zum sklavischen Nachahmen verleiten. Die Kinder zwingen zum Beobachten, aber sie das Motiv abändern lassen!

Er wordt een vraag gesteld over boetseren

Dr. Steiner: Je zou een pilaar van een bepaalde kant als model kunnen nemen, maar met zo’n motief moet je kinderen niet verleiden om het slaafs na te doen. Dwing de kinderen om te observeren, maar laat ze het motief veranderen.
GA 300A/118
Niet vertaald

Blz. 161    vergadering 23-06-1920

Handarbeit: Stricken entwickelt gute Zähne. Die Kinder werden geschickt durch Stricken.

Handvaardigheid: breien ontwikkelt goede tanden. De kinderen worden vaardig door breien.
GA 300A/161
Niet vertaald

Dit is een van die opmerkingen waarop ik hierboven doelde.
In zijn gezichtspunten over handenarbeid en denken, m.n. dus het breien, legt Steiner een verband met de ontwikkeling van de intelligentie.
In GA 307 zegt hij over het denken en de tanden:

Das Kind entwickelt die Zähne noch wegen etwas ganz anderem als wegen des Essens und wegen des Sprechens. Es entwickelt nämlich die Zähne, so paradox es heute klingt, wegen des Denkens. Beim Kinde bevor es durch den Zahnwechsel gegangen ist, sind die physischen Zähne als solche die allerwichtigsten Denkorgane. Und wie die Zähne gewissermaßen durch den Kiefer vorstoßen, sind diejenigen Kräfte da, die aus dem unbestimmten Schlafesleben, Traumesleben, seelisch nun auch das Denken an die Oberfläche bringen. Und in demselben Maße, in dem das Kind zahnt, lernt es denken, indem es ganz und gar als ein nachahmendes Wesen an die Umgebung hingewiesen ist. Es ahmt nach bis ins Innerste hinein dasjenige, was in seiner Umgebung vor sich geht und in seiner Umgebung sich unter dem Impulse von Gedanken abspielt. Aber in demselben Maße, in dem da in dem Kinde aufsprießt das Denken, in demselben Maße schießen die Zähne hervor. In diesen Zähnen liegt eben die Kraft, die seelisch als Denken erscheint. 

(…) dat het kind de tanden nog ter wille van iets heel anders dan het eten en voor het spreken ontwikkelt. Het kind ontwikkelt namelijk de tanden — hoe paradoxaal het nu ook klinkt – ter wille van het denken! En weinig weet de wetenschap van nu ervan dat de tanden de allerbelangrijkste denkorganen zijn. Bij het kind, voordat het door de tandwisseling heen is gegaan, zijn de fysieke tanden als zodanig de allerbelangrijkste denkorganen. Doordat het kind als vanzelfsprekend in het contact met zijn omgeving vertrouwd raakt met het denken, doordat uit het duistere slaap- en droomleven van het kind het gedachteleven opduikt, is dit hele proces eraan gebonden dat in het hoofd van het kind de tanden doordringen, gebonden aan de krachten die vanuit het hoofd van het kind zich een weg banen. En zoals de tanden in zekere mate door de kaak heen doordringen, zijn die krachten daar die vanuit het onbestemde slaapleven, droomleven, zielsmatig nu ook het denken aan de oppervlakte brengen. En in dezelfde mate waarin het kind tanden krijgt, leert het denken. En hoe leert het kind denken? Het kind leert denken doordat het geheel en al als een nabootsend wezen op de omgeving aangewezen is. Het bootst na tot in zijn innerlijkste wezen datgene wat in zijn omgeving gebeurt en in zijn omgeving zich onder gedachtenimpulsen afspeelt. Maar in dezelfde mate waarin daar in het kind het denken opkomt, schieten de tanden te voorschijn. In deze tanden zit juist de kracht die zielsmatig als denken verschijnt.
GA 307/73
Vertaald/92-93

Wenn der Mensch die zweiten Zähne hat, so hat das Stück dieses Ätherleibes, das die Zähne heraustreibt, nichts mehr am physischen Leibe zu tun. Das ist jetzt sozusagen in seiner Tätigkeit emanzipiert vom physischen Leibe. Wir bekommen mit dem Zahnwechsel die Ätherkräfte frei, die unsere Zähne herausgedrückt haben; und mit diesen Ätherkräften vollziehen wir nun das freie Denken, wie es sich von dem 7. Jahre an beim Kinde geltend macht. Die Kraft der Zähne ist jetzt nicht mehr wie beim Kinde, wo direkt die Zähne die Organe des Denkens sind, die physische Kraft, sondern sie ist die ätherisierte Kraft, welche die Zähne hervorgebracht hat, die nun denkt. 

Wanneer de mens zijn blijvend gebit heeft, dan heeft het deel van dit etherlichaam dat de tanden naar buiten drijft, niets meer aan het fysieke lichaam te doen. Het is nu om zo te zeggen in zijn activiteit geëmancipeerd van het fysieke lichaam. Bij de tandwisseling komen die etherkrachten vrij die onze tanden naar buiten gedrukt hebben; en met deze etherkrachten voltrekken we nu het vrije denken, zoals dat vanaf het zevende jaar bij het kind merkbaar wordt. De kracht van de tanden is nu niet meer zoals bij het kind, waar direct de tanden de organen van het denken zijn, de fysieke kracht, maar ze is de geëtheriseerde kracht. Het is echter de nu in het etherlichaam werkende zelfde kracht die de tanden voortgebracht heeft, die nu denkt.
GA 307/76
Vertaald/95

Meer uit deze voordrachten.

 

Geisteswissenschaft und Medizin (GA 312) – 17e voordracht 6-4-1920

Het gaat om de rol van een goede verhouding tussen magnesium en fluor bij de tandvormig, in de eerste zeven levensjaren.

Steiner: “Het gaat erom dat men zal merken dat als een kind in het vierde, vijfde, zesde jaar onhandig is in armen en handen en benen en voeten, dat wil zeggen, als het niet gemakkelijk is om een vaardige omgang met de armen en benen te bewerkstelligen, vooral met de handen en voeten, het dan de neiging zal hebben om het tandvormingsproces niet goed te regelen. Het is precies in het bewegen van de armen en handen, benen en voeten, dat hetzelfde type zich openbaart dat dan verschijnt in het tandvormingsproces.” In die tijd moet de verhouding tussen magnesium en fluor gezond zijn, maar daarna kun je nog het een en ander doen. Fluor speelt een rol in de stofwisseling van het bewegingsorganisme. In de euritmielessen moet de Kiebitzschritt worden geoefend. (welke euritmie-leraar/es weet dat nog?)

Steiner:

“Als je naar onze handvaardigheidlessen op de vrijeschool gaat, zul je zien dat de jongens net zoveel breien en haken als de meisjes, dat alles door jongens en meisjes op dezelfde manier wordt gedaan. Zelfs de oudere jongens breien nog met enthousiasme. Dit alles wordt niet gedaan uit een gril, maar omdat de vingers behendig, flexibel gemaakt moeten worden, omdat de ziel in de vingers gebracht moet worden. En als de ziel in de vingers wordt geprent, bevordert men vooral datgene wat met het tandvormingsproces te maken heeft.”
GA 312/312
Vertaald/188
Mededeling van Joep Eikenboom

Blz. 241   vergadering 15-11-1920

X.; Könnte die 9. und 8. Klasse Malstunden nehmen?

Dr. Steiner: Man müßte das in den Stunden, die jetzt schon da sind,
hereinbringen. Daß mehr Künstlerisches getrieben werden sollte, das
ist ganz evident. Deshalb war mir zu tun, daß Fräulein Hauck hereinkommt in den Handfertigkeitsunterricht, daß die Handarbeit
künstlerisch gestaltet wird. Zumeist ist das Handarbeitliche philiströs. Ich möchte, daß es wirklich künstlerisch gestaltet wird. Da in
der Handarbeit kann man das Lineare anwenden. Auf dem Papier ist das Lineare etwas unwesenhaft. Es kann die Brücke geschlagen wer­den vom Handarbeitsunterricht zum Handfertigkeitsunterricht. Es gibt doch eine ganze Menge Gegenstände, die man bemalen kann. Es gibt im Haushalt Dinge, die von den Menschen selbst bemalt werden sollten. Wenn die Kinder Puppensachen machen, da könnte viel Kunst entwickelt werden. Da könnte Stil, Farbensinn entwickelt werden; alles könnte entwickelt werden. Wenn man da durchdringt damit, daß der Naturalismus der Puppenbereitung überwunden wird, daß etwas Lebendiges da wäre, lachende Puppen, künstlerisch gestal­tet, da könnte man segensreich wirken.

X.: Kan de 9e en 8e klas schilderlessen volgen?

Dr. Steiner: Dat zou je moeten doen in de uren die er al zijn.
Dat er meer kunstzinnig werk gedaan moet worden, dat is heel duidelijk. Daarom moest ik juffrouw Hauck zover krijgen dat ze naar de handwerkklas kwam, om handwerken te doen, zodat het handwerken kunstzinnig gegeven wordt. Het meeste werk dat met de hand wordt gedaan, is burgerlijk. Ik zou willen dat het echt kunstzinnig is. Binnen het handvaardige kan je lijnen gebruiken. Op papier zijn ze onwerkelijk. Er kan een brug worden geslagen tussen handwerklessen en lessen handvaardigheid. Er zijn veel objecten die je kunt schilderen. Er zijn dingen in huis die mensen zelf zouden moeten schilderen. Als de kinderen poppendingen maken, kan er veel kunst worden ontwikkeld. Stijl en kleurgevoel zouden daarmee kunnen worden ontwikkeld; alles kan ontwikkeld worden. Wanneer je tot de conclusie komt dat bij het maken van poppen het naturalisme overwonnen moet worden [een stroming in die tijd dat alles realiteit moet zijn] dat er iets levendigs bij ontstaat, lachende poppen, kunstzinnig gevormd, zou dat een zegen zijn. [Steiner overpoppenbij zijn opmerkingen over spel]

Geradeso wie man die Kinder daran gewöhnt, daß sie Wechsel schrei­ben lernen, weiß ich nicht, warum man die Kinder nicht daran gewöhnen soll, wie man ein Plakat macht, wie man ein Plakat schön findet und bei einem schönen Plakat auch dessen Schönheit wirklich erkennt. Das häßliche, unmögliche Plakat sollte ebenfalls erkannt werden. Aber die Menschen schauen sich die Sachen an, ohne rasend zu werden. Der Geschmack müßte gebildet werden; Stilgefühl müßte entwickelt werden. Was Stilgefühl betrifft, ist der Unterricht, selbst in künstlerischen Anstalten, etwas Scheußliches. Die scheußlichsten Proben haben wir hier vor kurzem erlebt. 

Net zoals je de kinderen laat wennen aan het leren schrijven van postwissels, [nu allang verdwenen] weet ik niet waarom je de kinderen niet zou laten wennen aan het maken van een poster, hoe je een affiche mooi kan vinden en hoe je het mooie van een poster echt kunt herkennen. De lelijke, onmogelijke poster moet ook herkend worden. Maar mensen kijken naar de dingen zonder boos te worden. Smaak zou gevormd moeten worden; er zou een gevoel voor stijl ontwikkeld moeten worden. Wat het gevoel voor stijl betreft, is lesgeven, zelfs in artistieke instellingen, iets afschuwelijks. Daar hebben we hier kort geleden nog de meest afschuwelijke voorbeelden van gezien.

Blz. 242

Sie kennen das graphische Zeichen der Dreigliederung von den Kernpunkten. Es ist abgeändert worden. Es hat sich darum gehandelt, etwas Aktuelles zu machen. Was tut der Künstler? Er setzt das Motiv, das er macht, so zusammen, daß er das, was links ist, wieder rechts macht. Er macht ein gotisches Fenster daraus. Diese Dinge kommen vor. Es wäre wirklich möglich, daß etwas Schönes erreicht wird in der 10., 11. Klasse. Jetzt will einer unserer Fabrikanten eine Vignette haben für Kindermehl. Daß von innen heraus etwas geschaffen werden kann. Es gibt innere Notwendigkeiten. Heute kennt ja der Mensch bloß ein Kunstobjekt. Das muß so sein, wenn es etwas nachahmt. In Basel gibt es einen Lehrer des Kunstgewerbes, der sagt, er sehe gar nicht ein, wozu es notwendig ist, wenn ich das eine Auge hier male, warum ich das andere nicht hier malen kann. Das hat etwas für sich, solange man nicht mit den Sachen mitgeht. Was ich meine, ist das innerliche Erlebenkönnen. Das meine ich mit dem Stilgefühl. Man muß ein Dreieck erleben können, ein Viereck erleben können. Nicht sich halten an die Imitation, an die Nachahmung. Es macht doch heute jeder nur eine Puppe, indem er nachahmt und nicht innerlich erlebt. Man muß es von innen heraus erleben können, wie eine Puppe weint oder lacht. Dies müßte alles sinnvoll bis auf die Kleidung hin gemacht werden. — Die Mädchen können eine Puppe, die Knaben einen Kasperl machen. Das innerliche Erlebenkönnen, das müßte berücksichtigt werden beim Farbenmalen.

U kent het vignet van de driegeleding van de kernpunten [ GA 24 ] Dat is veranderd. Het ging erom, iets actueels te maken. Wat doet de kunstenaar? Hij heeft een motief en dat zet hij zo neer dat wat links staat, rechts ook weer komt. Hij maakt er een Gotisch raam van. Dit soort dingen gebeurt. Het is echt mogelijk wel mogelijk dat er in de 10e of 11e klas iets moois wordt bereikt. Nu wil een van onze fabrikanten een vignet voor kindermeel. Nu moet er iets van binnenuit gecreëerd worden. Vanuit het innerlijk moet dat op een bepaalde noodzakelijke manier.  Tegenwoordig kennen mensen alleen een kunstobject. Dat moet wel het geval zijn als het iets imiteert. Er is een kunst- en ambachtsleraar in Bazel die zegt dat hij niet begrijpt waarom het nodig is dat als ik het ene oog hier schilder, waarom ik het andere dan niet hier kan schilderen. Op zich heeft het iets, zolang je maar niet in die dingen meegaat. Wat ik bedoel is het innerlijke vermogen om te ervaren. Dit bedoel ik met gevoel voor stijl. Je moet een driehoek kunnen ervaren, een vierkant kunnen ervaren. Je niet aan het uiterlijke nadoen houden. Tegenwoordig maakt iedereen gewoon een pop door deze te imiteren en niet door innerlijk te ervaren. Je moet het van binnenuit kunnen ervaren, zoals een pop huilt of lacht. Dit zou allemaal zinvol gemaakt moeten worden, tot aan de kleding toe. — De meisjes kunnen een pop maken, de jongens een Jan Klaassen. Bij het schilderen met kleuren gaat het om het om het innerlijke beleven.

Es wird gefragt, ob die Kinder Eurythmieschuhe herstellen sollen.

Dr. Steiner: Dadurch würden die Kinder schwächlich und kränklich. Ich glaube, daß es zu Unzukömmlichkeiten kommen könnte. Auf der anderen Seite, ist so furchtbar viel an Eurythmieschuhen zu erzeugen?

Er wordt gevraagd of de kinderen euritmieschoenen zouden moeten maken.

Dr.Steiner: daar zouden de kinderen zwak en ziekelijk van worden. Ik geloof dat het zou kunnen leiden tot wreveligheden. Aan de andere kant, is er nou zo vreselijk veel te ontwikkelen aan euritmieschoenen?
GA 300A/241-242  
Niet vertaald

Vergadering van 16-01-1921

Blz. 270

Door een leerkracht wordt er iets verteld over een leerling. Steiner vraagt dan hoe het met de handvaardigheid staat. Dat wordt verteld, wat er wordt gezegd, is niet weergegeven. Steiner antwoordt dan:

Dr. Steiner: Sie müssen sich bei der Wahl der Arbeiten anpassen an die Bedürfnisse. Es gibt nicht die Möglichkeit, auf alles ein gewisses künstlerisches Tun anzuwenden. Man sollte das Entwickeln des Künstlerischen nicht versäumen, den künstlerischen Sinn nicht ver­dorren lassen. Aber Sie können nicht viel mit dem künstlerischen Sinn anfangen, wenn die Kinder einen Strumpfstricken sollen. Wenn ein Kind einen Strumpf gestrickt hat, kann man immer unterbrechen und irgendeine Niedlichkeit dazwischen machen lassen.
Wir wollen in die Zusammenkunft am Abend soziale Pikanterien hineinbringen, wollen ganz kleine geschmackvolle Bändchen machen lassen mit etwas Anhänglichem aus Papier. Ja nicht ins Fröbeln kommen! Dinge, die man brauchen kann, die im Leben eine Bedeutung haben, die kann man geschmackvoll künstlerisch machen. Keine Konzes­sionen! Nicht Dinge machen lassen, die nur Finessen oder Kokette­rien entspringen. Nicht für vieles wird man Papier anwenden können. Ich hoffe auch noch hineinzugehen.

Dr. Steiner: Bij de keuze van het werk moet je je aanpassen aan de behoeften. Het is niet mogelijk om bij alles een bepaalde kunstzinnige vorm toe te passen. Je mag de ontwikkeling van het kunstzinnige niet verwaarlozen, maar ook niet het kunstzinnige gevoel laten verdorren. Maar met het kunstzinnige gevoel kun je niet veel doen als de kinderen een kous moeten breien. Als een kind een kous heeft gebreid, kun je altijd even stoppen en hem tussendoor iets leuks laten doen.
We zullen vanavond als we bij elkaar komen, iets sociaal interessants gaan doen, we laten smaakvolle linten van papier maken waar iets aan vastzit. Maar geen fröbelwerk! Dingen die je kan gebruiken, die in het leven iets betekenen; die kan je smaakvol kunstzinnig maken. Geen concessies! Geen dingen laten maken die alleen maar ontstaan uit tot in de details willen gaan of voor het uiterlijk fraaie. Papier kan je niet voor veel dingen gebruiken. Ik hoop daar nog op in te gaan.

X.: Die Kinder haben angefangen, Spielzeug zu machen, sind aber noch nicht fertig geworden.

Dr. Steiner: Es ist durchaus nichts einzuwenden, daß die Kinder
Kochlöffel machen. Ganz Fernliegendes brauchen sie nicht zu
machen. Möglichst keinen Luxus.

X.: De kinderen zijn begonnen speelgoed te maken, maar zijn nog niet klaar.

Dr.Steiner: Er is echt niets tegen in te brengen dat de kinderen houten lepels maken. Je hoeft geen dingen te maken die hoog gegrepen zijn. En zo mogelijk geen luxe.
GA 300A/270
Niet vertaald.

Rudolf Steiner over handvaardigheid

Handvaardigheidalle artikelen

Menskunde en pedagogie: [5] Intelligentie (hand en intelligentie)

Vrijeschool in beeld: alle beelden

.

3095-2909

.

.

.